W-V WNP

West-Vlaamse Werkgroep Neuropsychologen

 

De West-Vlaamse Werkgroep Neuropsychologen is een kleine vereniging, die wil bijdragen tot de goede werking van neuropsychologen in onze regio.  Daartoe komen zij regelmatig samen en nodigen ook regelmatig belangstellende psychologen uit.  De samenkomsten zijn gericht op de uitwisseling van informatie, artikels, normen, het werken aan de verbetering daarvan, het ondersteunen van de leden bij hun eigen activiteiten en de ontwikkeling van de neuropsychologie in het algemeen.

De samenkomsten gaan door in het Centrum voor Medico-legale Psychologie, Hogeweg 19, 8200 Brugge (voor een plannetje ga naar: hier)

Lidmaatschap wordt bekomen op aanvraag en na positief advies van alle leden.

Wie lid is van de werkgroep kan ook lid worden van de nieuwsgroep.  Het oprichten daarvan werd beslist tijdens de vergadering van 27 juni 2012.   Het betreft een besloten groep.  Je kunt er alleen gebruik van maken op uitnodiging.  

Eerstvolgende vergadering: 

Datum nog te bepalen:

Medscape Medical News:  Neurology Obesity Paradox Also Applies to Stroke

Pauline Anderson   Nov 12, 2012 Authors & Disclosures

It appears that the inverse relationship between obesity and better survival rates that exists for heart failure, acute myocardial infarction, and bypass surgery also applies to stroke.

A new study shows that patients hospitalized for acute stroke or transient ischemic attack (TIA) who were overweight or obese had not only better survival rates but also better functional outcomes than patients with normal body weight. Underweight patients almost consistently had the worst outcomes.

Although this paper alone is not enough to change the thinking surrounding weight management after stroke, it provides important information that fits well with what is known already about the so-called obesity paradox, said lead author, Wolfram Doehner, MD, PhD, Center for Stroke Research in Berlin, Germany.

Lees meer hierover.

Hersenen verouderen al op middelbare leeftijd

Cognitieve achteruitgang is al bij mensen van middelbare leeftijd zichtbaar in de hersenen. Dit blijkt uit onderzoek van promovenda Elissa Klaassen naar de invloed van veroudering op de werking van de hersenen.

Klaassen keek vooral naar de cognitieve functies, zoals denken, herinneren en leren, bij volwassenen tussen de 40 en de 60 jaar. Tot nu toe richtte onderzoek naar cognitieve veroudering zich vooral op 60-plussers.

Effect van koffie

De promovenda bestudeerde ook de effecten van gebruik van koffie aan het einde van de werkdag. Hieruit blijkt dat cafeïne bij complexe geheugentaken juist tegenwerkt.

Leerkrachten

Klaassen scande hersenen met functionele MRI. Ze vergeleek mensen van middelbare leeftijd met jonge mensen in de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar. Ze zocht leerkrachten uit omdat zij een beroep hebben dat cognitief belastend en inspannend kan zijn.

fMRI

Uit het onderzoek blijkt dat de fMRI-techniek waardevol is om subtiele effecten van cognitieve veroudering te meten. De techniek is gevoeliger dan veelgebruikte neuropsychologische tests.

Proefschrift

Elissa Klaassen promoveerde op 24 september te Amsterdam. De titel van haar proefschrift is: 'Cognition and the Middle-Aged Brain: Functional MRI studies examining demand, fatigue and caffeine effects'.

Elissa Klaassen
Datum 24 september 2012
Universiteit Vrije Universiteit Amsterdam
Faculteit Psychologie en Pedagogiek
Promotors prof. dr. J. Jolles, prof. dr. D.J. Veltman

Download dit proefschrift

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

De vergadering van ons september 2012 behandelde de volgende onderwerpen:

Agenda: 

  • De KAIT (André)
  • De K-SNAP (André)
  • Carine Sachem stelt de Cotess voor
  • De eerste ervaring met de Cotess (Ilse)
  • De WAIS-IV (Lore)
  • Vervolg van de casus "kleine hersenen, grote gevolgen" (Stefaan)
  • Wie bespreekt nog een casus?
  • Vragen van Katrien: 

    -       Welke cognitieve klachten vinden jullie meestal bij de testing van niet-geriatrische ptn met een depressie (dus niet dd depressie – dementie)? In de literatuur vind ik precies terug dat het zowat op elk domein van het cognitieve functioneren een invloed kan hebben.

    -       Vinden jullie het zinvol deze mensen te testen wanneer ze in behandeling zijn voor hun depressie? Het is dan namelijk moeilijk uit te maken wat te maken heeft met de depressie en wat misschien met andere zaken te maken heeft. Of wachten jullie tot de depressie is opgeklaard om deze patiënten te testen?

Wie bijdragen heeft of vragen heeft: fanny.geschier@azbrugge.be of cmlp@telenet.be

BBC Logo

BELGIAN BRAIN congress 2012

 

Af en toe eens naar kijken, ... dan weet je weer waarom je dit werk doet.

Klik op de foto en je komt op het verhaal en op de beelden.

Bapineuzumab niet succesvol:

Pfizer and Johnson & Johnson are reporting that in the first of four Phase III trials, bapineuzumab failed to outperform a placebo in moderating symptoms of mild-to-moderate Alzheimer's, a clinical train wreck that will only raise further doubts about the R&D track they laid down.

Investigators had gambled heavily on the belief that an IV formulation of the drug could help a group of patients who shared the ApoE4 (apolipoprotein E epsilon 4) genotype, one of four studies Pfizer and J&J's Janssen had divided between them. With the failure the companies are slamming the brakes on dosing patients in an extension study of this particular Phase III trial, though they will continue to be evaluated. The other three trials are expected to read out soon.

Pfizer didn't detail the results from the study, but a principal investigator in the trial, Reisa Sperling, told The New York Times that "there was absolutely no evidence at all of a clinical benefit of treatment on either of the primary measures..."

 

Experimental Alzheimer's Drug 'Promising'

Deborah BrauserJuly 19, 2012 (Vancouver, British Columbia) — EVP-6124, an experimental medication from EnVivo Pharmaceuticals, may improve symptoms in patients with Alzheimer's disease (AD), according to a new phase 2b clinical trial presented here at the Alzheimer's Association International Conference (AAIC) 2012.

Results from the study, which included more than 400 patients with mild to moderate AD, showed that the participants who received 2 mg/day of EVP-6124 for 6 months had significantly better improvement in test scores for cognition, memory, language, and other functions. The drug was also considered "well tolerated."

The medication is a selective, partial alpha-7 nicotinic agonist, which has a mechanism of action different from that of drugs currently approved by the US Food and Drug Administration to treat AD.

From Medscape Medical News > Psychiatry

Is Doornroosje dement wakker geworden?

File:The Rose Bower Buscot Park.jpg

July 17, 2012 (Vancouver, British Columbia) — Various sleep problems, including too little and too much sleep, disorders such as sleep apnea and circadian rhythm disruptions, and even excessive daytime sleepiness (EDS) may all be linked to cognitive decline, according to new trials presented here at the Alzheimer's Association International Conference (AAIC) 2012.  Lees meer.

16th Congress of the European Federation of Neurological Societies  |  Stockholm, Sweden  |  September 8-11, 2012

 Aankondiging: Programma Parkinsonzorgwijzer Vlaanderen

O P L E I D I N G P A R K I N S O N Z O R G - N E U R O P S Y C H O L O G I E

  • Voormiddag: diagnostiek 
  • Ziekte van Parkinson en Parkinson plus syndromen: heterogeniteit binnen cognit
  • Impulscontrolestoornissen en depressie bij de ziekte van Parkinson
  • Namiddag: behandeling 
  • Cognitieve effecten van diepe hersenstimulatie 
  • Plasticiteit van het brein bij de ziekte van Parkinson 
  • Belang van neuropsychologie bij freezing 

 

Verslag vergadering 27 juni 2012:

  • Er zijn twee nieuwe leden (Lieselotte Geerolf (AZ Sint-Jan) en Lore Ketelaars (AZ Groeninge).
  • De Scopa-Cog werd voorgesteld.   Het voordeel is dat de test genormeerd is op Parkinsonpatiënten en dat het voor de onderzoeker en de patiënt vlot afneembaar materiaal betreft.  
  • Mateloze zelfbediening is gevolg van slechte wetgeving.

     

    24 JANUARI 2011. — Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 2, A, en 20, § 1, f), van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

    Neuropsychologisch onderzoek met evaluatie van de cognitieve functies bij een patiënt met vermoeden van beginnende dementie K 90

    De verstrekking 477573 behelst het uitvoeren van een gevalideerd en omstandig (minimum duurtijd van 45 minuten) neuropsychologisch onderzoek van de belangrijkste cognitieve functies welke in een dementieel syndroom (volgens DSM IV) zijn aangetast : het geheugen, de taalvaardigheid, de visuospatiale vaardigheden en de aandachts- en uitvoeringsfuncties.

    De verstrekking 477573 mag slechts worden aangerekend samen met één van de verstrekkingen 102933 of 102992.

    De verstrekking 477573 kan enkel worden aangerekend door de geneesheer-specialist in de neurologie, in de psychiatrie of in degeriatrie.

    De verstrekking 477573 kan voor de technische uitvoering worden toevertrouwd aan een gekwalificeerd helper met speciale kennis in de neuropsychologie die samenwerkt als gekwalificeerde helper volgens de bepalingen van het artikel 1, § 4bis, I 5 § 4bis.

Het is altijd goed om de kleine lettertjes eens te lezen.  

I. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de geneeskunst, de uitoefening van de daaraan verbonden beroepen en de geneeskundige commissies, alsmede van de wet van 20 december 1974 waarmee het wordt aangevuld waar het gaat om de verpleegkunde, in het raam van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 50 van vorengenoemd koninklijk besluit, mag de geneesheer-verstrekker de ziekte- en invaliditeitsverzekering verstrekkingen aanrekenen die met de hulp van gekwalificeerde helpers zijn uitgevoerd, voor zover aan laatstgenoemden onder zijn verantwoordelijkheid en onder zijn persoonlijke controle, enkel handelingen zijn toevertrouwd die de diagnose voorbereiden of die betrekking hebben op de toepassing van een behandeling of van een maatregel inzake preventieve geneeskunde die vervat zijn in die verstrekkingen.°, en II, B, 2, a) tot i), voor de bedoelde verstrekking. »

II B 2. a) De verstrekkingen inzake klinische biologie (artikelen 3 en 24, behalve de functionele tests, bedoeld onder littera B, 1, b) van deze paragraaf), inzake nucleaire geneeskunde in vitro (artikel 18), inzake pathologische anatomie(artikel 32), inzake antropogenetica (artikel 33);

b) de radiografieën voor rechtstreeks onderzoek en zonder contrastmiddel van het hoofd, van de hals, van de thorax en van het abdomen, alsmede van de verschillende streken daarvan en van het osteo-articulair stelsel, en de tomografische onderzoeken die daarop betrekking hebben, bedoeld in artikel 17;

c) de metingen inzake densitometrie bedoeld in de artikelen 17 en 18, de metingen van de totale radioactiviteit van het menselijk lichaam alsmede de functionele tests en de scintigrafieën bedoeld in artikel 18, met uitsluiting van die welke zijn bedoeld onder littera A, h) van deze paragraaf.

d) de in de artikelen 13 en 20 vermelde functionele tests inzake pneumologie en gastroënterologie;

e) de in de artikelen 3 en 20 vermelde diagnostische verstrekkingen die de registratie van elektrische signalen van verschillende organen omvatten, zoals met name: elektrocardiogram, Holterregistratie, elektro-encefalogrammen van diverse aard al dan niet met stimulatie, polygrafie en polysomnografie;

f) de in de artikelen 14 en 20 opgenomen diagnostische verstrekkingen die de registratie omvatten van uitgezonden of waargenomen geluidssignalen;

g) de in de artikelen 21 en 22 vermelde therapeutische verstrekkingen die de emissie van fotonen of elektronen omvatten en de in artikel 22 opgenomen baden, toepassing van waterige suspensies en mobiliserende behandelingen;

h) het toezicht op de diverse in de artikelen 11 en 20 vermelde types van transfusies van bloed en de derivaten ervan en het toezicht op de diverse in artikel 20 opgenomen types van extrarenale zuivering;

i) het vernieuwen van de in artikel 14 vermelde gipstoestellen.

De onder B, 2, a) tot i) bedoelde verstrekkingen die zijn verricht met de hulp van gekwalificeerde helpers, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering worden aangerekend voor zover de volgende voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen inzake fysieke aanwezigheid van de geneesheer-verstrekker vervuld zijn.

 

Dit is een sluikse paramedicalisering van ons beroep, daar waar wij helemaal geen paramedici zijn.  

 

Deze wetgeving lijkt op het eerste zicht met spuug aan mekaar te hangen en wie er ongerustheid over uitte werd met een kluitje in het riet gestuurd.   Het zou de bedoeling zijn om het onderzoek te laten uitvoeren door neuropsychologen en niet door in der haast of pro forma aangestelde 'helpers'.  

 

Iedereen die dit ook maar een beetje opvolgt stelt enorme misbruiken vast.  

  • verpleegkundigen nemen een MMSE af, maar dat wordt vergoed als een bovengenoemde prestatie.

  • administratief personeel wordt ingeschakeld

  • ergotherapeuten nemen ADA-Cog, af

  • patiënten krijgen toch nog een rekening gepresenteerd om de psycholoog te vergoeden, terwijl de RIZIV-nummers op de rekening van de arts terecht komen

  • er zijn ziekenhuizen waar de psychologen het integrale bedrag krijgen, er zijn er waar ze niets krijgen en alle mogelijk al dan niet onderhandelde tussenoplossingen.  

Voorstel:

Verzamelen van alle mogelijke varianten van vergoeding
Verzamelen van alle onregelmatigheden op het vlak van de noodzakelijke aanwezigheid van artsen
Verzamelen van alle prestaties door niet neuro-psychologen
Oproep richten aan de bestaande verenigingen (BFP, VVKP, professoren neuropsychologie, ….)
Brief aan de minister.
How to Milk a Cow Without Getting Kicked in the Head

 

  • Fanny bespreekt score-interpretatie en zal via de nieuwsgroep de informatie doorsturen.
  • Casus

Kleine hersenen  Grote gevolgen

 De groep bespreekt een casus waarin de neuropsychologische gevolgen van een brughoektumor (petrocliviaal meningeoom rechts) met groot weefselverlies in de kleine hersenen zich manifesteren in problemen van het declaratief geheugen, daling van de intelligentie, de aandacht,  naast problemen van het proceduraal geheugen.  

We zoeken verder naar informatie over de impact van letsels in het cerebellum op corticale functies.  De informatie wordt uitgewisseld via de nieuwsgroep.

 

Elke generatie neuropsychologen heeft recht op haar eigen Phineas Gage

Lees er meer over op Niewsblad.be: meer

Een zestienjarige schooljongen uit de Verenigde Staten heeft een harpoenschot in het hoofd overleefd. Yasser Lopez werd twee weken geleden bij het speervissen met een vriend door een harpoen in het hoofd getroffen. De scherpe pijl trof hem vijf centimeter boven het rechteroog en kwam langs zijn schedel terug naar buiten.  

Artsen van het Jackson Memorial Hospital in Miami, Florida, slaagden erin de harpoen begin juni tijdens een riskante drie uren durende operatie te verwijderen. Om hun zoon te beschermen, hadden de ouders tot nog toe geen melding gemaakt van het incident. Het ziekenhuis berichtte nu pas over het voorval.  Lopez had veel geluk. 'Er werden geen levensbelangrijke delen in de hersenen getroffen en geen grote bloedvaten vernield', zei de behandelende neurochirurg dr. Ross Bullock tijdens een persconferentie maandag lokale tijd. De harpoen stak 91 centimeter uit het hoofd van de patiënt.

Vooraleer een röntgenfoto kon gemaakt worden, werd de speer met een schroefsnijder tot 45 centimeter verkleind. Lopez herinnert zich niets meer van het ongeval. De komende twee tot drie maanden moet hij in het ziekenhuis doorbrengen.

 

 

060709_alzheimer

June 15, 2012 — Patients with mild cognitive impairment (MCI) may be able to avoid developing dementia by drinking several cups of coffee a day, the results of a new study suggest.

The study showed that patients with MCI who have a plasma caffeine level of 1200 ng/mL avoided progression to dementia over the following 2 to 4 years.

These patients exhibited a plasma cytokine profile that was exactly the same as that of Alzheimer's disease (AD) transgenic mice that were given caffeinated coffee and didn't progress to dementia. It's therefore very likely that it's caffeine from coffee, and not from other sources, that affords the cognitive protection, said study senior author Gary W. Arendash, PhD, research scientist, Bay Pines Veterans Affairs Hospital, St. Petersburg, Florida.

The research also suggests that certain cytokine patterns could signal for impending conversion to dementia among those with MCI, said Dr. Arendash.

The study is published in the June issue of the Journal of Alzheimer's Disease.

 

 
 
Alzheimer's vaccine trial a success

 

[NEWS 6 June] A study led by Karolinska Institutet reports for the first time the positive effects of an active vaccine against Alzheimer's disease. The new vaccine, CAD106, can prove a breakthrough in the search for a cure for this seriously debilitating dementia disease. The study is published in the distinguished scientific journal Lancet Neurology.

Alzheimer's disease is a complex neurological dementia disease that is the cause of much human suffering and a great cost to society. According to the World Health Organisation, dementia is the fastest growing global health epidemic of our age. The prevailing hypothesis about its cause involves APP (amyloid precursor protein), a protein that resides in the outer membrane of nerve cells and that, instead of being broken down, form a harmful substance called beta-amyloid, which accumulates as plaques and kills brain cells.

There is currently no cure for Alzheimer's disease, and the medicines in use can only mitigate the symptoms. In the hunt for a cure, scientists are following several avenues of attack, of which vaccination is currently the most popular. The first human vaccination study, which was done almost a decade ago, revealed too many adverse reactions and was discontinued. The vaccine used in that study activated certain white blood cells (T cells), which started to attack the body's own brain tissue.

The new treatment, which is presented in Lancet Neurology, involves active immunisation, using a type of vaccine designed to trigger the body's immune defence against beta-amyloid. In this second clinical trial on humans, the vaccine was modified to affect only the harmful beta-amyloid. The researchers found that 80 per cent of the patients involved in the trials developed their own protective antibodies against beta-amyloid without suffering any side-effects over the three years of the study. The researchers believe that this suggests that the CAD106 vaccine is a tolerable treatment for patients with mild to moderate Alzheimer's. Larger trials must now be conducted to confirm the CAD106 vaccine's efficacy.

The study was carried out by Professor Bengt Winblad at Karolinska Institutet's Alzheimer's Disease Research Centre in Huddinge and leading neurologists in the Swedish Brain Power network: consultant Niels Andreasen from Karolinska University Hospital, Huddinge; Professor Lennart Minthon from the MAS University Hospital, Malmö; and Professor Kaj Blennow from the Sahlgrenska Academy, Gothenburg. The study was financed by Swiss pharmaceutical company Novartis.

Publication:

Bengt Winblad, Niels Andreasen, Lennart Minthon, Annette Floesser, Georges Imbert, Thomas Dumortier, R Paul Maguire, Kaj Blennow, Joens Lundmark, Matthias Staufenbiel, Jean-Marc Orgogozo & Ana Graf

Safety, tolerability, and antibody response of active A²immunotherapy with CAD106 in patients with Alzheimers disease: randomised, double-blind, placebo-controlled, first-in-human study Lancet Neurology, online first 6 June 2012, doi:10.1016/S1474-4422(12)70140-0

‘De neurowetenschap creëert grote mythes’

In Bevrijd de psychologie beweert Jan Derksen, klinisch psycholoog-psychotherapeut, dat zijn collega’s zich blind staren op hersenonderzoek. Daardoor verdwijnt alle aandacht voor echte oorzaken van psychische problemen.

'Amateurbiologen', noemt hij de neuropsychologen die de psychologie reduceren tot studie van observeerbaar gedrag en het werken met emoties naar het alternatieve circuit laveren.

More Evidence That Physical Activity Protects the Aging Brain

May 16, 2012 — New data from the Rush Memory and Aging Project provide more evidence that staying physically active may protect the aging brain from Alzheimer's disease (AD).

In a group of more than 700 elderly individuals free of dementia at baseline, a higher level of total daily physical activity, determined objectively via 24-hour actigraphy, was associated with a lower risk for the subsequent development of AD, as well as a slower rate of cognitive decline.

The association remained "robust" after accounting for a wide variety of potentially confounding factors, and supports efforts to encourage physical activity even in the very old, conclude Aron S. Buchman, MD, from the Rush Alzheimer's Disease Center, Rush University Medical Center in Chicago, Illinois, and colleagues.

Their findings were published in the April 24 issue of Neurology.

 

J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2008 Feb;79(2):216-8.

Serial yes/no reliability after traumatic brain injury: implications regarding the operational criteria for emergence from the minimally conscious state.

Nakase-Richardson R, Yablon SA, Sherer M, Evans CC, Nick TG.

Source

Department of Neuropsychology, Methodist Rehabilitation Center, 1350 East Woodrow Wilson Drive, Jackson, Mississippi 39216, USA. Nakase@aol.com

Abstract

BACKGROUND:

Published guidelines for defining the "minimally conscious state" (MCS) included behaviours that characterise emergence, specifically "reliable and consistent" functional interactive communication (accurate yes/no responding) and functional use of objects. Guidelines were developed by consensus because of the lack of empirical data to guide definitions. Criticism emerged that individuals with severely impaired cognition would have difficulty achieving the requisite threshold of accuracy and consistency proposed to demonstrate emergence from MCS.

OBJECTIVE:

To determine the utility of the operational threshold for emergence from post-traumatic MCS, by evaluating a measure of yes/no accuracy (Cognitive Test for Delirium, auditory processing subtest (CTD-AP).)

METHODS:

Prospective, consecutive cohort of responsive patients recovering from traumatic brain injury (TBI), including a subset meeting criteria for MCS at neurorehabilitation admission who improved and were able to undergo the study protocol. Participants were evaluated at least weekly, and given the CTD-AP to assess yes/no responding.

RESULTS:

Of the 1434 observations from 336 participants, 767 observations yielded inaccurate yes/no responses. 75 participants (22%) never attained consistently accurate yes/no responses at any time during their hospitalisation. Generalised estimating equations analysis revealed that confused participants were more likely to respond inaccurately to yes/no questions. Further, the subset of individuals who were in MCS on rehabilitation admission and improved, were also more likely to respond inaccurately to yes/no questions.

CONCLUSIONS:

Consistent yes/no accuracy is uncommon among responsive patients in early recovery from TBI. These results suggest that the operational threshold for yes/no response accuracy as a diagnostic criterion for emergence from MCS should be revisited.

Red Green Ok Not Ok Icons Clip Art

Aankondiging:

Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie 9 november 2012 Amsterdam of Utrecht Neuropsychologie & computers* Zin en onzin van het gebruik van computers in de neuropsychologische diagnostiek en behandeling.  meer info

Verband tussen farmacie en  psychiatrie:

Farmabedrijven oefenen steeds meer invloed uit op psychologen en psychiaters. Van de experts die bepalen wat er in het wereldwijde handboek voor psychische stoornissen komt te staan, heeft ruim twee derde banden met een geneesmiddelenfabrikant. Al jaren sleutelen deskundigen aan de nieuwe 'Bijbel van de psychiatrie', de zogenaamde DSM-5, het handboek waarop psychologen en psychiaters hun diagnoses baseren. Dat gebeurt in 13 werkgroepen, die elk over bepaalde stoornissen beslissen. Amerikaanse onderzoekers hebben nu per commissie de belangenverstrengeling tussen de leden en de farmawereld in kaart gebracht. Hun studie, die in het vakblad PLoS Medicine verscheen, bekeek de werkzaamheden van alle DSM-5-opstellers, onder wie 29 voorzitters en 141 leden.

Blijkt dat maar liefst 69 procent van de voorzitters banden heeft met de farmaceutische industrie. Bij een eerdere studie, ten tijde van de DSM-4, was dat nog 57 procent. Ook opvallend: de meeste relaties met de farmawereld kwamen voor bij panelleden die zich over ziektebeelden buigen waarvoor medicijnen de eerste behandeloptie zijn. Zo is er in de werkgroep slaapstoornissen bij alle leden sprake van belangenvermenging. In de commissie voor neurocognitieve stoornissen, zoals dementie, ligt dat cijfer op 89 procent, bij psychotische stoornissen op 83 procent.

prescription_for_disaster_main.jpg

 

 

 

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat veel meer mensen dan aanvankelijk gedacht, lijden aan hersenschade. Bij meer dan 1 op de 7 mensen van 45 jaar en ouder worden kleine bloedingen in de hersenen geconstateerd, die mogelijk duiden op de ontwikkeling van ouderdomsziektes zoals beroerte en dementie. Meer dan een derde deel van alle ouderen boven de 80 jaar heeft minstens één zogeheten microbloeding gehad. 

Aangezien over deze microbloedingen tot voor kort slechts weinig bekend was, is het totaal aantal mensen met hersenschade dus veel groter dan tot op heden werd gedacht. Dit blijkt uit het proefschrift “Beeldvorming van cerebrale microangiopathie in de algemene bevolking” van Mariëlle Poels. Pas in het laatste decennium is men deze microbloedingen gaan zien als een belangrijke aanduiding van onderliggende vaatschade in de hersenen, die mogelijk kan leiden tot beroerte en dementie. Mogelijk kan de aanwezigheid van microbloedingen voorspellen hoe en wanneer ouderdomsziektes zich zullen ontwikkelen bij mensen.

  Meer info

 

January 10, 2012 — The nicotine patch, best known as a smoking cessation aid, is now showing benefit as a treatment for mild cognitive impairment. New class I evidence suggests the patch (Nicotrol, Pfizer) improves cognitive test performance in older adults with early memory loss.

Vergadering 11 december 2011:

  • De nieuwe Vlaamse Dementiebatterij
  • Onderscheid vasculaire - niet vasculaire dementie (en alle mogelijke combinaties): Katrien
  • facturatie van neuropsychologisch onderzoek
  • casus: PTSS na een ogenschijnlijk banaal hersentrauma? Stefaan

 

Neurosci. 2011 May 18;31(20):7540-50.

Effective treatment of chronic low back pain in humans reverses abnormal brain anatomy and function.

Seminowicz DA, Wideman TH, Naso L, Hatami-Khoroushahi Z, Fallatah S, Ware MA, Jarzem P, Bushnell MC, Shir Y, Ouellet JA, Stone LS.

Alan Edwards Centre for Research on Pain, McGill Scoliosis and Spine Research Group, McGill University, Montreal, Quebec H3A 1A4, Canada.

Abstract

Chronic pain is associated with reduced brain gray matter and impaired cognitive ability. In this longitudinal study, we assessed whether neuroanatomical and functional abnormalities were reversible and dependent on treatment outcomes. We acquired MRI scans from chronic low back pain (CLBP) patients before (n = 18) and 6 months after (spine surgery or facet joint injections; n = 14) treatment. In addition, we scanned 16 healthy controls, 10 of which returned 6 months after the first visit. We performed cortical thickness analysis on structural MRI scans, and subjects performed a cognitive task during the functional MRI. We compared patients and controls, as well as patients before versus after treatment. After treatment, patients had increased cortical thickness in the left dorsolateral prefrontal cortex (DLPFC), which was thinner before treatment compared with controls. Increased DLPFC thickness correlated with the reduction of both pain and physical disability. Additionally, increased thickness in primary motor cortex was associated specifically with reduced physical disability, and right anterior insula was associated specifically with reduced pain. Left DLPFC activity during an attention-demanding cognitive task was abnormal before treatment, but normalized following treatment. These data indicate that functional and structural brain abnormalities-specifically in the left DLPFC-are reversible, suggesting that treating chronic pain can restore normal brain function in humans.

 

Vis eten helpt:

A new study suggests eating baked or broiled fish may help fight the brain shrinkage and cognitive decline associated with Alzheimer's disease.

Researchers from University of Pittsburgh Medical Center tracked fish consumption and measured brain volume and memory function in 260 cognitively normal adults over 10 years. In the end, study participants who ate more fish had bigger brain areas -- particularly the hippocampus, which is known to shrink in Alzheimer's -- and better memory than their fish-declining counterparts.

Lees meer: http://abcnews.go.com/Health/AlzheimersNews/support-fish-fight-alzheimers/story?id=15050297

 

 

 

Overgewicht beschermende factor?

November 23, 2011 — Many patients with mild cognitive impairment are underweight, with a body mass index below 25 kg/m², report researchers.

Previous studies have shown that people who are overweight in middle age are more likely to develop Alzheimer's disease than people with a healthy weight. A new study suggests that the relation between Alzheimer risk and body mass index is more complex than that.

In their study published in the November 22 issue of Neurology, investigators showed that in vivo biomarkers of cerebral amyloid and tau are associated with lower body mass index in those with mild cognitive impairment.

"These results suggest that Alzheimer's disease brain changes are associated with systemic metabolic changes in the very earliest phases of the disease," senior investigator Jeffrey Burns, MD, from the University of Kansas School of Medicine in Kansas City, said in a news release.

This might be due to damage in the hypothalamus, which plays a role in regulating energy metabolism and food intake, he noted.

Metabolic Changes

The preclinical and earliest stages of Alzheimer's disease are associated with lower body mass, accelerating sarcopenia, and fat mass reduction, the authors explain. Autopsy evidence shows that neuropathologic changes are associated with low and declining body mass — even in individuals with normal cognition — suggesting that Alzheimer's disease–related neurodegenerative brain changes influence body composition.

Conflicting evidence between body mass and late-life cognitive decline has been puzzling. Being overweight in midlife is associated with an increased risk for cognitive impairment and dementia, but weight problems late in life are associated with reduced cognitive risk — the so-called obesity paradox. Mortality studies suggest that chronic disease associated with obesity drives death risk, whereas the association of low body mass with mortality might be an artifact of preexisting disease.

In this study, Dr. Burns' team analyzed cross-sectional data from 506 participants enrolled in the Alzheimer's Disease Neuroimaging Initiative. They used positron emission tomography with Pittsburgh compound B or cerebrospinal fluid analyses for beta-amyloid peptide and total tau.

They assessed the relation of biomarkers and global Pittsburg compound B uptake with body mass index, using linear regression controlling for age and sex.

In the overall sample, beta-amyloid peptide, tau, tau/beta-amyloid ratio, and global Pittsburgh compound B uptake were associated with body mass index. Patients with the lowest body weight tended to have more of these markers.

Markers of Increased Alzheimer's Disease Burden

Biomarker Beta P Value
Beta-Amyloid Peptide   0.181 .001
Tau –0.179 .001
Tau/Beta-Amyloid Ratio –0.180 .001
Global Pittsburgh Compound B Uptake –0.272 .005

In people with mild cognitive impairment, more patients who had a low body mass index than who were overweight had signs of beta-amyloid plaques (85% vs 48%). This relation was also found in people without cognitive problems. Fewer overweight individuals had biomarker levels signaling pathophysiology (< .01).

"Our data in cognitively healthy participants demonstrate that low body mass index is associated with pathophysiologic markers," the authors note. "Interestingly, the vast majority of our cohort was not at the extremes of body mass index, with less than 17% of the overweight group classified as obese and few participants with a body mass index less than 20. Nevertheless, we observed robust relationships between body mass and the presence and burden of Alzheimer's disease biomarkers."

Future studies should investigate whether this relation reflects a systemic response to an unrecognized disease, Dr. Burns added, "or a long-standing trait that predisposes a person to developing the disease."

The findings also suggest that mild cognitive impairment in those who are overweight might more likely be the result of heterogeneous pathophysiology, not Alzheimer's disease alone.

This study was funded by the University of Kansas Alzheimer Disease Center, the National Institute of Neurological Disorders and Stroke, and the Eunice Kennedy Shriver National Institute of Child Health and Human Development. Dr. Burns reports serving on the speakers' bureau for Novartis; working as a consultant for Medacorp Consulting, Johnson County Clinical Trials, and PRA International; and receiving research support from Elan Corporation, Janssen, Wyeth, Pfizer, Danone, and the Dana Foundation.

Neurology. 2011;77:1913-1920. Abstract

 

Tinnitus mogelijk probleem van de hersenen

woensdag 23 november 2011 om 09u33

Tinnitus, of het vervelende gepiep of gesuis of geborrel in de oren dat vele mensen nerveus maakt, is niet altijd het gevolg van een te lange confrontatie met te luide muziek.

De hersenen draaien hun volume hoger om gehoorsproblemen te compenseren.© Science Photo Library

Volgens de Journal of Neuroscience kan de aandoening gewoon het gevolg zijn van hersenen die zich aanpassen aan het feit dat de oren niet meer zo goed functioneren, zodat ze te onduidelijke prikkels binnenkrijgen. De hersenen draaien hun eigen volume hoger om groeiende gehoorproblemen te compenseren. Wat impliceert dat tinnitus geen probleem van de oren, maar wel van de hersenen is.

Hoe de hersenen de spookgeluiden creëren, blijft voorlopig een mysterie, maar het zou te maken kunnen hebben met het opdrijven van de signalen die hersencellen uitzenden. Het nieuwe inzicht impliceert niet meteen een afdoende behandeling van het euvel. Maar er wordt aan gewerkt. (DD)

15/11/2011

Diagnosis of vegetative state

 

From The Lancet. 2011;DOI:10.1016/S0140-6736(11)61224-5.

Bedside EEG measurements could help improve accuracy

Background

Patients diagnosed as vegetative have periods of wakefulness, but seem to be unaware of themselves or their environment. Although functional MRI (fMRI) studies have shown that some of these patients are consciously aware, issues of expense and accessibility preclude the use of fMRI assessment in most of these individuals. We aimed to assess bedside detection of awareness with an electroencephalography (EEG) technique in patients in the vegetative state.

Methods

This study was undertaken at two European centres. We recruited patients with traumatic brain injury and non-traumatic brain injury who met the Coma Recovery Scale-Revised definition of vegetative state. We developed a novel EEG task involving motor imagery to detect command-following—a universally accepted clinical indicator of awareness—in the absence of overt behaviour. Patients completed the task in which they were required to imagine movements of their right-hand and toes to command. We analysed the command-specific EEG responses of each patient for robust evidence of appropriate, consistent, and statistically reliable markers of motor imagery, similar to those noted in healthy, conscious controls.

Findings

We assessed 16 patients diagnosed in the vegetative state, and 12 healthy controls. Three (19%) of 16 patients could repeatedly and reliably generate appropriate EEG responses to two distinct commands, despite being behaviourally entirely unresponsive (classification accuracy 61—78%). We noted no significant relation between patients' clinical histories (age, time since injury, cause, and behavioural score) and their ability to follow commands. When separated according to cause, two (20%) of the five traumatic and one (9%) of the 11 non-traumatic patients were able to successfully complete this task.

Interpretation

Despite rigorous clinical assessment, many patients in the vegetative state are misdiagnosed. The EEG method that we developed is cheap, portable, widely available, and objective. It could allow the widespread use of this bedside technique for the rediagnosis of patients who behaviourally seem to be entirely vegetative, but who might have residual cognitive function and conscious awareness.

Cruse D, Chennu S, Chatelle C, et al. Bedside detection of awareness in the vegetative state: a cohort study. The Lancet. 2011;DOI:10.1016/S0140-6736(11)61224-5.

Fragiele X

16 november 2011 Vooral aandacht beperkt bij fragiele-X-syndroom Mannen met het fragiele-X-syndroom hebben vooral beperkingen in de aandachtsfuncties en de hogere-orde cognitieve functies. Dit concludeert promovendus Melle van der Molen op basis van neuropsychologisch onderzoek. In zijn proefschrift laat Van der Molen zien welke beperkingen in het cognitief functioneren specifiek zijn voor mannen met het fragiele-X-syndroom. Hij onderzocht ook of deze beperkingen te verklaren zijn door onderliggende problemen in de informatieverwerking in de hersenen. Informatieverwerking Uit psychofysiologisch onderzoek blijkt dat informatie al anders wordt waargenomen tijdens de vroege, perceptuele stadia van de informatieverwerking. Dit kenmerkt zich vooral door verhoogde hersenactiviteit tijdens detectie van zowel auditieve als visuele informatie. Oorzaak Deze vroegtijdige problemen met informatieverwerking vormt een belangrijke obstructie voor de verdere cognitieve informatieverwerking, denkt Van der Molen. Ze liggen mogelijk ten grondslag aan een scala van gedragsproblemen bij mannen met het fragiele-X-syndroom. Proefschrift Melle van der Molen promoveert 17 november op zijn proefschrift 'Profiling cognition in fragile X syndrome: A psychophysiological and neuropsychological approach' aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Wetenschap met een knipoog:

Acta Neurochir (Wien). 2011 Jun;153(6):1351-5. Epub 2011 Apr 7.

Traumatic brain injuries in illustrated literature: experience from a series of over 700 head injuries in the Asterix comic books.

Source

Department for Neurosurgery, Heinrich-Heine-University Düsseldorf, Moorenstraße 5, 40225, Düsseldorf, Germany, marcelalexander.kamp@uni-duesseldorf.de.

Abstract

BACKGROUND:

The goal of the present study was to analyze the epidemiology and specific risk factors of traumatic brain injury (TBI) in the Asterix illustrated comic books. Among the illustrated literature, TBI is a predominating injury pattern.

METHODS:

A retrospective analysis of TBI in all 34 Asterix comic books was performed by examining the initial neurological status and signs of TBI. Clinical data were correlated to information regarding the trauma mechanism, the sociocultural background of victims and offenders, and the circumstances of the traumata, to identify specific risk factors.

RESULTS:

Seven hundred and four TBIs were identified. The majority of persons involved were adult and male. The major cause of trauma was assault (98.8%). Traumata were classified to be severe in over 50% (GCS 3-8). Different neurological deficits and signs of basal skull fractures were identified. Although over half of head-injury victims had a severe initial impairment of consciousness, no case of death or permanent neurological deficit was found. The largest group of head-injured characters was constituted by Romans (63.9%), while Gauls caused nearly 90% of the TBIs. A helmet had been worn by 70.5% of victims but had been lost in the vast majority of cases (87.7%). In 83% of cases, TBIs were caused under the influence of a doping agent called "the magic potion".

CONCLUSIONS:

Although over half of patients had an initially severe impairment of consciousness after TBI, no permanent deficit could be found. Roman nationality, hypoglossal paresis, lost helmet, and ingestion of the magic potion were significantly correlated with severe initial impairment of consciousness (p ≤ 0.05).

 

Verband tussen gehoorverlies en risico op dementie

Er bestaat een verband tussen gehoorverlies en het risico op de ziekte van Alzheimer of een of andere vorm van dementie, zo blijkt uit een recente studie waarbij 600 volwassenen 12 jaar lang gevolgd werden
Tijdens de onderzoeksperiode trad bij 9 procent van de gevolgde volwassenen de ziekte van Alzheimer of een andere vorm van dementie op. De aandoening kwam vaker voor bij de gehoorgestoorden en hoe erger het gehoorverlies, hoe groter het risico. Bij mensen met een extreem gehoorverlies was het risico zelfs vijfmaal groter dan bij hen die normaal konden horen.

Of er een oorzakelijk verband is tussen gehoorproblemen en dementie is nog onduidelijk, mogelijk werkt hetzelfde onderliggend mechanisme beide aandoeningen in de hand. Als toekomstig onderzoek uitwijst dat net het gehoorverlies tot dementie leidt, zou het risico op dementie kunnen worden teruggedrongen via ingrepen om het gehoor optimaal te houden.
toegevoegd : 3/06/2011
Bron : De Morgen

MRI-scans laten ziekteverloop Alzheimer zien

ziekte van Alzheimer, hersencellen, temporaalkwab, MRI-scans, geheugen, geheugenklachten

Dat zag radioloog i.o. Jasper Sluimer op MRI-scans die gedurende drie jaar van de hersenen van bijna 150 gezonde en zieke personen zijn gemaakt. Op 28 april promoveert Sluimer aan het VUmc.

De onderzoeker bestudeerde honderden MRI-scans van de hersenen van gezonde proefpersonen en van mensen met geheugenklachten en de ziekte van Alzheimer. Met een tussenpoos van twee jaar hadden deze mensen een hersenscan ondergaan. Op de scans was bij mensen met geheugenklachten en met de ziekte van Alzheimer een duidelijk patroon te herkennen: verlies van hersencellen begint in de temporaalkwab. Bovendien brachten de MRI-scans aan het licht dat er een agressievere variant van de ziekte van Alzheimer is, die met name bij jongere patiënten, onder de 65 jaar, voorkomt.

MRI-scans blijken geschikt om de ziekte van Alzheimer vroegtijdig te herkennen en een prognose te geven. Door de MRI-scans eens in de zoveel tijd te herhalen, is de snelheid van achteruitgang bij patiënten betrouwbaar te volgen.

Vroege diagnose

Mocht er in de toekomst een geneesmiddel tegen de ziekte van Alzheimer komen, dan is het effect hiervan ook goed te monitoren via MRI-scans. Ook maakt een vroege diagnose het mogelijk dat er onmiddelijk met de behandeling gestart kan worden. Het is nu nog niet standaard dat iedereen waarvan vermoed wordt dat hij of zij de ziekte heeft een MRI-hersenscan krijgt.

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. In Nederland hebben zo'n 250.000 mensen dementie en naar verwachting zal dit in 2040 opgelopen zijn tot een half miljoen.

Verfje vertraagt ouderdom en Alzheimer

Een verfstof die regelmatig gebruikt wordt om bepaalde proteïnes zichtbaar te maken, blijkt een verrassende bijwerking te hebben. Het gaat om de verfstof Thioflavin T. Deze stof helpt wetenschappers om clusters van proteïnen die ouderdom en Alzheimer in de hand werken op te sporen. Maar toen onderzoeker Gordon Lithgow enkele wormen in het stofje doopte, ontdekte hij dat de diertjes baat hadden bij de verf. De ‘geverfde’ wormen leefden dertig tot zeventig procent langer dan gemiddeld.
Lithgow besloot uit te zoeken hoe dat kon. Hij ontdekte dat de verf zich aan de proteïnen bond en ervoor zorgde dat de proteïnen geen vaste grond onder de voeten konden krijgen. Hierdoor konden de proteïnen ook hun werk niet goed doen en werd het proces van ouder worden en het vormen van gevaarlijke clusters die Alzheimer veroorzaken, voorkomen.

De stof biedt grote mogelijkheden en kan wellicht gebruikt worden om Alzheimer nog voordat de ziekte zich kan vormen te voorkomen. Het volledige onderzoek is terug te vinden in het blad Nature.

Worse Outcomes With Decompressive Craniectomy After TBI

Susan Jeffrey

March 30, 2011 — Results of a randomized trial show that although decompressive craniectomy reduced intracranial pressure and the length of stay in the intensive care unit, it was also associated with a greater risk for unfavorable outcome at 6 months for patients with diffuse traumatic brain injury (TBI) compared with standard care.

Rates of death didn't differ between groups, but scores on the Extended Glasgow Outcomes Scale were lower in the group undergoing bifrontotemporoparietal craniectomy, and there was a significant increase in risk, more than double, for an unfavorable outcome on that same scale, the researchers report.

Results of the randomized Decompressive Craniectomy (DECRA) trial were published online March 25 in the New England Journal of Medicine to coincide with their presentation at the International Symposium on Intensive Care and Emergency Medicine in Brussels, Belgium.

"Our findings differ from those of most nonrandomized studies and are contrary to our hypothesis," the researchers, with lead study author D. James Cooper, MD, from the Department of Intensive Care at Alfred Hospital, Monash University, in Melbourne, Australia, acknowledge.

N Engl J Med. Published online March 25, 2011.

Hersengebieden kunnen van functie veranderen

2 maart 2011

Sommige hersendelen van blinde mensen houden zich bezig met taken waar ze oorspronkelijk niet voor zijn bedoeld. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers ontdekt.

Als mensen blind zijn geboren, worden sommige delen van de visuele cortex op latere leeftijd ingezet voor taalverwerking. Normaal gesproken is dit hersendeel uitsluitend betrokken bij visuele taken.

De bevinding toont aan dat de functie van hersengebieden soms dramatisch verandert en dat taalverwerking niet alleen kan plaatsvinden in gespecialiseerde delen van het brein. Dat schrijven onderzoekers van het Massachussets Institute of Technology in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

"Je brein is geen voorverpakt artikel", verklaart onderzoekster Marina Bedny. "Onze hersenen ontwikkelen zich niet langs een van te voren uitgestippeld traject. Je kunt het brein eerder zien als een bouwpakket. Het bouwproces wordt sterk beïnvloed door de ervaringen die je opdoet tijdens je ontwikkeling."
Eerdere studies hadden al aangetoond dat sommige blinde mensen hersenactiviteit in de visuele cortex vertonen tijdens verbale opdrachten. De Amerikaanse wetenschappers hebben echter voor het eerst aangetoond dat de volledige taalverwerking kan plaatsvinden in dit hersengebied.

Bij hun experiment voerden de onderzoekers hersenscans uit bij blinde mensen die verschillende taalkundige opdrachten maakten. Uit het onderzoek bleek dat de visuele cortex van proefpersonen die blind waren geboren, op dezelfde manier op taal reageerde als hersengebieden die normaal gesproken bij taalverwerking zijn betrokken.

De grote vraag is waarom de visuele hersengebieden van blinde mensen worden ingezet voor taalverwerking.

Volgens onderzoekster Bedny heeft de verandering van functie waarschijnlijk vooral te maken met een alternatieve ontwikkeling van de hersenen. "Als de hersenfuncties worden verdeeld en de visuele cortex niet zijn normale functie van visie krijgt, gaat dit gebied waarschijnlijk meedingen naar andere functies", verklaart Bedny. "De hele ontwikkelingsdynamiek van de hersenen verandert dus."

Bron: Nu.nl

Affective brain regions are activated during the processing of pain-related words in migraine patients.

Eck J, Richter M, Straube T, Miltner WH, Weiss T. Pain. 2011 Mar 4.

Several brain areas that constitute the neural matrix of pain can be activated by noxious stimuli and by pain-relevant cues, such as pictures, facial expressions, and pain-related words. Although chronic pain patients are frequently exposed to pain-related words, it remains unclear whether their pain matrix is specifically activated during the processing of such stimuli in comparison to healthy subjects. To answer this question, we compared the neural activations induced by verbal pain descriptors in a sample of migraine patients with activations in healthy controls using functional magnetic resonance imaging. Participants viewed pain-related adjectives and negative, non-pain-related adjectives that were matched for valence and arousal and were instructed to either generate mental images (imagination condition) or to count the number of vowels (distraction condition). In migraine patients, pain-related adjectives as compared with negative adjectives elicited increased activations in the left orbitofrontal cortex and anterior insula during imagination and in the right secondary somatosensory cortex and posterior insula during distraction. More pronounced pain-related activation was observed in affective pain-related regions in the patient as compared with the control group during imagination. During distraction, no differential engagement of single brain structures in response to pain-related words could be observed between groups. Overall, our findings indicate that there is an involvement of brain regions associated with the affective and sensory-discriminative dimension of pain in the processing of pain-related words in migraine patients, and that the recruitment of those regions associated with pain-related affect is enhanced in patients with chronic pain experiences. Migraine patients show specific brain activation to pain-related words within regions of the pain matrix when compared to healthy controls.

Copyright © 2011 International Association for the Study of Pain. Published by Elsevier B.V. All rights reserved.

 

Verslag van de vergadering van  8 maart 2011:

Programma (aan te vullen):

  • Tower of London: geen bevredigend antwoord ontvangen van de firma.  
  • Franstalige testen:  We hebben twee bronnen gevonden, die aangesproken en aangeschreven werden.
  • Gilbert wil het hebben over de Cochrane-studie: Cognition-based interventions for healthy older people and people with mild cognitive impairment.  We verwijzen in deze naar de webstek van Gilbert: EBM en de Cochrane Database.
  • Af en toe wordt gevraagd om de cognitieve toestand na te gaan bij oudere mensen met ernstige gehoorstoornissen. Soms zijn die mensen bovendien ook slechtziend. Bestaat er betrouwbaar testmateriaal om de cognitieve toestand te evalueren, zonder (veel) beroep te doen op het gehoor of soms het zicht?
  • Casusbespreking: een patiënt 15 jaar na een succesvol bestraalde pinealistumor.  De casus leverde boeiende inzichten op.  Hou rekening met de plaats van de pinealis ten aanzien van de thalamus en met de complexe pathologieën, die bij beschadiging van de thalamus kunnen optreden.  
    Op de webstek van de universiteit van Tasmanië (Australië) staat een volledig handboek psychiatrie online. Het werk is van Steven Pridmore en werd geschreven in 2006, maar er waren nog aanpassingen vorig najaar.  In hoofdstuk 2 staan bijvoorbeeld de frontale circuits uitgelegd en in hoofdstuk 27 hoe je die bedside kunt testen. 
    Lees hierover: http://eprints.utas.edu.au/287/
    Lees ook even:
  • Bestaan er normen voor delen van de ADAS-Cog?  Neen.
  • We hadden het ook over Njiokiktjien. Deze persoon publiceerde veel over kinderneuropsychologie, maar er staan niet zoveel volledige teksten op het internet. Wel volgende artikels:

    http://www.ntvg.nl/publicatie/dyslexie-als-cerebrale-functiestoornis/volledig

    http://www.wetenschappelijktijdschriftautisme.nl/wp-content/uploads/2010/11/200502-relatie-taalontwikkelingsstoornissen.pdf

  • In het Belgisch Staatsblad van 16 februari 2011 verscheen een koninklijk besluit waarbij drie nieuwe codenummers in de nomenclatuur worden gevoegd m.b.t. het opmaken van een gespecialiseerd diagnostisch bilan voor dementie door een geneesheer-specialist in de neurologie, psychiatrie of geriatrie en het neuropsychologisch onderzoek met evaluatie van de cognitieve functies bij een patiënt met vermoeden van beginnende dementie.
    De nieuwe verstrekkingen en de bijhorende toepassingsregels treden in werking op 1 april 2011.

Betreft het KB van  24 januari 2011,  Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 2, A, en 20, § 1, f), van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Als neuropsychologen werkzaam in een algemeen ziekenhuis en betrokken bij de neuropsychologische diagnostiek kunnen wij niet nalaten een standpunt in te nemen ten aanzien van enkele elementen opgenomen in dit KB.  Het verontrust ons dat er in dit KB enkele elementen zijn opgenomen, die afbreuk dreigen te doen aan de kwaliteit, die we op dat vlak als psychologen willen bieden:

-                      In het KB staat vermeld dat de technische uitvoering niet dient te gebeuren door een klinisch psycholoog, maar door een “gekwalificeerd helper”.   Dit zet de deur open om het neuropsychologisch werk te laten uitvoeren door niet-psychologen.   Er wordt niet omschreven wat een gekwalificeerd helper als basisopleiding moet hebben.  De interuniversitaire 2 jaar durende opleiding neuropsychologie bepaalt overigens dat de basisvoorwaarde tot het volgen van deze post-graduaatsopleiding neuropsychologie een diploma master in de psychologie vereist.  We vrezen dat niet (neuro-)psychologisch geschoolde ziekenhuismedewerkers zullen ingeschakeld worden minimalistische onderzoeken te verrichten, die dan ook maar een schijndiagnostiek zullen toelaten, maar dat deze kwalitatief zwakkere onderzoeken wel zullen gehonoreerd worden, waar de kosten voor een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek uitgevoerd door een neuropsycholoog nog altijd door de patiënt zelf zullen moeten gedragen worden. 

-                      Als psycholoog beperken wij ons niet tot de technische uitvoering van opgelegde minimaal gehouden testen, maar trachten wij een antwoord te formuleren op de gestelde vraag en de gepresenteerde problematiek.   Verenging van de vraag naar “doe een dementieonderzoek” zal aanleiding geven tot een gebrekkige differentiaaldiagnose met aandoeningen met een vergelijkbare symptomatologie, maar met andere onderliggende dynamieken.   Deze dynamieken (we noemen bijvoorbeeld stemmingsstoornissen) vereisen ook gerichter testonderzoek, die niet voorzien is in wat men nu voor dementieonderzoek zal laten afnemen.

-                      Op vandaag duurt een neuropsychologisch onderzoek bij vermoeden van dementie minstens  twee uur.  Het KB suggereert dat dit op minder tijd en met minder hoogstaand onderzoek kan worden uitgevoerd.  We vrezen dat dit ten koste zal gaan van de kwaliteit van het onderzoek en de conclusies, die daaruit zullen getrokken worden.  We hebben ons tot op heden steeds verzet tegen de vraag om beperkter onderzoeken uit te voeren om zodoende grotere volumes te behalen omdat zulks geen recht doet aan de aard en de ernst van de pathologie.   We zullen dat ook blijven doen. 

-                      Op heden is het zo dat psychologen de evidence-based kennis en wetenschap hebben om op een autonome wijze conclusies te trekken en om dit in een psychologisch verslag op te nemen.  Het KB suggereert dat de “gekwalificeerde helpers” of psychologen enkel  dienen om de metingen testen of observaties technisch uit te voeren, waarna de conclusies omtrent diagnostiek enkel door de arts zou kunnen getrokken worden.  Op vandaag worden onze suggesties qua diagnostiek en behandeling zeer gewaardeerd en meestal ook opgevolgd. Wij willen dit zo houden.  We timmeren sinds jaar en dag aan deze weg en kunnen niet toestaan dat afbreuk aan wat reeds als een verworven recht wordt beschouwd sluiks in wetgeving wordt opgenomen. 

-                      In het KB wordt nergens gesuggereerd hoe het werk van de neuropsycholoog dient te worden gehonoreerd.  Dit zet de deur open voor allerlei misbruiken enerzijds maar het verlegt de kost van een onderzoek dat opbrengt voor geneesheren naar de kostenstaat van de uitvoerders van het onderzoek (of het nu die van de psycholoog of een andere ziekenhuismedewerker betreft).  Deze zelfde ziekenhuismedewerker (psycholoog of andere) moet zich wel verantwoorden voor de boekhoudkundige kost van z’n werking, maar het gegenereerde inkomen komt niet op dezelfde boekhouding te staan. 

We stellen vast dat in een wetgeving, die rechtstreeks het werk van psychologen aanbelangt de BFP niet werd geraadpleegd.  Ook dit verontrust ons.  We mogen hopen dat de BFP, die dit onderwerp op de agenda geplaatst heeft van de eerstvolgende algemene vergadering in deze krachtdadig optreedt.  
 
  • Kleef hierop de juiste diagnose: http://www.youtube.com/watch?v=LqtdaNgBI4A: "complex migraine" with "wernicke's"
  • Neuropsychologie-webpagina van Gilbert Allemeesch vernieuwd: http://users.telenet.be/allemeesch/KlinPsy/Neuropsy.htm
  • Wie gebruikt een diagnostisch systeem, zoals DSM of ICD voor het bijhouden van administratie rond patiënten?   Graag ervaringen daarmee meebrengen.
  • COTESS: COgnitieve TEStbatterij voor Senioren.  
    De auteur houdt ons op de hoogte van de stand van zaken.  Er zijn problemen bij het drukken, maar de test zal aan ons worden voorgesteld als ze klaar is.  
  • De voorjaarsconferentie van de NVN gaat door op 6 april: http://nvneuropsy.nl/?q=node/152

 Voor u gelezen:

Er is een verschil tussen pedofiele en niet pedofiele kindermisbruikers en tussen kindermisbruikers en niet-seksuele feitplegers.  

Angela Eastvold,1 Yana Suchy,2 AND Donald Strassberg2 (RECEIVED March 17, 2010; FINAL REVISION November 30, 2010; ACCEPTED December 1, 2010) AbstractThere is increasing evidence of neurocognitive dysfunction among child molesters, supporting the notion of brain anomalies among pedophiles. However, approximately half of child molesters are not pedophilic (i.e., are not primarily attracted to children), and neurocognitive differences between pedophilic (PED) and nonpedophilic (NPED) child molesters are not well understood. The purpose of this study was to assess neurocognition, specifically executive

functioning (EF), among phallometrically defined PED and NPED child molesters, relative to nonsexual offenders (NSO).

Participants (N589) were compared on seven EF domains. Results revealed that (a) child molesters exhibited an overall executive profile that was different from that of NSOs, with PEDs differing from NSOs but not from NPEDs; (b) child molesters on the whole performed better than NSOs on abstract reasoning and more poorly on inhibition; and (c) PEDs performed better than NPEDs on planning and exhibited better overall performance accuracy relative to NPEDs. These results suggest that PEDs exhibit a more deliberate, planful response style characterized by greater self-monitoring; whereas NPEDs appear to respond more impulsively. The current report further elucidates neurocognition among child molesters and highlights the need for future research examining subtypes of child molesters.

(JINS, 2011, 17, 295–307)

1Mental Health and Behavioral Sciences, James Haley Veterans Hospital, Tampa, Florida

2Department of Psychology, University of Utah, Salt Lake City, Utah

 

Light to Moderate Alcohol Use Protective Against Dementia in Older Adults 

Megan Brooks

Information from Industry High rates of response and remission in MDD High rates of response and remission in adults and adolescents aged 12 to 17 with major depressive disorder. Find out more March 7, 2011 — Mirroring findings in younger adults, a new study of adults 75 years and older at baseline suggests that drinking light to moderate amounts of alcohol may help protect against the development of dementia.

"There is strong evidence from previous longitudinal studies that [drinking] a small amount of alcohol is associated with lower incidence of overall dementia and Alzheimer dementia," Professor Siegfried Weyerer, PhD, from the Central Institute of Mental Health in Mannheim, Germany, said.

"Unique in our study," he told Medscape Medical News, "is that this result was also found among a large population [75 years and older at baseline] where the mean age was, at 80.2 years, much higher than that in previous studies."

The study was published online March 2 in Age and Ageing.

Drinkers Outnumber Teetotalers Dr. Siegfried Weyerer

Included in the study were 3202 elderly German individuals free of dementia at baseline who were followed up 1.5 years and 3 years later by means of structured clinical interviews, including detailed assessment of current alcohol consumption and dementia diagnoses.

On the basis of alcohol consumption information available for 3180 of the subjects, 50.0% were abstinent, 24.8% consumed fewer than 1 drink daily (10 g/day), 12.8% drank 1 to 2 drinks daily (10 – 19 g/day), and 12.4% consumed 2 or more drinks daily (=20 g/day). A small group of 25 participants met criteria for harmful drinking (>60 g/day for men and >40 g/day for women).

Among alcohol drinkers, nearly half (48.6%) drank wine only, 29.0% drank beer only, and 22.4% drank wine, beer, or spirits.

During an average of 3 years, 217 of the 3202 subjects (6.8%) developed dementia; 111 of these subjects (3.5%) developed Alzheimer dementia.

Compared with teetotalers, subjects consuming alcohol were 29% less likely to develop dementia (adjusted hazard ratio [aHR], 0.71; 95% confidence interval [CI], 0.53 – 0.96; P = .0028) and 42% were less likely to develop Alzheimer dementia (aHR, 0.58; 95% CI, 0.38 – 0.89; P = .013).

The protective effect of mild/moderate alcohol consumption on incident dementia was found after controlling for several social factors, such as education, physical and mental health problems including functional impairment or depression, lifestyle factors, or ApoE4 status factors, which have a significant impact on dementia, said Dr. Weyerer.

With regard to quantity of alcohol consumed, the researchers reported all hazard ratios were lower than 1. However, a statistically significant association was found only for subjects consuming between 20 and 29 g of alcohol per day.

A lower risk for incident dementia was found for all types of alcohol, with statistically significant hazard ratios found among those drinking mixed alcoholic beverages.

"In agreement with meta-analyses that include younger age groups, our study suggests that light-to-moderate alcohol consumption is inversely related to incident dementia, also among individuals aged 75 years and older," the study authors conclude.

"People should be aware that we are talking about mild/moderate consumption of alcohol. There is no doubt that long-term alcohol abuse is detrimental to memory function and can cause neurodegenerative disease," said Dr. Weyerer.

Experts Weigh In

Medscape Medical News asked the International Scientific Forum on Alcohol Research to weigh in on the study in relation to prior studies. The forum is a joint undertaking of the Institute on Lifestyle & Health of Boston University School of Medicine in Massachusetts and Alcohol in Moderation of the United Kingdom. Forum members are not paid; members are researchers who share their knowledge and expertise and put recent research into context with other studies.

A statement from the forum provided to Medscape Medical News notes that during the past 31 years (1980-2011), the association between moderate alcohol intake and cognitive function has been investigated in 71 studies comprising 153,856 men and women from various populations with various drinking patterns.

"Most studies showed an association between light to moderate alcohol consumption and better cognitive function and reduced risk of dementia, including vascular dementia and Alzheimer dementia," according to the forum.

However, forum member Erik Skovenborg, MD, of the Scandinavian Medical Alcohol Board and Practitioner, from Aarhus, Denmark, made the point that "since a randomized, controlled study of alcohol consumption and risk of dementia has not been done [and would not be feasible], the jury is still out concerning the importance of confounding."

Dr. Skovenborg noted that "happy people with many friends have the most opportunities for social drinking and in the [current] study alcohol consumption was significantly associated with factors that are protective for the development of dementia: better education, not living alone, and absence of depression.

"However, even after controlling for these and several other factors, the risk for incident dementia was still significantly lower among light-to-moderate alcohol consumers. Even so, it may still be a part of the explanation that old German men and women, who drank alcohol sensibly in old age, also have a healthier lifestyle in terms of physical, dietary, and mental perspectives," Dr. Skovenborg said.

Forum member Roger Corder, PhD, MRPharmS, from the William Harvey Research Institute, Queen Mary University of London, United Kingdom, agrees that "it is very difficult to separate alcohol consumption from other healthy lifestyle factors in populations where moderate drinking is commonplace.

"In this respect," he said, "the [current] study doesn’t correct for a healthy diet, which is also likely very important, as a poor diet is associated with increased risk of dementia due to deficiencies such as low omega-3 fat intake, inadequate vitamin B12, etc. However, it is also known that improved vascular function in alcohol drinkers could account for some element of reduced dementia risk."

Forum member Harvey Finkel, MD, of Boston University Medical Center in Massachusetts, said, although he believes that one "should not start to drink just because one has attained seniority, neither must one stop. Elderly folks handle alcohol with more responsibility than do the young, and they may derive greater health benefits from moderate drinking. Age is not a reason for abstinence," Dr. Finkel said.

The study was funded by the German Federal Ministry of Education and Research. Dr. Weyerer and colleagues have disclosed no relevant financial relationships.

Age Ageing. Published online March 2, 2011. Abstract

Rood vlees eten:

December 29, 2010 — Women who consume at least 102 g red meat a day have a 42% higher risk for cerebral infarction than those who eat 25 g or less red meat daily, new research shows.

The findings "suggest that consumption of red and processed meats may increase risk of cerebral infarction," the authors, led by Susanna C. Larsson, PhD, from the National Institute of Environmental Medicine, Stockholm, Sweden, conclude.

"These findings merit confirmation in additional large, prospective studies and in experimental studies on possible biological mechanisms," they add.

The study was published online December 16 in Stroke.

 

First call for Abstracts and Symposia 

3rd Scientific Meeting of the 

Federation of European Societies of Neuropsychology (ESN)

September 7-9, 2011, Basle, Switzerland

The Organizing Committee invites you to submit an abstract and/or symposium for the 3rd scientific meeting of the ESN from September 7-9, 2011 in Basle, Switzerland. Submission for symposia and abstracts opens December 1st, 2010 and closes March 31st, 2011. Detailed information can be obtained from the congress website: www.esn2011.org

Zoekertje:

Wij zijn op zoek naar de scoring van de diverse items van de Boston Benoemtaak volgens Van Loon-Vervoorn. Heel concreet per item voorbeelden van 0, 1, 2 of 3 punten antwoorden. Kan iemand hierbij lpen?

Wil hieromtrent antwoorden op bovenvermelde e-adressen.

 

Verslag van de vergadering: 4 november 2010:

  • Franstalige testen blijken behoorlijk te verschillen van Nerdelandstalige, zowel qua afnamewijze, items als normeringen.  We doen mogingen om informatie te bekomen in Doornik (Stefaan), via de VVKP-werkgroep (Karolien), 
  • de Scopa-Cog (Nederlandstalig en Franstalig): lDe test wordt vaak gebreuikt voor studies met betrekking tot Parkinson.  ees er alles over op:
  • EUROPEAN BRAIN INJURY QUESTIONNAIRE (EBIQ)

    De EBIQ is oorspronkelijk ontwikkeld door een groep van tien mensen uit acht verschillende landen (Denemarken, België, Brazilië, Duitsland, Frankrijk, Portugal, Spanje en Finland). Het is een zelfbeoordelinglijst bestaande uit 63 items over de gevolgen van het hersenletsel voor de patiënt en drie items over de gevolgen voor de familie. Het betreft met name gevolgen op cognitief, emotioneel en sociaal gebied. Er bestaan twee versies: één voor de patiënt en één

    voor familieleden. Beide versies bevatten dezelfde items, waarbij het perspectief van de vraag verschilt. De patiënt wordt gevraagd of hij een bepaald probleem heeft ervaren in de afgelopen maand, waarbij hij kan kiezen uit ‘helemaal niet’, ‘soms’ of ‘vaak’. De familie wordt gevraagd of de patiënt in de afgelopen maand deze problemen heeft ervaren. De auteurs

    geven aan dat er geen items zijn opgenomen die cultuurgebonden zijn. In een groot internationaal project is de EBIQ afgenomen bij 905 patiënten met hersenletsel en 203 controles zonder hersenletsel (Teasdale et al, 1997). Uit factoranalyse blijkt dat de 63 items over het functioneren van de patiënt onder te verdelen zijn in de volgende acht schalen: somatiek, cognitie, motivatie, impulsiviteit, depressie, isolatie, fysiek en communicatie.

    Er is een subgroep van 34 items gedefinieerd (‘core set’) die representatief is voor de ernst van de beperkingen. De interne consistentie van de schalen varieert van redelijk tot goed (Cronbach’s alpha 0.47-0.92). Voor de meerderheid van de items werden significante verschillen gevonden tussen personen met en zonder hersenletsel. De familieleden scoorden de problemen van de patiënt als zijnde ernstiger dan de patiënten zelf (Teasdale et al, 1997).

    Om de EBIQ in Nederland te kunnen gaan gebruiken, is de lijst eerst door twee officiële vertalers onafhankelijk van elkaar vertaald: eerst van het Engels naar het Nederlands en toen

    weer terug. Een enkel item gaf discrepantie tussen de beide vertalers; deze zijn met beiden opnieuw besproken. Zo ontstond de definitieve EBIQ-NL.

    We stellen voor dat iedereen de volgende teksten even doorneemt:

  • Tower of London test: stand van zaken in verband met scoring en normering:  André doet opnieuw een poging om de auteur en de uitgever te ondervragen over de onduidelijkheid met betrekking tot de scoring van de test.
  • Karolien vertelt over de intervisiegroep neuropsych van de VVKP dat ze daar thans voorzitster van geworden is.  Er zijn een 20-tal, vooral jonge leden, die weinig ervaring hebben.  Er wordt daarom gezocht naar iets oudere VVKP-leden (niet VVKP-leden zouden niet in aanmerking komen) om zich bij de maandelijks op zaterdagochtend samenkomende groep aan te sluiten.  
  • Eline zoekt informatie ivm kankerbehandeling en cognitieve stoornissen en in verband met morfine en cognitieve  klachten

Er lijkt enige controverse te bestaan in verband met het al dan niet voorkomen van een cognitieve en ruimer psychische weerslag van het gebruik van morfine.   Deze medicatie wordt thans ook vaker in niet terminale stadia gebruikt.  

Samenvattend kan men stellen dat er zeer lang is aangenomen dat er nauwelijks of zelfs geen cognitieve weerslag was.   recenter onderzoek is wat dat betreft "eerlijker":   De volgende tekst is te vinden op: Nevenwerkingen van Morfine.

Performance

Most reviews conclude that opioids produce minimal impairment of human performance on tests of sensory, motor, or attentional abilities. However, recent studies have been able to show some impairments caused by morphine, which is not surprising given that morphine is a central nervous system depressant. Morphine has resulted in impaired functioning on critical flicker frequency (a measure of overall CNS arousal) and impaired performance on the Maddox Wing test (a measure of deviation of the visual axes of the eyes). Few studies have investigated the effects of morphine on motor abilities; a high dose of morphine can impair finger tapping and the ability to maintain a low constant level of isometric force (i.e. fine motor control is impaired), though no studies have shown a correlation between morphine and gross motor abilities.

In terms of cognitive abilities, one study has shown that morphine may have a negative impact on anterograde and retrograde memory, but these effects are minimal and are transient. Overall, it seems that acute doses of opioids in non-tolerant subjects produce minor effects in some sensory and motor abilities, and perhaps also in attention and cognition. It is likely that the effects of morphine will be more pronounced in opioid-naive subjects than chronic opioid users.

In chronic opioid users, such as those on Chronic Opioid Analgesic Therapy (COAT) for managing severe, chronic pain, behavioural testing has shown normal functioning on perception, cognition, coordination and behaviour in most cases. One recent study analysed COAT patients in order to determine whether they were able to safely operate a motor vehicle. The findings from this study suggest that stable opioid use does not significantly impair abilities inherent in driving (this includes physical, cognitive and perceptual skills). COAT patients showed rapid completion of tasks which require speed of responding for successful performance (e.g. Rey Complex Figure Test) but made more errors than controls. COAT patients showed no deficits in visual-spatial perception and organization (as shown in the WAIS-R Block Design Test) but did show impaired immediate and short-term visual memory (as shown on the Rey Complex Figure Test – Recall). These patients showed no impairments in higher order cognitive abilities (i.e. Planning). COAT patients appeared to have difficulty following instructions and showed a propensity towards impulsive behaviour, yet this did not reach statistical significance. Importantly, this study reveals that COAT patients have no domain-specific deficits, which supports the notion that chronic opioid use has minor effects on psychomotor, cognitive, or neuropsychological functioning.

It is difficult to study the performance effects of morphine without considering why a person is taking morphine. Opioid-naive subjects are volunteers in a pain-free state. However, most chronic-users of morphine use it to manage pain. Pain is a stressor and so it can confound performance results, especially on tests that require a large degree of concentration. Pain is also variable, and will vary over time and from person to person. It is unclear to what extent the stress of pain may cause impairments, and it is also unclear whether morphine is potentiating or attenuating these impairments.

De mechanismen zijn allicht iets complexer dan wat men eerst dacht.   Dit is een boeiend artikel in dit verband: http://www.pnas.org/content/95/10/5807.full

Gilbert merkte op dat toedieningswijze allicht niet onbelangrijk zou zijn.  We vinden studies, die dit onderzocht hebben in een post-operatieve populatie van ouderen.   Boeiend artikel: http://www.anesthesia-analgesia.org/content/102/4/1255.full

Algemeen willen we verwijzen naar de drug en human performance fact sheets: http://www.nhtsa.gov/people/injury/research/job185drugs/morphine.htm en  http://www.nhtsa.gov/people/injury/research/job185drugs/index.htm

Er is boeiende literatuur in verband met medicatie en gebruik van voertyigen.   Morfinegebruik is een tegenindicatie om voertuigen te besturen.  http://www.cbr.nl/brochure/Geneesmiddelen%20en%20rijvaardigheid.pdf

Er werd literatuur meegegeven met betrekking tot Ca en cognitie, Ca en werk, Ca en vermoeidheid, ... 

  • Fanny is op zoek naar litteratuur ivm depressie en executieve functiestoornissen

We kregen informatie van Johan: 

Cognitive deficits in depression 

A review on cognitive impairments in depressive and anxiety disorders with a focus on young adults

Attention and executive functions in remitted major depression patients

Deze artikels kunnen per e-post bij Johan, Fanny of Stefaan worden opgevraagd.

Er is een boeiende scriptie van Joost Janssen op het net te vinden: http://igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/2006-0905-200754/index.htm

Lees vlug de Nederlandstalige samenvatting: http://igitur-archive.library.uu.nl/dissertations/2006-0905-200754/sam.pdf

Ook van deze auteur: 

  • Association of depression duration with reduction of global cerebral gray matter volume in female patients with recurrent major depressive disorder
    Indrag K Lampe
    Rudolph Magnus Institute of Neuroscience, Department of Psychiatry, University Medical Center Utrecht, PO Box 85500, 3508 GA Utrecht, The Netherlands
    Am J Psychiatry 160:2052-4
  • Hippocampal volume and subcortical white matter lesions in late life depression: comparison of early and late onset depression
    Joost Janssen
    Medical Imaging Laboratory, Hospital Gregorio Marañon, Madrid, Spain
    J Neurol Neurosurg Psychiatry 78:638-40
  • Cerebral volume measurements and subcortical white matter lesions and short-term treatment response in late life depression
    Joost Janssen
    Department of Psychiatry, Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, University Medical Centre Utrecht, Utrecht, The Netherlands
    Int J Geriatr Psychiatry 22:468-74
  • Hippocampal changes and white matter lesions in early-onset depression
    Joost Janssen
    Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, University Medical Center Utrechtz, The Netherlands
    Biol Psychiatry 56:825-31
  • Larger brains in medication naive high-functioning subjects with pervasive developmental disorder
    Saskia J M C Palmen
    Department of Child and Adolescent Psychiatry, Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, University Medical Center Utrecht, Utrecht, The Netherlands
    J Autism Dev Disord 34:603-13
  • Late-life depression: the differences between early- and late-onset illness in a community-based sample
    Joost Janssen
    Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, University Medical Center Utrecht, Department of Psychiatry, Utrecht, The Netherlands
    Int J Geriatr Psychiatry 21:86-93

Eveneens boeiend om te lezen:

Depressieve hersenen wapenen zichzelf tegen negatieve prikkels

Mensen die lijden aan een depressie ontwikkelen een soort afweermechanisme in hun hersenen. Hierdoor wordt aandacht voor negatieve prikkels onderbroken en ongecontroleerde emotionele reacties vermeden. Dat blijkt uit een onderzoek van professor Chris Baeken van de Vrije Universiteit Brussel.  Mensen die lijden aan een depressie vertonen een duidelijke neuronale overactiviteit in het limbisch gebied van de hersenen. Deze 'overdrive' in neuronale activiteit leidt tot verhoogde emotionele reacties, vooral bij het verwerken van negatieve prikkels.

Psychiater Chris Baeken vergeleek een groep melancholisch depressieve vrouwen met een groep vrouwen die nog nooit een depressie hebben doorgemaakt. Door middel van een MRI-scan werd de activiteit van het limbische hersengebied in kaart gebracht, terwijl de vrouwen positieve en negatieve stimuli te verwerken kregen. Hiervoor werden foto's getoond van vrolijke babygezichtjes en van huilende baby's met een ernstig huidprobleem.

Zoals verwacht vertoonden de depressieve vrouwen significant meer activiteit in de linker en rechter subgenuale cingulate cortex, niet alleen bij het verwerken van negatieve beelden, maar ook van positieve. Dit laatste kan erop wijzen dat melancholisch depressieve patiënten het moeilijk hebben om te kunnen genieten van positieve ervaringen.

Een tweede en opvallende vaststelling was dat bij de depressieve groep de linker subgenuale cingulate cortex significant minder activiteit vertoonde bij het verwerken van negatieve prikkels.

Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat ondanks de depressieve toestand er een beschermingsmechanisme optreedt dat aandacht naar negatief materiaal onderbreekt om langdurig negatief emotionele reacties te vermijden.

 

Nieuw spoor in alzheimeronderzoek

Misschien is er eindelijk een geneesmiddel tegen de ziekte van Alzheimer in de maak. Dat zeggen twee onderzoekers van de K.U. Leuven in Knack.  

Chemicus Fred Van Leuven en bioloog Joris Winderickx hebben hun kennis en kracht gebundeld in het onderzoek naar Alzheimer.
Van Leuven is de ouderdomsdeken van het alzheimeronderzoek in ons land, en leek met zijn ideeën lange tijd op het verkeerde spoor te zitten: het spoor dat de meeste andere alzheimeronderzoekers niet volgden.  Hij focuste namelijk vooral op de rol die lange strengen van het eiwit tau op de ontwikkeling van alzheimer in de hersenen zouden spelen, terwijl het grootste deel van de wetenschappers meenden dat de sleutelrol bij plaques van het eiwit beta-amyloïd lag. Sinds kort weet men dat de twee eiwitten waarschijnlijk een tandem vormen in het uitlokken van de ziekte, dat ze elkaar versterken. Door de combinatie van dit inzicht met hun beider expertise – Van Leuven is expert van transgene muizen, Winderickx van gistmodellen – konden de twee enkele stoffen identificeren met hoog potentieel in de strijd tegen de ziekte.  Om hun ideeën in de praktijk te brengen richtten ze in 2002 het bedrijf reMYND op. Dat werd in september jongstleden overgenomen door de internationale farmareus Roche, voor een half miljard euro – meteen een van de grootste biotechdeals die ooit in ons land zijn gesloten. Roche zal de klinische testen doen voor twee middelen (waaronder eentje tegen de ziekte van Parkinson) die reMYND identificeerde, en zal de zoektocht naar nieuwe middelen ondersteunen. 
Ten vroegste in 2020 zullen we weten of Van Leuven en Winderickx de zo lang verwachte doorbraak in de strijd tegen alzheimer hebben gerealiseerd.

Programma Voorjaarsconferentie NVN 2010:

09.15–09.45 Registratie en ontvangst met koffie/thee Foyer
09.45–10.00 Martin Klein (VU Medisch Centrum, Amsterdam) Welkom en inleiding
10.00–10.50 Philip de Witt Hamer (VU Medisch Centrum, Amsterdam): Resectie van glioom tot aan functie
10.50–11.40 Martin Klein (VU Medisch Centrum, Amsterdam): Cognitie bij hersentumoren
11.40–12.10 Koffie/thee Foyer
12.10–13.00 Marc Hendriks (Radboud Universiteit, Nijmegen): Intraoperatief meten van cognitieve functies
13.00–14.00 Lunch Foyer
14.00–14.30 Esther Habets (Medisch centrum Haaglanden, Den Haag): Cognitief functioneren pre- en postoperatief; hooggradig glioom versus meningeoom
14.30–15.00 Evy Visch (Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam): Taaltaken: pre-, per- en postoperatief Marijke Miatton (Universiteit van Gent) Cognitieve effecten van amygdalohippocampale diepe hersenstimulatie bij patiënten met refractaire temporale kwab epilepsie15.00–15.30 Pauze met koffie/thee Pauze met koffie/thee
15.30–16.00 Veerle Visser-Vandewalle (Universiteit van Maastricht): Diepe hersenstimulatie anno 2010 
15.30–16.00 Kees Braun (Wilhemina Kinderziekenhuis Utrecht): Hemisferectomie bij kinderen 
16.00–16.30 Annelien Duits (Universiteit van Maastricht): Diepe hersenstimulatie: hoe ‘diep’ mogen we gaan?16.00–16.30 Monique van Schooneveld (Wilhelmina Kinderziekenhuis Utrecht): Cognitieve gevolgen van hemisferectomie

Zwaar roken op middelbare leeftijd verdubbelt de kans op Alzheimer .....

....    tenzij ze natuurlijk vroeger doodgaan.  

October 28, 2010 — Heavy smoking in midlife more than doubles the risk of developing Alzheimer's disease (AD) and other forms of dementia 2 decades later, according to a new observational study reported online October 25 in the Archives of Internal Medicine.

The finding, from a large cohort of more than 20,000 people, suggests that the brain is not immune to long-term consequences of heavy smoking.

"This study shows that if you are an elderly person and you've been smoking and you are lucky enough that you didn't get respiratory disease or cancer or cardiovascular disease, you're still at risk for another disease that's pretty devastating that can occur in late life," senior study author Rachel Whitmer, PhD, an epidemiologist at Kaiser Permanente Division of Research, Oakland, California, told Medscape Medical News.

Some studies suggest that smokers have a reduced risk for Parkinson's disease and other neurodegenerative conditions, as well as cognitive impairment, but others have found an association between smoking in midlife and later development of AD and other dementias.

Ruggenprik geeft zekerheid over Alzheimer:

De ziekte van Alzheimer is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast te stellen door bij een patiënt hersenvocht af te nemen via een ruggenprik. Er is inmiddels voldoende bewijs dat het voorkomen van bepaalde eiwitten in het hersenvocht uitsluitsel geeft over de ziekte. De ruggenprik zou dan ook snel moeten worden opgenomen in de richtlijnen voor artsen om de ziekte van Alzheimer te bepalen.

Dat zegt arts-onderzoeker Petra Spies van het Alzheimer Centrum Nijmegen. Spies heeft onderzoek gedaan naar het toepassen van de ruggenprik bij patiënten met beginnende dementie. Het blijkt dat lang niet alle artsen de methode gebruiken, omdat ze bang zijn voor complicaties. Maar Spies zegt dat ze geen andere complicatie dan hoofdpijn heeft gevonden. Wel bleek dat na een ruggenprik bij een kwart van de patiënten de eerdere diagnose moest worden bijgesteld. De ziekte van Alzheimer wordt tot nu toe bepaald aan de hand van symptomen en neuropsychologische tests, eventueel nog aangevuld met een MRI-scan. In Nederland lijden ongeveer 130.000 mensen aan Alzheimer, de meestvoorkomende vorm van dementie. De verwachting is dat hun aantal door de vergrijzing groeit naar circa 410.000 in 2050. Dan zou 2 procent van de bevolking de ziekte hebben.

Lilly Halts Alzheimer’s Drug Trial:

By ANDREW POLLACK

In yet another setback in efforts to treat Alzheimer’s disease, Eli Lilly and Company announced on Tuesday that it had halted development of an experimental treatment after the compound actually made patients worse in two late-stage clinical trials.

The company said the drug, called semagacestat, did not slow progression of the disease and was associated with a worsening of cognition and the ability to perform the tasks of daily living.

The failure is the latest problem with experimental Alzheimer’s disease drugs in the final phase of clinical trials, following previous misses by Myriad Genetics and by the team of Pfizer and Medivation. Another closely watched drug being developed by Pfizer, Johnson & Johnson and Elan has had mixed results in a middle-stage clinical trial.

The failures, and particularly this newest one by Lilly, could raise questions about the validity of the prevailing theory about Alzheimer’s, which is that the disease is caused by the accumulation of so-called amyloid beta plaques in the brain …

Here is the link …: http://prescriptions.blogs.nytimes.com/2010/08/17/lilly-halts-alzheimers-drug-trial/?hp

New brain scan to diagnose autism:

Brain MRI The computer scan shows up a distinctive pattern associated with autism

A brain scan that detects autism in adults could mean much more straightforward diagnosis of the condition, scientists say.

Experts at King's College London said the scan - tested on 40 people - identified tiny but crucial signs of autism, only detectable by computer.

Current methods of diagnosis can be lengthy and expensive.

Al gehoord van de NVBN?

 

Although carrying excess weight anywhere appears to impair older women's brains, carrying it on the hips may make matters worse, they say.

The Northwestern Medicine team found "apple-shaped" women fared better than "pears" on cognitive tests. But depositing fat around the waist increases the risk of cancer, diabetes and heart disease, experts warn. They said the findings, in the Journal of the American Geriatrics Society, highlighted the importance of maintaining a healthy weight for both body and mind.

Some of the health risks associated with obesity, such as vascular disease and inflammation, may explain why people who are overweight appear to be at higher risk of dementia. However, the latest study suggests a bit of extra fat around the waist may actually protect brain functioning.

 

 

In Honolulu werden deze week nieuwe criteria voor AD, MCI en preclinical AD voorgesteld:

Nieuwe criteria AD

Nieuwe criteria MCI

Nieuwe criteria Preclinical AD

Noteer alvast in uw agenda: AAICAD 2011

Alzheimer's Association International Conference on Alzheimer's Disease 2011

Porte de Versailles
Paris, France
July 16-21, 2011

Vergadering van dinsdag 6 juni 2010 om 20.00 uur.

Op het agenda stond ondermeer:

  • Hallucinaties,illusies, delusies, .... bij dementerenden.   Opkuisen van terminologie.   Implicaties voor onderzoek en diagnostiek.  Hoe (a)specifiek zijn deze verschijnselen?
  • Casusbespreking: persoonlijkheid interfereert met onderzoeksresultaat.  Casus van een man met hallucinaties, gangstoornissen, momenten van bewustzijnsverlies (geen epilepsie), geheugenproblemen, …
  • Casusbespreking: diabetic encephgalopathy
  • Deuren en mensen.  
  • Katrien wil het hebben over Korsakov-diagnostiek.   Zij brengt een casus mee.
  • Test volkomen voorspelbare woorden.
  • Wie heeft welke tijdschriften?  Wat kunnen we delen, waarin kunnen we beter investeren?
  • andere onderwerpen 
  • ....

De bijhorende literatuur wordt nagestuurd.

Voor u gelezen.   Dit was toch even slikken!

Goed kauwen zou dementie kunnen voorkomen

 

Het is belangrijk dat oudere mensen zo lang mogelijk goed op hun eten kunnen kauwen. Dat concludeert Roxane Weijenberg van de afdeling Klinische Neuropsychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam in haar artikel in het tijdschrift Neuroscience and Biobehavioral Reviews. Mensen met een verminderde kauwfunctie hebben namelijk een grotere kans om te overlijden, gehandicapt te worden – en ook om dementie te ontwikkelen.

Roxane Weijenberg bestudeerde vele verschillende internationale studies naar dieren en naar mensen en trok daaruit deze conclusies: ‘Bij sommige studies met muizen werden de tanden uitgetrokken, waarna de dieren gemalen voedsel kregen. Je zag dan dat zowel de geheugenfunctie als de gezondheid van de hersenen achteruit ging.’ In studies bij mensen werden vergelijkbare resultaten gevonden. Deze conclusies zijn onder andere van belang voor het voedselbeleid in verpleeghuizen. ‘Wat je vaak ziet is dat al het eten wordt vermalen’, aldus Weijenberg. ‘Soms omdat dat makkelijker is, maar soms ook omdat de maaltijd gewoon niet anders wordt aangeleverd. Als er slikproblemen zijn is gemalen eten de juiste keuze, maar wanneer er geen medische noodzaak is, is het beter om gewoon goed te kauwen.

Bron: http://www.nieuwsvoordietisten.nl

Dringende vraag:

De onderstaande vraag van een collega bereikte ons.   We willen de beschikbare informatie wel verzamelen en op de webstek plaatsen.

Hoi!

 

In het kader van de MS- conventie moet ik een bijscholing geven over omgaan met cognitieve problemen bij MS.

De bijscholing is gericht op Woon- en Zorgcentra, die elk een aantal bedden hebben voorbehouden voor patiënten met MS.

Hebben jullie hier goede informatie over of een link/boek die jullie aanraden?

Voor reacties: neem contact op met: cmlp@telenet.be

 

Overzichtsboekje TBI (klik op het logo)

 

De neuropsychologie van pijn en pijn-interventies

Jensen geeft een neuropsychologisch overzicht van hersenen en pijn. Vier regio’s blijken daarbij erg belangrijk: prefrontale cortex, anterior cingulate cortex, sensorische cortex en de insula.


Prefrontale cortex (PFC)
De prefrontaal cortex encodeert de cognitieve aspecten van acute en chronische pijn: de betekenis van pijn en beslissingen rond coping met pijn. De PFC heeft in het algemeen een inhiberende functie. Hoe sterker de activatie PFC des te minder pijn. Vanuit PFC kan top-down pijndemping ontstaan door invloed op het periaqueductale grijs in de hersenstam.

Anterior Cingulate Cortex (ACC)
Activiteit van de ACC is betrokken bij zowel de affectie/emotionele dimensie van pijn (=lijden) als de motivationeel/motorische dimensie (voorbereiden en initiëren van gedragsmatige coping met pijn). Ze speelt een belangrijke rol bij het creëren van angstige herinneringen in relatie tot pijn.

Primaire en secundaire sensorische cortex (S1 en S2)
Zowel de S1 als S2 is betrokken bij het spatieel encoderen van de nociceptie. S2 ontvangt als eerste in de cortex de nociceptieve input. Waarschijnlijk encodeert S2 sterker de intensiteit en kwaliteit van de pijn dan S1.

Insula
De insula is de sensorische component van het limbische systeem. Het encodeert hoe iemand zich voelt op een groot aantal domeinen die gerelateerd zijn aan motivatie (de mate waarin iemand dorst, honger, pijn, jeuk heeft versus verzadigd en fysiek tevreden zijn). Vooral bij zuurstofgebrek, laag bloedsuiker niveau en pijn wordt ze actief.


Het pijn netwerk en plasticiteit
Er is geen pijncentrum in het brein. Pijn is het gevolg van het activeren van een netwerk van verschillende regionen.
Langdurige perifere nociceptieve input sensitiseert bepaalde hersenregionen die de verwerking van toekomstige nociceptieve input beïnvloeden. Patiënten met fibromyalgie en chronische lage rugpijn hebben een verhoogde activatie in bepaalde regionen. Ook de organisatie en structuur van de hersenen kan bij pijn veranderen. Regio S1 mond kan bijvoorbeeld in de richting van S1 regio van het geamputeerde ledemaat verschuiven. Bij fibromyalgie en chronische lage rugpijn is de grijze stof in PFC afgenomen, waardoor de pijninhibitie ook afgenomen is. Per chronische pijn aandoening kan er een ander activatiepatroon in de hersenen zijn.

Interventies gericht op cognities

Cognitieve herstructurering of cognitieve therapie
Het gaat hierbij om het achterhalen en corrigeren van disfunctionele automatische opvattingen over pijn. Voorbeelden daarvan zijn catastroferen over pijn, vrees gerelateerde opvattingen en/of een lage eigen effectiviteit verwachting. Cognitieve interventies zal primair effect hebben op de PFC en via deze regio ook op de ACC. Immers cognitie (minder catastroferen: PFC) geeft minder pijnlijden (ACC). Via deze emotionele pijnregio zal indirect ook minder S1/S2 activatie optreden.  Deze hypothesen moeten nog bevestigd worden, maar er zijn al aanwijzingen.

Acceptatie gerichte therapie
Hierbij wordt de patiënt aangemoedigd/aangeleerd om het vechten tegen de pijn te stoppen en de inspanningen te verleggen richting het behalen van andere gewaardeerde levensdoelen. Cognitieve therapie zal de inhoud van de cognities willen veranderen, acceptatie gerichte benaderingen willen daarentegen meer de focus verleggen. Beide benaderingen zullen een primair effect hebben op de activiteit van de PFC. Omdat acceptatie gerichte benaderingen ook aanmoedigen de aandacht te verleggen van pijn naar andere levensdoelen, zal deze aandachtsverschuiving ook impact kunnen hebben op de sensorische component van de pijnwaarneming (S1/S2). Er zijn aanwijzingen dat acceptatie gerichte therapie een sterker effect heeft op de pijn intensiteit dan cognitieve therapie.

Interventies gericht op gedrag

Operante benadering
Deze benadering vertrekt vanuit de visie dat pijn gedrag/communicatie sterk beïnvloed wordt door de omgeving (negeren, belonen, straffen). Het gaat daarbij niet alleen om de activiteiten te verhogen, maar ook om duidelijk te maken dat pijn niet perse schade betekent, en dat bewegen juist herstel veroorzaakt. Ook de operante benadering verschuift de aandacht weg van de pijn in de richting van activiteiten. De betekenis van de pijn (PFC), het pijnlijden (ACC) en de pijnsensatie (S1/S2) kan afnemen.

Motivational interviewing (MI)
Het centrale idee is dat de patiënt niet zozeer nieuwe vaardigheden moet aanleren, maar de motivatie moet krijgen om de vaardigheden die hij al heeft te gaan inzetten. De patiënt wordt aangemoedigd persoonlijke relevante redenen voor veranderingen te verzinnen en zichzelf te overtuigen dat deze door hem haalbaar zijn. Dit vanuit intrinsieke motivatie. Waarschijnlijk activeert MI sterker de anterior cortex (PFC) dan de posterior cortex (S1/S2 en insula).

Interventies gericht op vermogen relaxatie en comfort te ervaren

Relaxatie training
Relaxatie training kan de pijn  verminderen maar dit correleert niet met een actuele spiertonus vermindering perifeer, maar juist wel met de perceptie van afname van spierspanning en toegenomen self efficacy. Dus het (centrale) corticale effect is belangrijker. Relaxatie training richt zich op het ervaren van fysieke sensaties van ontspanning (S1/S2) maar dit ook in combinatie met mentale rust (Insula/ACC). De verhoogde self efficacy zal waarschijnlijk met verhoogde PFC activiteit correleren.

Hypnose
Hypnose bevat vaak een introductie die lijkt op relaxatie, gevolgd door suggesties gericht op emoties of pijnsensaties/beleving. Hypnotische suggesties gericht op het reduceren van pijnongemak in plaats van pijn intensiteit vermindert wel de activiteit in ACC, maar niet in de sensorisch cortex. Andersom blijkt dat suggesties gericht op de pijn intensiteit maar niet op pijnongemak de activiteit in S1 (en deels in S2) vermindert, maar niet in ACC. Men mag verwachten dat suggesties gericht op self efficacy de PFC activeert, en dat suggesties gericht op tevredenheid de insula zal activeren, maar dit moet nog worden onderzocht.

Placebo interventies
Placebo interventies hebben waarschijnlijk het sterkste effect via verwachtingen (PFC) en motivatie (limbische systemen bijv ACC en Insula). Inderdaad blijkt bij een review dat PFC activiteit toeneemt en ACC af.

Klinische implicatie
Kennis van deze relaties tussen de pijndimensies en neuropsychologie kan helpen bij de keuze van interventies. Het leert de therapeut te luisteren naar welke elementen in de pijnrapportage/beleving/gedrag het sterkst aanwezig zijn (sensorisch, cognitief affectief, motivationeel) om vervolgens te speculeren dat een bepaald hersendeel daarbij betrokken is, en men zich met interventies hier relatief specifiek op kan richten.

Bron: Jensen, M. P. (2010). A Neuropsychological Model of Pain: Research and Clinical Implications. The Journal of Pain, 11(1), 2-12.
(c) www.PsychFysio.nl
drs. P. van Burken 

Inhoud van de vergadering: 17 februari 2010 

op het CMLP, Hogeweg 19, 8200 Sint-Andries. 

Op de agenda staat:

Neuropsychologisch onderzoek bij dementie

De vragen kennen we :

  • Is het een MCI of beginnende Alzheimer? 
  • De patiënt wordt verdacht van Lewy-Body dementie: graag uw neuropsychologisch onderzoek.  
  • Frontale dementie met apathie of Alzheimer met depressie?

Discussies gaan wel eens over: 

  • multihaarddementie  - Alzheimer
  • corticale of subcorticale dementie
  • trainbaar of niet trainbaar

We kunnen dit onderwerp van twee kanten benaderen:

  • Bij de verschillende vormen van dementie: welke afwijkingen vinden we op welke testen?  Wat zijn de probleemgebieden bij de verschillende vormen van dementie en hoe kunnen die best in het licht gesteld worden.
  • Gegeven een bepaald testonderzoek (bijvoorbeeld kloktekening, Kendrick, AVLT, ADS6, ....) welke afwijkingen laten toe waartoe te besluiten?

Voorstel:

  • Breng zelf een casus mee.
  • Breng zelf een test of een batterij mee, waar je goed mee overweg kan en waar jij enkele vragen mee kunt beantwoorden
  • Breng vragen mee, weetjes of overtuigingen, die de moeite zijn om uitgedaagd te worden
  • Breng materiaal mee op een datastokje.   ik zorg voor een computer en een dataprojector. 

 Stefaan

 

Zien we elkaar op de ESN?

 

 

Al gehoord van Transient Global Amnesia?

Enig idee wanneer je daar al last zou kunnen van krijgen?  

http://www.cnn.com/2009/HEALTH/11/04/transient.global.amnesia/index.html

The Brain: Teaching Modules
 

Video teaching modules for college and high school classrooms and adult learners; 32 video modules (from 5 to 20 minutes in length) and guide

volg deze link.

Ook in coma kan je nog bijleren

Ook mensen die in coma liggen, kunnen nog herinneringen vormen en dus bijleren.
comamasker


Drie jaar geleden bleek uit onderzoek al dat comapatiënten hun bewegingen dan wel niet meer kunnen controleren, maar dat dat niet noodzakelijk betekent dat ze niet meer bij bewustzijn kunnen zijn.

Nu hebben wetenschappers nog een stapje verder gezet. Ze stimuleerden comapatiënten om te reageren op prikkels. Eerst speelden ze wat muziek, daarna bliezen ze lucht in hun ogen. Na verloop van tijd knipperden de patiënten uit zichzelf al met hun ogen van zodra ze muziek hoorden. Ter controle werden mensen onder verdoving aan dezelfde test onderworpen. Zij reageerden niet uit zichzelf.

Door de resultaten kunnen in de toekomst duren hersenscans misschien vermeden worden. "Deze test wordt hopelijk een handig en eenvoudig gereedschap om te bepalen in welke mate mensen kans hebben om te genezen”, aldus professor Tristan Bekinschtein. Bovendien is nu ook bewezen dat de patiënten voordeel kunnen halen uit revalidatie.

Belangrijk bericht: Wie heeft dit boek? 

Geachte collega Decorte,

De oude WAIS en GIT zijn genormeerd in de jaren '60, dus die tests hadden langzamerhand een erg sterk Flynn effect. De NLV is ongeveer 30 jaar later genormeerd. Het Flynn effect kan bij de NLV dus nog niet erg sterk zijn omdat de normen nu ruim 15 jaar oud zijn.

Mulder heeft de NLV medio jaren '90 nog eens genormeerd. Die normering is te vinden in het Handboek NP diagnostiek van Bouma e.a. 1996/8. Daarvan is een nieuwe editie in de maak, die in de loop van 2010 verschijnt bij Pearson.

Met vriendelijke groet,

Ben Schmand

Geachte Heer Professor,

Ik had van u graag geweten of er een hernormering van de NLV bestaat.  Voor de nieuwe Wais, de nieuwe Git en de Kait bestaat er een normering, waarbij met het Flynn-effect werd rekening gehouden.  Dat zorgt ervoor dat mensen, die eerder  geen verval vertoonden ten aanzien van de NLV dat nu wel doen.

 Bestaat hiervoor een oplossing?

 Met dank en vriendelijke groeten,

Stefaan Decorte

Neuropsycholoog

stefaan.decorte@azbrugge.be

 

Op 15 september hadden we het ondermeer over 

  • de RBANS, waarvan we een Nederlandstalige versie kunnen maken onder begeleiding van Prof. Christopher Randalph.
  • vragenlijsten die kunnen ingevuld worden door partners van mensen met NAH
  • nieuwe AVLT-normen uit Nederland
  • Het syndroom van Klüver-Bucy is een zeldzame neurologische aandoening die optreedt bij beschadiging van de amygdalae en zenuwbanen in de temporale kwabben van de hersenen. De oorzaak kan bijvoorbeeld zijn chirurgische beschadiging, meningo-encefalitis, herpes of de ziekte van Pick. Deelsymptomen zijn ook beschreven bij dementie van generatieve of posttraumatische aard.

    Het syndroom is genoemd naar Heinrich Klüver en Paul Bucy, die in 1939 een onderzoek publiceerden over het verwijderen van de amygdalae en delen van de temporale kwabben van resusapen. Hun werk was deels gebaseerd op een onderzoek van Brown en Schaefer uit 1888.

    Symptomen zijn:

    De naam syndroom van Klüver-Bucy wordt tegenwoordig alleen informeel gebruikt, mogelijk doordat het onderzoek van Klüver en Bucy zich alleen met apen bezighield en het volledige scala van symptomen bij mensen zeer weinig voorkomt. Tegenwoordig gebruikt men de bredere term organische persoonlijkheidsstoornis (niet te verwarren met de specifieke persoonlijkheidsstoornissen).

  • Karen Spruyt kan worden aangesproken voor allerlei test-methodologische vragen: Karen Spruyt
    Klinisch Psychologe - Kinderneuropsychologe
    Vrije Universiteit Brussel
    Fac. Psychologie en Opvoedkunde
    Dept. Cognitieve en Fysiologische Psychologie
    Pleinlaan 2, 1050 Brussel
    tel: +32 (0)2 629 36 21
    fax: +32 (0)2 629 24 89
    karen.spruyt@vub.ac.be
  • de Lees de Ogentest: 
    PO-48  Toepassing van de Sociale Interpretatie Test en de Lees-de-ogen-test bij volwassenen met een autismespectrumstoornis

    C.C. Kan

    achtergrond Op de polikliniek psychiatrie van het umc St Radboud wordt bij volwassenen bij wie een autismespectrumstoornis (ass) is gediagnosticeerd neuropsychologische testonderzoek verricht om de cognitieve stijlkenmerken te objectiveren die in de neuropsychologische literatuur worden beschreven bij deze populatie (Gorissen & van der Gaag 2005). Dit neuropsychologische testonderzoek bevat onder andere de Sociale Interpretatie Test (sit) en de Lees-de-ogen-test. De sit is ontwikkeld en genormeerd voor de kinder- en vroege adolescentieleeftijd (Vijftigschild e.a. 1969), de Lees-de-Ogen-Test is de uit het Engels vertaalde Nederlandse versie van Reading-the- Mind-in-the-Eyes-Test (Baron-Cohen e.a. 2001). Voor beide testen geldt tot dat er tot op heden voor de volwassen ass-populatie geen normeringsgegevens over gepubliceerd zijn.
    methode De scores op de sit en de Leesde- Ogen-Test van de volwassenen met ass die neuropsychologisch onderzocht zijn op de polikliniek psychiatrie umc St Radboud werden vergeleken met een gematchte controlegroep. Op grond van de gevonden verschillen werden de sit en de Lees-de-Ogen-Test genormeerd voor deze nieuwe populatie.
    resultaten De resultaten van dit patiënt- controleonderzoek en de daaruit voortgekomen normgegevens zullen worden gepresenteerd.

    Literatuur:
    Baron-Cohen, S., Wheelwright, S., Hill, J., e.a. (2001). The “Reading the Mind in the Eyes” Test revised version: a study with normal adults, and adults with Asperger syndrome or high-functioning autism. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 42, 241- 251.
    Gorissen, M., & van der Gaag, R. (2005). Psychodiagnostiek bij normaal begaafde volwassenen met stoornis in het autismespectrum (ass) - deel 1. Psychopraxis, 7, 27-33.
    Vijftigschild, W., Berger, H.J.C., & van Spaendonck, J.A.S. (1969). Sociale Interpretatie Test. Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

     

     

     

Er zullen enkele nieuwe leden aanwezig zijn.  

Over de diagnose van Mild Cognitive Impairment:

Accurately diagnosing MCI or preclinical AD in the highly intelligent persons is certainly possible, but fraught with pitfalls. I've found the work of Rentz's and Stuss' groups (see below) to be quite useful in these cases...even after taking into account the problems of research performed in specialized memory disorder in a community setting (base-rates etc).

In this case, semantic fluency and possibly list learning are of the greatest interest and certainly raise the possibility of a preclinical AD or MCI.

WMS-IV...I'm sure the stimuli are quite colorful, but in these cases I still prefer to stay with the "OLD GOLD" tests ...and state of the art normative data, such as, the recently published MOANS Age/IQ-based norms (referenced below ...and free)

Intelligence quotient-adjusted memory impairment is associated with abnormal single photon emission computed tomography perfusion.

Rentz DM, Huh TJ, Sardinha LM, Moran EK, Becker JA, Daffner KR, Sperling RA, Johnson KA.

J Int Neuropsychol Soc. 2007 Sep;13(5):821-31

Use of IQ-adjusted norms to predict progressive cognitive decline in highly intelligent older individuals.

Rentz DM, Huh TJ, Faust RR, Budson AE, Scinto LF, Sperling RA, Daffner KR.

Neuropsychology. 2004 Jan;18(1):38-49.

Diagnostic utility of abbreviated fluency measures in Alzheimer disease and vascular dementia.

Canning SJ, Leach L, Stuss D, Ngo L, Black SE.

Neurology. 2004 Feb 24;62(4):556-62.

Introduction to the special edition: IQ-based MOANS norms for multiple neuropsychological instruments.

Steinberg B, Bieliauskas L.

Clin Neuropsychol. 2005 Sep-Dec;19(3-4):277-9.

IQ-based norms for highly intelligent adults.

Rentz DM, Sardinha LM, Huh TJ, Searl MM, Daffner KR, Sperling RA.

Clin Neuropsychol. 2006 Dec;20(4):637-48.

 

Aging: Moderate Drinking May Help the Brain

Published: August 31, 2009
People over 60 who consume moderate amounts of alcohol have a reduced risk for Alzheimer’s disease and other dementias, according to a large review of studies.
The analysis, which appeared in the July issue of The American Journal of Geriatric Psychiatry, reviewed 15 studies that together followed more than 28,000 subjects for at least two years. All the studies controlled for age, sex, smoking and other factors. The studies variously defined light to moderate drinking as 1 to 28 drinks per week.
Compared with abstainers, male drinkers reduced their risk for dementia by 45 percent, and women by 27 percent.
The researchers acknowledge that studying the effects of alcohol on dementia is complicated by issues like beverage type, standards of quantity and individual behavior that may interact with alcohol to affect mental acuity. But there is ample evidence from other studies that moderate alcohol consumption can increase HDL, or “good cholesterol,” improve blood flow to the brain and decrease blood coagulation. All three factors may reduce the risk for dementia.
Still, the authors warn against drawing premature conclusions. “The overall safety of alcohol use in later life,” they write, “needs to be evaluated in relation to all of the available evidence” about its health effects.  

Deze morgen (3 september 2009)is Edith Kaplan overleden.

Edith Kaplan

Edith Kaplan is a respected pioneer of neuropsychological tests who did most of her work at the Boston VA Hospital. As a graduate student Kaplan worked with Heinz Werner[1], and then collaborated further with Norman Geschwind and Harold Goodglass. She developed a refined version of the widely used Halstead-Reitan battery and mentored many prominent researchers. She is the founder of the Boston Process Approach to neuropsychological test administration and interpretation, which examines the qualitative process by which the patient solves a problem rather than simply looking at the patient's quantitative numerical scores. The Boston Process also tailors which tests to give a patient instead of administering an entire test battery to every subject, regardless of their condition. Kaplan helped create the Boston Diagnostic Aphasia Examination, the Boston Naming Test, and other tools to describe and treat aphasia. She is currently a professor at Suffolk University in Boston and at Boston University.
  • Delis, D. C., Kramer, J. H., & Kaplan, E. (2001). The Delis-Kaplan Executive Function System. San Antonio, TX: The Psychological Corporation.
  • Armengol, C., Kaplan, E., & Moes, E. (Eds.). (2001). The consumer oriented neuropsychological report. Odessa, FL: Psychological Assessment Resources.
  • Kaplan, E. (2002). Serendipity in science: A personal account. In T. Stringer, E. Cooley, & A.L. Christensen (Eds.) Pathways to prominence in neuropsychology: Reflections of twentieth century pioneers. New York: Psychology Press.

Symposium: noden van en omgang met mensen met NAH

Werkgroep Hersentumoren vzw organiseert op 26 september 2009 een vorming omtrent de elementaire kennis van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) voor het personeel van de zorginstellingen. Dit gebeurt i.s.m. het Steunpunt Expertisenetwerken, het Harvey Cushing Centrum en de Vlaamse Overheid, departement Welzijn, agentschap zorg. Klik hier
 
Themagroep : Ouder wordende personen met een beperking
De themagroep 'ouder wordende personen met een beperking' binnen het ROG heeft zijn werkzaamheden opnieuw opgenomen. Naast beleidsmaterie, is ook het luik expertiseontwikkeling, -uitwisseling en verspreiding nadrukkelijk aanwezig. Meer info omtrent de themagroep kan je verkrijgen bij de voorzitter Etienne Clevers (etienne.clevers@ocmw-brugge.be ). Ook op de site is een groep opgestart omtrent deze thematiek : Klik hier

Themagroep : verlies en rouw
(Leren) omgaan met verlies en rouw is niet makkelijk... Al helemaal niet bij personen met een beperking. Binnen deze groep wordt informatie verzameld om personen met een handicap te ondersteunen bij een verlies en bij het rouwproces dat met een verlies gepaard gaat. Als hulpverlener kan je hier ook terecht om ervaringen uit te wisselen en om elkaar vragen te stellen. Aarzel ook niet om zelf interessante literatuur, activiteiten, websites,... toe te voegen! Klik hier

Wat Wijzer : hulpmiddel voor het invullen van vrije tijd bij kinderen met ASS
De Wat wijzer is een speciaal ingebonden A4-boek, wat het kind een vaste denkstrategie aanreikt om, juist op momenten waarop het kind niet weet wat het moet doen, een activiteit te kunnen kiezen. Het stimuleert de ontwikkeling van het zelfstandig leren kiezen in verschillende denkstappen. Door het herhalen van steeds dezelfde denkstappen, maakt het kind zich deze denkstrategie op den duur eigen, waardoor het zelfstandig activiteiten kan kiezen om zijn vrije tijd mee in te vullen. Klik hier

Onderzoek "gedragsproblemen en depressie bij personen met een verstandelijke handicap en autisme"
Graag vragen wij u aandacht voor een onderzoek van het Psychiatrische Centrum Dr. Guislain, in samenwerking met het Universitaire Ziekenhuis van Gent. Dit onderzoek wil nagaan of de behandeling en begeleiding van personen met een lichte of matige verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis inzake gedragsproblemen verbeterd worden kan. Met gedragsproblemen bedoelen we hier vooral agressie en zelfverwonding. Klik hier

Denkgroep : sensorisch onderzoek bij personen met autisme + verstandelijke beperking
Heel wat organisaties werken met bestaande instrumenten om aan sensorisch onderzoek te doen (bijv. vragenlijst van Olga Bogdashina) in functie van de begeleiding van personen met autisme. Dergelijke vragenlijsten helpen gedrag bevragen t.a.v. sensorisch waarnemen op het gebied van kijken, luisteren, voelen, ruiken en proeven. Het leidt tot het samenstellen van een persoonlijk sensorisch profiel met als doel waarnemingsproblemen bloot te leggen om daar gericht hulp bij aan te bieden. Klik hier

Omgaan met de problematiek van relatievorming en seksualiteit bij jongeren met een visuele beperking
Een eerder praktisch gerichte vorming die niet alleen tools wil aanreiken om om te gaan met jongeren en hoe ze zich willen ontplooien op vlak van relatievorming en seksualiteit, maar ook wil uitleggen wat de achtergronden daarbij zijn. Een organisatie van Over-Zien. Klik hier

Indicatiespiegel - duiding en uitleg
De indicatiespiegel helpt om – oa ikv beschermingsstatuten - vanuit verschillende perspectieven en verschillende betrokkenen te kijken naar de indicaties en contra-indicaties en helpt aandachtspunten te formuleren.  Het helpt om gegronde keuzes te kunnen maken in verschillende levensdomeinen.  De indicatiespiegel kent zijn oorsprong binnen de pleegzorg (cfr. Portengen, Riet, methodiek netwerkpleegzorg) maar is, zo merken we uit ervaringen, heel bruikbaar bij andere belangrijke keuzes die mensen moeten maken. Klik hier

Opening nieuw lokaal Open IT – ICT expertisecentrum
Open IT is een deelwerking van de Werkgroep Vorming en Aktie (Ieper). Dit ICT-expertisecentrum is een adviesorgaan voor kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke, motorische, audiovisuele en/of meervoudige beperking en hun omgeving. Het project richt zich ook naar kinderen en jongeren met leerproblemen. Dankzij een samenwerking met OCMW Ieper is het mogelijk om vanaf september 2009 een nieuw lokaal in gebruik te nemen. In dit lokaal worden zowel de demonstratieruimte als een leslokaal onder gebracht. Officiële opening op 4 september 09. Alle info via : Open IT – Wim Moeyaert - Tel. 057 21 55 35 – 0472 870 730 wim.moeyaert@wvavzw.bewww.openit.nu

 

Neuropsychologische Software

  • BrainWare, OpenEx und RPvds von Tucker-Davis Technologies
    BrainWare software is a versatile package for the presentation of signals (e.g. auditory, visual, or electrical stimulation) and extracellular recording. Multi-channel spike acquisition and flexible analysis make BrainWare a valuable addition to your neurophysiology toolbox.
    OpenEx is a suite of software applications that provides a complete environment for designing and controlling experiments. OpenEx provides a turn-key software solution for single and multi-channel neurophysiology but is flexible enough to accommodate virtually any stimulus presentation or data acquisition paradigm.
    RPvds gives you the power to configure real-time DSP circuits without any DSP or programming experience. Circuits are designed in a drag-and-drop environment and can be loaded and tested at design time. RPvds can be used as a stand-alone program to configure and load real-time processing circuits. RPvds can also be used to generate object files used by ActiveX controls to set and read parameter values from other software.


    CORTEX von NIMH Laboratory of Neuropsychology
    CORTEX is a program for data acquisition and experimental control of neurophysiological experiments.


    Cogent 2000 für MatLab von FIL London
    Cogent 2000 is a MatLab Toolbox for presenting stimuli and recording responses with precise timing. It runs in the MatLab numerical programming environment and should be used with MatLab 6.0 and above, running under Windows 2000.


    DMDX oder DM/DMTG von Display Master (DMASTR)
    These programs were written for IBM compatible PCs by K. I. Forster and J. C. Forster at the University of Arizona. The software is designed for the measurement and analysis of reaction times in language processing tasks, such as lexical decision, naming, picture naming, RSVP, masked priming, same-different matching, semantic categorization, self-paced reading, etc.


    E-Prime und MEL von Psychology Software Tools
    E-Prime is the revolutionary suite of applications which comprehensively fulfills all your research needs. From experiment generation and millisecond precision data collection through data handling and processing, E-Prime is the most powerful and flexible experiment generator available. E-Prime is comprised of 3 core applications: E-Studio, E-Merge and E-DataAid. In addition to those applications, E-Prime features a millisecond precise run-time engine, E-Run. To fulfill the comprehensive range of users and paradigms, a scripting language called E-Basic is available .
    MEL Professional has been consistently used in all varieties of behavioral research since 1988. MEL Professional has been proven to be the most accurate, most flexible and most powerful experiment generation tool available for DOS.


    EEVoke von Advanced Numerical Technologies (ANT)
    EEVoke is a MS-Windows-based stimulation package that can present stimuli with any kind of complexity in ERP experiments. Stimulus presentations can be visual, auditory or a combination of these. Moreover, EEVoke can be interfaced with external devices such as electrical or pain stimulators. eevoke provides optimal synchronization of the stimuli with your recordings and maximum ease of use.


    ERTS von BeriSoft Cooperation
    ERTS is based on an easy-to-use script language and covers a broad range of cognitive paradigms that rely on collecting subject's reactions to visual and/or auditory stimuli.
    Running under MS-DOS ERTS achieves millisecond accuracy for stimulus presentation, response registration, and event timing. ERTS provides an Intelligent Preload Technique (IPL) that uses an automatic video page flipping algorithm like high performance games to present any new graphics image within one screen refresh.
    The combination of the transparent script language and accurate run-time performance makes ERTS a very valuable tool for teaching, research, clinical trials, EEG, MEG, PED, fMRI, space and aviation.


    Expe von C. Pallier et al. am Laboratoire de Sciences Cognitives et Psycholinguistique
    Expe is an experiment generator for PC computers. It allows to run cognitive psychology experiments that involve the presentation of audio or visual stimuli and the collection of on-line or off-line behavioral responses (e.g. discrimination tasks, auditory target detection tasks, lexical decision and picture naming experiments...). Its flexibility makes it also a very useful tool for the rapid design of protocols for testing neuropsychological patients.


    LabVIEW von National Instruments
    With LabVIEW you can rapidly create test, measurement, control, and automation applications using intuitive graphical development. Quickly create user interfaces to interactively control your system. Easily specify system functionality by assembling block diagrams. LabVIEW combines ease of use, performance, and powerful functionality to deliver better productivity for your immediate needs, while providing scalability for long-term requirements.


    MediaLab und DirectRT von Empirisoft
    MediaLab was designed as a user-friendly tool to help both technologically savvy and technologically challenged researchers with their creation of powerful computerized experiments. Designed specifically for the Windows environment, MediaLab combines smart experimental design features with the capabilities of current Pentium class PC technology.
    The priorities in designing the interface of DirectRT were to create a high precision stimulus display and reaction time package capable of tapping the tremendous resources of current PCs, to maintain a high degree of flexibility with respect to experimental design, and to maintain an exceptionally high degree of intuitive, user-friendly operation.


    Presentation von Neurobehavioral Systems
    Presentation is one of the world’s most precise and powerful stimulus delivery and experimental control program. Presentation runs on any Windows PC, and delivers auditory, visual and multi-modal stimuli with sub-millisecond temporal precision. Presentation verifies the timing of each event and provides timing calibrations for your studies to assure maximal precision, and to eliminate artifacts that can ruin your results. Presentation has unique stimulus delivery capabilities (3D virtual reality, streaming video, four channel independent audio, MatLab generated stimuli, etc.) and incorporates special features for experiments using psychophysics, eye movements, fMRI, ERP, MEG and single neuron recording.


    PsyScope von J. D. Cohen, M. Flatt, B. MacWhinney und J. Provost
    PsyScope is an integrated enviroment for designing and running psychology experiments on Macintosh computers. The primary goal of PsyScope is to give psychology students and trained researchers, alike, a tool that allows them to design experiments without the need for programming. PsyScope relies on the interactive, graphic environment provided by Macintosh computers to accomplish this goal. The standard components of a psychology experiment - groups, blocks, trials and factors - are all represented graphically, and experiments are constructed by working with these elements in interactive windows and dialogs.
    PsyScope development has ceased and the program is not updated for new versions of the operating system. However, several users are currently involved in a project designed to update PsyScope for MacOSX. If you are interested in this project, please go to the page maintained by Luca Bonatti.


    Psychophysica für Mathematica von A. B. Watson am NASA Vision Group
    Psychophysica is a collection of Mathematica Notebooks containing functions for collecting and analyzing data in psychophysical experiments. The components at this time are Quest.ma, Psychometrica.ma, and Cinematica.


    Psychophysics Toolbox für MatLab von D. Brainard, D. Pelli und A. Ingling
    The Psychophysics Toolbox is a free set of MatLab functions for vision research. It interfaces between MatLab and the computer hardware. The Psychtoolbox's core routines provide access to the display frame buffer and color lookup table, allow synchronization with the vertical retrace, support millisecond timing, and facilitate the collection of observer responses. Ancillary routines support common needs like color space transformations and the QUEST threshold seeking algorithm. The Showtime extension (formerly called "QT") makes it easy to save dynamic stimuli as QuickTime movie files that can be displayed on the web.


    STIM von James Long Company
    STIM is an auditory and visual stimulus presentation and laboratory control system.


    STIM von NeuroScan
    Stim is a combination of hardware and software which can present audio and visual stimuli to subjects. The system is fully programmable and allows for any imaginable combination of stimuli. TTL outputs guarantee synchronisation with EEG/EP workstations, but the software can also be used stand-alone for psychological evaluations.


    SigPlay von Tucker-Davis Technologies
    SigPlay provides an easy to use Windows interface for presenting auditory stimuli. SigPlay can control your entire experiment by providing a trigger to your data collection system or you can choose to control the SigPlay system with an external trigger source.


    Stimscope
    Stimscope is an experiment generator. It is a software package initially developed for psychology experiments. But it can be used for experiments in other fields of study as well. Stimscope can present visual stimuli on screen and will record responses and timings. Stimscope is especially useful for making delayed matching tasks with a 2 alternatives forced choice (2AFC). This means a picture is shown on screen, then a second one is presented. The subject has to make a response following the second picture.


    StimulDX von Brain Innovation
    StimulDX is based on Microsofts DirectX API. It will be available for free in the near future.


    SuperLab Pro von Cedrus
    SuperLab Pro is an experimental lab software for building experiments, running them on subjects, and collecting data. You can use it to build most types of experiments that require presenting visual stimuli on the screen, auditory stimuli via speakers, controlling or synchronizing with lab equipment such as fMRI, EEG, shutters, and so forth. The collected data, which includes reaction time, is saved in text-only file which can be read by almost all spreadsheet or statistics software.


    VisionShell PPC von R. Comtois
    The Vision Shell package was created with the goal of providing a programming environment in which programs used for scientific experimentation are easy to create and run on the Macintosh. The Vision Shell hides many of the Macintosh programming intricacies by setting up a standard environment in which to conduct experiments. It is especially well suited to psychophysics and psychology experiments.


    VPixx von VPixx Technologies
    The VPixx program is the easiest way to generate and present frame-synchronized animated stimuli within the context of a testing paradigm. VPixx supplies you with powerful features which allow you to easily manage complex dynamic stimuli, and experimental designs, all within a single user-friendly Macintosh application.


    VideoToolbox von D. Pelli am Department of Psychology der New York University
    The VideoToolbox is a collection of two hundred C subroutines and several demo and utility programs for visual psychophysics with Macintosh computers. It should be useful to anyone who wants to present accurately specified visual stimuli or use the Mac for psychometric experiments.


    VisonWorks von Vision Research Graphics
    VisionWorks is a family of software products for the vision researcher that are designed to run on a PC-based system running under Windows using conventional upper end VGA graphics cards. The products include menu-driven stimulus generation, menu-driven psychophysics, and special interfaces for visual neurophysiology.


    Experiment Builder von SR Research
    The SR Research Experiment Builder (SREB) is a visual experiment creation tool for use by Psychologists and Neuroscientists. The SREB is designed to be easy to use while maintaining a high degree of flexibility. This unique design combination allows for a wide range of experimental paradigms to be created without any need for programming or scripting expertise.


    WWW Survey Assistant , SplayPicts und MultiSound von S-Ware
    WWW Survey Assistant was designed specifically for web surveying. It has run-time range/type checking, can perform tailored computations based on the user's responses, allows the administrator to specifiy which questions cannot be left blank. It can selectively present feedback to the user based on their response(s). It can present a summary of all participants' responses to each user. It filters out respondent's resubmissions and allows only access to respondents from the domain(s) you specify.
    SplayPicts is a tachistoscope Macintosh software for visual psychophysics experiments.
    MultiSound is a psychoacoustic experiment delivery software for the Amiga microcomputer.


    WinVis von Neurometrics Institute
    WinVis is a new approach to designing Vision & Neuroscience experiments. WinVis has two main components. WinVis for MatLab is a plugin for MatLab that provides detailed control over your Computer, turning your PC into a versatile testing platform. WinVis Online provides object-oriented Stimulus, Trial, and Experiment design tools over the web.


    Neuropsychology Software

 

 

Blue food dye may help treat spinal cord injuries 07/31/2009

An artificial dye that is chemically very similar to the dye used to make blue M&Ms and Gatorade may help treat spinal cord injuries, according to a study published online this week in the Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). The study by researchers from the University of Rochester Medical Center (URMC) builds upon landmark research they reported five years ago detailing how adenosine triphosphate (ATP), a chemical that keeps the body’s cells alive, floods into the area surrounding a spinal cord injury shortly after the trauma and kills otherwise healthy and uninjured cells. The researchers discovered that injecting oxidized ATP into the site enabled rats with damaged spinal cords to recover much of their limb function. However, this practice would not be suitable for use with spinal cord injury patients, the researchers said, because physicians would be hesitant to put a needle in an injured spinal cord and because oxidized ATP cannot be injected directly into the bloodstream because of dangerous side effects. Seeking an alternative compound that could be administered intravenously, the researchers discovered Brilliant Blue G (BBG), which is structurally and functionally equivalent to the commonly used FD&C blue dye No. 1. More than 1 million pounds of this dye are consumed annually in the United States. The researchers found that rats that were intravenously injected with BBG within 15 minutes of trauma to the spine had significantly reduced secondary injury—and improved to the point of being able to walk again, although with a limp—than rats that were not injected with the dye. Noting one visible side effect, however, the researchers said that the dye temporarily tinged the injected rats’ skin blue. Although additional research is needed, the researchers are optimistic that BBG and related agents may, within the next several years, yield new treatments for acute spinal cord injuries (Peng et.al, PNAS, 7/28 [subscription required]; URMC release, 7/28; Deardorff, Chicago Tribune, 7/28 [registration required]; Thompson, HealthDay, 7/28; Reuters, 7/28; Telegraph, 7/28).

Geen nood aan moeilijke testen voor een probleem dat simpel vast te stellen is:

Het Flynn-effect houdt op te bestaan?

Russell, E. W. (2007). Commentary: The Flynn effect revisited. Applied Neuropsychology, 14(4), 262-266.

The Flynn Effect  postulates that intelligence is increasing over time. However, as an  environment becomes optimal, a plateau occurs when general growth becomes largely determined by genetics. There is evidence that such a plateau is occurring for intelligence in countries with optimal social environments. In the United States, examination of adult Wechsler test scores between normings indicates a reduction of the FSIQ increase such that average FSIQ would plateau about 2024.  However, the WAIS-III norming process eliminates many types of subjects with possible brain impairment. This probably raises the average FSIQ level. With an increase of only 1 FSIQ point in 16 years, a plateau in the Flynn Effect would have been reached in 2004. (PsycINFO Database Record (c) 2008 APA, all rights reserved)

 

'We zijn 10 jaar verwijderd van een synthetisch menselijk brein'

24 juli 2009, 17:58

De mensheid is amper 10 jaar verwijderd van de realisatie van een gedetailleerd en functionerend kunstmatig brein.

Dat zegt Henry Markram, directeur van het Blue Brain Project, op de jaarlijkse TED-conferentie die dit jaar in het Engelse Oxford plaatsvindt. Het Blue Brain project beoogt een blauwdruk van onze hersenen te maken door het elektronische verkeer tussen onze synapsen na te bootsen. Markman en zijn collega's hebben al elementen van een rattenbrein gesimuleerd en zullen de gebruikte techniek binnen enkele jaren kunnen toepassen op het menselijke brein. Ze hopen via de simulatie inzicht te krijgen in een aantal van de meest complexe hersenprocessen zoals de menselijke waarneming, het geheugen en misschien zelfs het bewustzijn. De wetenschappers onderzochten de structuren van de Neocortex, waarbij communicatie, verbindingen en posities van de verschillende elementen worden blootgelegd en digitaal gerepliceerd.

Voor het Blue Brain-project werd in samenwerking met IBM een supercomputer gebouwd die gelijkenissen vertoont met Blue Gene, de snelste computer ter wereld, die eveneens uit de IBM-stal komt.

Een synthetisch menselijk brein kan nuttig zijn bij de behandeling van mentale ziektes, een fenomeen dat wereldwijd 2 miljard mensen treft.

[Gebaseerd op:BBC]

Vakantie aan zee ...  it's all in the mind!

 

Language Skills May Predict Dementia Risk Later in Life

Allison Gandey

July 13, 2009 — People who have strong language skills may be less likely to develop Alzheimer's disease decades later even if they have signs of disease, report researchers. Their study is published online July 8 in Neurology.

"A puzzling feature of Alzheimer's disease is how it affects people differently," senior author Juan Troncoso, MD, from Johns Hopkins University, in Baltimore, Maryland, said in a news release. One person with neuritic amyloid plaques and neurofibrillary tangles could end up with a full-blown case of Alzheimer's disease, but another person with those same problems might show no symptoms affecting memory, he noted.

Nun Study

Investigators studied the brains of 38 Catholic nuns after death. Participants were part of the Nun Study, an ongoing clinical trial of the School Sisters of Notre Dame congregation living throughout the Eastern, Midwestern, and Southern regions of the United States.

Dr. Troncoso and his team identified 3 groups — women with memory problems and plaques and tangles and women with normal memory, with or without signs of Alzheimer's disease.

The researchers analyzed essays that 14 participants wrote when they entered the convent in their late teens or early 20s. They studied the average number of ideas expressed for every 10 words. The analysis also measured how complex the grammar was in each essay.

Language Scores 20% Higher

Investigators found that language scores were 20% higher in the women without memory problems. The grammar score, however, did not suggest any difference between groups.

"Despite the small number of participants in this portion of the study, the finding is a fascinating one," Dr. Troncoso said. "Our results show that an intellectual ability test in the early 20s may predict the likelihood of remaining cognitively normal 5 or 6 decades later, even in the presence of a large amount of Alzheimer's disease pathology."

The researchers also measured how cell growth might be part of the brain's early response to Alzheimer's disease and may prevent memory impairment despite the presence of a large amount of plaques and tangles.

They found significant increases in the size of brain cells of those with signs of Alzheimer's disease but no cognitive impairment compared with both those without plaques and tangles and those with memory problems.

Dr. Troncoso said, "Perhaps mental abilities at age 20 are indicative of a brain that will be better able to cope with diseases later in life."

This study was funded by the Johns Hopkins University Alzheimer's Disease Research Center, the National Institutes of Health, the Nun Study, the National Institute on Aging, the University of Kentucky Alzheimer's Disease Center, the Abercrombie Foundation, and the Kleberg Foundation. The researchers have disclosed no relevant financial relationships.

Neurology. Published online July 9, 2009

 

Koffie helpt tegen Alzheimer:

Een paar koppen koffie per dag helpt wellicht Alzheimer voorkomen en kan de ziekte zelfs genezen. Dit stellen Amerikaanse onderzoekers, aldus een bericht op Sky News. De wetenschappers uit Florida zeggen bewijzen te hebben gevonden na onderzoek met muizen. Volgens onderzoeksleider Gary Arendash blijkt uit zijn onderzoek dat cafeïne niet alleen preventief werkt, maar zelfs een geneesmiddel voor Alzheimer zou kunnen zijn. Dit is belangrijk, stelt Arendash in Sky News, omdat cafeïne voor de meeste mensen een veilig middel is dat gemakkelijk tot de hersenen doordringt. Het lijkt er op, aldus de onderzoeker, dat cafeïne het ziekteproces vrijwel direct beïnvloedt. De onderzoekers experimenteerden met muizen die symptomen van dementie ontwikkelden. Nadat de proefdieren cafeïne kregen toegediend, hadden de muizen vijftig procent minder van de bij Alzheimer typische samenklonterende proteïnen. Als gevolg hiervan ontwikkelden de diertjes een beter geheugen en versnelde hun denkproces. Mensen met Alzheimer zouden ongeveer vijfhonderd milligram cafeïne per dag moeten binnenkrijgen. Dat komt neer op twee koppen koffie en veertien kopjes thee. De onderzoekers hopen dat ze de dierenonderzoeken binnenkort ook op mensen kunnen toepassen.

Evolving Bigger Brains through Cooking: A Q&A with Richard Wrangham

Our intelligence has enabled us to conquer the world. The secret for the big brains, says biological anthropologist Richard Wrangham, is cooking, which made digestion easier and liberated more calories.

Lees méér:

 

Leuk,
Ik kwam dit figuurtje tegen, dat bij mij mooi met de wijzers meedraait.
Ik trachtte het naar de andere richting te doen draaien.
Heb er een tekst onder gezet om die te lezen en ja hoor.   Ze draaide in de andere richting.
 Doe de volgende test: In welke richting draait de vrouw? Tegen de wijzers van de klok in, of met de klok mee?

Linker-rechter-denker danseres            

LEES DEZE TEKST EERST NIET EN DAN EENS WEL

    

  • Zie je haar tegen de wijzers in wentelen, dan ben je een linkerdenker.
  • Draait ze met de klok mee, dan ben je een rechterdenker.

(PS:  Allicht lukt dat met dat lezen maar één keer en moet je er iets anders onder zetten opdat het weer zou lukken)

Je bent een linkerdenker

Linkerhersenhelftdominantie staat voor een logisch-analytische denkstijl die op kortere termijn snel probleemoplossend kan optreden. Ideaal in crisissituaties. Probleem A? Paf, hier heb je via B dé oplossing C. Zeer korte termijn. Goed op dat moment.

Proficiat, je bent een linkerdenker

Over het algemeen neem je rationele beslissingen op basis van objectieve informatie en volg je liever de logische regels in plaats van je eigen of iemands anders intuïtie. En ja, voor elke taak heb je meestal een duidelijk gestructureerd stappenplan in je hoofd.

Onderstaande punten zijn dan ook in grote mate van toepassing op jou:

  • Gebruik van logica
  • Oog voor detail
  • Enkel feiten tellen
  • Taal en woorden
  • Heden en verleden
  • Wiskunde en wetenschap
  • Begrijpen
  • Weten
  • Erkennen
  • Herkennen van een patroon/volgorde
  • Kent de naam van dingen
  • Leeft in de realiteit
  • Vormen van een strategie
  • Praktisch
  • Veilig
       

Interessant om weten: vrouwen aan de top zijn vaak linkerdenkers, zoals het merendeel van de mannelijke bevolking dat is. Margareth Thatcher is het beste voorbeeld van een linkerdenker.

 

Je bent een rechterdenker

Rechterhersenhelftdominantie stelt je in staat holistischer te denken, meer verschillende systemen mee te beschouwen bij je besluitvorming en te gaan voor een betere oplossing op een langere termijn.

Proficiat, je bent een rechterdenker

Je laat je vaak leiden door je buikgevoel en leert meer uit verhalen en ervaringen dan uit een Excel-bestand met cijfers en grafieken. Je houdt er bovendien van om van de hak op de tak te springen en kan beter gezichten dan namen onthouden.

Onderstaande punten zijn dan ook in grote mate van toepassing op jou:

  • Gaat af op zijn/haar gevoel
  • Oog voor het grotere geheel
  • Plaats voor verbeelding
  • Symbolen en afbeeldingen
  • Heden en toekomst
  • Filosofie en religie
  • Geloven
  • Appreciëren
  • 3D-inzicht
  • Kent de functie van dingen
  • Durft te fantaseren
  • Biedt mogelijkheden
  • Onstuimig
  • Risico’s
          
Interessant om weten: auteur Daniel H. Pink argumenteert in zijn boek ‘A Whole New Mind. Why right brainers will rule the world’ dat vele logisch-analytische taken straks goedkoper kunnen worden uitgevoerd door een computer of een goedkopere collega in Azië. Een creatieve attitude wordt met andere woorden nogal eens onder de rechterhersenhelft gecatalogiseerd en vaak hoger ingeschat.        

 

 

Hersenen verschillen bij ochtend- en avondmensen

De manier waarop onze hersenen werken om aandachtig te blijven gedurende de dag verschilt bij zogenaamde ochtend- en avondmensen. Dit verschil wordt vooral duidelijk op het einde van de dag, wanneer de druk om te slapen groter wordt. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door het Centre de Recherches du Cyclotron van de Universiteit van Luik. Het onderzoek werd gepubliceerd in het tijdschrift Science.
Slaapneigingen
Twee verschillende processen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van onze cognitieve vaardigheden gedurende een normale dag. Aan de ene kant stijgt de neiging om te slapen terwijl de dag vordert om vervolgens te verdwijnen gedurende de nacht. Dat wordt het zelfregulerende proces genoemd.

Aan de andere kant wordt het niveau van alertheid gereguleerd door een circadiaans ritme (24-uurritme) waardoor het signaal om wakker te blijven stijgt tijdens de dag en daarna weer afneemt aan het begin van de nacht.

Prestatieniveau
Door de tegenstelling tussen deze twee mechanismen (zelfregulerend en circadiaans) zijn we in staat om een bepaald prestatieniveau tijdens diverse cognitieve taken te behouden.

Verschillende ritme
Om deze processen, en de manier waarop ze elkaar beïnvloeden, beter te kunnen begrijpen, heeft Christina Schmidt de verschillen in ritme bekeken bij ochtend- en avondmensen.

Ochtendmensen, die vroeg gaan slapen en vroeg opstaan, presteren over het algemeen beter gedurende de morgen. Dit in tegenstelling tot de avondmensen, die laat gaan slapen en laat opstaan. Zij presteren beter tijdens de avond.

Verschillende testen
Tijdens verschillende testen op verschillende tijdstippen, 1,5 en 10,5 uur na het wakker worden, werd de hersenactiviteit van de betrokken personen gemeten. De resultaten tonen geen verschil in prestatie of hersenactiviteit tijdens de test die 1,5 uur na het opstaan gehouden werd, wanneer de druk om te slapen niet groot is.

Maar naarmate de dag vordert, 10,5 uur na het wakker worden, dan presteren avondmensen beter dan de vroege vogels. De resultaten tonen aan dat ochtendmensen gevoeliger zijn voor de druk van het zelfregulerende proces. Meer nog, zij lijden sterker onder de druk om te slapen die zich gedurende de dag opbouwt.
toegevoegd : 24/04/2009

Laurette Onkelinx améliorera en 2009 la prise en charge des patients atteints de la maladie d’Alzheimer

Laurette Onkelinx, Ministre des affaires sociales et de la Santé publique a présenté ce matin - à l’occasion du Colloque « Apprivoiser la maladie d’Alzheimer et les maladies apparentées » -  différentes mesures qui seront prises en 2009 pour améliorer la prise en charge des patients atteints de démence. 
 
Ces mesures s’inscrivent dans le cadre de du programme « priorité aux malades chroniques ! » lancé par la Ministre en septembre 2008.
  1. Le financement d’une dizaine de cliniques de la mémoire

    Un budget de 1.050.000 euros sera consacré au financement en 2009 d’une dizaine de cliniques de la mémoire.

    Ces cliniques devront évaluer les possibilités de réadaptation cognitive du patient, établir un plan de traitement en concertation avec le médecin traitant et mettre en place au domicile du patient les mesures adéquates au maintien au domicile du patient.

    Ces équipes multidisciplinaires (neuropsychologue, psychologue, ergothérapeute, travailleurs sociaux, etc.) travailleront en concertation avec le médecin traitant et avec les structures existantes de la première ligne.

    Des traitements ergothérapeutiques et de stimulation permettent, surtout au stade débutant de la maladie où le patient est encore fonctionnel, de stimuler et d’optimaliser les facultés dont il dispose encore. Grâce au financement de cliniques de la mémoire, ces traitements vont pouvoir être accessibles aux patients.

    L’accompagnement psychologique des aidants proches des patients sera également assuré par ces centres. Les équipes conventionnées devront s’inscrire dans une démarche d’évaluation scientifique et qualitative des soins.

    Après une phase d’évaluation, si l’expérience est concluante, le nombre de ces cliniques pourra être progressivement augmenté.

  2. Un diagnostic précoce grâce à une amélioration de la formation

    Actuellement, la démence est diagnostiquée assez tardivement et le plus souvent quand les symptômes sont devenus importants, ingérables par le patient et son entourage.

    Dans ce cadre, le rôle du médecin généraliste est essentiel : il doit être bien formé au diagnostic de suspicion de démence afin de pouvoir si nécessaire orienter le patient vers un centre diagnostique pluridisciplinaire, par exemple au sein d’un l’hôpital de jour gériatrique.

    Un budget de 175. 000 euros sera consacré à la formation des médecins généralistes à la démence et à la prise en charge des patients déments de manière à renforcer le rôle du médecin traitant dans le dépistage de la maladie, dans son diagnostic précoce et la prise en charge des patients.

    Les autres soignants formels de première ligne, doivent aussi être mieux formés pour détecter les signes précoces de la maladie ; améliorer l’image qu’ils en ont, combattre cette sorte de fatalisme « c’est l’âge », « il n’y a quand même rien à faire ». De même, ils doivent être soutenus quand, au quotidien, les difficultés de communication les déroutent.

    Un budget de 50.000 euros sera également consacré à la formation du personnel des soins infirmiers à domicile.

  3. Un remboursement du diagnostic spécialisé de la démence

    Le diagnostic spécialisé de la démence, nécessaire à l’obtention du remboursement du traitement médicamenteux et à l’admission en centre de soins de jour, sera remboursé courant 2009.

    Ce diagnostic pourra être effectué par un médecin spécialiste (gériatre, mais également neurologue, ou neuropsychiatre) en ambulatoire, en dehors du contexte de l’hôpital de jour gériatrique. Vu la complexité de la maladie,  l’approche doit nécessairement être multidisciplinaire. Et ce diagnostic pluridisciplinaire doit être accessible à tous les patients, sans limite d’âge et accompagné d’information sur la maladie, son évolution, ses répercussions sur la vie quotidienne.

    Cette mesure facilite l’accès financier et « pratique » au diagnostic spécialisé, tant pour les patients gériatriques que pour les patients plus jeunes car aujourd’hui cet examen diagnostic représente un coût de 80 à 150 euros pour les patients.  Cela représente un investissement budgétaire de 1,246 millions en 2009.
La Ministre souhaite également améliorer la prise en charge en établissement de longue durée :  « il faudra veiller à rendre les structures des MRPA/MRS accessibles aux personnes de moins de 65 ans dans le cadre d’une approche spécifique, comme on l’a déjà fait par exemple pour les  patients comateux, et comme on va le faire dès 2009, dans le cadre du programme « priorité aux malades chroniques »,  avec des projets pilotes pour les patients atteints de scléroses en plaques et  de la maladie de Huntington. »
 
Avec les Communautés et Régions, le fédéral s’est engagé à augmenter la qualité des soins et à créer des structures de répit avec un accueil différencié pour les personnes atteintes de la maladie d’Alzheimer. En juin 2005 un  protocole d’accord a été conclu entre l’Etat fédéral et les Régions et Communautés dans le cadre de la politique à mener en matière de soins aux personnes âgées. Cet accord fixe le cadre budgétaire des investissements en soins de plus de 174 millions d’EUR, et ce, réparti sur six ans, de 2006 au 2011.
 
Les possibilités alternatives d’accueil ne concernent pas seulement l’encouragement des centres de soins de jour et de courts séjours mais également les formules de collaboration avec les soins à domicile et les soins résidentiels. Un budget de plus de 40 millions d’EUR, étalé sur trois ans est prévu de 2009 à 2011.
 
Pour la Ministre, il est également important de coordonner les recherches sur la maladie d'Alzheimer et d’avoir une vue globale sur leurs résultats. Le "Belgian Dementia Council"(BeDeCo), organisme nouvellement constitué regroupant des experts belges dans le domaine, a justement pour objectif de centraliser toutes les données de la recherche.
 
La Belgique participera par ailleurs à un groupe de réflexion dirigé par l’Institut français de la santé et de la recherche médicale (Inserm) sur les maladies neurodégénératives, incluant en particulier la maladie d’Alzheimer. L’objectif de ce groupe de réflexion sera de dessiner les contours d’une initiative conjointe entre les Etats membres intéressés et lancer des appels à projets communs.

 You are cordially invited to attend a seminar by  Prof. dr. Chris McManus (University College London, U.K.)

on Friday, April 24, 2008, 3 pm, Henri Dunantlaan 2, room 4C (fourth floor) of the Faculty of Psychology and Educational Sciences at Ghent University  (Address: Henri Dunantlaan 2, 9000 Ghent).
 Best Regards,
Els Severens
 
Title
 
"The history and geography of human right- and left-handedness".

Abstract
Although most people are right-handed, a minority is left-handed. This talk will ask about the genetic and environmental factors that influence handedness, will examine how they can be disentangled, and show how handedness can be mapped in space and time, looking both at historical data on handedness in the nineteenth century, and modern large-scale data on geographical variation in the rate of left-handedness.

 

Adult-onset Diabetes Slows Mental Functioning In Several Ways, With Deficits Appearing Early

ScienceDaily (Jan. 6, 2009) — Adults with diabetes experience a slowdown in several types of mental processing, which appears early in the disease and persists into old age, according to new research. Given the sharp rise in new cases of diabetes, this finding means that more adults may soon be living with mild but lasting deficits in their thought processes.


A full analysis appears in the January issue of Neuropsychology, which is published by the American Psychological Association.

Researchers at Canada's University of Alberta analyzed a cross-section of adults with and without adult-onset Type 2 diabetes, all followed in the Victoria Longitudinal Study. At three-year intervals, this study tracks three independent samples of initially healthy older adults to assess biomedical, health, cognitive and neurocognitive aspects of aging. The Neuropsychology study involved 41 adults with diabetes and 424 adults in good health, between ages 53 and 90.

The research confirmed previous reports that diabetes impairs cognition and added two important findings. First, it teased out the specific domains hurt by diabetes. Second, it revealed that the performance gap was not worse in the older group. Thus, the reductions in executive function and processing speed seem to begin earlier in the disease.

Healthy adults performed significantly better than adults with diabetes on two of the five domains tested: executive functioning, with significant differences across four different tests, and speed, with significant differences or trends across five different tests. There were no significant differences on tests of episodic and semantic memory, verbal fluency, reaction time and perceptual speed.

When researchers divided participants into young-old and old-old, with age 70 as the cutoff, they found the same pattern of cognitive differences between young-old and old-old in the diabetes and control groups. Thus, the researchers concluded, the diabetes-linked cognitive deficits appear early and remain stable.

"Speed and executive functioning are thought to be among the major components of cognitive health," says co-author Roger Dixon, PhD. With Type 2 diabetes a growing concern among adults of all ages, but especially those above age 30, Dixon says that public health programs could check the cognitive status of people with more advanced or severe cases; ensure that diet and medications are effectively employed in all early diagnosed cases; and enact possible cognitive monitoring or training programs for people with diabetes. According to the U.S. Centers for Disease Control and Prevention, new cases of diabetes nearly doubled in the past decade, with nearly one new case for every 100 adults between the years 2005 and 2007.

The normal age-related slowing of thought processes could be exacerbated by diseases such as Type 2 diabetes, says Dixon. But, he continues, "There could be some ways to compensate for these declines, at least early and with proper management." The level of impairment detected, he adds, should not make it hard for people to manage their condition.

Diabetes is a known risk factor for late-life neurodegenerative diseases such as Alzheimer's. Although the deficits detected in the current sample were not clinically significant, they appear (according to subsequent research by the authors) to foreshadow additional deficits. Only further study would reveal whether it's possible to "connect the dots" between mild early deficits in speed and executive function, and later signs of a progressive cognitive impairment.


Journal reference:

  1. Sophie E. Yeung, Ashley L. Fischer, and Roger A. Dixon. Exploring Effects of Type 2 Diabetes on Cognitive Functioning in Older Adults. Neuropsychology, 2008; 23 (1) [link]
Adapted from materials provided by American Psychological Association, via EurekAlert!, a service of AAAS.

Reliability Of Cognitive Assessment Tool Varies Widely, Study Suggests

ScienceDaily (Nov. 24, 2008) — A new suggests the reliability of the Alzheimer's Disease Assessment Scale – Cognitive (ADAS-Cog) may vary and possess the ability to affect clinical trial outcomes.


Moreover, this study further suggests that ADAS-Cog rater training and experience are factors that contribute to variances seen in this assessment tool.

The importance of a reliable diagnosis of the Alzheimer's disease (AD) is critical as new pharmacotherapies are being developed. The ADAS-cog is considered the gold-standard and the most popular cognitive testing instrument used in clinical trials to detect changes in the core symptoms of AD.

This study critically looks at various factors that might influence the way the ADAS-cog is administered and therefore may lead to and yield unintended outcomes. The study found factors such as rater training, rater education, variance in time allotment during testing as well as rater experience and individual judgment may contribute to variance in scoring when using this assessment.

"Clinical trials for the possible treatment of Alzheimer's disease and other dementias are becoming more expansive and being run in many countries. The necessity for the primary outcome instrument to be administered consistently in different countries, cultures and between different clinical trials is critical if we are to determine which treatment works better than others. Any variability in how the instruments are administered can adversely affect the ability to detect positive outcomes," says Donald Connor PhD, PhD, director of neuropsychology at Banner Health's Sun Health Research Institute.

Rater experiences were not the only factors that contributed to variances in ADAS-cog scoring. The study also suggested that test materials changed over time including large ranges in the quality of naming materials, word card decks, instruction manuals and worksheets, all factors that can affect outcomes.

"Even as we try to develop better instruments for the detection of meaningful change we must make sure that our current instruments are utilized as effectively as possible," Dr. Connor says. "As the population continues to age rapidly and new Alzheimer's medications are being developed, it is critical that all who are involved in clinical evaluation and testing does so with precision and consistency."

The study is published in the November issue of the Journal of Alzheimer's Disease (Volume 15:3).


Adapted from materials provided by IOS Press, via EurekAlert!, a service of AAAS.

 

Bloedtest voorspelt kans op dementie

06/03/2009 07:59

Het team van professor Christine Van Broeckhoven heeft de allereerste bloedtest ontwikkeld die meet of je een verhoogd risico loopt op een vaak voorkomende vorm van dementie. Het betreft een Vlaamse wereldprimeur, zo schrijft Het Laatste Nieuws.

Frontaalkwabdementie (FTD) komt na Alzheimer het meeste voor bij patiënten jonger dan 65 jaar. FTD is niet te voorkomen en niet te genezen: je sterft doorgaans binnen de 10 jaar na de eerste symptomen.

De wetenschappers van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB) ontdekten dat de hoeveelheid van het eiwit progranuline in het bloed een prima voorspeller is van FTD.

Door die test kunnen patiënten nu sneller duidelijkheid krijgen en dus ook de erkenning die nodig is wanneer je een chronische, ongeneeslijke ziekte hebt. Er is ook vraag naar zo'n test bij familieleden van FTD-patiënten. Gezien de relatief hoge erfelijkheidsgraad willen zij weten of ze zelf ook een verhoogd risico lopen.

 

SEN organiseert...

 Studiedag Dwang en drang bij personen met een verstandelijke beperking

Zoals in vorige nieuwsbrief reeds aangekondigd, organiseren we op 28 november in het Provinciehuis te Leuven een studiedag rond dwang en drang bij personen met een verstandelijke beperking. Verwacht op deze studiedag geen symptomenlijstjes of hooggespecialiseerde behandelprotocols van dwang- en drangproblemen maar eerder een verdieping van de psychiatrische beeldvorming en diagnostiek bij deze doelgroep.

Lees meer over het programma en schrijf je in >>

Congres: Actuele tendenzen binnen de hulpverlening aan personen met NAH

Het zijn drukke tijden voor het SEN. De week erna (op 5 december te Antwerpen) organiseren we ook rond NAH een grootschalige activiteit: een congres rond actuele tendenzen binnen de hulpverlening aan personen met NAH. Vergis je niet: dit is geen studiedag die een algemene introductie wil geven rond de problematiek van NAH. Eerder willen we mensen die een basiskennis hebben rond NAH een uitgelezen kans aanreiken om kennis te maken met de meest actuele ontwikkelingen binnen NAH. Snel inschrijven is de boodschap!

Lees meer over het programma en schrijf je in >>

Gezocht: enthousiaste trainers vormingspakket NAH voor thuiszorg

SEN ontwikkelde in samenwerking met SIG en De Heide een vormingspakket NAH voor medewerkers uit de thuiszorg. Dit pakket is klaar medio december en we zijn op zoek naar enthousiaste mensen die met dit vormingspakket binnen hun regio aan de slag willen gaan.

Wat zit er in dit pakket: 

  •  een uitgebreide powerpoint rond NAH

1.       Informatie over de hersenen

2.       Wat is een niet-aangeboren hersenletsel

3.       Wat zijn de mogelijke gevolgen van NAH

4.       Praktisch: hoe omgaan met personen met NAH

5.       Ruimte voor vragen

6.       Adressen, contactpersonen,

  • DVD met praktijksituaties (do’s & dont’s door acteurs met NAH)
  • Modules rond activeren van personen met NAH in concrete ADL-situaties (wassen, strijken,…)
  • Brochure met concrete praktische tips naar begeleiding

Het pakket biedt begrijpbare basisinformatie rond NAH en  praktische tips in het concreet werken met personen met NAH voor medewerkers uit de thuiszorg. Daarbuiten is dit pakket ook erg geschikt voor iedereen die een introductie wil rond de problematiek van NAH.

Wat zoeken we:

Wij zijn op zoek naar mensen die binnen hun regio op aanvraag met dit vormingspakket aan de slag gaan. Met andere woorden: als het SEN een vraag krijgt rond vorming met dit pakket, kunnen we een beroep doen op jou om hiermee aan de slag te gaan. Hiervoor willen we een ‘pool’ van opgeleide trainers aanmaken zodat er snel op vragen kan ingespeeld worden en mensen ook niet overvraagd geraken.

Wat vragen we van jou:

- minimaal 4 jaar ervaring in het begeleiden van personen met NAH in brede ADL-context

- engagement om- uiteraard tegen vergoeding- op regionale vormingsvragen in te gaan (hoeveelheid valt te bespreken)

- contactplicht rond vormingsvragen van dit pakket die buiten het SEN worden gesteld

- deelnemen aan jaarlijks overleg rond dit vormingspakket (uitwisselen van ervaringen, aanpassingen,..)

Van SEN krijg je:

- een gratis opleiding rond het geven van dit pakket

- het pakket gratis ter beschikking

- vrij gebruik van het vormingspakket binnen de eigen organisatie

- correcte vergoeding voor het geven van de vorming

We organiseren op 16 december in De Zavel (Duinstraat 21-23 te Antwerpen) een ‘train- the- trainersessie’ waar je kennis maakt met dit pakket en leert hoe dit pakket te gebruiken. Deelname is zoals reeds gezegd kosteloos. Heb je hiervoor interesse en wil je graag met dit pakket aan de slag? Mail je cv dan naar sven.pans@senvzw.be . Bij vragen kan je steeds terecht op dit mailadres of telefonisch via 0473/256.395

Congres Het blinde brein


Minstens een derde van ons brein houdt zich bezig met de visuele waarneming. Beschadiging kan grote invloed hebben op het zien!  Door schade in de visuele gebieden van de hersenen kunnen visuele prikkels niet (goed) worden verwerkt. Cerebrale visuele stoornissen zijn het gevolg.

Cerebrale visuele stoornissen kunnen op allerlei manieren ontstaan. De verschillende doelgroepen, de zeer diverse visuele waarnemingsstoornissen en de invloed die de stoornissen kunnen hebben op het functioneren, komen tijdens het congres allemaal aan bod. Het congres kan bijdragen aan een betere herkenning van signalen van cerebrale visuele stoornissen voor behandelaars en betrokkenen, aan een beter begrip van de complexe problematiek en aan meer kennis over de mogelijkheden voor behandeling en begeleiding.

Organisatie
Dit congres wordt georganiseerd door Bartiméus.

Datum en locatie
Donderdag 12 februari 2009 van 9.30 - 17.30 uur in het World Forum in Den Haag. Het World Forum is goed bereikbaar en beschikt over parkeergelegenheid. Bij de definitieve bevestiging van uw deelname ontvangt u van ons een routebeschrijving.

Programma
U kunt het programma hier downloaden (PDF)

Aanmelden
U kunt zich aanmelden voor het congres via onze website.
De inschrijving geschiedt op volgorde van binnenkomst. Uw inschrijving wordt door ons schriftelijk bevestigd.
Het deelnamebedrag bedraagt € 295,- dit is inclusief congresmap, lunch, koffie / thee en informele afsluiting.

Accreditatie
De accreditatie voor het congres is aangevraagd. Kijk voor meer informatie op onze website.

Certificaat
Na afloop van het congres ontvangt u een deelnamecertificaat.

Meer informatie
Voor vragen kunt u contact opnemen met Debby Meeuwsen, projectleider congres Het blinde brein, cerebrale visuele stoornissen bij kinderen en volwassenen, per e-mail d.meeuwsen@bartimeus.nl of via tel: 06 43 87 43 45.

Programma

09.30 10.15 Ontvangst

10.15 10.30 Opening dagvoorzitter Henk de Jong manager Bartiméus Internationaal

Welkomstwoord Mr. dr. Tobias Witteveen Voorzitter Raad van Bestuur Bartiméus

10.30 11.30 Lezing Prof. Dr. G.N. Dutton MD FRCOphth Consultant Ophthalmologist

Visual impairment due to damage to the brain Designing Strategies to Help Affected Children

Visual impairment due to damage to the brain in children has multiple manifestations, each requiring identification, measurement and intervention. Vision is required for access to information (near and distance), social interaction and mobility (of upper and lower limbs).  Visual impairment can limit development of these functions, and intervention for each element may be required.  A structured approach is needed which encompasses all of these areas, and which communicates the information elicited, in such a way that it can be easily understood and acted upon by everyone responsible for helping the child.

11.30 - 12.00 Lezing Dr. M. van Genderen Oogarts Bartiméus

Cerebrale virusstoornissen bij schoolgaande kinderen

Het aantal verwijzingen van schoolgaande kinderen met de vraag om diagnostiek van cerebrale visusstoornissen is de afgelopen jaren fors toegenomen. In deze lezing zal een overzicht gegeven worden van de resultaten van deze diagnostiek en de daaruit voortvloeiende begeleidingsvormen.  De lezing zal geïllustreerd worden met voorbeelden uit de praktijk.

12.00 12.30 Lezing Prof. W.H. Brouwer neuropsycholoog UMCG

Visuele en visuospatiële functiebeperkingen bij veroudering en daarmee samenhangende neurodegeneratieve aandoeningen

Wat zijn de "normale" leeftijdsgerelateerde achteruitgang van visuele en visuospatiële functies voor zover die samenhangt met neurodegeneratieve processen. Wat zijn de verschillen tussen patiënten met dezelfde diagnose en globale ernst, afhankelijk van de mate waarin visuele en visuospatiële hersengebieden bij het ziekteproces zijn betrokken. Er wordt ingegaan op de neuropsychologische diagnostiek van de betrokken functies bij ouderen met (beginnende) dementie. En op de gevolgen van de visuele en visuospatiële functiebeperkingen voor het dagelijks leven,met name voor de sociale interactie en voor de mobiliteit buiten huis (autorijden).

12.30 13.30 Netwerklunch

13.45 14.30 Parallelsessies ronde 1

14.45 15.30 Parallelsessies ronde 2

15.30 15.45 Pauze

16.00 16.30 Plenaire afsluiting (forum)

Henk de Jong discussieert met Gordon.Dutton, Mies van Genderen, Wiebo Brouwer en Joost Heutink (neuropsycholoog RUG en Visio)

16.30 17.30 Uitreiking certificaten

Aansluitend borrel

Boeiend Themanummer:

  Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S85-91.

Use of diffusion-tensor imaging in traumatic spinal cord injury to identify concomitant traumatic brain injury.

Department of Medical Imaging, University of Toronto, Toronto, ON, Canada.

OBJECTIVE: To characterize and differentiate cerebral white matter (WM) changes related selectively to traumatic brain injury (TBI) or spinal cord injury (SCI) in patients with SCIs in order to improve diagnostic accuracy of TBI in people with SCI. DESIGN: Diffusion-tensor imaging (DTI)-derived fractional anisotropy (FA) data in WM tracts were compared between a healthy control and 2 patient groups. Between-subject comparisons of FA were performed using region of interest (ROI) analysis and tract-based spatial statistics. SETTING: A large, urban inpatient SCI program. PARTICIPANTS: Three groups: SCI and concomitant TBI (SCI with TBI, n=7); SCI without TBI (SCI only, n=15); and healthy control subjects (n=12). INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURE: FA was used as a measure of cerebral WM integrity. RESULTS: ROI analyses showed reduced FA in the genu and splenium of the corpus callosum and forceps minor in patients with SCI with TBI compared with both healthy controls and patients with SCI only. ROI analyses did not show evidence of FA differences in patients with SCI only compared with controls. Tract-based spatial statistics did not demonstrate between-group differences in FA. CONCLUSIONS: DTI is a sensitive tool to detect TBI-related WM damage in patients with SCI who have suffered concomitant TBI. No WM abnormalities on DTI could be attributed to SCI alone, although this finding should be further explored in future studies. Therefore, DTI may be a valuable tool to identify TBI in the SCI population. Further research to produce normative FA values is needed to allow identification of TBI in individual patients with SCI.

PMID: 19081446 [PubMed - in process]

 

 
 
Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S77-84.

Traumatic brain injury in patients with traumatic spinal cord injury: clinical and economic consequences.

Toronto Rehabilitation Institute, Toronto, ON, Canada. bradbury.cheryl@torontorehab.on.ca

OBJECTIVE: To evaluate the clinical and economic burden of traumatic brain injury (TBI) in people with traumatic spinal cord injury (SCI). DESIGN: Prospective, case-matched control study. SETTING: Inpatient spinal cord rehabilitation program. PARTICIPANTS: Patients (n=10) diagnosed with traumatic SCI and concomitant TBI matched to an SCI only control group. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Inpatient rehabilitation length of stay, health care costs (patient care hours), clinician resource allocation, behavioral and critical incidents, FIM, Personality Assessment Inventory, and neuropsychological assessment findings. RESULTS: Prolonged loss of consciousness, increased rehabilitation costs, and greater demands on clinician recourses (trend) were found in the SCI with TBI group relative to the SCI-only group. Neuropsychological test performance was significantly worse in the SCI with TBI group, while the FIM cognition score did not discriminate because of ceiling effects. Greater evidence of psychopathology was observed in the SCI with TBI group. CONCLUSIONS: The presence of TBI in SCI has a range of clinical and economic consequences. This dual diagnosis has the potential to affect SCI rehabilitation negatively, as well as quality of life and reintegration in the community. Specialized care appears to be needed to improve outcomes and to minimize clinical and economic burden, but further research is required.

PMID: 19081445 [PubMed - in process]

 

 
 
Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S69-76.

Long-term cognitive outcome in moderate to severe traumatic brain injury: a meta-analysis examining timed and untimed tests at 1 and 4.5 or more years after injury.

Toronto Rehabilitation Institute, Toronto, ON, Canada. ruttan.lesley@torontorehab.on.ca

OBJECTIVES: To examine long-term outcome of moderate to severe traumatic brain injury (TBI) on timed and untimed cognitive tests using meta-analysis. DESIGN: Meta-analysis examining outcome at 2 epochs, 6 to 18 months postinjury (epoch 1) and 4.5 to 11 years postinjury (epoch 2). SETTING: Data source was published articles (1966-2007) identified through electronic and manual search. PARTICIPANTS: A total of 1380 subjects with moderate to severe TBI participated in the 16 studies meeting inclusion criteria. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Timed and untimed neuropsychologic tests with quantitative results (means, SDs, t, and df tests) from studies containing a healthy comparison group and a mean time since injury falling within 1 of the 2 epochs. RESULTS: Patient versus control weighted effect sizes were medium to large at epoch 1 for both untimed tasks (r=-.46; confidence interval [CI], -.32 to -.65) and timed tasks (r=-.46; CI, -.35 to -.59). At epoch 2, effect sizes were slightly smaller for untimed tasks (r=-.38; CI, -.25 to -.60) and timed tasks (r=-.40; CI, -.32 to -.62). CONCLUSIONS: Patients showed robust, persisting impairments on both timed and untimed tests at recovery plateau (ie, 6-18mo postinjury) and many years later. These findings converge with previous studies, though using an alternative approach that obviates some of the methodologic problems of longitudinal studies, such as selective attrition.

PMID: 19081444 [PubMed - in process]

 

 
 
Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S61-8.

The efficacy of cognitive behavior therapy in the treatment of emotional distress after acquired brain injury.

Toronto Rehabilitation Institute, Toronto, ON, Canada. bradbury.cheryl@torontorehab.on.ca

OBJECTIVE: To evaluate the efficacy of cognitive behavior therapy (CBT), adapted to meet the unique needs of individuals with acquired brain injury (ABI), and modified for both group and telephone delivery. DESIGN: Matched-controlled trial, with multiple measurements across participants, including pretreatment baseline assessment plus posttreatment and 1-month follow-up. SETTING: Outpatient community brain injury center. PARTICIPANTS: Participants (N=20) with chronic ABI. Ten were assigned to the CBT treatment group and 10 to education control. All were experiencing significant emotional distress at the onset of the study. INTERVENTION: Eleven sessions of CBT (or education control), including 1 introductory individual session plus 10 further sessions administered in either group format or by telephone. The CBT was designed to decrease psychologic distress and improve coping. Specific adaptations were made to the CBT in order to better accommodate individuals with cognitive difficulties. MAIN OUTCOME MEASURES: Primary outcome measures included the Symptom Checklist-90-Revised (SCL-90-R) and the Depression Anxiety Stress Scales (DASS-21). Secondary outcome measures included the Community Integration Questionnaire (CIQ) and the Ways of Coping Scale, Revised. RESULTS: Significant CBT treatment effects (in both group and telephone formats) were observed on the SCL-90-R and the DASS-21, whereas no significant effects were observed in the education control group. No significant effects of treatment were observed on the CIQ or Ways of Coping Scale, Revised. CONCLUSIONS: Results suggest that adapted CBT-administered by telephone or in a face-to-face group setting-can significantly improve emotional well-being in chronic ABI.

PMID: 19081443 [PubMed - in process]

 

 
 
Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S51-60.

Prediction of return to productivity after severe traumatic brain injury: investigations of optimal neuropsychological tests and timing of assessment.

Graduate Department of Rehabilitation Sciences, University of Toronto, Toronto, ON, Canada. green.robin@torontorehab.on.ca

OBJECTIVES: (1) To examine predictive validity of global neuropsychological performance, and performance on timed tests (controlling for manual motor function) and untimed tests, including attention, memory, executive function, on return to productivity at 1 year after traumatic brain injury (TBI). (2) To compare predictive validity at 8 weeks versus 5 months postinjury. (3) To examine predictive validity of early degree of recovery (8wk-5mo postinjury) for return to productivity. DESIGN: Longitudinal, within subjects. SETTING: Inpatient neurorehabilitation and community. PARTICIPANTS: Patients (N=63) with moderate to severe TBI. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Primary outcome: return to productivity at 1 year postinjury. Primary predictors: neuropsychological composite scores. Control variables: posttraumatic amnesia, acute care length of stay (LOS), Glasgow Coma Scale score, age, and estimated premorbid intelligence quotient. RESULTS: Return to productivity was significantly correlated with global neuropsychological performance at 5 months postinjury (P<.05) and showed a trend toward significance at 8 weeks. Performance on the untimed composite score, and more specifically executive and memory functions, mirrored this pattern. Logical Memory performance significantly predicted return to productivity, but not other memory tests. Timed tests showed no significance or trend at either time point. Early degree of recovery did not predict return to productivity. Among control variables, only acute care LOS was predictive of return to productivity. CONCLUSIONS: Findings validate utility of early neuropsychological assessment for predicting later return to productivity. They also provide more precise information regarding the optimal timing and test type: results support testing at 5 months postinjury on untimed tests (memory and executive function), but not simple attention or speed of mental processing. Findings are discussed with reference to previous literature.

PMID: 19081442 [PubMed - in process]

 

 
 
Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S45-50.

Use of diffusion tensor imaging to examine subacute white matter injury progression in moderate to severe traumatic brain injury.

Department of Medical Imaging, Division of Neuroradiology, University Health Network, Toronto, ON, Canada.

OBJECTIVE: To demonstrate subacute progression of white matter (WM) injury (4.5mo-2.5y postinjury) in patients with traumatic brain injury using diffusion-tensor imaging. DESIGN: Prospective, repeated-measures, within-subjects design. SETTING: Inpatient neurorehabilitation program and teaching hospital MRI department. PARTICIPANTS: Brain-injured adults (N=13) with a mean Glasgow Coma Scale score of 7.67+/-4.16. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Fractional anisotropy (FA) values were measured at 4.5 and 29 months postinjury in right and left frontal and temporal deep WM tracts and the anterior and posterior corpus callosum. RESULTS: FA significantly decreased in frontal and temporal tracts: right frontal (.38+/-.06 to .30+/-.06; P<.005), left frontal (.37+/-.06 to .32+/-.06; P<.05), right temporal (.28+/-.05 to .22+/-.018; P<.005), and left temporal (.28+/-.05 to .24+/-.02; P<.05). No significant changes were in the corpus callosum. CONCLUSIONS: Preliminary results demonstrate progression of WM damage as evidenced by interval changes in diffusion anisotropy. Future research should examine the relationship between decreased FA and long-term clinical outcome.

PMID: 19081441 [PubMed - in process]

 

 
 
Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S35-44.

Magnetic resonance imaging evidence of progression of subacute brain atrophy in moderate to severe traumatic brain injury.

Department of Medical Imaging, Division of Neuroradiology, University Health Network, University of Toronto.

OBJECTIVE: To demonstrate subacute progression of brain atrophy (from 4.5-29mo postinjury) in moderate to severe traumatic brain injury (TBI) using structural magnetic resonance imaging (MRI). DESIGN: Within-subjects, repeated-measures design. SETTING: Inpatient neurorehabilitation program and teaching hospital (MRI department). PARTICIPANTS: Adults (N=14) with moderate to severe TBI. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Neuroradiologist readings and volumetric measurements (total brain cerebrospinal fluid and hippocampus) at 4.5 months and 2.5 years postinjury. RESULTS: Ten of 14 patients showed visible atrophy progression. Significant increase in cerebrospinal fluid (CSF) volume (t(13)=-4.073, P<.001) and decrease in right and left hippocampal volumes (t(13)=4.221, P<.001 and t(13)=3.078, P<.005, respectively) were observed from 4.5 months to 2.5 years. Compared with published normative data, patients with TBI showed significantly more pathologic percent annual volume change for the hippocampi (t(26)=-3.864, P<.001, right; and t(26)=-2.737, P<.01, left), and a trend for CSF (t(26)=1.655, P=.059). CONCLUSIONS: This study provides strong MRI evidence for subacute progression of atrophy, as distinct from early, acute neurologic changes observed.

PMID: 19081440 [PubMed - in process]

 

 
 
  Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S3-15.

Recovery of cognitive function after traumatic brain injury: a multilevel modeling analysis of Canadian outcomes.

Department of Psychiatry and Behavioural Neurosciences, McMaster University, Hamilton, ON, Canada.

OBJECTIVE: To ascertain patterns of cognitive recovery during the first year after traumatic brain injury (TBI). Specifically, differential recovery across cognitive domains was investigated. DESIGN: Prospective, longitudinal, naturalistic, 1-year follow-up study. SETTING: Large, urban inpatient neurorehabilitation program. PARTICIPANTS: Patients (N=75) with moderate to severe TBI. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Patients with TBI were followed over the course of 1 year, during which participants' neuropsychological status was repeatedly evaluated at 3 time points (2, 5, and 12 months postinjury). RESULTS: Multilevel modeling results were consistent with previous research, demonstrating that recovery in the first year postinjury is asymptotic in nature, with more accelerated recovery occurring during the first 5 to 6 months. Importantly, results also suggest that recovery is not uniform across cognitive domains. From 2 to 5 months postinjury, steeper recovery curves were revealed for indices of memory, speeded executive function, verbal abstraction, and manual dexterity relative to untimed tests of executive function and word knowledge. Recovery trajectories did not significantly vary as a function of cognitive domain over the course of the last 5 to 12 months. CONCLUSIONS: These results are the first to explore trajectories of recovery directly as a function of multiple cognitive domains. They are expected to have implications for rehabilitative efforts as well as our understanding of the architecture of natural recovery after TBI.

PMID: 19081439 [PubMed - in process]

 

 
 
  Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S25-34.

Postrecovery cognitive decline in adults with traumatic brain injury.

Toronto Rehabilitation Institute, University Centre, Toronto, ON, Canada. ctill@yorku.ca

OBJECTIVE: To assess prospectively the degree of postrecovery long-term cognitive decline after moderate to severe traumatic brain injury (TBI). DESIGN: Observational cohort. SETTING: Inpatient rehabilitation hospital. PARTICIPANTS: Adults (N=33) with moderate and severe TBI from a well characterized sample with low attrition. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Recovery of functioning was ascertained through repeat neuropsychological assessments over the first 5 years postinjury. Cognitive decline from a baseline of 12 months postinjury to a follow-up evaluation conducted on average +/- SD 2.1+/-0.99 years later. Change was calculated using the reliable change index (RCI) for 12 neuropsychological tests commonly used in the assessment of TBI. RESULTS: At the group level, negligible changes in cognitive function were observed over time. However, application of the RCI using 90% confidence intervals showed statistically significant cognitive decline on at least 2 neuropsychological measures in 27.3% of study participants. Decline was most commonly observed on a test of verbal fluency and the delayed recall portion of a test of verbal list learning (Rey Auditory Verbal Learning Test), although substantial variability existed across patients. Decline was significantly correlated with hours of therapy received at 5 months postinjury (P<.02). CONCLUSIONS: Consistent with a small number of previous studies, cognitive deterioration may follow an initial period of recovery. Overall, the pattern of decline across tests varied across individuals. Possible mechanisms of decline are discussed. Further research is needed to understand the stability of this finding and its functional implications.

PMID: 19081438 [PubMed - in process]

 

 
 
  Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S16-24.

Examining moderators of cognitive recovery trajectories after moderate to severe traumatic brain injury.

Toronto Rehabilitation Institute, Toronto, ON, Canada. green.robin@torontorehab.on.ca

OBJECTIVES: To examine the influence of cognitive reserve-related moderator variables on recovery trajectories during the first year after traumatic brain injury (TBI). Using mixed effects models, we measured (1) the level of cognitive function at 2 and 12 months postinjury and (2) the trajectories of cognitive recovery during the first 12 months postinjury. DESIGN: Repeated-measures design with neuropsychological testing at 2, 5, and 12 months postinjury. SETTING: Large, urban inpatient neurorehabilitation program. PARTICIPANTS: Patients (N=75) with moderate-to-severe TBI. INTERVENTIONS: Not applicable. MAIN OUTCOME MEASURES: Primary outcomes: neuropsychological composite scores including simple speed of processing, complex speed of processing, memory, untimed executive functions, and attention span. Primary predictors: age, estimated premorbid intelligence quotient (IQ), and years of education. RESULTS: Only age significantly moderated trajectories. Decreasing age significantly enhanced recovery of speed of processing, both simple (2-12mo postinjury, P<.001) and complex (2-12mo postinjury, P<.05; 5-12mo postinjury, P<.005). Decreasing age and increasing estimated premorbid IQ were associated with higher performance at 2 and 12mo postinjury for simple speed of processing (premorbid IQ, 2 and 12mo), complex speed of processing (age, 2 and 12mo), untimed executive functions (premorbid IQ, 2 and 12mo), and memory (premorbid IQ, 2 and 12mo). CONCLUSIONS: Recovery of speed of processing (both simple and complex) was favorably moderated by younger age. Older age is associated with more neuronal loss and less integrity of white matter, and speed of processing is associated with white matter networks. The recuperative effects of younger age may therefore be attributable to greater reserve capacity (as indexed by white matter integrity). Lower age and higher estimated premorbid IQ were associated with higher functioning on a variety of cognitive outcomes. This may reflect the buffering effects of reserve capacity or premorbid differences in age and IQ-related cognitive functioning. Implications for rehabilitation and recovery mechanisms are discussed.

PMID: 19081437 [PubMed - in process]

 

 
 
  Arch Phys Med Rehabil. 2008 Dec;89(12 Suppl):S1-2.

Traumatic brain injury: recovery, prediction, and the clinician.

Institute of Neuroscience, Trinity College, Dublin, Ireland. iroberts@tcd.ie

Traumatic Brain Injury produces long term disabling effects in a young population of normal life expectancy, yet very little is known about its medium to long-term outcome with the underlying pathologies often invisible to standard brain imaging methods. This collection of papers offers a major advance in defining the course of recovery following TBI, and demonstrating the utility of new brain imaging techniques such as diffusion-tensor imaging to predict outcome and detect hitherto concealed pathologies. These pathologies partly explain the profound behavioral deficits that have been widely demonstrated in TBI but often disputed in courts and elsewhere because of the lack of correlates in underlying brain structure. This edition also offers the first clear evidence of progressive postinsult long-term brain atrophy in some cases of TBI, as well as highlighting important neuropsychological and behavioral predictive variables for recovery, and including the possibility of effective behavioral treatments to mitigate some of these profoundly disabling deficits. This collection of papers is outstanding in a number of ways - in giving the clinician a sense of what can be said to the worried family and what cannot, and in offering researchers important insights from imaging and neuropsychology into the possible mechanisms for the postacute recovery process. But they are important in a third, even more important way - in yielding some real pointers as to how the course of recovery may be influenced.

PMID: 19081436 [PubMed - in process]

 

 

 

Site onderhouden door Stefaan Decorte HomeCompanyOnze dienstenPoliciesFAQsContactNieuwsbrief  • Vacatures      
footer image footer image