HomeFAQsContact STAVO 

Wij spelen op vrijdagavonden van 21.00 tot 22.30 uur in een gemengde recreatieve ploeg.  Belangstelling? Neem contact op met Stefaan (voorzitter) of  Paul (secretaris).  Je kunt ook een van onze leden contacteren en eens informeren naar onze ploeg.    

Welkom ...

In september 1972 startte in de Koude Keuken te Sint-Andries een groep -toen jonge- sportievelingen met recreatief volleybal voor mannen en vrouwen.  Vanaf de aanvang betrof het een vriendenclub, die met inzet en enig talent speelde zonder competitieve ambities.

We zijn bijna 35 jaar later en Stavo is en blijft een groep van vrienden.  We spelen thans sinds ettelijke jaren op vrijdagavond van 21.00 tot 22.30 uur in een van de zijzaaltjes van het sportcomplex van het Sint-Lodewijkscollege.   We zijn daar ondertussen de langst spelende ploeg.  

NIEUWE SPELREGEL:

Laatste wijzigingen
8 feb 2009
Reglement Netcontact (Regel 11.3.1 & 11.4.4
klik hier voor film
  Wegenwerken in Machelen. Bereikbaarheid Sporthal Bosveld
Klik hier voor meer uitleg.

Spelregels KBVBV 2009-2012 (in linkerkolom)

  Liga Heren en Ere Dames toe te passen vanaf weekend 31.01-01.02.2009
Toepassing nieuwe spelregels 2009/2012.

De raad van Bestuur KBVBV van 15 januari 2009 heeft besloten om de nieuwe spelregels 2009/2012 slechts voor de Liga Heren en Ere Dames toe te passen vanaf het Weekend 31.01/01.02.2009.

Voor de anderen reeksen is de toepassing voorzien bij de start van de nieuwe competitie 2009/2010.

Voor de Ere dames is ook de coachzone van toepassing.
(Zie Internationale Volleybal Spelregels 2009 – 2012 Art. 1.3.4.)

De “coach-lijn” ( een onderbroken lijn die loopt van aan de aanvalslijn tot het einde van het veld, evenwijdig aan de zijlijn en 1.75 meter er van af liggend ) bestaat uit korte lijnen van 15 cm lengte die 20 cm uit elkaar liggen om de grens van de werkingsruimte van de coach aan te duiden.)

Voor verdere informatie, zie beide rubrieken geplaatst op de site VVB-Arbitrage.
Jos Michiels,Verantwoordelijke Arbitrage

31 december 2008

Aanpassingen en verduidelijkingen aan de reglementering

   

 

Op te volgen instructies (zie onder rubriek Instructies in rechterkolom)

 

Volleybalnet

Opmerking

De scheidsrechters moeten de rubriek “BALLEN” raadplegen.
De lijst is terug te vinden op de VVB site: klik hier
Rubriek werd aangepast op 17 oktober 2008 !!!!

 

Aanpassing Regel 9.1.2.3 (Onmiddellijk toe te passen)

Indien gelijktijdige aanrakingen door twee tegenstanders boven het net een "GEHOUDEN BAL" met zich brengt, wordt geen "DUBBELE FOUT" aangerekend en wordt de spelfase niet onderbroken. ( 9.2.2 )

Toelichting:
1
. Wanneer de bal na deze gelijktijdige aanraking “buiten” het veld valt, begaat de ploeg aan de tegenovergestelde zijde van het net de fout. (R9.1.2.2)
2
. Wanneer de bal na deze gelijktijdige aanraking de antenne raakt, dan is er een “dubbele fout”. De spelfase wordt opnieuw gespeeld.

Leden:

  • Guido Simoens (erevoorzitter)
  • Stefaan Decorte (voorzitter)
  • Paul Maertens (secretaris - penningmeester)
  • de volledige ledenlijst wordt verder uitgewerkt 

De basisregels:

Volleybal

Volleybal is een balsport waarbij het speelveld is verdeeld in twee gelijke helften gescheiden door een net. De beide teams bevinden zich ieder op hun eigen helft en proberen door het slaan of tikken tegen de bal deze op het tegenoverliggende deel van het speelveld binnen de lijnen de grond te doen raken. Wie het eerst een afgesproken aantal punten (meestal 25) heeft behaald wint de set. Wie het eerst een afgesproken aantal sets (meestal 3) heeft gewonnen wint de wedstrijd.


Op de zijkanten van het net, precies boven de zijlijn, zijn twee antennes geplaatst. Een bal die naar het speelveld van de tegenstander wordt gespeeld moet tussen deze antennes door gaan.

In de oorspronkelijke variant, het gewone zaalvolleybal, bestaat ieder team uit zes personen en meet het veld 9 bij 18 meter.

In de loop der tijd zijn er een aantal varianten ontstaan waaronder zitvolleybal, minivolleybal, beachvolleybal.

Inhoud[

Zaalvolleybal

Afmetingen van het speelveld: 9 bij 18 meter
Hoogte van het net: 243 cm voor heren en 224 cm voor dames
De volleybal:

Belangrijkste regels:

1.      Het balcontact moet kort zijn(te beoordelen door de scheidsrechter) en de bal mag met ieder deel van het lichaam worden gespeeld.

2.      Een speler mag de bal niet naar zichzelf spelen, behalve bij het blokkeren. Behalve bij de eerste bal, waar het is toegestaan de bal twee keer achtereen te raken, als dit gebeurt binnen één en dezelfde handeling.

3.      Elk team mag maximaal drie keer balcontact achter elkaar hebben, waarbij de blokkering niet als een balcontact telt.

4.      Het net en de antenne mogen niet worden aangeraakt. Het net mag worden geraakt bij de service, het spel gaat dan gewoon door.

5.      Een lichaamsdeel van een speler mag het speelveld van de tegenstander niet raken. De middenlijn hoort bij beide speelvelden. Voor de voeten en handen geldt dat ze volledig over de lijn moeten zijn om als fout beoordeeld te kunnen worden.

6.      Een team scoort een punt door de bal het veld van de tegenstander te doen raken (binnen de lijnen) of doordat een tegenstander een fout maakt.

7.      Zodra een team een punt scoort krijgt dat team in de volgende rally het recht van opslaan (ook wel serveren genoemd)

8.      Het team dat de opslag naar zich toe haalt, roteert voor de opslag kloksgewijs één plaats.

9.      Voor aanvang van een nieuwe rally mag een speler worden gewisseld. Ieder team heeft per set recht op maximaal zes wissels. Een speler die is uitgewisseld mag voor diezelfde speler weer worden ingewisseld maar mag daarna niet weer worden gewisseld. In totaal zijn dit dan dus twee wissels van de maximaal toegestane zes. Een uitzondering is dat de libero vrij gewisseld mag worden voor een willekeurige speler in het achterveld, zij het dat de libero niet mag serveren.

10.  Ieder team heeft in elke set recht op twee time-outs van dertig seconden.

11.  Tussen twee sets is een pauze toegestaan van maximaal 3 minuten.

12.  Op het hoogste niveau zijn er zogenaamde technische time-outs van één minuut op het moment dat het eerste team het 8e en 16e punt scoort.

13.  Een achterspeler mag een bal gesprongen overspelen, maar enkel indien hij afstoot achter de 3meterlijn. Hij mag wel voor de lijn landen. Maar als de hand waarmee de bal wordt overgespeeld niet boven het net komt, geldt deze regel niet.

14.  De libero slaat nooit op en is altijd achterspeler. Hij mag de bal nooit gesprongen overspelen.

Puntentelling

Binnen de Nederlandse competitie wordt Het Rally Point Systeem toegepast. Dit systeem is in het jaar 2000 ingevoerd om het spel aantrekkelijker te laten verlopen. Het komt er op neer dat iedere rally resulteert in een punt voor een van beide teams. De set eindigt als een team 25 punten heeft behaald en minstens twee punten meer heeft dan de tegenstander, dus als de stand 25-24 is wordt er tot 2 punten verschil doorgespeeld. Een eventuele vijfde set gaat tot 15 punten met twee punten verschil.

Voorheen werd er gewerkt met een ander systeem. Hierbij kon alleen het serverende team een punt scoren. Als het niet-serverende team de rally wint, krijgt het wel de opslag, maar geen extra punt. Een set eindigt bij 15 punten met twee punten verschil.

Vanaf begin jaren '90 is het oude systeem langzaam overgegaan naar het nieuwe systeem, te beginnen met alleen de vijfde set op internationaal niveau tot uiteindelijk alle sets tot op het laagste nationale niveau.

Bij beide systemen is het zo dat het team dat het voorgaande punt gewonnen heeft, de volgende opslag krijgt (behalve bij het begin van een set).

Het spel

Wanneer een team de bal op de grond van de tegenstander krijgt, de bal door de tegenstander buiten de lijnen wordt geslagen, of er een fout wordt gemaakt die wordt bestraft door de scheidsrechter, krijgt het de opslagbeurt. Die duurt totdat de tegenstander scoort.

De bal wordt in het spel gebracht door de serveerder door middel van een opslag of serve vanachter de achterlijn: de bovenhands geslagen opslag of de sprongservice. Op recreatieniveau en bij de jeugd wordt ook wel de onderhandse opslag gebruikt. De opgeslagen bal moet over het net in het veld van de tegenstander belanden. Een vrij nieuwe regel is dat wanneer de bal wel het net raakt, maar er overheen gaat, het spel gewoon doorloopt. Een van de veldspelers van de ontvangende partij vangt de geserveerde bal met naast elkaar gestrekte onderarmen op. In het hedendaagse volleybal mogen deze ook ' bovenhands ' gespeeld worden. Gewoonlijk wordt de bal doorgespeeld naar een spelverdeler. Komt de bal op de grond, wordt hij buiten de lijnen of in het net geslagen of fout geretourneerd, dan gaat de opslagbeurt naar de tegenstander, ongeacht de wijze van puntentelling.

De spelverdeler, een speler met een goede techniek en een uitstekend spelinzicht, staat in de rally iets rechts van het midden voor het net, of zorgt dat hij of zij daar komt te staan wanneer de bal van de tegenstander ontvangen is. Die speelt de bal meestal door naar een van de aanvallers de set-up (opzet) genoemd. De spelverdeler kan de set-up geven aan de buitenaanvaller ( meestal de receptie/hoek), welke aan de linkerkant aan het net staat, de middenaanvaller (ook wel hoofdblokkeerder genoemd), welke in het midden aan het net staat of aan de diagonaalspeler (= opposite), welke rechts aan het net staat. In dat laatste geval wordt de set-up meestal achterover gegeven. Tevens kan de spelverdeler de set-up geven aan een van de achterspelers, deze kunnen een zogenaamde "3-meteraanval" uitvoeren. Dit houdt in dat ze net als de voorspelers alle ballen mogen slaan zolang de aanval (en de afzet) maar achter de 3-meterlijn gebeurt. Binnen deze 3-meterlijn mogen de achterspelers alleen balcontact hebben als ze met beide benen op de grond staan. Een uitzondering voor de achterspelers is de libero die nooit vanuit het achterveld een aanvallende actie mag uitvoeren. De aanvaller die de balkrijgt toegespeeld tikt of slaat de bal over het net naar de grond. Meestal wordt de smash toegepast, een harde klap met de vlakke hand, waarbij het balcontact zo kort mogelijk moet zijn. Soms kan of moet de bal getikt worden, bijvoorbeeld als de opzet niet goed is voor een smash, of als de aanvaller over de verdediging heen wil spelen.

De verdediging moet de bal van de grond zien te houden en doet dat gewoonlijk door een blok te vormen: een, twee of drie spelers springen tegelijk en naast elkaar met gestrekte armen en handen op, om de tegenstander te beletten de bal over het net heen te slaan/tikken. De kunst is om op het juiste moment en precies tegelijkertijd te springen, en natuurlijk op de plek waar de bal geslagen wordt. Blokkeren kan aanvallend zijn, waarbij de bal direct teruggaat naar het veld van de tegenpartij, of verdedigend, waarbij de bal zoveel mogelijk wordt vertraagd zodat deze door een teamgenoot makkelijker kan worden gespeeld.

Als een bal het blok passeert dient deze door de verdedigers in het achterveld te worden verdedigd. Dit levert vaak spectaculaire acties op met glijduiken en zijwaartse rollen. De enige jaren geleden geïntroduceerde libero is een specialist in dit soort verdedigende acties.

Gewoonlijk zitten trainer/coach, reservespelers en andere teamleden tegenover de hoofdscheidsrechter. Als de trainer/coach dat nodig vindt mag hij/zij een time-out aanvragen. De trainer maakt met zijn handen een T-teken, de scheidsrechter blaast af en er kan met de spelers worden overlegd. Een time-out kan simpelweg een tactische manoeuvre zijn om de vaart uit het spel van de tegenstander te halen, en/of nodig zijn om aanwijzingen aan de eigen spelers te geven. Een time-out duurt 30 seconden en mag per set en per team tweemaal worden aangevraagd.

Ontstaan van het volleybal

Uit tekeningen blijkt dat al in de 16e eeuw aan het Engelse hof van koningin Elizabeth een spel werd gespeeld dat veel op volleybal leek. Maar officieel geldt de Amerikaan William G. Morgan als de bedenker van het volleybal. William G. Morgan was sportleider bij de Young Men Christian Association (YMCA) in Massachusetts. Hij gaf onder meer les aan een groep al wat oudere zakenlieden. Het toen al bekende basketbal vond hij iets te hard voor deze groep en hij bedacht in 1895 een ander spel.

Morgan verzamelde spelregels uit de bestaande sporten als tennis, basketbal en honkbal. Deze regels bij elkaar werd volleybal. De bal moest zonder de grond te raken over het net worden gespeeld. Dit heet volley. Een netserve mocht één keer over en je mocht in het spel dribbelen tot één meter voor het net. Dribbelen hield in, de bal voor jezelf omhoog spelen. Een wedstrijd bestond uit innings. Zo'n inning was voorbij als alle spelers van beide teams een serveerbeurt hadden gehad. Bovendien was het mogelijk één tegen één te spelen, maar ook tien tegen tien. En om de vingers van de dames te beschermen konden zij de bal eerst vangen en dan opgooien.

De YMCA zag wel wat in dit spel en ging het verder ontwikkelen met de nodige wijzigingen:

  • 1900 afschaffen van het dribbelen
  • 1912 invoeren van het doordraaien
  • 1917 regeling dat een game tot 15 punten gaat
  • 1918 regeling dat zes spelers per team in het veld staan

Volleybaltermen

Floater (volleybal)

Een floater is een term uit het volleybal. Wanneer bij de opslag de bal zodanig wordt geraakt dat deze niet – of slechts heel langzaam – draait, kan de bal horizontaal en/of verticaal gaan afwijken van zijn "logische" baan zonder dat dit vooraf te zien is. Hierdoor is voor het team dat de opslag ontvangt deze bal moeilijker te onderscheppen.

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor dit verschijnsel:

  • de bal is niet zuiver rond, mogelijk mede veroorzaakt door het ventiel;
  • het zwaartepunt ligt niet exact in het midden van de bal, vermoedelijk mede veroorzaakt door de aanwezigheid van het ventiel;
  • door het slaan tegen de bal vervormt deze en krijgt hierdoor andere aerodynamische eigenschappen.

De Braziliaanse voetballer Roberto Carlos werd wereldberoemd met een vrije trap waarbij de bal ook plotseling van zijn baan afweek. In feite is dit ook een floater, hoewel men in het voetbal meestal spreekt van een ventieltrap — dit omdat de plaats van het ventiel op het moment van de trap voor een belangrijk deel bepaalt of de bal gaat 'floaten' of niet.

 

Pancake

De pancake is een term uit de volleybalsport. Men spreekt van een pancake als de bal met de rug van de hand wordt gespeeld terwijl de hand plat(als een pannenkoek/pancake) op de grond ligt.

Een pancake is vaak een laatste middel om een tactisch geplaatste aanval te pareren. De verdedigende speler is dan niet meer in staat de bal via een normale onderhandse techniek te verdedigen, maar kan de bal in feite nog maar net aanraken.

Door de hand plat op de grond te leggen maakt de verdediger gebruik van de hardheid van de ondergrond waardoor de bal net zo hoog opstuitert als wanneer de bal op de grond zou komen. Mede hierdoor is het voor een scheidsrechter soms moeilijk te beoordelen of de bal al dan niet de grond heeft geraakt, maar meestal is te zien aan de richting waarin de bal stuitert of de bal al dan niet de grond heeft geraakt.

Side-out

Side-out is een volleybalterm waar de partij die de service ontvangt het punt scoort. Op deze manier krijg het ontvangende team een punt erbij, en veroveren zij de service. Bij het oude systeem van puntentelling werd in deze situatie geen punt toegekend aan een van de teams. Bij het rally point systeem is dit wel het geval.

 

Sprongservice

Sprongservice is een term uit het volleybal. Een sprongservice is een opslag waarbij de serveerder nadat hij de bal omhoog heeft gegooid een sprong maakt en de bal raakt op het moment dat beide voeten de grond niet raken. Voordeel hiervan is dat de bal op een hoger punt geraakt kan worden dan bij een 'staande' service. Doordat de bal hoger en dichterbij het net kan worden geraakt, kan de bal harder worden geslagen dan bij een normale service en wordt het ontvangen van een dergelijke bal veel moeilijker voor de ontvangende partij.

Voorwaarde voor een correcte uitvoering van een sprongservice is dat het punt van afzetten achter de achterlijn is. Nadat de bal is geslagen mag er wel in het veld worden geland.

De sprongservice deed zijn intrede in de jaren '80. Destijds door een enkeling op internationaal (heren)topniveau uitgevoerd.

 

Staffel

Een staffel is een aanvalstactiek gebruikt in het volleybal. Bij deze aanval is het de bedoeling om de verdediging op het verkeerde been te zetten. Dit gebeurt doordat een aanvaller als het ware onder de bal door loopt en na zijn schijnaanval de bal geslagen wordt door een aanvaller die achter hem door is gelopen. Dit vergt oefening en een perfecte timing.

 

Steek (volleybal)

Steek is een volleybaltechniek die vooral op een hoger niveau wordt toegepast.

Bij deze techniek springt de aanvaller ongeveer op het zelfde moment dat de spelverdeler de set-up geeft. De spelverdeler speelt de bal vrijwel horizontaal naar de aanvaller.

De afstand kan varieren van 1 tot 3 meter voor een middenaanvaller (vaak halve steek genoemd) tot een langere steek voor de buitenaanvaller, die vlak voor de antenne wordt geslagen. Een nog kortere afstand wordt Stijg genoemd. Een steek kan ook achterover worden gespeeld, maar dit komt weinig voor.

Het grote voordeel van een steekaanval is de snelheid waarmee deze wordt uitgevoerd. Op deze manier geeft men de blokkering weinig tijd om te reageren. 

 

Stijgaanval

Stijgaanval is een volleybaltechniek die vooral op een hoger niveau wordt toegepast.

Bij deze techniek springt de middenaanvaller voordat de spelverdeler de set-up heeft gegeven. De setupper houdt de bal binnen zijn eigen bereik en tikt de bal slechts iets omhoog, waarna de middenaanvaller de bal praktisch uit de handen van de spelverdeler slaat (=eerste tijdsaanval).

De stijg moet men echter niet verwarren met de steek. Bij de steek is de afstand tussen de aanvaller en de spelverdeler (in de breedte) ± 2 meter. Vervolgens speelt de spelverdeler een strakke, snelle bal naar de aanvaller, die de bal over het net kan slaan.

Het grote voordeel van een stijg- of steekaanval is de snelheid waarmee deze wordt uitgevoerd. Op deze manier geeft men de blokkering weinig tijd om te reageren. 

 

Smash

Een smash is een term uit de volleybal en het tennis. Het is de meest gebruikte manier om een punt te scoren bij de tegenpartij.

 

De spelverdeler geeft een set up, waarna de aanvaller deze hard over het net slaat. Met behulp van de juiste techniek zal de bal recht naar beneden geslagen worden. Door gebruik van de pols kan de richting aangepast worden. Simpelweg ook wel aanval genoemd. Een smash wordt altijd gemaakt aan het net. De bedoeling is de bal zo kort mogelijk over het net te slaan. 

 

Block

De block is een term uit het volleybal.

Bij volleybal probeert men vaak te scoren door de bal over het net te slaan. De spelers van de andere ploeg kunnen als reactie daarop blocken. Hierbij springen ze (meestal per 2) vlakbij het net omhoog op de plaats waar ze de bal verwachten. Ze steken beide handen hoog in de lucht en spreiden de vingers. Zo proberen ze de bal tegenhouden en hem -met een beetje geluk- vlak achter het net bij de tegenpartij te droppen.

Ace

Bij de opslag valt de bal aan de kant van de tegenstrevers binnen het veld zonder dat iemand van de tegenspelers de bal heeft kunnen raken.  Het punt wordt dus onmiddellijk gescoord. 

Belangrijke opmerking

De inhoud van deze site kan worden bijgesteld door de leden en door externe instanties.  Het volstaat om contact op te nemen met de voorzitter, die wijzigingen bespreekt met het bestuur.

Wil je meer weten over sportblessures en hoed die op het terrein zo goed mogelijk aan te pakken: ga dan naar onderstaande link.   Gezondsporten: een initiatief van de Vlaamse overheid

Externe Links

 

 

STAVO © 2007 HomeCompanyOnze statutenOnze 10 gebodenFAQsContactGetting Started

Graphic Design by Round the Bend Wizards