Vlaamse Vereniging van Expert-Psychologen

Nieuws en Aankondigingen

Voor u gelezen:

De Sectie Forensische Psychiatrie en de sectie Psychiatrie en Filosofie nodigen u van harte uit op hun studiemiddag
“Identiteit van de forensische expert”
 Woensdag14 september2011
 Congrescentrum ‘t Elzenveld
Lange Gasthuisstraat 45, Antwerpen
Programma:
 
13.30     Onthaal  Philippe. Van Peteghem, middagvoorzitter
 
14.00     Guy Tegenbos, journalist    
Licht de rol toe die aan de expert wordt toegekend vanuit een maatschappelijke context.
 
14.30     Karel van Cauwenberghe, onderzoeksrechter
Bespreekt de beeldvorming van de expert door de juridisch opdrachtgever.       
 
15.00       Paul Cosyns, Professor-emeritus  psychiatrie  
Presenteert hoe de psychiatrie intern waakt over de kwaliteit van haar beeldvorming.
 
15.30     Koffiepauze
 
16.00     Pamela Taylor, Professor psychiatrie
Inspireert vanuit haar rol als academica.
 
16.45     Arnold Burms, Professor  filosofie
Licht toe hoe de verschillende standpunten zich tot elkaar verhouden vanuit filosofisch standpunt.
 
17.15      Kris Goethals, psychiater, MD PhD
Leidt de vragenronde en het ronde tafel debat.
 
18.00     Receptie
 
De voertaal van het symposium is Nederlandstalig, m.u.v. de lezing van Prof. Taylor en het ronde tafel debat. Er is geen simultaanvertaling voorzien.
Accreditering ethiek werd aangevraagd.
 
Deelname:                         VVP-leden             20 EUR
 Niet-VVP-leden      30 EUR
Rekeningnummer:  733-0264500-11  IBAN:  BE30733026450011  BIC:  KREDBEBB
 
Inschrijving (is vereist):               tot 7 september  via secretariaat van de VVP
   

 

Wetsvoorstel tot invoeging van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/1499/53K1499001.pdf

De indieners van dit wetsvoorstel wijzen op problemen inzake het aanstellen en het gebruik van gerechtsdeskundigen in burgerlijke en strafzaken. In een steeds complexer wordende samenleving heeft de rechter vaak moeite om de gepaste deskundige te vinden.  Bovendien laten de criteria om erkend te worden als deskundige te wensen over. Het werken met officieuze lijsten, die niet gebaseerd zijn op kwaliteiten of deskundigheidscriteria kan aanleiding geven tot onjuiste conclusies of soms misbruiken.

Met dit wetsvoorstel willen de indieners een nationaal register voor  gerechtsdeskundigen oprichten. Enkel wie opgenomen is in dit register, is gemachtigd om de titel van gerechtsdeskundige te voeren en is bevoegd om opdrachten als gerechtsdeskundige te aanvaarden en uit te voeren.

Er is een verschil tussen pedofiele en niet pedofiele kindermisbruikers en tussen kindermisbruikers en niet-seksuele feitplegers.  

Angela Eastvold,1 Yana Suchy,2 AND Donald Strassberg2  (RECEIVED March 17, 2010; FINAL REVISION November 30, 2010; ACCEPTED December 1, 2010) 
Abstract
There is increasing evidence of neurocognitive dysfunction among child molesters, supporting the notion of brain anomalies among pedophiles. However, approximately half of child molesters are not pedophilic (i.e., are not primarily attracted to children), and neurocognitive differences between pedophilic (PED) and nonpedophilic (NPED) child molesters are not well understood. The purpose of this study was to assess neurocognition, specifically executive functioning (EF), among phallometrically defined PED and NPED child molesters, relative to nonsexual offenders (NSO).  Participants (N589) were compared on seven EF domains. Results revealed that (a) child molesters exhibited an overall executive profile that was different from that of NSOs, with PEDs differing from NSOs but not from NPEDs; (b) child molesters on the whole performed better than NSOs on abstract reasoning and more poorly on inhibition; and (c) PEDs performed better than NPEDs on planning and exhibited better overall performance accuracy relative to NPEDs. These results suggest that PEDs exhibit a more deliberate, planful response style characterized by greater self-monitoring; whereas NPEDs appear to respond more impulsively. The current report further elucidates neurocognition among child olesters and highlights the need for future research examining subtypes of child molesters. (JINS, 2011, 17, 295–307) 
 
1Mental Health and Behavioral Sciences, James Haley Veterans Hospital, Tampa, Florida
2Department of Psychology, University of Utah, Salt Lake City, Utah

Arts snijdt volledige vagina vrouw weg: "ze is toch weduwe"

10 maart 2011, 19:21

Tijdens een operatie in 2002 heeft een Australische arts de volledige vagina van een van zijn patiënten verwijderd. De 58-jarige vrouw had een verkleurd plekje op haar geslachtsdeel, wat mogelijk op kanker wees. Donderdag is de arts schuldig bevonden aan kwaadwillig verminken van de patiënte.

De man heeft altijd beweerd uit medische overwegingen meer dan enkel het verdachte plekje te hebben moeten verwijderen. Verschillende getuigenissen, onder andere die van het slachtoffer, spreken dit echter tegen. De vrouw claimt dat de arts net voor de operatie nog tegen haar fluisterde dat hij ook haar clitoris zou weghalen. De vrouw was toen echter al onder narcose gebracht en kon niets meer doen.

Toen een verpleegster tijdens de operatie de dokter erop attendeerde dat hij ook de clitoris meenam, zou hij gezegd hebben dat dat niet uitmaakte. "Haar man is toch dood", zou hij gereageerd hebben. Tijdens het proces verklaarde het slachtoffer dat "alles weg is."

De strafmaat voor de arts moet nog bepaald worden.

 Tarief strafzaken 2011:

De Artikels verwijzen naar het Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken van 27 APRIL 2007 (Belgisch Staatsblad 25-05-2007)

 

Artikel

Omschrijving

Honoraria

4 – 4°

voor een meer diepgaand onderzoek, bestaande onder meer uit de schatting van de graad van werkongeschiktheid, zal de kostenstaat opgemaakt worden naar geweten, overeenkomstig de uurlonen voorzien in artikel 44 van deze schaal.

 

10 - A -1°

voor het onderzoek van een persoon met studie van het dossier, summier geestesonderzoek en bondig verslag

€ 114.60

10 - B - 1°

voor het bijstaan van de zieke tijdens het bezoek van de vrederechter of de rechter, evenals tijdens de terechtzitting (deze bepaling kan worden toegepast op grond van artikel 7, § 3 en van andere artikelen)

€ 69.21

10 - B - 2°

voor het schriftelijk verslag betreffende de geestestoestand van de zieke (deze bepaling kan worden toegepast op grond van artikel 7, § 3 en van andere artikelen)

€ 69.21

10 - C - 1°

wanneer een geloofwaardigheidsonderzoek werd gedaan (zelfs met tekeningen), of met deelname aan het verhoor en opstelling van een verslag wordt een forfaitaire vergoeding toegekend van

€ 243.61

10 - C - 2°

voor het onderzoek van een persoon door een psycholoog, het onderzoek bestaande uit de bestudering van het strafdossier, de diverse gepaste onderzoeken en een volledige reeks testen, met opstelling van een uitvoerig verslag, beschrijving en bespreking

€ 257.77

10 – D


Voor een gesprek onder hypnose bestaande uit: onderhoud met de politie, studie van het strafdossier, zitting onder hypnose, opstelling van een uitvoerig verslag, beschrijving en bespreking en het eventueel beluisteren van het videoverhoor, wordt aan de psychiater en aan de psycholoog een forfaitair bedrag toegekend van

€ 257.77

10 – E

aan de psychiater, de kinderpsychiater of de psycholoog die zich voor het verrichten van een opdracht ter plaatse heeft begeven en hij de taak, door een omstandigheid onafhankelijk van zijn wil, niet heeft kunnen vervullen, wordt toegekend:

€ 22.37

10 – E

aan de psychiater, de kinderpsychiater of de psycholoog die zijn opdracht niet heeft kunnen uitvoeren, omdat de te onderzoeken persoon geen gevolg heeft gegeven aan zijn oproeping, wordt toegekend:

€ 15.57

10 – E

indien in het kader van een deskundig onderzoek door de psychiater, de kinderpsychiater of de psycholoog, inlichtingen dienen ingewonnen te worden bij derden, wordt overeenkomstig artikel 44 van onderhavige schaal, één supplementair uur per persoon toegekend met een maximum van 3 uur.

 

44 - 3°

Uurtarief deskundigen houder van een universitair diploma of van een diploma uitgereikt door een erkende instelling van hoger onderwijs van het lange type, bedrijfsrevisoren, accountants. De tarieven omvatten alle algemene onkosten van de deskundige, met uitzondering van de verplaatsingkosten, van de kosten voor het typen van het verslag, het maken van foto's en fotokopieën

€ 62.51

44 – 4° - a

verplaatsingen : per kilometer.
In dat bedrag zijn de wagenkosten en de duur van de verplaatsing begrepen. De kosten worden berekend overeenkomstig artikelen 5 en 6 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken

€ 0.4882

44 – 4° - b

typen : per bladzijde van 30 regels van 60 tekens. 
De vergoeding geldt voor de originele versie alsmede voor twee afschriften; Ingevoegde fotos' worden hierbij niet mee gerekend.

€ 3.51

44 – 4° - c

fotokopieën : per stuk. 
Enkel de bijlagen bij het verslag worden vergoed;

€ 0.05

44 –4°- d

fotograferen : Analoge kleurenfoto’s en zwart-witfoto’s

formaat 9x13 en 10x15 : 
13x18 : 
digitale foto's:
archief

€ 1.13
€ 2.26
€ 0.40
€ 0.28

46

De administratieve verzendingskosten ingevolge het tegensprekelijk karakter van een vonnis, geregeld door de artikelen 962 tot 992 van het Gerechtelijk Wetboek worden aan de deskundigen die deze uitgaven deden, terugbetaald. Er wordt toegekend door :

- een aangetekende brief

- een gewone brief

- de verzending van een voorafgaand verslag

- de verzending van een definitief verslag

Een kopie van de betrokken briefwisseling dient gevoegd te worden bij het deskundig verslag





€ 7.45
€ 3.14
€ 3.14
€ 3.14

 

Erelonen en kosten medische gerechtsdeskundigen geïndexeerd voor 2011:

Vanaf 1 januari 2011 zien de tarieven er als volgt uit: 

  • het persoonlijk ereloon van de psychiater of neuropsychiater: 420,93 euro (vorig jaar 409,56 euro); 
  • het persoonlijk ereloon van andere deskundigen: 354,88 euro (vorig jaar 345,29 euro); en 
  • de administratieve kosten: 106,18 euro (vorig jaar 103,31 euro). 
  • Ook de kosten voor bijkomende onderzoeken zijn geïndexeerd. Met bijkomende onderzoeken worden twee soorten onderzoeken bedoeld: onderzoeken die een derde uitvoert, op vraag van de gerechtsdeskundige, en aanvullende onderzoeken die de rechter aan de gerechtsdeskundige beveelt, als hij in zijn verslag onvoldoende opheldering vindt. Voor de kosten van de gewone bijkomende medische onderzoeken, gelden de tarieven van de nomenclatuur van het RIZIV. 

Voor andere bijkomende onderzoeken zijn volgende bedragen voorzien: |

  • bijkomende onderzoeken door een psychiater of neuropsychiater: 208,04 euro (vorig jaar 202,42 euro); 
  • bijkomende onderzoeken door een psycholoog (met volledige reeks testen) of door een ergoloog: 144,26 euro (vorig jaar 140,36 euro); en 
  • elk ander bijkomend onderzoek of advies: 72,13 euro (vorig jaar 70,18 euro).

De nieuwe bedragen gelden voor de expertises waarvoor de deskundige zijn definitief verslag bij de rechtbank neerlegt vanaf 1 januari 2011. Bron:Bericht. Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van het tarief van de erelonen en de kosten voor de deskundigen aangewezen door de arbeidsgerechten in het kader van medische deskundige onderzoeken inzake de geschillen betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, de gezinsbijslag voor werknemers en zelfstandigen, de werkloosheidsverzekering en de regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (BS 28 november 2003 (ed. 3)). Indexering van de bedragen op 1 januari 2011, BS 20 december 2010 (ed. 2), 78.190. 

Bericht. - Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van het tarief van de erelonen en de kosten voor de deskundigen aangewezen door de arbeidsgerechten in het kader van medische deskundige onderzoeken inzake de geschillen betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, de gezinsbijslag voor werknemers en zelfstandigen, de werkloosheidsverzekering en de regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (Belgisch Staatsblad van 28 november 2003, Ed. 3). - Indexering van de bedragen op 1 januari 2011 Afkondigingsdatum : 20/12/2010 Publicatiedatum : 20/12/2010

Jaarlijks minstens 200 doden omwille van asbestziekten:

Jaarlijks sterven in België ruim 200 mensen ten gevolge van mesothelioom, een zeer kwaadaardige kanker. Blootstelling aan asbest is veruit de voornaamste oorzaak van deze kanker. Tijdens een rondvraag van het radio 1-programma "Peeters & Pichal" bleek dat een aantal afvalverwerkende bedrijven en particulieren het gevaar op deze zieke onderschatten. Dergelijke aannemers brengen niet alleen zichzelf, maar ook hun werknemers en hun klanten nodeloos in gevaar. Het Asbestfonds waarschuwt dan ook om altijd zeer voorzichtig om te gaan met asbest. Zelfs een particulier die slechts kleine hoeveelheden asbest onveilig verwijdert, loopt het gevaar om op lange termijn een mesothelioom te ontwikkelen. Hoewel mesothelioom de ergste asbestziekte is, zijn er daarnaast nog andere ziekten die men kan krijgen na inademing van asbestvezels.

Fraude bij asielaanvragen gebruikmakend van medische attesten:

De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) verdenkt een vijftal artsen ervan aan de lopende band valse attesten uit te schrijven aan vreemdelingen, die zo hopen geregulariseerd te worden. Dat schrijft De Zondag. Een asielzoeker die medisch gesproken niet in staat is om terug naar zijn thuisland te keren, kan op die grond een wettelijke verblijfsvergunning van minimum één jaar krijgen. Maar, zo zegt N-VA-Kamerlid Sarah Smeyers, 'dit kanaal wordt vandaag enorm misbruikt, hoewel een dergelijk dossier een uitgebreid medisch attest moet bevatten'. Vorig jaar bleek dat van de 8.000 asielaanvragen ingediend op medische basis, de helft meteen ongegrond was en na onderzoek maar 8 procent echt gegrond, vertelt Smeyers. Precies om fraude tegen te gaan, moeten vreemdelingen nu een standaard medisch attest gebruiken, waarbij het RIZIV-nummer van de arts vereist is. Voorts ontwikkelde de DVZ ook een 'early warning system' om snel fraude op te kunnen sporen bij aanvragen die op medische basis werden ingediend. Maar toch is fraude nog steeds niet uitgesloten, zo geeft ook staatssecretaris voor Asiel en Migratie Melchior Wathelet (cdH) toe. Een arts die een vals RIZIV-nummer opgeeft, kan nog steeds een gefundeerd medisch attest afleveren, klinkt het.

Hebben gevangenen recht op euthanasie?

Gelezen in de MorgenSofie Vanlommel − 11/01/11, 07u05

Drie gevangenen vroegen het afgelopen jaar om euthanasie. Wettelijk is dat mogelijk, vanzelfsprekend is het niet. De gevangenisdirectie zoekt nu naar een oplossing. Ondertussen stierf al een aanvrager.

Gevangenen met een ziekte die hun lichaam dodelijk aantast, maken kans op vrijlating om medische redenen. Buiten de gevangenismuren kunnen ze met hun euthanasieaanvraag bij een arts terecht. Maar wat met iemand die zijn opsluiting psychisch niet aankan?

"We krijgen van gevangenen steeds vaker de vraag om hun leven te beëindigen", zegt Francis Van Mol, hoofd van de Penitentiaire Gezondheidsdiensten. "Het staat hen vrij om die vraag te stellen. We willen wel eerst uitmaken of het om een weloverwogen aanvraag gaat, en niet om een opwelling. Dat zou begrijpelijk zijn, bij mensen die een zeer lange celstraf moeten uitzitten of bij ge nterneerden die inzien dat hun situatie uitzichtloos is. Denk niet dat een arts in de toekomst bij wijze van spreken cel 543 binnenwandelt om euthanasie uit te voeren. Dat zal in alle discretie gebeuren, in een serene omgeving en door specialisten. Maar het is onvermijdelijk dat we ooit op de vraag om euthanasie moeten ingaan."

Zelfverklaard pedojager Marcel Vervloesem was begin 2009 de eerste die achter de tralies om euthanasie vroeg omdat hij van de medische vleugel van de gevangenis van Brugge naar een observatiecel werd overgeplaatst. Vervloesem, veroordeeld voor kindermisbruik, keerde op zijn stappen terug na zijn overplaatsing naar de gevangenis van Turnhout.

De afgelopen maanden kreeg Van Mol drie keer de vraag om euthanasie. In een geval ging het om een man (de identiteit wil Van Mol niet vrijgeven) met een ongeneeslijke, dodelijke spierziekte. Nog voor de vraag beantwoord kon worden, kwam hij in november vrij om medische redenen. Hij overleed enkele weken later. "Dus het probleem had zichzelf opgelost", zegt Van Mol. "Het is niet de eerste keer dat iemand vrijgelaten wordt om gezondheidsredenen, om daarna thuis palliatieve zorg te krijgen of in familiekring te sterven na euthanasie."

Twee andere vragen, van mannen die zeggen dat ze ondraaglijk psychisch lijden, liggen nog in de schuif. Een van hen is al twintig jaar ge nterneerd. "Die man zegt dat hij het niet meer ziet zitten en dat hij er een einde aan wil maken", zegt Van Mol. "Hij wordt nu begeleid door een psychiater."

De kans dat hij een beroep kan doen op euthanasie, is volgens professor palliatieve geneeskunde Wim Distelmans (VUB) klein. "Het is buiten de muren al niet evident om aan te tonen dat je ondraaglijk psychisch lijdt en in een uitzichtloze situatie verkeert. Dat zijn de voorwaarden om met enkel een psychische aandoening een beroep te doen op euthanasie. Ik heb de vraag om informatie over levensbeëindiging als arts vijf keer gekregen van binnen de gevangenis. Dan gaat het om mondige mensen die de weg naar informatie vinden. Ik ben er zeker van dat we hier over het topje van de ijsberg spreken."

Ethische angels

Binnen de gevangenismuren krijgt het euthanasievraagstuk een paar ethische angels, merkt criminologe Sonja Snacken (VUB). Zij onderzoekt de komende vier jaar psychisch lijden achter de tralies, in ziekenhuizen en in psychiatrische instellingen. "De context van een gevangenis maakt de vraag veel complexer", zegt Snacken. "Want 'lijden' is een onderdeel van een gevangenisstraf die wordt opgelegd."

Onderzoek heeft aangetoond dat opsluiting in de gevangenis depressies kan veroorzaken. Een gedetineerde stapt uit zijn vroegere sociaal leven, de band met zijn familie wordt verbroken en zijn werk is hij kwijt. Wat als iemand zodanig lijdt onder opsluiting dat een dergelijke depressie uitzichtloos en ongeneeslijk wordt? "Als er in dat geval wordt ingegaan op de vraag naar euthanasie, betekent dat het invoeren van een verkapte vorm van de doodstraf", zegt Sancken."

 

Het statuut van de deskundige in België

Het nationaal College van Gerechtsdeskundigen heeft de eer en het genoegen U uit te nodigen om op vrijdag 3 december 2010 vanaf 08u deel te nemen aan haar eerste consensusconferentie LAMOT-site congrescentrum te Mechelen , Van Beethovenstraat 8.
Parking Q-PARK onder de congressite toegankelijk via Guldenstraat 18.
Met de steun van de Europese Unie.

Het statuut van de gerechtelijk deskundige is brandend actueel zowel nationaal als op europees niveau.
De consensusconferentie heeft tot doel het definiëren van een statuut voor de gerechtsdeskundige in België. Het betreft een wetenschappelijk project enig in zijn genre in België.
De voorgestelde methode voorziet een vrije tribune rond vijf thema’s die een zo breed mogelijke benadering van het onderwerp toelaten.
Het is de gelegenheid om deel te nemen aan een verrijkend debat met zowel academici , hoge magistratuur als de deskundigen zelf.

PROGRAMMA:

08u15 Inleiding door Luc Blase, voorzitter et Luc Engels, ondervoorzitter van CNEJ – NCGD

Sprekers
08u30 Mevr. M. Claes, expert accountant
08u50 M. J. De Kinder, directeur generaal NICC
09u10 Prof. J-P. Beauthier, medisch expert
09u30 M. T. Lysens , rechter
09u50 M. J. Siebens ,expert brand en bouwtechnieken

10u15 koffiepauze

10u50 M. P. Berger, bedrijfsrevisor
11u10 M. P. Legrand , ingenieur expert
11u30 Dr. M.Van Melkebek , medisch expert
11u50 Mter. Ph. Bossard , advocaat
12u10 M. D. Mougenot, rechter
12u30 Prof. M. Reznik, medisch expert

13H00 – 14H00 : lunch

14u00 Prof. C. Dillen, forensisch psychiater
14u20 M. J. Mahieu, rechter
14u 50 Me. P. Hofströssler, advocaat

15u15-18u00 debat met de juryleden , het aanwezige publiek en de sprekers

De jury-leden zijn :

Prof.Bosly, prof. Em. rechtsfaculteit UCL
Prof.E. Brewaey, s raadsheer raad van state
Prof.E.De Groot, conseiller raadsheer bij het arbitragehof
M.L.Denecker, procureur EM. Kortrijk
Baron J. du Jardin, P.G. Em. Hof van Cassatie
M.Alain Pire, secretaris generaal BIR
Prof.S.Rutten, rechtsfaculteit Universiteit Antwerpen .
Prof.J .Van Bellingen, rechtsfilosoof Vrije Universiteit Brussel

Moderators :

M. François de Brigode journalist RTBF
Dr.Raymond Mathys expert

De consensus conferentie als wetenschappelijke methode

Inschrijving conferentie

Inschrijvingsrecht : lunch inbegrepen :
leden NCGD : 75 €
niet leden: 100€

Met het oog op een vlotte organisatie van de conferentie en gezien het beperkte aantal plaatsen (max 299) vragen wij u om voor 20 november 2010 het deelnemingsformulier

>> Inschrijvingsformulier online < <

Adres

Lamot Congrescentrum
van Beethovenstraat 8,
B-2800, Mechelen
Map

 

Ook deskundigen mogen niet zomaar een mening geven:

Bart De Wever heeft een klacht neergelegd bij de orde van de geneesheren met betrekking tot Dr Jean Yves Hayez die hem betitelde als «koningskind ». Hierbij vragen we ons af wat er toe leidt dat we een mening vormen over een persoon die we nooit hebben ontmoet.. Onze code preciseert (article 1.3.2) dat « evaluaties van een psycholoog zich alleen kunnen betrekken op personen of situaties die hij zelf heeft mogen ervaren. Deze meningen of opinies kunnen deel uitmaken van dossiers of algemene toestanden die gerapporteerd zijn. ».

Ter herinnering, gedurende de zaak Dutroux, heeft Dr Philippe Van Meerbeeck de moeder van Marc Dutroux bestempeld als « symbiotisch en incestueus ». Deze heeft dan klacht neergelegd bij de Burgerlijke Rechtbank Brussel. Op 30 januari 2001 heeft de Burgerlijke Rechtbank haar eis tot schadeloosstelling behandeld, oordelend dat haar klacht ontvankelijk was maar niet gefundeerd omdat « de psychiater geen controle had over de artikels verschenen in de pers en dus geen fout begaan had».

De stelling van de BFP is de volgende:

Dus voorzichtigheid is aangewezen bij meningen die we ons vormen over personen die we niet persoonlijk ontmoet hebben.

De stelling van de VVEP:

Doe NOOIT uitspraken over MENSEN, die je niet onderzocht hebt.  

Over mensen, die je wél onderzocht hebt, doe je nooit publieke uitspraken.  

Je kunt uitspraken doen over fenomenen, situaties, evoluties in de maatschappij, een bepaald soort feiten, een bepaald soort slachtoffers, een bepaalde procedure, ...

Een deskundige, die aangesloten is bij de VVEP, zal de media niet schuwen, maar zal zich ervoor zwichten dat zijn of haar uitspraken ad baculum en/of ad hominem kunnen gebruikt worden.   Hij of zij zal zich ook zwichten van verhalen ad populum en/of ad verecundiam (Bart De Wever is niet de enige, die een woordje Latijn spreekt) .  Het is niet omdat we als deskundigen worden aangesteld dat we over een zaak of de personen betrokken in een zaak deskundigheid hebben.  

Voor wie niet weet waar het om gaat, lees hierna wat Hayez over Bart De Wever heeft geschreven:  

‘Een verwend kind, ook wel "kind-koning" genoemd, kan verbaal zeer zwaar uitvallen om te bereiken wat het wil.'

‘Het heeft uitbarstingen waarin het zijn absolute macht botviert, zeker sinds het heeft beseft dat dit werkt. Want men is al eens voor hem gezwicht. Iemand die van kindsbeen af geleerd heeft om het spel zo te spelen om zijn doel te bereiken, gebruikt dat mechanisme ook in zijn latere leven.'

‘Het is nutteloos om hem tips te geven over hoe hij gehoor kan krijgen bij de Franstaligen, want hij is daar niet op uit. Je kunt raad geven aan mensen wier intelligentie hen toestaat om hun redenering te verbeteren, maar deze mijnheer wil dat niet. In het beste geval zal hij doen alsof, maar dat is alleen omdat hij zijn omgeving wil ergeren. Hij wil gehaat worden door de Franstaligen, wat ook zijn drang naar macht toont. Hij heeft een zeer dominante persoonlijkheid. De Vlamingen zullen later constateren dat het niet gemakkelijk zal zijn om te onderhandelen met een egocentrisch iemand als hij.'

‘We worden geboren met ons karakter, maar het wordt ook beïnvloed door onze opvoeding. Het drama in zijn familie, namelijk dat hij is opgevoed door een collaborateur (zijn grootvader, LDH), kan bij hem de wil hebben ontwikkeld om het verleden van zijn familie goed te maken. Hij wil absoluut tonen dat hij de beste is, dat hij het licht van Vlaanderen is. Maar dat maakt van hem nog geen abnormale man.'

Men kan zich overigens de vraag stellen of psychologen en psychiaters met dergelijke van de pot gerukte hypothesen hun vakgebied wel eer aan doen.

Studiedag:

Vriendelijk verzoek ik u om hierbij de uitnodiging te willen vinden om deel te nemen aan de studiedag die het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, het 'Centre d'Etudes sur la Police' en het Centrum voor Politiestudies organiseren in samenwerking met talrijke andere partners, rond het thema « communicatie van magistraten en politiemensen met deskundigen ». Deze dag zal plaatsvinden op 23 november eerstkomend in het Pacheco Center in Brussel.

Bertrand RENARD

Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie | Institut National de Criminalistique et de Criminologie

Dr. Bertrand RENARD, Assistant 5 Chercheur

Tel. +32 2 243 46 51 | Fax +32 2 243 46 52 | E-mail Bertrand.Renard@just.fgov.be

Chaussée de Vilvorde 100 – 1120 Bruxelles 5 www.incc.fgov.be

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID 2010

Bericht. - Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van het tarief van de erelonen en de kosten voor de deskundigen aangewezen door de arbeidsgerechten in het kader van medische deskundige onderzoeken inzake de geschillen betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, de gezinsbijslag voor werknemers en zelfstandigen, de werkloosheidsverzekering en de regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (Belgisch Staatsblad van 28 november 2003, Ed. 3). - Indexering van de bedragen op 1 januari 2010

De in artikel 1, eerste lid, 1°, 2° en 3°, a), b), c) en d) van het voormelde koninklijk besluit opgenomen bedragen zijn voor het jaar 2010 :

1° a) persoonlijk ereloon van de deskundige : 345,29 EUR;

b) indien het onderzoek uitgevoerd wordt door een psychiater of door een neuropsychiater : 409,56 EUR;

2° administratieve kosten : 103,31 EUR;

3° kosten voor de bijkomende onderzoeken :

a) medische onderzoeken andere dan die vermeld onder b) : zie nomenclatuur RIZIV;

b) onderzoeken uitgevoerd door een psychiater of door een neuropsychiater : 202,42 EUR;

c) onderzoeken uitgevoerd door een psycholoog, met volledige reeks testen, of door een ergoloog : 140,36 EUR;

d) elk ander onderzoek of advies niet bedoeld in a), b) of c) : 70,18 EUR.

Deze bedragen zijn van toepassing voor de expertises waarvan het definitieve verslag neergelegd wordt vanaf 1 januari 2010.

Gerechtskosten in strafzaken. - Indexatie. - Tarief 2010

Algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken
De tarieven voor 2010 zijn deze van 2009 (zie Belgisch Staatsblad van 12 januari 2009).

 

Asbest en zelfstandigen

Op 1 april 2007 werd binnen het Fonds voor de beroepsziekten het Asbestfonds opgericht met het doel alle slachtoffers van ziekten verbonden aan een asbestblootstelling te vergoeden. De vergoede ziekten zijn: • mesothelioom (kwaadaardige tumor ontwikkeld door de pleura, het peritonium of het pericardium en in 80% van de gevallen verbonden aan een asbestblootstelling); • asbestose (interstitiële longfibrose veroorzaakt door asbest) en bilaterale diffuse pleuraverdikkingen. Tot op heden hebben heel weinig zelfstandigen een beroep gedaan op het Asbestfonds. Nochtans zijn deze zelfstandigen, net als de loontrekkenden, vooral vóór 1985 in verschillende sectoren blootgesteld geweest aan asbest. Het betreft met name de bouwsector en meer bepaald de dak- en afbraakwerken, de sector van de opslag, de verkoop en de distributie van bouwmateriaal (voornamelijk producten in vezelcement). De verwarmingstechnici (plaatsing en onderhoud), de schrijnwerkers, de automonteurs-garagehouders zijn eveneens betrokken. Voor mesothelioom bestaat de vergoeding door het Asbestfonds uit een forfaitaire rente van 1.500 euro per maand (1.591,81 euro volgens het indexcijfer van 01.09.2008). Ze is volledig cumuleerbaar met andere sociale voordelen. Voor asbestose en de bilaterale diffuse pleuraverdikkingen bestaat de vergoeding door het Asbestfonds uit een maandelijkse rente, waarvan het bedrag als volgt wordt berekend: 15 euro per % toegekende lichamelijke ongeschiktheid (15,92 euro volgens het indexcijfer van 01.09.2008). Deze rente is niet volledig cumuleerbaar met andere sociale voordelen, maar zal met de helft worden verminderd indien de betrokkene andere voordelen geniet met betrekking tot dezelfde aandoening. De rechthebbenden ontvangen een kapitaal dat in één keer wordt uitbetaald. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van hun band met de overledene en van de asbestgerelateerde ziekte die men voor het overlijden verantwoordelijk acht. Wat de erkenning van de ziekte betreft, volstaat de bevestiging van de diagnose van mesothelioom en de blootstelling in België. De bevestiging van de diagnose wordt verricht door de “Mesothelioomcommissie”, een comité van 9 deskundigen uit de voornaamste universitaire centra van België, en het door het FBZ erkende tijdsverloop tussen de eerste blootstelling en de ontwikkeling van de ziekte bedraagt minstens tien jaar.In de gevallen van asbestose controleert men de blootstellingen aan asbest (het risico dat asbestose zich ontwikkelt, is evenredig met de intensiteit van de blootstelling) en het erkende tijdsverloop voor de ontwikkeling van de ziekte bedraagt eveneens tien jaar. Bent u een zelfstandige die door een longfibrose is getroffen en denkt u dat u blootgesteld bent geweest, aarzel dan niet contact op te nemen met uw behandelende geneesheer. Voor bijkomende informatie kan u telefonisch contact opnemen met dhr. Vanderstraeten op het nummer 02/22 66 208 of via e-mail: tim.vanderstraeten@fbz.fgov.be. Raadpleeg ook onze website Asbestfonds : http://www.fmp-fbz.fgov.be/afa/afa_nl.html

 

Psychologen, gerechtelijk experten en BTW

De ongelijkheid blijft bestaan.  Van mensen, die identiek hetzelfde werk doen, met dezelfde aanstelling door dezelfde rechtbank, moet de ene wel en de andere geen BTW betalen.  Dat is meest opvallend wanneer wij bijvoorbeeld in een college worden aangesteld.   De artsen betaken voor dezelfde dienst aan de rechtbank geen BTW en de psycholoog wel.  

Vraag om uitleg van de heer Louis Ide aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen over «de vrijstelling van btw voor psychologen» (nr. 4-1392)

De voorzitter. – De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen, antwoordt.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). – Onlangs werden psychologen vrijgesteld van btw (Beslissing nr. E.T.114.414 van 16 april 2008). Die maatregel geldt echter niet voor alle psychologen. Zo is een psycholoog-gerechtelijk expert nog steeds btw-plichtig omdat zijn werk niet rechtstreeks bijdraagt tot de integrale gezondheidszorg.

De beslissing nr. E.T.114.414 is er gekomen op basis van het principe dat personen die dezelfde handelingen verrichten niet anders mogen worden behandeld op het vlak van de btw.

De btw-regeling voor de gerechtelijke expertise roept vragen op. Een gerechtelijke expertise die door een geneesheer wordt uitgevoerd, is vrij van btw. Verricht een psycholoog-gerechtelijk expert, aangesteld door een rechtbank, identiek dezelfde opdracht, dan is hij wel btw-plichtig. Verricht een psycholoog-gerechtelijk expert dezelfde opdracht met die andere deskundigen in een college, dan is de psycholoog btw-plichtig en de andere deskundigen niet.

Kunnen mensen die dezelfde dienst aanbieden onder een verschillend btw-stelsel vallen? Bestaat er geen Europese richtlijn die dat verbiedt? Op welke manier is die richtlijn in de Belgische wetgeving opgenomen? Vindt de minister niet dat die regeling een discrepantie is?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. – Ik lees het antwoord van minister Reynders.

Het standpunt dat de administratie heeft ingenomen, zoals weergegeven in de beslissing E.T. 114.414 van 16 april 2008, was noodzakelijk om de bedoelde materie in overeenstemming te brengen met de Europese jurisprudentie, die het geheel van de gezondheidskundige verzorging van de mens vrijstelt.

Overeenkomstig artikel 44, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld de diensten verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters, masseurs en masseuses, van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Bovengenoemde vrijstelling vloeit voort uit artikel 132, 1, c), van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. Die richtlijn heeft betrekking op de gezondheidskundige verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat.

De prestaties die in de uitoefening van een economische activiteit zelfstandig en tegen vergoeding worden verricht door een psycholoog die tevens houder is van een diploma van dokter in de genees-, heel- en verloskunde, kunnen in het kader van zijn werkzaamheid als geneesheer vrijgesteld zijn van de btw. Bijgevolg is de gerechtelijke expertise uitgevoerd door een psycholoog die houder is van een diploma van dokter in de genees-, heel- en verloskunde vrijgesteld van de btw.

Andere psychologen die dergelijke expertises uitvoeren, zijn inderdaad btw-plichtig. De vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek is immers alleen van toepassing voor diensten betreffende onderwijskeuze en gezinsvoorlichting alsook voor de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen.

Noch krachtens het BTW-Wetboek, noch krachtens de Europese richtlijnen waarop dat wetboek is gebaseerd, kan ik voorzien in een btw-vrijstelling voor gerechtelijke expertises uitgevoerd door psychologen die de hoedanigheid van arts niet hebben.

Voor de toepassing van de vrijstellingen bedoeld in artikel 44 van het BTW-Wetboek kan de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend zijn. Een belastingconsult door een advocaat, dan wel door een boekhouder kan dat illustreren. In het eerste geval is de handeling vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. In het tweede geval is de btw verschuldigd. Dit belet evenwel niet dat alles in overeenstemming is met ons BTW-Wetboek en met de Europese richtlijnen ter zake.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). – Met mijn vraag stuur ik uiteraard aan op de erkenning van psychologen als zorgverstrekkers, niet als advocaat of boekhouder.

Het is schrijnend dat de psychologen niet als zorgverstrekkers worden erkend. De westerse wereld lijdt niet alleen aan kanker en hart- en vaatziekten. Psychiatrische en psychologische aandoeningen worden hier een echte plaag en in multidisciplinair verband zouden artsen, psychiaters, huisartsen en psychologen heel wat noden kunnen lenigen.

Vooral daarom is het zo jammer dat psychologen niet als zorgverstrekkers worden erkend.

 

Het antwoord van de minister is minstens zeer onbevredigend. Zijn antwoord grenst volgens mij aan de desinformatie.
Op zijn minst kan gezegd worden dat er inzake de BTW-plichtigheid van deskundigenonderzoeken een juridische onduidelijkheid is die niet verhelderd werd met het antwoord van de minister.
 
Sedert jaren heeft Dhr. Allemeesch een Web-dossier over de kwestie. Hij heeft dit thans aangevuld naar aanleiding van de vraagstelling van Dhr. Ide.  
Wil  vooral het laatste hoofdstukje "prestaties zonder vrijstelling van BTW" eens door te nemen. op de webstek van Dhr. Allemeesch

.

De onderstaande tekst werd ontleend aan de web-info van Klinpsy. 

Prestaties zonder vrijstelling van BTW

 

De interpretatieregels die op 15 mei 2008 gepubliceerd werden vermelden expliciet dat de vrijstelling van artikel 44, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek daarentegen niet geldt voor:

·         handelingen in verband met arbeidspsychologie en met betrekking tot aanwerving (evaluatie, selectie, integratie, enz.), arbeidsprestaties, beroepsziekten, werkgroepen (regels, conflicten, enz.), personeelsbeheer (motivatie, management, enz.), werkintegratie en –reïntegratie, enz (z. evenwel de diensten die worden verricht onder de voorwaarden die zijn vereist voor de toepassing van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek);

·         handelingen verricht door huwelijksbureaus.

 

 

Voor zelfstandige psychologen die prestaties leveren rond werkintegratie van mensen met een handicap kan dat problemen opleveren. Meestal is het de bedoeling en de context die maakt of een prestatie ge­zondheidszorg is of niet, en niet zozeer de prestatie op zich. Een behandelende arts die een inventaris maakt van de letsels en de beperkingen van een patiënt doet aan gezond­heids­zorg. Zijn collega die als deskundige de rechter moet adviseren inzake schadeloos­stel­ling, maakt dezelfde inventaris en doet niet aan gezondheidszorg.

Een huisarts die maandenlang geconfronteerd wordt met een patiënt die allerlei psychosomatische klachten produceert maakt de hypothese dat zijn patiënt zijn werk niet aan kan en chronisch moet overpresteren. Hij stuurt hem naar een psycholoog voor evaluatie van zijn arbeidsmogelijkheden. Eigenlijk is dat gezondheidszorg (want die eventuele werkheroriëntatie kan soms meer bijdragen tot de gezondheid dan een reeks medische onderzoekingen en medicaties). Maar een gelijkaardig onderzoek bij dezelfde zelfstandige psycholoog op vraag van een werkgever die een geschikte kandidaat zoekt voor het opvullen van een vacature, is duidelijk geen gezondheidszorg.

 

In Nederland heeft de Belastingdienst lijstjes met voorbeelden van activiteiten gepubliceerd die wel en die niet kunnen beschouwd worden als gezondheidskundige verzorging, en dit ook voor artsen.

 

Nu de nieuwe interpretatieregels een tweetal jaar van kracht zijn lijken de kritieken inzake de prestaties zonder vrijstelling zich toe te spitsen op een tweetal aspecten:

 

1. Ook bij ergologische en arbeidspsychologische handelingen zou men de tussenkomsten die te maken hebben met ziekte en handicap BTW-vrij moeten maken, gewoonweg omdat dat ook gezondheidskundige verzorging is. De interpretatieregel van 15 mei 2008 komt er nu op neer dat zelfstandige psychologen vrijstelling krijgen van BTW voor prestaties die gelijkaardig zijn aan deze die geleverd worden door hun collega's werkzaam in centra voor leerlingenbegeleiding en centra voor geestelijke gezondheidszorg. Men zou dat kunnen uitbreiden tot prestaties die gelijkaardig zijn aan de gezondheidskundige zorgen die geleverd worden door de als psycholoog geregistreerde collega's werkzaam in ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria. Ook zij doen soms werkheroriënteringen en deskundige evaluaties die betrekking hebben op ziekte en handicap.

 

2. Men zou eens moeten ophouden met de discriminatie waarbij artsen voor gelijkaardige deskundige onderzoekingen geen BTW moeten betalen en psychologen wel.

Zoals reeds hoger in dit dossier aangehaald, staat in Artikel 44 van de BTW-Wetgeving:

"§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door de nagenoemde personen verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid:

1° notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders;

2° artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters, masseurs en masseuses van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering; "

Ook voor de artsen is er een duidelijke band tussen RIZIV-nomenclatuur en BTW-vrijstelling. Dit werd in het parlement herhaaldelijk bevestigd:

- Zo antwoordt de minister op 21 maart 2001 op een parlementaire vraag (pag 16814):

"De BTW-vrijstelling bedoeld in het artikel 13, A, 1, c), van de richtlijn 77/388/EEG, is onderworpen aan een dubbele voorwaarde. De diensten moeten kunnen worden gekwalificeerd als gezondheidskundige verzorging van de mens maar dienen bovendien te worden verstrekt in de uitoefening van een medisch of paramedisch beroep.
Zo zijn in België, overeenkomstig artikel 44, § 1, 2o, van het BTW-Wetboek, de diensten verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters, masseurs en masseuses, van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte en invaliditeitsverzekering, vrijgesteld van BTW."

- Op 14 maart 2001 had de minister in een Kamercommissie op een vraag over de BTW-plichtigheid van artsen die meewerkten aan een kankeronderzoek geantwoord:

" Mijnheer de voorzitter, mevrouw Pieters, zoals u hebt opgemerkt stelt artikel 44 § 1, 2° van het BTWwetboek de diensten van dokters vrij van BTW als ze zijn uitgevoerd in het kader van hun geregelde werkzaamheid, voor zover de aan de persoon verleende zorgen zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering."

- Wanneer de volksvertegenwoordigster op 26 februari 2002 op de kwestie terugkwam, luidde het antwoord:

"De vrijgestelde prestaties zijn niet beperkt tot de loutere toepassing van een geneeskundige behandeling. Zij omvatten ook de diagnosestelling, bijvoorbeeld door klinisch biologische analyse, het preventief onderzoek, het controleonderzoek en ander vergelijkbaar medisch onderzoek (voor zover uiteraard deze diensten zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen)."

 

Het is derhalve begrijpelijk dat psychologen geërgerd zijn telkens opnieuw te moeten vaststellen in rechtszaken dat medici ongestraft geen BTW betalen en dat zij dat wel moeten doen. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om artsen die gewone consulten tegen RIZIV-tarief doen en dan om de patiënt ter wille te zijn ook nog eens een verzorgd rapport maken voor de rechtbank. Het gaat om artsen die los van RIZIV-nomenclatuur en tegen prijzen van 1000 of 2000 euro of meer uitvoerige verslagen maken speciaal voor rechtszaken of beslechtingen in der minne. Senator Ide ondervroeg daarover de minister van financiën op 28 januari 2010 en dan kwam het enigszins verrassend antwoord:

" De prestaties die in de uitoefening van een economische activiteit zelfstandig en tegen vergoeding worden verricht door een psycholoog die tevens houder is van een diploma van dokter in de genees-, heel- en verloskunde, kunnen in het kader van zijn werkzaamheid als geneesheer vrijgesteld zijn van de btw."

Hij vermeldde er dit keer niet bij dat de prestaties moeten opgenomen zijn in de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen.

De minister stelt verder in zijn antwoord:

"Voor de toepassing van de vrijstellingen bedoeld in artikel 44 van het BTW-Wetboek kan de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend zijn. Een belastingconsult door een advocaat, dan wel door een boekhouder kan dat illustreren. In het eerste geval is de handeling vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. In het tweede geval is de btw verschuldigd. Dit belet evenwel niet dat alles in overeenstemming is met ons BTW-Wetboek en met de Europese richtlijnen ter zake."

Deze vergelijking loopt natuurlijk mank. De prestaties van een advocaat zijn altijd vrijgesteld van BTW. De prestaties van de artsen zijn slechts vrijgesteld voor zover ze opgenomen zijn in de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen en daar gaat het hier net om. 

Een uitvoerige evaluatie van een mens die een verminderde arbeidsbekwaamheid heeft na ziekte of ongeval, is momenteel volgens de regels van de wet BTW-onderworpen zowel voor artsen als voor psychologen. Voor de artsen omdat het buiten de RIZIV-nomenclatuur valt. Voor de psychologen omdat het niet vrijgesteld is van BTW volgens de interpretatieregels van 15 mei 2008. Een psycholoog die geen BTW betaalt loopt tegen de lamp. Een arts wordt met rust gelaten. Het cynische van het verhaal is dat de meeste van die rapporten geschreven worden voor de rechtbanken of erop terechtkomen. In feite profiteren de rechtbanken soms mee van de belastingfraude. Wat nu gebeurt raakt het rechtvaardigheidsgevoel en veroorzaakt ook een scheeftrekking van de marktpositie.

Allicht louter per toeval, maar niet zonder consequenties ontvingen we enkele dagen geleden het volgende schrijven:

Geachte mevrouw, heer deskundige,

Art. 987 Ger.W. werd bij Wet houdende diverse bepalingen betreffende
Justitie (II) van 30 december 2009, gepubliceerd in het B.S. van 15
januari 2010, vervangen.  Art. 987 Ger.W. bepaalt nu o.a. : " De
deskundige die btw-plichtig is, meldt dit aan de rechter die
uitdrukkelijk bepaalt of het vrijgegeven bedrag al dan niet vermeerderd
moet worden met de btw."

Om die reden verzoek ik u beleefd mij te bevestigen of u al dan niet
btw-plichtig bent, zodat dit gegeven ook in uw fiche opgenomen kan
worden en u dit niet telkens opnieuw zal dienen te melden.

Voor de goede orde zou ik u nog vriendelijk willen verzoeken mij mede te
delen of u ook door verzekeraars aangesteld wordt, en in bevestigend
geval dewelke, én mij uw BIC-code (met naam bankinstelling) en
IBAN-nummer (rekeningnummer) te laten geworden.

Het zal zeker niet de bedoeling zijn, maar wie garandeert mij dat men bij de keuze van de deskundige niet zal kiezen voor iemand die beweert niet BTW-plichtig te zijn.

Het is bedroevend dat psychologen weer eens duizenden euro's zullen moeten betalen aan advocaten om te bekomen dat ze als Belgen gelijk behandeld worden als andere Belgen.

 

GERECHTELIJK WETBOEK

 

  Afdeling VI. _ Deskundigenonderzoek.

  
Onderafdeling 1. Algemene bepaling. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. <962>. De rechter kan, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.

De rechter kan daarbij de deskundigen aanwijzen waarover partijen het eens zijn. Hij kan van de keuze van de partijen slechts afwijken bij een met redenen omklede beslissing.

Behoudens overeenstemming tussen de partijen, geven de deskundigen alleen advies over de in het vonnis bepaalde opdracht.
  (Hij is niet verplicht het advies van de deskundigen te volgen, indien het strijdig is met zijn overtuiging.) <W
2007-05-15/62, art. 4, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 963. (Opgeheven) <W 2007-05-15/62, art. 5, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Terug hersteld als volgt:

§ 1. Met uitzondering van de beslissingen genomen met toepassing van artikelen 971, 979, 987, eerste lid, en 991, zijn de beslissingen die het verloop van de procedure van het deskundigenonderzoek regelen niet vatbaar voor hoger beroep.

§ 2. De beslissingen die het onderwerp kunnen zijn van een gewoon rechtsmiddel in de zin van § 1 zijn uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hoger beroep. In afwijking van artikel 1068, eerste lid, maakt het hoger beroep tegen deze beslissingen de andere aspecten van het geschil zelf niet aanhangig bij de rechter in hoger beroep.



  
Art. 964. (Opgeheven) <W 2007-05-15/62, art. 5, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 965. (Opgeheven) <W 2007-05-15/62, art. 5, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Onderafdeling 2. Wraking van de deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 6; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 966. De deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters.

  
Art. 967. Iedere deskundige die weet dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is ertoe gehouden zulks onverwijld aan de partijen mee te delen en zich van de zaak te onthouden indien de partijen hem geen vrijstelling verlenen.

  
Art. 968. De deskundige die de partijen kiezen, kan alleen worden gewraakt om redenen die ontstaan zijn of bekend geworden zijn sedert zijn aanwijzing.

  
Art. 969. <W 2007-05-15/62, art. 7, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Na de installatievergadering, of, bij gebreke daarvan, na aanvang van de werkzaamheden van de deskundige, mag geen wraking meer worden voorgedragen tenzij de partij eerst nadien kennis heeft gekregen van de wrakingsgronden.

  
Art. 970. De partij die middelen van wraking wil aanvoeren, moet ze voordragen in een verzoekschrift aan de rechter die de deskundige heeft aangewezen, tenzij deze zich zonder formaliteiten onthoudt.
  Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen acht dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van de wraking.

  
Art. 971. De griffier zendt bij gerechtsbrief een eensluidend afschrift van de akte van wraking aan de gewraakte deskundige; tevens bericht hij hem dat hij binnen acht dagen moet verklaren of hij in de wraking berust dan wel of hij ze betwist.
  De wraking wordt toegestaan, indien de deskundige erin berust of ze onbeantwoord laat; wanneer de deskundige de wraking betwist, doet de rechter uitspraak, nadat hij de partijen en de deskundige in raadkamer heeft gehoord.
  Wordt de wraking verworpen, dan kan de partij die ze heeft voorgedragen, veroordeeld worden tot schadevergoeding jegens de deskundige indien deze dit vordert; in dit laatste geval echter kan hij geen deskundige blijven in de zaak.
  
Het vonnis inzake wraking is uitvoerbaar niettegenstaande voorziening. (het vierde lid wordt opgeheven)
  
Staat het vonnis de wraking toe, dan wijst het ambtshalve de nieuwe deskundige aan, tenzij de partijen op het ogenblik van het vonnis overeengekomen zijn over de keuze van een deskundige. (wordt vervangen als volgt): In het geval van het tweede lid en het derde lid, in fine, wijst de rechter ambtshalve de nieuwe deskundige aan, tenzij de partijen op het ogenblik van het vonnis overeengekomen zijn over de keuze van een deskundige. De rechter kan evenwel van de keuze van de partijen afwijken bij een met redenen omklede beslissing.

  
Onderafdeling 3. Verloop van het deskundigenonderzoek. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 8; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 972. <W 2007-05-15/62, art. 9, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen, bevat minstens :
  - de vermelding van de omstandigheden die het deskundigenonderzoek, en de eventuele aanstelling van meerdere deskundigen noodzaken;
  - de vermelding van de identiteit van de aangestelde deskundige of deskundigen;
  - een nauwkeurige omschrijving van de opdracht van de deskundige;
  - de vermelding van de datum van de installatievergadering, tenzij de rechter ervan afziet met instemming van de partijen. (wordt opgeheven)
  De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid, tenzij alle partijen die verschenen zijn om een opschorting van de kennisgeving hebben verzocht, voor de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen, is genomen. In het geval van een opschorting kan elke partij op elk ogenblik om een kennisgeving van de beslissing verzoeken.
  Na deze kennisgeving beschikt de deskundige over acht dagen om :
  - desgewenst de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren;
  - indien geen installatievergadering is bepaald : de plaats, de dag en het uur mee te delen waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvangen.
  De deskundige geeft hiervan kennis bij een ter post aangetekende brief aan de partijen en bij gewone brief aan de rechter en de raadslieden.
(wordt vervangen als volgt):

Na de kennisgeving beschikt de deskundige over acht dagen om desgewenst de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren.

De deskundige geeft hiervan kennis bij een ter post aangetekende brief aan de partijen die verstek laten gaan en bij gewone brief, per fax of elektronische post aan de verschenen partijen en hun raadslieden evenals aan de rechter. In dat geval maken de partijen binnen de acht dagen bij gewone brief hun eventuele opmerkingen over aan de rechter die daarna een nieuwe deskundige aanwijst. Van deze beslissing wordt kennis gegeven overeenkomstig artikel 973, § 2, vijfde lid.

Indien er geen installatievergadering werd bepaald, beschikt de deskundige na de kennisgeving overeenkomstig het tweede lid of, in voorkomend geval, na kennisgeving van de consignatie van het voorschot overeenkomstig artikel 987, over vijftien dagen teneinde de plaats , de dag en het uur van de aanvang van zijn werkzaamheden mee te delen. De deskundige geeft hiervan kennis bij een ter post aangetekende brief aan de partijen en bij gewone brief aan de rechter en  de raadslieden.


  § 2. De installatievergadering vindt plaats in de raadkamer voor de rechter die, ofwel het deskundigenonderzoek heeft bevolen, ofwel met controle ervan belast is.
  De partijen verschijnen voor de rechter. De deskundige kan telefonisch of via enig ander telecommunicatiemiddel worden bereikt, tenzij een van de partijen of de rechter vraagt dat hij persoonlijk voor deze verschijnt.
  De na afloop van de installatievergadering genomen beslissing vermeldt :
  - de eventuele aanpassing van de opdracht;
  - de plaats, de dag, en het uur van de verdere werkzaamheden van de deskundige;
  - de noodzaak voor de deskundige om al dan niet een beroep te doen op technische raadgevers;
  - de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek, of tenminste de manier waarop de kosten en het ereloon van de deskundige en de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden;
  - het bedrag van het voorschot;
  - het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan de deskundige;
  - de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande het voorlopig advies van de deskundige;
  - de termijn voor het neerleggen van het eindverslag.
  Bij gebreke van installatievergadering kan de rechter bovenstaande vermeldingen opnemen in de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen.
  De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid.digen horen de partijen en bevorderen hun verzoening.
  Op verzoek van de partijen maakt de rechter het proces-verbaal van de verzoening op.
  De partijen kunnen hun overeenkomst ook bij vonnis doen bekrachtigen.
(wordt vervangen als volgt):

§ 2. In de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen, bepaalt de rechter een installatievergadering als hij het noodzakelijk acht of indien alle verschijnende partijen het hebben gevraagd.

De rechter bepaalt de plaats, de dag en het uur van de installatiever­gadering na samenspraak met de deskundige, en rekening houdend met artikel 972bis, § 1, tweede lid.

De installatievergadering vindt plaats in de raadkamer, of in enige andere plaats die de rechter naar gelang van de aard van het geschil aanwijst.

De aanwezigheid van de deskundige op de installatievergadering is vereist, tenzij de rechter dit niet nodig acht en een telefonisch contact of een contact via enig ander telecommunicatiemiddel volstaat.

In het geval van een niet toegestane afwezigheid in de zin van het vierde lid, oordeelt de rechter onmiddellijk over zijn vervanging overeenkomstig artikel 979. Bij een vervanging wordt onverwijld een nieuwe installatievergadering georganiseerd zoals bepaald in het tweede lid. Van deze beslissing wordt kennis gegeven overeenkomstig artikel 973, § 2, vijfde lid.

De rechter die het deskundigenonderzoek heeft bevolen of met de controle ervan is belast, zit de installatievergadering voor.

De na afloop van de installatievergadering genomen beslissing
vermeldt :

1° de eventuele aanpassing van de opdracht, ingeval partijen het daarover eens zijn;

2° de plaats, de dag, en het uur van de verdere werkzaamheden van de deskundige;

3° de noodzaak voor de deskundige om al dan niet een beroep te doen op technische raadgevers;

4° de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonder­zoek, of tenminste de manier waarop de kosten en het ereloon van de deskundige en de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden;

5° in voorkomend geval, het bedrag van het voorschot dat moet worden geconsigneerd, de partij of partijen die daartoe gehouden zijn en de termijn waarbinnen de consignatie dient te gebeuren;

6° het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan de deskundige, de partij of partijen die daartoe gehouden zijn en de termijn waarbinnen de vrijgave van het voorschot dient te gebeuren;

7° de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande het voorlopig advies van de deskundige;

8° de termijn voor het neerleggen van het eindverslag.

 

Bij gebreke van een installatievergadering vermeldt de rechter in zijn beslissing waarbij hij het deskundigenonderzoek beveelt, ten minste de elementen bepaald in 3°, 4°, 5°, 6° en 8°. Hij kan de andere elementen vermelden. De rechter neemt voor de elementen waartoe hij dit nodig acht en voorafgaand aan zijn beslissing contact op met de aan te wijzen deskundige.

De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid. >>.


  
Art. 972bis. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 10; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De partijen zijn verplicht mee te werken aan het deskundigenonderzoek. Bij gebreke daarvan kan de rechter daaruit de conclusies trekken die hij geraden acht.
  De partijen overhandigen ten laatste op de installatievergadering en, bij gebreke daarvan, bij de aanvang van de werkzaamheden, een geïnventariseerd dossier met alle relevante stukken aan de deskundige. (
wordt vervangen als volgt): De partijen overhandigen ten minste acht dagen voor de installatievergadering en, bij gebreke daarvan, bij de aanvang van de werkzaamheden, een geïnventariseerd dossier met alle relevante stukken aan de deskundige.
  § 2. De oproeping voor verdere werkzaamheden gebeurt overeenkomstig artikel 972, § 1, laatste lid, tenzij de deskundige van de partijen en de raadslieden toestemming heeft gekregen om gebruik te maken van een andere oproepingswijze.
  Indien alle partijen of hun raadslieden om uitstel verzoeken, dan moet de deskundige dit toestaan. In alle andere gevallen kan hij het uitstel weigeren of toestaan en geeft hij de rechter bij gewone brief kennis van zijn beslissing.
  De deskundige stelt een verslag op van de vergaderingen die hij organiseert. Hij stuurt bij gewone brief een afschrift ervan aan de rechter, de partijen en de raadslieden, en, in voorkomend geval, bij een ter post aangetekende brief aan de partijen die verstek hebben laten gaan.

  
Art. 973. <W 2007-05-15/62, art. 11, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De rechter die het deskundigenonderzoek heeft bevolen of de daartoe aangewezen rechter volgt het verloop van het onderzoek op en ziet er met name op toe dat de termijnen worden nageleefd en dat de tegenspraak in acht wordt genomen.
  De rechter kan om redenen van hoogdringendheid de in deze onderafdeling bepaalde termijnen inkorten of de deskundigen ontslaan van bepaalde oproepingswijzen.
  De deskundigen vervullen hun opdracht onder toezicht van de rechter, die te allen tijde ambtshalve of op verzoek van de partijen de werkzaamheden kan bijwonen. De griffier verwittigt hiervan bij gewone brief de deskundigen, de partijen en de raadslieden en in voorkomend geval, bij gerechtsbrief, de partijen die verstek hebben laten gaan.
  § 2. Alle betwistingen die in de loop van het deskundigenonderzoek met betrekking tot dit onderzoek ontstaan tussen de partijen of tussen de partijen en de deskundigen, met inbegrip van het verzoek tot vervanging van de deskundigen en van elke betwisting aangaande de uitbreiding of de verlenging van de opdracht, worden door de rechter beslecht.
  De partijen en de deskundigen kunnen zich daartoe bij gewone brief, met vermelding van de redenen, tot de rechter wenden. De rechter gelast onmiddellijk de oproeping van de partijen en de deskundigen.
  De griffier geeft hiervan binnen vijf dagen bij gewone brief kennis aan de partijen en raadslieden en bij gerechtsbrief aan de deskundige en, in voorkomend geval, bij gerechtsbrief aan de partijen die verstek hebben laten gaan.
  De verschijning in raadkamer vindt plaats binnen een maand na de oproeping. De rechter doet binnen acht dagen uitspraak bij met redenen omklede beslissing.
  De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt overeenkomstig het derde lid. In geval van een verzoek tot vervanging,
weigering van de opdracht door de deskundige of ongewettigde afwezigheid van de deskundige tijdens de installatievergadering, gebeurt de kennisgeving naargelang van het geval aan de deskundige wiens taak is bevestigd of aan de deskundige die van zijn taak is ontheven en de nieuw aangestelde deskundige.

  
Art. 974. <W 2007-05-15/62, art. 12, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien de termijn voor het indienen van het eindverslag op meer dan zes maanden is bepaald, bezorgt de deskundige om de zes maanden een tussentijds verslag over de stand van zaken aan de rechter, de partijen en de raadslieden. Deze stand van zaken vermeldt :
  - de reeds uitgevoerde werkzaamheden;
  - de werkzaamheden die uitgevoerd zijn sinds het laatste tussentijds verslag;
  - de nog uit te voeren werkzaamheden.
  § 2. Alleen de rechter mag de termijn voor de indiening van het eindverslag verlengen. De deskundige kan zich daartoe tot de rechter wenden met opgave van de reden waarom de termijn zou moeten worden verlengd. (
wordt vervangen als volgt): Alleen de rechter mag de termijn voor het indienen van het eindverslag verlengen. De deskundige kan zich daartoe voor het verstrijken van die termijn tot de rechter wenden met opgave van de redenen waarom de termijn zou moeten worden verlengd. Van dit verzoek wordt kennis gegeven overeenkomstig artikel 973 § 2, derde lid, behalve aan de verzoekende deskundige. De partijen bezorgen binnen de acht dagen hun eventuele opmerkingen. De rechter kan overeenkomstig artikel 973 § 2, de verschijning van de partijen en de deskundigen gelasten.
  De rechter weigert de verlenging wanneer hij van oordeel is dat die niet redelijk verantwoord is. Hij motiveert deze beslissing.
  § 3. Bij overschrijding van de vooropgestelde termijn en bij gebreke van tijdig ontvangen verzoek tot verlenging gelast de rechter ambtshalve de oproeping overeenkomstig artikel 973, § 2.

  
Art. 975. (Opgeheven) <W 2007-05-15/62, art. 13, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 976. <W 2007-05-15/62, art. 14, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Na afloop van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige ter lezing zijn bevindingen waarbij hij reeds een voorlopig advies voegt, aan de rechter, de partijen en hun raadslieden. Bij gebreke van een installatievergadering bepaalt de deskundige, rekening houdende met de aard van het geschil, een redelijke termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen moeten maken.
  De deskundige ontvangt de opmerkingen van de partijen en van hun technische raadgevers voor het verstrijken van deze termijn. De deskundige houdt geen rekening met de opmerkingen die hij laattijdig ontvangt. De rechter kan deze ambtshalve uit de debatten weren.
(
wordt vervangen als volgt):

Na afloop van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige zijn bevindingen, waarbij hij reeds een voorlopig advies voegt, ter lezing aan de rechter, aan de partijen en aan hun raadslieden. Tenzij de rechter vooraf een termijn heeft vastgesteld, bepaalt de deskundige, rekening houdende met de aard van het geschil, een redelijke termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen moeten maken. Behoudens andersluidende beslissing van de rechter of door de deskundige in zijn voorlopig advies bedoelde bijzondere omstandigheden, bedraagt die termijn ten minste vijftien dagen.

De deskundige ontvangt de opmerkingen van de partijen en van hun technische raadgevers voor het verstrijken van deze termijn. De deskundige houdt geen rekening met de opmerkingen die hij te laat ontvangt. De rechter kan deze ambtshalve uit de debatten weren.

Wanneer de deskundige na ontvangst van de opmerkingen van de partijen nieuwe verrichtingen onontbeerlijk acht, verzoekt hij de rechter daarvoor om toestemming overeenkomstig artikel 973, § 2. >>.


  
Art. 977. <W 2007-05-15/62, art. 15, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De deskundige poogt de partijen te verzoenen.
  Als de partijen zich verzoenen, stelt de deskundige vast dat zijn onderzoek doelloos is geworden. De partijen kunnen handelen overeenkomstig artikel 1043.
(wordt vervangen als volgt): Indien de partijen zich verzoenen, wordt hun overeenkomst schriftelijk vastgelegd. De partijen kunnen handelen overeenkomstig artikel 1043.
  § 2. De vaststelling van verzoening, de stukken en nota's van de partijen  (
wordt opgeheven) en een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van de deskundige, worden ter griffie neergelegd.
  Op de dag van de neerlegging van de vaststelling van verzoening zendt de deskundige bij een ter post aangetekende brief een afschrift van de vaststelling van verzoening en een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon aan de partijen, en bij gewone brief aan hun raadslieden.
De originele stukken die de partijen aan de deskundige bezorgden, worden hen terugbezorgd.

  
Art. 978. <W 2007-05-15/62, art. 16, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Het eindverslag wordt gedagtekend en vermeldt de tegenwoordigheid van de partijen bij de werkzaamheden, hun mondelinge verklaringen en hun vorderingen. Het bevat bovendien een opgave van de stukken en nota's die de partijen aan de deskundigen hebben overhandigd; het mag de tekst ervan slechts overnemen in zoverre dat nodig is voor de bespreking.
  Het verslag wordt op straffe van nietigheid door de deskundige ondertekend.
  De handtekening van de deskundige wordt, op straffe van nietigheid, voorafgegaan door de volgende eed :
  " Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb.
";
  of
  " Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité.
";
  of
  Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und erlich erfüllt habe.
"
  § 2. De minuut van het verslag, de stukken en nota's van de partijen 
(wordt opgeheven) en een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van de deskundige, worden ter griffie neergelegd.
  Op de dag van de neerlegging van het verslag zendt de deskundige bij een ter post aangetekende brief een afschrift van het verslag en een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon aan de partijen, en bij gewone brief aan hun raadslieden.

  
Art. 979. <W 2007-05-15/62, art. 17, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien een partij hierom verzoekt, kan de rechter de deskundige die zijn opdracht niet naar behoren vervult, vervangen.
  Indien de partijen hier gezamenlijk om verzoeken, moet de rechter de deskundige vervangen.
(wordt vervangen als volgt): Indien de partijen hier gezamenlijk en gemotiveerd om verzoeken moet de rechter de deskundige vervangen. Dit verzoek wordt aan de rechter gericht bij gewone brief en deze doet uitspraak binnen de acht dagen zonder oproeping of verschijning van partijen. De rechter kan daarbij de deskundigen aanwijzen waarover de partijen het eens zijn. Hij kan van de keuze van de partijen enkel afwijken op een met redenen omklede wijze. Van deze beslissing van de rechter wordt kennis gegeven overeenkomstig artikel 973 § 2 vijfde lid.
  Indien geen van de partijen hierom verzoekt, kan de rechter ambtshalve in artikel 973, § 2, bedoelde oproeping gelasten.
  De rechter motiveert de beslissing tot vervanging en gaat onmiddellijk over tot de aanstelling van een nieuwe deskundige.
  § 2. De vervangen deskundige legt binnen vijftien dagen ter griffie de stukken en nota's van de partijen en een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon neer.
  Op de dag van de neerlegging zendt de deskundige bij een ter post aangetekende brief een afschrift van de gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon aan de partijen, en bij gewone brief aan hun raadslieden.

  
Art. 980. <W 2007-05-15/62, art. 18, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Wanneer het deskundigenonderzoek is bevolen bij verstek ten aanzien van een of meer partijen, kunnen deze zonder verdere formaliteiten deel hebben aan elke stand van het deskundigenonderzoek, hetzij door er bij aanwezig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen, hetzij door schriftelijke opmerkingen te laten kennen.
  In dat geval verlopen ten aanzien van die partijen het onderzoek en de verdere rechtspleging op tegenspraak en kunnen die partijen tegen de voorgaande beslissingen en handelingen geen verzet aantekenen.

  
Art. 981. <W 2007-05-15/62, art. 19, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Het deskundigenonderzoek kan niet tegengeworpen worden aan de partij die gedwongen tussenkomt nadat de deskundige zijn voorlopig advies heeft verstuurd, tenzij zij van het middel van de niet-tegenwerpbaarheid afziet.
  De derde die tussenkomst kan niet eisen dat reeds gedane werkzaamheden in zijn bijzijn worden overgedaan, tenzij hij aantoont daar belang bij te hebben.

  
Art. 982. <W 2007-05-15/62, art. 20, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter stelt slechts één deskundige aan, tenzij het nodig acht om meerdere deskundigen aan te stellen.
  De deskundigen maken één enkel verslag op, zij geven één enkel advies bij meerderheid van stemmen. Bij verschil van mening vermelden zij de onderscheiden meningen met de gronden ervan. Het verslag wordt door alle deskundigen ondertekend.
  Voor verscheidene deskundigen in een zelfde zaak wordt een gedetailleerde gezamenlijke staat van de kosten en het ereloon opgemaakt, met een duidelijke opgave van ieders aandeel.

  
Art. 983. <W 2007-05-15/62, art. 21, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De griffier stuurt bij gewone brief een afschrift van het eindvonnis naar de deskundige.

  
Onderafdeling 4. Beperkte tussenkomst van de deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 22; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 984. <W 2007-05-15/62, art. 22, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Indien de rechter in het verslag niet voldoende opheldering vindt, kan hij een aanvullend onderzoek door dezelfde deskundige ofwel een nieuw onderzoek door een andere deskundige bevelen.
  De nieuwe deskundige mag aan de vroeger benoemde deskundige de inlichtingen vragen die hij dienstig acht.

  
Art. 985. <W 2007-05-15/62, art. 24, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter kan de deskundige ter zitting horen. De deskundige mag zich bij het verhoor van stukken bedienen.
  Alvorens hij wordt gehoord, legt de deskundige mondeling de eed af in de volgende bewoordingen :
  " Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk verslag zal doen.
";
  of
  " Je jure de faire mon rapport en honneur et conscience, avec exactitude et probité.
";
  of
  " Ich schwöre mein Gutachten auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich abzugeben.
"
  De verklaringen van de deskundige worden vermeld in een proces-verbaal dat de rechter, de griffier en hijzelf ondertekenen na lezing en eventuele opmerkingen.
  Op verzoek van de partijen kan de rechter hun technische raadgevers horen.
  Het ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met bevel tot tenuitvoerlegging ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en in de verhouding die hij bepaalt. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden begroot.
(wordt vervangen als volgt:)

 Art. 985. De rechter kan de deskundige ter zitting horen. De deskundige, de partijen en hun raadslieden worden ter zitting opge­roepen overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid.

 

De deskundige mag zich bij het verhoor van stukken bedienen. Indien de deskundige dit nuttig acht, kan hij de partijen of hun raadslieden voor het verhoor een kopie van die documenten bezorgen, of ze ter griffie neerleggen. Deze stukken worden door de deskundige uiterlijk na het verhoor ter griffie neergelegd. De partijen of hun raadslieden kunnen de ter griffie neergelegde stukken raadplegen.

 

Alvorens hij wordt gehoord, legt de deskundige mondeling de eed af in de volgende bewoordingen

« Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk verslag zal  doen. »;

 

of

» Je jure de faire mon rapport en honneur et conscience, avec exactitude et probité. »;

 

of

« Ich schwöre mein Gutachten auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich abzugeben.»

 

De verklaringen van de deskundige worden vermeld in een proces ­verbaal dat de rechter, de griffier en hijzelf ondertekenen na lezing en eventuele opmerkingen.

 

Het ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met bevel tot tenuitvoerlegging ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en in de verhouding die hij bepaalt. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden begroot.

Op verzoek van de deskundige of van de partijen kan de rechter hun technische raadgevers horen. Dit gebeurt onder dezelfde voorwaarden zoals bepaald in het eerste, tweede en vierde lid. ».


  
Art. 986. <W 2007-05-15/62, art. 25, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter kan een deskundige aanwijzen die aanwezig moet zijn bij een onderzoeksmaatregel die hij heeft bevolen om technische toelichting te verstrekken of om mondeling verslag te doen op de daartoe vastgestelde zitting. De rechter kan die deskundige ook gelasten tijdens zijn verhoor stukken over te leggen die dienstig zijn voor de oplossing van het geschil. (wordt vervangen als volgt): De rechter kan een deskundige aanwijzen die aanwezig moet zijn bij een onderzoeksmaatregel die hij heeft bevolen om technische toelichting te verstrekken. De rechter kan eveneens een deskundige aanwijzen om mondeling verslag te doen op de daartoe vastgestelde zitting. De rechter kan deze deskundigen gelasten tijdens hun verhoor stukken voor te leggen die dienstig zijn voor de oplossing van het geschil.
  De deskundige mag zich van stukken bedienen.
Deze stukken worden na de tussenkomst van de deskundige ter griffie neergelegd. De partijen of hun raadslieden kunnen hiervan kennis nemen.
  De deskundige legt mondeling de eed af in de volgende bewoordingen :
  " Ik zweer dat ik alle gevraagde toelichting in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk zal verstrekken.
";
  of :
  " Je jure de donner toutes les explications qui me seront demandées, en honneur et conscience, avec exactitude et probité.
";
  of :
  " Ich schwöre, alle geforderten Erluterungen auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich zu geben.
"
  Van de verklaring van de deskundige wordt procesverbaal opgemaakt.
  Het ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met bevel tot tenuitvoerlegging ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en in de verhouding die hij bepaalt. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden begroot.

  
Onderafdeling 5. Kosten en erelonen van deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 26; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>

  
Art. 987. <W 2007-05-15/62, art. 27, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter kan het voorschot bepalen dat elke partij moet consigneren ter griffie of bij de kredietinstelling die de partijen gezamenlijk hebben gekozen, en de termijn waarbinnen zij aan deze verplichting moet voldoen. De rechter kan deze verplichting niet opleggen aan de partij die overeenkomstig artikel 1017 niet in de kosten kan worden verwezen.
  De rechter kan het redelijk deel van het voorschot bepalen dat wordt vrijgegeven teneinde de kosten van de deskundige te dekken.
  Zodra het voorschot in consignatie werd gegeven, brengt de griffie of de kredietinstelling de deskundige hiervan op de hoogte bij gewone brief.
  In voorkomend geval stort de griffie het vrijgegeven deel door naar de deskundige.
(wordt vervangen als volgt):

De rechter kan het voorschot bepalen dat elke partij moet consigneren ter griffie of bij de kredietinstelling die de partijen gezamenlijk hebben gekozen, en de termijn waarbinnen zij aan deze verplichting moet voldoen. De rechter kan deze verplichting niet opleggen aan de partij die overeenkomstig artikel 1017, tweede lid of krachtens een overeenkomst tussen partijen zoals bepaald in artikel 1017, eerste lid, niet in de kosten kan worden verwezen.De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit de nadere regels van de consignatie bepalen.

Ingeval de aangestelde partij niet tot uitvoering overgaat, kan de meest gerede partij het voorschot in consignatie geven.

De rechter kan het redelijk deel van het voorschot bepalen dat wordt vrijgegeven teneinde de kosten van de deskundige te dekken. De deskundigedie btw-plichtig is, meldt dit aan de rechter die uitdrukke­lijk bepaalt of. het vrijgegeven bedrag al dan niet vermeerderd moet worden met de btw.

Zodra het voorschot in consignatie werd gegeven, brengt de door de rechter tot betalen aangewezen partij de deskundige hiervan op de hoogte. De betalende partij bezorgt de deskundige een bewijs van betaling.

Ingeval de aangestelde partij niet tot uitvoering overgaat, kan de meest gerede partij de deskundige op de hoogte brengen.

In voorkomend geval stort de griffie of de kredietinstelling het vrijgegeven deel door naar de deskundige. ».

  
Art. 988. <W 2007-05-15/62, art. 28, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Indien de deskundige meent dat het voorschot of het vrijgegeven deel daarvan niet volstaat, kan hij de rechter om de consignatie van een bijkomend voorschot of verdere vrijgave verzoeken.
  Verdere vrijgave is ook mogelijk om een redelijk deel van het ereloon voor reeds uitgevoerde werkzaamheden te dekken.
  De rechter weigert de bijkomende consignatie of verdere vrijgave van het voorschot wanneer hij van oordeel is dat die niet redelijk verantwoord is. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.

  
Art. 989. <W 2007-05-15/62, art. 29, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Indien een partij niet binnen de termijn consigneert, kan de rechter op verzoek van de meest gerede partij een bevel tot tenuitvoerlegging geven ten belope van het bedrag dat hij vaststelt
.                                                                                                                  Indien een partij niet binnen de termijn consigneert, kan de rechter daaruit de conclusies trekken die hij geraden acht.
De deskundigen kunnen desgevallend de vervulling van hun opdracht schorsen of uitstellen totdat zij op de hoogte zijn gebracht van de consignatie van het voorschot overeenkomstig artikel 987, vierde lid.

Art. 990. <W 2007-05-15/62, art. 30, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van het deskundigenonderzoek vermeldt afzonderlijk :
  - het uurloon;
  - de verplaatsingskosten;
  de verblijfkosten;
  - de algemene kosten;
  - de bedragen die aan derden zijn betaald;
  de verrekening van vrijgegeven bedragen.
  Indien de deskundige nalaat zijn staat van kosten en ereloon in te dienen, kunnen de partijen de rechter verzoeken deze te begroten.

  
Art. 991. <W 2007-05-15/62, art. 31, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien de partijen binnen vijftien dagen na de neerlegging ter griffie van de gedetailleerde staat schriftelijk aan de rechter hebben medegedeeld dat zij het eens zijn met het bedrag van het ereloon en de kosten die door de deskundigen worden aangerekend, worden deze door de rechter begroot onderaan op de minuut van de staat en wordt daarvan een bevel tot tenuitvoerlegging gegeven, overeenkomstig het akkoord dat de partijen gesloten hebben of tegen de partij of partijen, zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot. (wordt vervangen als volgt):

§1. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de neerlegging ter griffie van de gedetailleerde staat overeenkomstig § 2 aan de rechter hebben meegedeeld dat zij het bedrag van het ereloon en de kosten die door de deskundige worden aangerekend, betwisten, wordt dat bedrag door de rechter begroot onderaan op de minuut van de staat en wordt daarvan een bevel tot tenuitvoerlegging gegeven overeenkomstig het akkoord dat de partijen gesloten hebben of tegen de partij of partijen, zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot.

  § 2. Indien de partijen niet binnen de in § 1 bedoelde termijn hun instemming hebben betuigd, kunnen de deskundige of de partijen overeenkomstig artikel 973, § 2, beroep doen op de rechter teneinde de kosten en het ereloon te laten begroten. (wordt vervangen als volgt):

Indien één of meer partijen binnen de in § 1 bedoelde termijn niet akkoord gaan met de staat van kosten en ereloon en hun standpunt met redenen omkleden, gelast de rechter, overeenkomstig artikel 973, § 2, de oproeping van de partijen teneinde het bedrag van de kosten en het ereloon te begroten.

  De rechter stelt het bedrag vast van de kosten en het ereloon onverminderd eventuele schadevergoeding en intresten.
  Hij houdt hoofdzakelijk rekening met de zorgvuldigheid waarmee het werk werd uitgevoerd, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de kwaliteit van het geleverde werk. Hij kan daarbij ook rekening houden met de moeilijkheid en de duur van het geleverde werk, de hoedanigheid van de deskundige en de waarde van het geschil.

  De rechter verklaart het vonnis uitvoerbaar tegen de partij of partijen zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot.
  § 3. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden begroot.

  
Art. 991bis. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62, art. 32; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Na definitieve begroting nemen de deskundigen het voorschot op ten belope van de hun verschuldigde som. Het eventuele saldo wordt door de griffier ambtshalve aan de partijen terugbetaald in verhouding tot de bedragen die zij in consignatie moesten geven en die zij ook werkelijk hebben geconsigneerd. (wordt vervangen als volgt):

Na de definitieve begroting nemen de deskundigen het voorschot op ten belope van de hun verschuldigde som, in voorkomend geval na voorlegging van de begroting aan de kredietinstelling. Het eventuele saldo wordt door de griffier ambtshalve of door de kredietinstelling na voorlegging van de begroting aan de partijen terugbetaald in verhou­ding tot de bedragen die zij in consignatie moesten geven en die zij ook daadwerkelijk hebben geconsigneerd.

  De deskundigen mogen slechts een rechtstreekse betaling in ontvangst nemen nadat hun staat van kosten en ereloon definitief is begroot en voor zover het geconsigneerde voorschot ontoereikend is.

 

Senator Els Van Hoof stelt voor om gerechtspsychiaters te erkennen

(Belga) Senator Els Van Hoof (CD&V) dient een wetsvoorstel in om gerechtspsychiaters officieel te laten erkennen, ze een specifieke opleiding te geven en ze een faire vergoeding te betalen voor gepresteerde diensten. Dat deelde Van Hoof zaterdag mee.
Van Hoof noemt de gerechtspsychiaters een "cruciale schakel" in het systeem. In de Belgische gevangenissen zitten meer dan duizend geïnterneerden, ongeveer tien procent van alle gevangenen. De gerechtspsychiater bepaalt of iemand ontoerekeningsvatbaar is of niet. "En net in de gerechtspsychiatrie loopt het grondig mis: een opleiding is er niet, de kwaliteitscontrole op het werk van de experts ontbreekt en de betaling is zo slecht dat de rechters nog nauwelijks kandidaten vinden", zegt Van Hoof in een persbericht. Van Hoof dient daarom een wetsvoorstel in om de deskundige vooraf te laten erkennen door de minister van Volksgezondheid. "Aan die erkenning moet een specifieke opleiding gerechtspsychiatrie worden gekoppeld. Om meer lijn te brengen in de verslagen van de experts, wil ik werken met een eenvormig model. Door deze twee maatregelen wordt de broodnodige kwaliteitscontrole ingebouwd. Mijn voorstel wil ook het systeem van de vergoeding aanpassen. In plaats van een forfaitair systeem, stel ik een uurloon voor dat even hoog is als hun gebruikelijke vergoeding via het RIZIV." (EYI)

We moeten de senator nu nog zo ver krijgen dat ze ziet dat ook de psychologen in deze een vooraanstaande rol vervullen en dat voor hen geen adequate financiële regeling bestaat.

 

Medische fraude kost ziekteverzekering 7 miljard euro

12/11/2009 08:05

Zowat 30 procent van de uitgaven van de Belgische ziekteverzekering, of ruim 7 miljard euro per jaar, wordt al dan niet bewust misbruikt. Dat onthult Paul Vincke, de topman van het Europese netwerk tegen fraude en corruptie in de gezondheidszorg (EHFCN), in een exclusief gesprek met het weekblad Trends. "De inventiviteit van wie de ziekteverzekering een hak wil zetten, is zeer groot", aldus Vincke.

Dat er laakbare praktijken zijn in de Belgische gezondheidszorg is een publiek geheim, maar de verliezen door het misbruik van geld van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (Riziv) zijn veel groter dan gedacht. "In België is schriftvervalsing de vaakst weerkerende frauduleuze praktijk", zegt Vincke, die ook directielid is van het Riziv en er tien jaar ervaring heeft bij de geneeskundige controledienst. Zorgverleners creëren bijvoorbeeld valse getuigschriften voor patiënten die ze nooit hebben gezien, of factureren aan de ziekteverzekering zorgen die niet zijn geleverd. Ook creëert de patiënt nepfacturen die refereren naar onbestaande zorgverleners. Soms eisen artsen een onderhandse betaling als voorwaarde om de behandeling uit te voeren.

Maar daarnaast is er ook een grijze zone waarbij het moeilijk is om te bewijzen dat er een intentie is tot fraude. Het gaat dan vaak om overconsumptie van onderzoeken, behandelingen en ingrepen die niet als efficiënt worden beschouwd, of om het voorschrijven van geneesmiddelen zonder dat bewezen is dat zij effect hebben." Vincke hekelt vooral ook die "therapeutische luiheid" bij zorgverleners. "Wij vinden dat naast de ostentatieve fraude en corruptie, ook de gemakzucht in de sector die aanleiding geeft tot meeruitgaven, mag worden aangeklaagd."

Volgens Vincke zien we nog maar het topje van de ijsberg, die zeker 30 procent van het budget voor de gezondheidszorg vertegenwoordigt. Die middelen correct aanwenden zou ons gezondheidssysteem veel performanter maken, stelt Vincke, die zich met het nog jonge EHFCN profileert als eerste klokkenluider voor misbruiken in de gezondheidssector.

De mutualiteiten, die ook vertegenwoordigd zijn in het EHFCN, en het Riziv opteren tot nader order veelal voor een politiek van preventie. Zo was er in België onlangs een project over longfunctietesten. Europees erkende richtlijnen stellen dat meer dan twee longfunctietesten per patiënt niet efficiënt is om een diagnose te stellen, maar uit onderzoek bleek dat 80 procent van de pneumologen altijd vier longfunctietesten uitvoert. "Is dat fraude? Neen. Zijn dat ontoelaatbare praktijken? Ja, als je ze aftoetst aan de richtlijnen. Die 80 procent kreeg te horen dat ze geen goede geneeskunde beoefenden, maar meerkosten genereerden", besluit Vincke.

Bert Lauwers

Het Nederlands Deskundigenregister: Wet van 22 januari 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot verbetering van de regeling van de positie van de deskundige in het strafproces (Wet deskundige in strafzaken)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is aanvullende bepalingen op te nemen in het Wetboek van Strafvordering ter verbetering van de regeling van de positie van de deskundige in het strafproces;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 36c, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Op het onderzoek van de rechter-commissaris zijn de bepalingen van de tweede tot en met vijfde afdeling van de Derde Titel van het Tweede Boek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 207 en 208, derde lid.

B

In het Eerste Boek wordt na titel IIIA een nieuwe titel ingevoegd, luidende:

TITEL IIIC: DE DESKUNDIGE

Artikel 51i
  • 1. Op de wijze bij de wet bepaald wordt een deskundige benoemd met een opdracht tot het geven van informatie over of het doen van onderzoek op een terrein, waarvan hij specifieke of bijzondere kennis bezit.

  • 2. Bij de benoeming worden de opdracht die ten behoeve van het onderzoek in de strafzaak moet worden vervuld en de termijn binnen welke de deskundige het schriftelijk verslag uitbrengt, vermeld.

  • 3. Aan de deskundige wordt tevens opgedragen naar waarheid, volledig en naar beste inzicht verslag uit te brengen.

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de kwalificaties waarover bepaalde deskundigen moeten beschikken en over de wijze waarop in de overige gevallen de specifieke deskundigheid van personen kan worden bepaald of getoetst.

Artikel 51j
  • 1. Ieder die tot deskundige is benoemd, is verplicht de door de rechter opgedragen diensten te bewijzen.

  • 2. De rechter kan de deskundige geheimhouding opleggen.

  • 3. De deskundige kan zich verschonen in de gevallen bedoeld in de artikelen 217 tot en met 219a.

  • 4. De deskundige ontvangt uit ’s rijks kas een vergoeding op de wijze bij de wet bepaald. De rechter-commissaris kan, onverminderd artikel 591, beslissen dat een deskundige die onderzoek op verzoek van de verdachte heeft uitgevoerd dat in het belang van het onderzoek is gebleken, uit ’s rijks kas een vergoeding ontvangt. Deze vergoeding bedraagt niet meer dan die welke de op vordering van de officier van justitie benoemde deskundige ontvangt.

Artikel 51k
  • 1. Er is een landelijk openbaar register van gerechtelijke deskundigen, dat wordt beheerd op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. Bij deze algemene maatregel van bestuur wordt het orgaan ingesteld dat met deze taak wordt belast.

  • 2. Bij benoeming van een deskundige die niet is opgenomen in het register, bedoeld in het eerste lid, wordt gemotiveerd op grond waarvan hij als deskundige wordt aangemerkt.

Artikel 51l
  • 1. De deskundige brengt aan zijn opdrachtgever een met redenen omkleed verslag uit. Hij geeft daarbij zo mogelijk aan welke methode hij heeft toegepast, in welke mate deze methode en de resultaten daarvan betrouwbaar kunnen worden geacht en welke bekwaamheid hij heeft bij de toepassing van de methode.

  • 2. Het verslag wordt schriftelijk uitgebracht, tenzij de rechter bepaalt dat dit mondeling kan geschieden.

  • 3. De deskundige verklaart het verslag naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld. Het verslag is gebaseerd op wat zijn wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is.

Artikel 51m
  • 1. De rechter kan de deskundige ambtshalve horen, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte. De rechter kan zijn dagvaarding bevelen. Ten aanzien van de deskundige en zijn verhoor vinden de artikelen 211 tot en met 213 overeenkomstige toepassing.

  • 2. De deskundige wordt bij zijn verhoor op de terechtzitting beëdigd dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren.

  • 3. Ten aanzien van de deskundige wordt geen bevel tot gijzeling verleend.

C

Artikel 151 vervalt en artikel 150 wordt vernummerd tot artikel 151.

D

Artikel 150 komt te luiden:

Artikel 150

  • 1. De officier van justitie kan in het belang van het onderzoek ambtshalve of op het verzoek van de verdachte een deskundige die als deskundige is geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 51k, benoemen.

  • 2. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, komt ook toe aan de hulpofficier voor zover het technisch onderzoek betreft, met uitzondering van de gevallen waarin de wet anders bepaalt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de aard van het technisch onderzoek dat kan worden opgedragen.

E

Na artikel 150 (nieuw) worden drie artikelen 150a, 150b en 150c ingevoegd die luiden:

Artikel 150a

  • 1. De officier van justitie geeft aan de verdachte schriftelijk kennis van de aan de deskundige verleende opdracht en van tijd en plaats van het onderzoek, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet. De verdachte kan verzoeken tot het doen van aanvullend onderzoek of het geven van aanwijzingen omtrent het uit te voeren onderzoek.

  • 2. Van de uitslag van het onderzoek geschiedt tevens kennisgeving aan de verdachte. Zodra het belang van het onderzoek zich niet meer verzet tegen de mededeling bedoeld in het eerste lid, geeft de officier van justitie kennis van het verlenen van de opdracht en de uitslag daarvan.

  • 3. De verdachte kan naar aanleiding van de uitslag binnen twee weken na kennisgeving daarvan om een tegenonderzoek verzoeken. Hij geeft daarbij aan om welke redenen hij het doen verrichten van een tegenonderzoek aangewezen acht. Hij geeft voorts aan welke deskundige het onderzoek, dat gelijkwaardig moet zijn aan het eerste onderzoek, zou moeten uitvoeren.

  • 4. Geen uitstel van kennisgeving van de uitslag vindt plaats van onderzoek dat is uitgevoerd op verzoek van de verdachte.

Artikel 150b

  • 1. Indien de officier van justitie een verzoek van de verdachte tot benoeming van een deskundige of tot het doen verrichten van een tegenonderzoek, aanvullend of volgens bepaalde aanwijzingen uit te voeren onderzoek weigert, geeft hij daarvan gemotiveerd kennis aan de verdachte.

  • 2. De verdachte kan na deze weigering binnen twee weken na de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, de rechter-commissaris verzoeken alsnog tot benoeming van een deskundige of uitbreiding van het onderzoek over te gaan.

  • 3. De rechter-commissaris beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek en geeft daarvan kennis aan de verdachte en de officier van justitie.

Artikel 150c

  • 1. Indien de officier van justitie op grond van artikel 150a, derde lid, of de rechter-commissaris op grond van artikel 150b, derde lid, een tegen<?xpp afbm?>onderzoek gelast, verleent hij daartoe opdracht aan een deskundige. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de verdachte.

  • 2. De deskundige die het tegenonderzoek verricht, wordt in staat gesteld dit uit te voeren; hij verkrijgt daartoe toegang tot het onderzoeksmateriaal en de desbetreffende gegevens uit het eerste onderzoek.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het onderzoek bedoeld in het eerste lid.

F

Artikel 175 wordt als volgt gewijzigd:

Na nummering van leden van artikel 175 van 1 tot en met 3, wordt een vierde lid toegevoegd dat luidt:

  • 4. Het proces-verbaal wordt door de rechter-commissaris en de griffier ondertekend.

G

Artikel 176 komt te luiden:

Artikel 176

De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen benoemen op de wijze bepaald in artikelen 227 tot en met 232. Het verzoek van de verdachte om benoeming van een deskundige geldt als een verzoek op grond van artikel 36a.

Ga

A. In de artikelen 276, derde lid, 290, tweede lid, 360 en 466, eerste lid, wordt «artikel 216, tweede lid,» telkens vervangen door: artikel 216a, tweede lid.

B. Artikel 191, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. De tolk wordt zo nodig op bevel van de rechter-commissaris gedagvaard en wordt beëdigd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen. Artikel 216a, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

H

Artikel 195b, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Bij toepassing van artikel 228, vierde lid, blijft het eerste lid buiten toepassing.

I

Artikel 215, tweede volzin, komt te luiden:

De deskundige verklaart naar waarheid en zijn geweten te verklaren.

Ia

Artikel 216 komt te luiden:

Artikel 216

  • 1. De rechter-commissaris beëdigt de getuige of deskundige indien:

    • a. er naar zijn oordeel gegrond vermoeden bestaat dat deze niet op de terechtzitting zal kunnen verschijnen of dat diens gezondheid of welzijn door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om hem ter terechtzitting te ondervragen,

    • b. de overlegging van beëdigde verklaringen noodzakelijk is om de uitlevering van de verdachte te verkrijgen;

    • c. een afspraak ingevolge artikel 226h, derde lid, of artikel 226k, eerste lid, rechtmatig is geoordeeld.

  • 2. Onverminderd de beëdiging van een getuige op grond van het eerste lid en de artikelen 226c, tweede lid, en 226n, tweede lid, kan de rechter-commissaris, indien hij dat noodzakelijk acht in verband met de betrouwbaarheid van de door de getuige af te leggen verklaring, overgaan tot beëdiging.

  • 3. Indien de rechter-commissaris dit buiten de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a en b, noodzakelijk oordeelt, kan hij de deskundige bij zijn verhoor beëdigen.

Ib

Ingevoegd wordt een nieuw artikel 216a dat luidt:

Artikel 216a

  • 1. De rechter-commissaris beëdigt de getuige dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

  • 2. Indien een getuige met gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens naar het oordeel van de rechter-commissaris, de betekenis van de eed niet voldoende beseft, of indien de getuige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, wordt hij niet beëdigd, maar aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.

  • 3. De rechter-commissaris beëdigt de deskundige dat hij naar waarheid en zijn geweten zal verklaren.

  • 4. De reden van beëdiging of aanmaning wordt in het proces-verbaal vermeld.

J

De artikelen 227 tot en met 232 komen te luiden:

Artikel 227

  • 1. De rechter-commissaris kan in het belang van het onderzoek ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen benoemen.

  • 2. Bij het verzoek van de verdachte om een deskundige te benoemen kan hij een of meer personen als deskundige aanbevelen. Tenzij het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, kiest de rechter-commissaris een of meer der deskundigen uit de door de verdachte aanbevolen personen. Artikel 51k, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 228

  • 1. De rechter-commissaris geeft kennis van zijn beslissing tot benoeming van een deskundige aan de officier van justitie en de verdachte en van de opdracht die aan de deskundige is verstrekt.

  • 2. In het belang van het onderzoek kan de rechter-commissaris ambtshalve of op vordering van de officier van justitie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, uitstellen, totdat het belang van het onderzoek zich daartegen niet meer verzet.

  • 3. Op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte kan de rechter-commissaris aanvullend onderzoek bevelen. De rechter-commissaris doet daarvan mededeling aan de deskundige, de officier van justitie en de verdachte.

  • 4. De verdachte aan wie van de opdracht aan de deskundige kennis is gegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft bij het onderzoek van de deskundige tegenwoordig te zijn, daarbij de nodige aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Hij doet daarvan binnen een week na de dagtekening van de mededeling op grond van het eerste lid, opgave aan de rechter-commissaris en de officier van justitie.

Artikel 229

  • 1. De deskundige kan zich voor het uitbrengen van zijn rapport ter verheldering van zijn opdracht wenden tot de rechter-commissaris. Van zijn antwoord daarop doet de rechter-commissaris mededeling aan de officier van justitie en de verdachte. De rechter-commissaris kan eveneens een mondeling onderhoud gelasten met de deskundige. Hij stelt de officier van justitie en de verdachte in de gelegenheid daarbij tegenwoordig te zijn.

  • 2. In het belang van het onderzoek kan de mededeling aan de verdachte bedoeld in het eerste lid, worden uitgesteld; om dezelfde reden kan de rechter-commissaris afzien van de mogelijkheid van aanwezigheid van officier van justitie en verdachte bij het onderhoud met de deskundige.

Artikel 230

  • 1. Nadat de deskundige zijn rapport aan de rechter-commissaris heeft ingezonden, doet de rechter-commissaris daarvan een kopie toekomen aan de officier van justitie en de verdachte. Artikel 228, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 2. De verdachte aan wie van de uitslag van het onderzoek is kennis gegeven, is bevoegd een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft het toegezonden verslag te onderzoeken.

Artikel 231

  • 1. Ingeval het rapport van de deskundige daartoe aanleiding geeft, kan de rechter-commissaris, ambtshalve, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, nader onderzoek opdragen aan dezelfde deskundige dan wel onderzoek aan een of meer andere deskundigen opdragen. De artikelen 229 en 230 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. De rechter-commissaris verstrekt aan de op grond van het eerste lid benoemde nieuwe deskundige een kopie van het verslag.

Artikel 232

De rechter-commissaris kan de deskundige ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte horen. De rechter-commissaris kan zijn dagvaarding bevelen. Ten aanzien van de deskundige en zijn verhoor vinden de artikelen 211 tot en met 213 overeenkomstige toepassing.

K

De artikelen 233 tot en met 235 vervallen.

L

Artikel 299 komt te luiden:

Artikel 299

Onverminderd artikel 51m, zijn alle bepalingen in deze titel betreffende getuigen en hun verklaringen ook van toepassing ten aanzien van deskundigen en hun verklaringen.

M

Artikel 343 komt te luiden:

Artikel 343

Onder verklaring van een deskundige wordt verstaan zijn bij het onderzoek op de terechtzitting afgelegde verklaring over wat zijn wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is, al dan niet naar aanleiding van een door hem in opdracht uitgebracht deskundigenverslag.

N

Artikel 344, eerste lid, onder 4°, komt te luiden:

  • 4°. verslagen van deskundigen met het antwoord op de opdracht die aan hen is verleend tot het verstrekken van informatie of het doen van onderzoek, gebaseerd op wat hun wetenschap en kennis hen leren omtrent datgene wat aan hun oordeel onderworpen is.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL III

Deze wet wordt aangehaald als de Wet deskundige in strafzaken.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 22 januari 2009

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de derde februari 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

 

 

Gerecht herziet verouderde sekswetten:

Het hoogste rechtscollege in ons land, het Grondwettelijk Hof, gaat zich over de belangrijkste wetten in ons seksueel strafrecht buigen. Al meer dan dertig zedenzaken wachten op duidelijkheid.

Verkrachting en aanranding eerbaarheid
Advocaten en zelfs magistraten klagen er al jaren over: de twee belangrijkste wetten in ons seksueel strafrecht, die rond verkrachting en aanranding van de eerbaarheid, blinken uit in onduidelijkheid en zijn totaal achterhaald. Al een paar keer zag het ernaar uit dat de wetten grondig herbekeken zouden worden. Maar telkens draaide het op niets uit.

Instemmingsleeftijd

Nu is het Grondwettelijk Hof dan toch bereid duidelijkheid te scheppen. Op 22 september worden de eerste knopen doorgehakt. De belangrijkste vragen waarover het rechtscollege zich zal buigen, luiden: kan een tiener al op zijn veertiende instemmen met seks? Of pas op zijn zestiende? Wat is een aanranding? Valt het kussen van een minderjarige daar ook nog onder?
 
Honderd jaar oud
"Er moet dringend duidelijkheid komen", zegt Kristiaan Vandenbussche, de Gentse advocaat die de zaak aan het rollen bracht. "De nood aan een klare wetgeving dringt zich op. De meest essentiële wetten over ons seksueel strafrecht zijn meer dan honderd jaar oud." (belga/lb)

Geestelijk onderzoek Karst T. nog gaande

Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) is nog bezig met een onderzoek naar de geestelijke gesteldheid van Karst T. Over zijn gedrag zijn daarom nog geen gedragswetenschappelijke uitspraken doen.

Geïsoleerd bestaan
Dat blijkt uit het vrijdag gepresenteerde onderzoeksrapport. Wél staat vast dat Karst T. een tamelijk geïsoleerd bestaan leidde. Tot zijn middelbareschooltijd was T. een 'gewone jongen' uit een stabiel gezin. Op de middelbare school begon hij drugs te gebruiken. Later had hij steeds minder contact met jeugdvrienden, was er geen sprake van een relatie of carrière. Eind jaren negentig was hij werkloos. Later werkte hij bij een benzinepomp, maar in september vorig jaar zat hij wederom zonder werk. Afgelopen januari en februari meed hij ieder contact, ook met zijn familie.

Huur opgezegd
Eind maart zegde hij de huur van zijn flat in Huissen per 1 mei op. Uit het onderzoek kwam echter geen voorbereiding op een verhuizing aan het licht. Op 29 april feliciteerde hij zijn moeder met haar verjaardag. Diezelfde dag werd hij in zijn auto op de A12 richting Apeldoorn gezien.

Beroemd
Uit een getuigenverklaring blijkt dat de dader in de afgelopen vijf haar eenmaal speelde met de gedachte van een aanslag. Karst T zei in 2004 dat hij ,,beroemd zou worden". Op de vraag 'hoe? volgende het antwoord ,,een aanslag op het koninklijk huis."

'Trots'
Volgens een gezinslid was Karst T. echter trots op het koninklijk huis. Wat hem uiteindelijk dreef om op 30 april op de koninklijke stoet in te rijden, valt volgens het vrijdag gepresenteerde stafrechtelijke onderzoek niet meer volledig te herleiden.

04/09/2009

Onderzoeksrapportage Koninginnedag 2009: klik hier:

Maatjes-project voor (ex-)gedetineerde moeders

Gezin in Balans-coördinator voor de regio Almere Angéliquè van Beckhoven met het prentenboek \'een mama in de gevangenis\'. (Foto: Maaike Bosma)

ALMERE - Sinds enige tijd ondersteunen maatjes van Gezin in Balans van Humanitas (ex)gedetineerde moeders in Almere. De gemeente Almere is enthousiast over deze vorm van nazorg die aan deze specifieke doelgroep wordt geboden. Het ziet er dan ook naar uit dat de gemeente per januari 2010 de nazorgtrajecten van Gezin in Balans gaat financieren. Er is dringend behoefte aan geschikte vrijwilligers - die zelf ook moeder zijn - om de vrouwen een steuntje in de rug te geven bij hun terugkeer in de maatschappij en binnen het gezin.

Angéliquè van Beckhoven is werkzaam als coördinator van Gezin in Balans in Almere: 'Ik ben heel blij dat de gemeente het belang van ons werk onderkent en de subsidie-aanvraag positief bekijkt. Er is namelijk een behoorlijk aantal vrouwen in Almere dat op onze steun rekent.'

Hoe belangrijk de expertise van Gezin in Balans voor de moeders is, licht Van Beckhoven als volgt toe: 'Als een moeder in de gevangenis zit, hebben haar kinderen het moeilijk. Daardoor voelt de moeder zich vaak dubbel gestraft vanwege de consequenties voor haar kinderen. Tijdens detentie helpen we de vrouwen om zo goed mogelijk om te gaan met hun moederschap op afstand en hen voor te bereiden op de periode na detentie.'

Ook na thuiskomst kunnen de moeders rekenen op ondersteuning. Van Beckhoven: 'Als een moeder na haar detentie weer thuis komt, valt het niet mee om het gezinsleven weer op te pakken. Het is immers niet makkelijk om gevangen te zitten, maar vaak is het nog moeilijker om de draad weer op te pakken in vrijheid. De kinderen zijn ouder geworden zonder dat je daarin meegegroeid bent als moeder. Of ze zijn een andere opvoeder en andere regels gewend. Dan moet je een hele inhaalslag maken. De bezoeken van een maatje zijn dan een welkom steuntje in de rug. In Almere hebben we op korte termijn een flink aantal nieuwe vrijwilligers nodig.'

Gezin in Balans van Humanitas ondersteunt in heel Nederland (ex-)gedetineerde moeders en hun kinderen. In de vrouwengevangenissen doet Gezin in Balans dit onder andere door het geven van informatie en trainingen. Ook ontwikkelde het project speciale (kinder)boeken.

Ook na vrijlating is ondersteuning door een moedermaatje dus mogelijk. De vrijwilliger bezoekt de moeder eenmaal per week in haar thuissituatie. Waar moet een goede vrijwilliger aan voldoen? Angéliquè van Beckhoven: 'In het contact tussen de (ex)gedetineerde moeder en de vrijwilliger zijn gelijkwaardigheid en een goed luisterend oor belangrijk. Leeftijd en opleiding zijn niet van belang. Een positieve houding en tegen een stootje kunnen des te meer.'

Voordat de vrijwilligers aan de slag gaan voor Gezin in Balans, worden ze tijdens een training voorbereid. De eerstvolgende training start begin oktober. Na deze training kan de vrijwilliger rekenen op de steun van de coördinator en inspirerende collega's.

Meer informatie: info@gezin-in-balans.nl, 073- 6891733 of http://www.gezin-in-balans.nl.

 

 

 

Licht verstandelijk beperkte plegers van seksueel overschrijdend gedrag : en nu ? - Een ontmoetings- en uitwisselingsnamiddag - vooraankondiging

swv Ampel, Fides (ggz Prisma – Beernem) en het SEN organiseren een ontmoetings- en uitwisselingsnamiddag voor professionelen uit het middenkader, die werkzaam zijn bij mensen met een licht verstandelijke beperking én die reeds geconfronteerd werden met seksueel grensoverschrijdend gedrag bij hun cliënten. We zoeken professionelen die met andere professionelen dit onderwerp bespreekbaar willen maken door een uitwisseling van ervaringen en deskundigheid. Meer info volgt later.

Man beschuldigt kat van kinderporno

Poes zou plaatjes hebben gedownload

11 augustus 2009 | Janneke Scheepers
Man beschuldigt kat van kinderporno

Het lijkt te bizar om waar te zijn. Een Amerikaan uit Florida die ervan wordt beschuldigd kinderporno te hebben gedownload, wijst verwijtend naar zijn kat. Diverse websites doen melding van het voorval.

Verdachte K. G. beweert dat hij onschuldig muziek aan het downloaden was. Hij zegt de kamer te hebben verlaten en na terugkomst allerlei "vreemde dingen" op zijn computer te hebben aangetroffen. De logische verklaring: zijn kat is op het toetsenbord gesprongen en heeft de kinderporno gedownload.

Het gaat om meer dan duizend afbeeldingen, zeggen de betrokken rechercheurs. Griffins uitleg heeft niet mogen baten. Hij wordt vastgehouden in de gevangenis van Martin County. De kat is nog op vrije voeten.

Justitie kent dit jaar geen rustige vakantie:

Er zijn de ontsnappingen en ....

 

er is dit:

Politie onthult fraude magistraten

De federale gerechtelijke politie van Brussel heeft minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) op de hoogte gebracht van een strafdossier tegen hoge magistraten in Brussel. De politie heeft aanwijzingen dat zowel het parket-generaal van Brussel als het parket-generaal bij Cassatie de verdachte magistraten in bescherming wil nemen. Voor de Brusselse recherche was de enige uitweg het dossier door te spelen aan de minister van Justitie (lees meer).

en er is dat:

Fortisgate: Ivan Verougstraete tipte advocaat

10/08/2009 14:59 (KNACK)

Ivan Verougstraete, voorzitter van het Hof van Cassatie, heeft in december 2008 wel degelijk uit de biecht geklapt over het Fortisarrest. Dat vernam Knack bij verscheidene betrouwbare bronnen.

Nadat hij gealarmeerd was door rechter Christine Schurmans over de 'onregelmatige besluitvorming' binnen de 18e kamer van het hof van beroep, zou hij contact hebben gehad met advocaat Jean-Marie Nelissen Grade van het internationale advocatenkantoor Linklaters LLP.

Nelissen Grade, die advocaat bij het Hof van Cassatie is, leidde een team van topjuristen die Fortis bijstonden bij de overname door BNP Paribas. Hij is ook deeltijds hoogleraar aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de K.U.Leuven, en is net als Verougstraete een specialist inzake handels- en vennootschapsrecht.

Volgens dit spoor werd met de informatie die Nelissen Grade over de gang van zaken bij de 18e kamer van het hof van beroep zou hebben gekregen, vermoedelijk de ultieme procedurezet van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij in gang gezet.

De FPIM diende op 11 december in de late namiddag een verzoekschrift in om de debatten te heropenen en zodoende het arrest uit te stellen. Daarmee wilde men voorkomen dat de Fortisaandeelhouders zich over een overname van Fortis door het Franse BNP Paribas konden uitspreken.

Als de Gentse raadsheer-onderzoeksrechter Henri Heimans (die de zaak onderzoekt) deze informatie hard kan maken, keert Fortisgate als een boemerang terug naar de top van de magistratuur.

Het kan zo misschien ook genoegdoening schenken aan ex-minister van Justitie Jo Vandeurzen. In zijn ontslagbrief van 19 december schreef hij: 'De geschiedenis zal aantonen op welke manier de magistratuur zelf een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in het tot stand komen van deze crisis van de instellingen.'

Bijna helft gevangenen is van vreemde origine

13 augustus 2009, 07:33

Het aantal gedetineerden van vreemde origine is de voorbije twee jaar fors gestegen. Welgeteld 4.381 gedetineerden in de Belgische gevangenissen hebben een buitenlandse nationaliteit. Op een totaal van een kleine 10.000 gedetineerden is bijna de helft dus van vreemde origine. Dat schrijft De Morgen donderdag.Twee jaar geleden ging het nog om 36 procent. "Het is een heterogene groep uit wel honderd landen", zegt criminologe Eveline De Wree. De cijfers, die dateren van april, zijn opgevraagd door Kamerlid Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld) bij minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V). Gedetineerden met een dubbele nationaliteit, zoals de onlangs ontsnapte Ashraf Sekkaki, worden niet bij de vreemdelingen meegeteld. Uit de gegevens blijkt dat van de 4.381 gedetineerden met vreemde nationaliteit zowat de helft (2.200) een effectieve celstraf uitzit, het merendeel van de anderen (1.955) verblijft in voorlopige hechtenis. Ook dat is omzeggens de helft van alle voorlopige hechtenissen. (TIP)

bron: Belga

Chirurgische ingreep voor 64% debet aan onbedoelde schade patiënt

Verkeerde chirurgische ingrepen zijn voor 64% verantwoordelijk voor onbedoelde schade die patiënten oplopen in ziekenhuizen. 36,5% van deze ingrijpen was meer dan waarschijnlijk vermijdbaar en 4,3% zeker vermijdbaar. Van alle vermijdbare schade kan 73% in verband worden gebracht met een inadequate of te late ingreep of behandeling, terwijl de diagnose daarentegen juist was.
Dat meldt het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zaterdag in een onderzoek naar patiëntveiligheid. Het onderzoek werd uitgevoerd door artsen en wetenschappers van het Onderzoekscentrum Patiëntveiligheid VU Medisch Centrum, EMGO Instituut Amsterdam en Nederlands Instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL). Het onderzoek behelst een steekproef van 7926 patiënten uit 21 ziekenhuizen: 4 academische, 6 topklinische en 11 algemene ziekenhuizen. De onderzoekers keken naar schade bij specialismen die opereren of in de operatiekamer werken (zoals chirurgen, orthopeden, anesthesisten etc.)
Er is sprake van onbedoelde uitkomst met schade aan de patiënt als de patiënt onbedoelde lichamelijke of psychische schade oploopt; de schade zo ernstig is dat er sprake is van tijdelijke of permanente gezondheidsbeperking, extra behandeling, langer verblijven in het ziekenhuis dan wel het voortijdig overlijden van de patiënt; en als het handelen of niet handelen van een zorgverlener heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
'De meeste onbedoelde schade bij de snijdende specialismen ontstond binnen de algemene chirurgie. Bij 2% van de patiënten was er een blijvende gezondheidsbeperking, en bij 8% had de onbedoelde schade mogelijk mede bijgedragen aan het voortijdig overlijden van de patiënt', aldus de onderzoekers.
'Binnen de vaatchirurgie had 14% van de onbedoelde schade waarschijnlijk mede bijgedragen aan het overlijden van de patiënt. Blijvende gezondheidsbeperkingen traden relatief vaker op bij schades binnen de vaatchirurgie, gynaecologie, plastische chirurgie en anesthesiologie. In het algemeen leidde de onbedoelde schade bij gemiddeld 5% van de patiënten tot permanente gezondheidsbeperkingen zoals abnormaal lage bloeddruk na een operatie met als gevolg een herseninfarct en schade aan de hartspier.'
De onderzoekers benadrukken dat het tijdig vragen van hulp van collega-chirurgen en betere supervisie en training van artsen in opleiding tot specialist nuttig kunnen zijn. Ook moeten chirurgen zich niet laten opjagen tijdens de operatie door tijdnood en drukte.
 

NTVG

Gros gevangenen heeft psychische stoornis:

AMSTERDAM - Meer dan de helft van de gevangenen in Nederland heeft een psychische stoornis. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers van de Nijmeegse Pompestichting, een instelling waar gedetineerden met psychische stoornissen worden behandeld. Het onderzoek is gepubliceerd in het Nederlands Tijdschift voor Geneeskunde.

De onderzoekers hebben de situatie van 191 gevangenen onder de loep genomen. Van hen heeft ruim 56 procent een psychische stoornis, die al dan niet te maken heeft met verslaving. Ruim tachtig procent heeft ooit een stoornis gehad.

Volgens de onderzoekers worden grote problemen, zoals een psychose, wel opgemerkt door de artsen die in de gevangenis werken. Maar problemen zoals autisme blijven vaak onopgemerkt. Ze vinden dat daarin verandering moet komen (10 augustus 2009 de Telegraaf).

Dementie en rechten van de patiënt:

Meerdere wettelijke bepalingen hebben een impact op de autonomie van personen met dementie. Deze bepalingen hebben ongetwijfeld de bedoeling om de persoon te beschermen, niet om zijn vrijheid onnodig in te perken of hem te bestraffen. Toch wordt dat niet altijd zo ervaren. De intrekking van het rijbewijs of de aanstelling door de vrederechter van een voorlopig bewindvoerder omdat de persoon met dementie niet meer in staat wordt geacht zijn

goederen te beheren, wordt soms beleefd als een inperkende maatregel of zelfs als een aanslag op de autonomie. De persoon met dementie verliest dan van de ene dag op de andere bepaalde rechten. Die abruptheid contrasteert met het gegeven dat dementie een evoluerende aandoening is waarvan de evolutie verschilt van persoon tot persoon. In ons land bestaan er verscheidene wettelijke beschikkingen om de persoon met dementie te beschermen en/of te anticiperen op het ogenblik dat hij niet meer in staat zal zijn om zelf beslissingen te nemen. De toepassing gebeurt echter niet steeds optimaal vanwege een gebrek aan informatie of het ontbreken van een dialoog tussen de betrokken actoren. Bovendien is het moeilijk om rekening te houden met de werkelijke capaciteiten die een persoon met dementie nog heeft.

Wil je hierover méér lezen? Klik hier.

Vroege interventies voor PTSD waardeloos?

July 17, 2009 — Parachuting in therapists to counsel everyone exposed to a traumatic event has become almost routine as an attempt to prevent posttraumatic stress disorder (PTSD), but these early therapy sessions but may be doing more harm than good, according to a new Cochrane Database of Systematic Reviews published online July 8.

PTSD Linked to 2-fold Increased Risk for Dementia in Veterans

Caroline Cassels

July 14, 2009 (Vienna, Austria) — New research shows that posttraumatic stress disorder (PTSD) significantly increases the risk for dementia in later life.

In the first study to show this association, Kristine Yaffe, MD, from the University of California, San Francisco, and colleagues found that older veterans with PTSD had nearly a 2-fold increased risk for dementia compared with their counterparts without PTSD.

The findings, which were presented here at the Alzheimer's Association 2009 International Conference on Alzheimer's Disease (ICAD 2009), showed that veterans with PTSD developed new cases of dementia at a rate of 10.6% over the 7 years of follow-up, vs 6.6% of those without PTSD.

“What we found was that over the 7-year period those with PTSD had about a doubling of the risk of developing dementia,” Dr. Yaffe told reporters attending a press conference.

In addition, PTSD did not appear to be associated with a particular dementia type but rather had an “across-the-board effect” for all dementias, including vascular dementia and Alzheimer's disease (AD).

Previous research has shown that PTSD, a common sequela of trauma exposure, is associated with increased mortality and morbidity related to cardiovascular disease and depression, among others. Further, it is estimated that 15% to 20% of individuals experiencing a serious traumatic event will develop PTSD.

Chronic Condition

In addition, said Dr. Yaffe, it is important to understand that PTSD is often a chronic condition. "Just because the exposure that causes PTSD may have occurred 20 or 30 years ago doesn't mean it necessarily goes away or that it is without long-term sequelae,” said Dr. Yaffe.

Further, while some evidence suggests that PTSD can affect cognition and is linked with lower hippocampal volume, until now no one has investigated a potential link between PTSD and dementia, said Dr. Yaffe.

To examine the question of whether PTSD might carry an increased risk for dementia, the researchers used data from the Department of Veterans Affairs National Patient Care Database.

The retrospective cohort study included 181,093 veterans aged 55 years and older without dementia at baseline and compared rates of newly diagnosed dementia or cognitive impairment in 53,155 subjects with a diagnosis of PTSD and 127,938 subjects without PTSD.

Subjects' mean age at baseline was 68.8 years, and 97% were male. Over the 7-year follow-up period, those without PTSD had a rate of dementia rate of 6.6%, vs 10.6% for those with PTSD.

After adjustment for demographics and medical and psychiatric comorbidities, PTSD patients were still nearly twice as likely to develop incident dementia (HR, 1.77; 95% CI, 1.7 – 1.9). The results were similar when investigators excluded subjects with a history of traumatic brain injury, substance abuse, or depression.

Need for Replication

Because the study is the first to show this association, Dr. Jaffe said these findings should be considered “somewhat preliminary” and need to be replicated. Nevertheless, she added, if the results can be reproduced and the mechanisms identified, the implications could be significant.

“In light of current wars and other traumatic exposures, if you could effectively treat people with PTSD, it may provide us with a way to prevent dementia. The other thing we need to do is increase awareness that PTSD is not just a one-time diagnosis. It could potentially be a lifetime diagnosis, with the possibility of maybe major sequelae down the line associated with aging,” said Dr. Jaffe.

Commenting on the study, Alzheimer's Association spokesperson Maria Carillo, PhD, said the findings are particularly critical in light of the current conflicts in Iraq and Afghanistan, which will likely add to the growing burden of Alzheimer's disease, which is expected to increase exponentially over the next 20 to 30 years as the population ages.

The study is funded by the US Department of Defense.

Alzheimer's Association 2009 International Conference on Alzheimer's Disease: Abstract 09-A-459-ALZ. Presented July 13, 2009.

Nieuw aangifteformulier voor beroepsziekten

Er bestaat een vernieuwd aangifteformulier voor preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren. Zij moeten dit formulier gebruiken om aandoeningen die in verband staan met het werk bij het FBZ en de FOD WASO te melden. Het vernieuwde formulier is zo opgemaakt dat het snel omgevormd kan worden tot een volledig elektronisch formulier. Op dit moment is dat nog niet het geval en moet het formulier wel nog per post worden verstuurd. Een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die een aangifte wenst te doen, kan het formulier downloaden van dfe webstek van het FBZ.

Voor alle duidelijkheid: er is een onderscheid tussen een aangifteformulier en een aanvraagformulier. Het laatste formulier wordt gebruikt door personen die een aanvraag tot schadeloosstelling voor een beroepsziekte willen indienen. Dit formulier is niet veranderd. Het aangifteformulier wordt louter door preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren gebruikt. Zij zijn wettelijk verplicht om de FOD WASO (nl. de arbeidsgeneesheer-arbeidsinspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk) en het FBZ (nl. de geneesheer-adviseur) op de hoogte te brengen telkens als zij een beroepsziekte of arbeidsgerelateerde ziekte vaststellen of hiervan op de hoogte worden gebracht door een arts. Het Fonds verzamelt deze aangifteformulieren enerzijds voor statistische doeleinden, maar anderzijds ook om de werknemer te informeren dat hij een aanvraag tot schadeloosstelling kan indienen.

Het vernieuwde model voor de aangifte van beroepsziekten werd opgesteld met het oog op de latere uitwerking van een volledig elektronische aangifte. Daarnaast was er ook een vernieuwd model nodig omdat de beroepsziektereglementering wijzigingen had ondergaan. Het ging enerzijds om wijzigingen die betrekking hebben op de invoering van het gemengd systeem (open systeem in combinatie met het lijstsysteem) en anderzijds wijzigingen die rekening houden met de invoering in 2006 van het concept arbeidsgerelateerde ziekten. De grote lijnen van het aangifteformulier zijn evenwel behouden gebleven.

Het vernieuwde formulier vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en op de website van het Fonds voor de beroepsziekten.

Wie de wetgeving er graag op naleest, kan terecht in het Belgisch Staatsblad van 14 mei 2009. Daar vindt u dan het Koninklijk besluit van 26 april 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers, met in bijlage IV het nieuwe aangifteformulier.

Lijst van de beroepsziekten

VVEP adviseert haar leden om de opleiding 'Gerechtelijk expert' te volgen:

Het Opleidingsinstituut voor Gerechtelijke Experts van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (UGent) staat in voor de organisatie van de permanente vorming (voorheen postacademische opleiding) "Inleiding tot het recht voor gerechtelijke experts". Deze opleiding werd sinds het academiejaar 1999-2000 jaarlijks georganiseerd, met ingang van 2005-2006 wordt de opleiding tweejaarlijks ingericht.

Meer dan 700 personen die zeer regelmatig als gerechtsdeskundige worden aangesteld (of die de ambitie hebben om als gerechtsdeskundige te worden aangewezen) hebben 1999 de opleiding gevolgd. Niet minder dan 572 deelnemers hebben in die tijdspanne met succes deelgenomen aan het afsluitende examen en werden in het bezit gesteld van het officieel getuigschrift van de Gentse Universiteit.

N.a.v. de plechtige proclamatie van de promovendi 2003-04 op 3 december 2004 benadrukte Prof. dr. Boudewijn Bouckaert, lid van de Hoge Raad voor de Justitie, andermaal het belang van een gedegen basisopleiding in het recht voor (kandidaat-)gerechtsdeskundigen.

In september 2008 werden de gepromoveerden van de zevende editie van de opleiding (2007-2008) geproclameerd.

In oktober 2009 zal de volgende editie van de opleiding ingericht worden (mits voldoende inschrijvingen).

De duur van de opleiding bedraagt 20 weken (telkens op donderdagavond, van 18.00 tot 21.30 uur; onderbreking tijdens de schoolvakanties).

voor meer informatie: klik hier

  • Primeur:

Dode Karst T. psychisch onderzocht  

APELDOORN -  De aanslagpleger van Koninginnedag, Karst T., wordt ondanks zijn overlijden psychiatrisch onderzocht. 

Foto: Eric Peter van der Wal 

Het Pieter Baan Centrum (PBC) in Utrecht is gestart met een gedragsonderzoek naar de overleden dader. "Het is nooit eerder voorgekomen dat we psychologisch onderzoek deden naar iemand die al is overleden", aldus een medewerker. Ook het landelijk parket, dat het onderzoek naar de aanslag op 30 april coördineert, spreekt van een unicum.

De gedragsdeskundigen moeten vooral de toerekeningsvatbaarheid van T. onderzoeken toen hij nog in leven was.

Karakterschets

Het psychiatrisch onderzoek van de overleden Karst T. richt zich vooral op zijn omgeving, ouders, familieleden, vrienden en werkkring. Daarbij wordt gekeken naar verklaringen van naasten en wordt een zorgvuldige karakterschets opgesteld. Van belang is daarbij onder andere hoe de man reageerde op incidenten tijdens zijn leven en wordt zijn arbeidsverleden onder de loep genomen. Op basis daarvan moet het PBC aan het openbaar ministerie (OM) rapporteren.

Karst T. (37) uit Huissen doodde zeven mensen door op Koninginnedag met zijn auto met hoge snelheid in te rijden op het publiek bij de koninklijke rijtoer. "Het psychiatrisch onderzoek is ook de reden dat de uitkomsten van de verschillende onderzoeken langer op zich laten wachten", aldus De Bruin.

Direct na het drama begon de Nationale Recherche onder leiding van het landelijk parket met onderzoek naar eventuele medeverdachten van Karst T. Tot nu toe is niet gebleken dat anderen in het complot zaten.

Behalve het psychiatrisch onderzoek van het PBC, vindt er een onderzoek plaats van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding dat zich richt op de beveiliging van de koninklijke familie. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid onderzoekt het functioneren van de gemeente Apeldoorn rond Koninginnedag.
  • Verkrachting haast altijd onbestraft:

Overgenomen uit De Standaert (lees daar ook méér)

woensdag 17 juni 2009,  Auteur: Filip Verhoest

de verkrachting van Tamar

BRUSSEL - Van honderd strafdossiers over verkrachting blijft er op het einde van de rit welgeteld één veroordeling over tot een effectieve gevangenisstraf.

Van honderd verkrachtingsdossiers, uit de periode 2001 tot 2007, hebben er uiteindelijk maar vier tot een veroordeling door een Belgische strafrechter geleid. In slechts één geval heeft de dader een effectieve celstraf opgelopen.

Dat is volgens de psychologe Danièle Zucker een teleurstellend resultaat. 'Politie en justitie investeren veel energie in deze verkrachtingsdossiers, maar de drop-out tijdens de behandeling ervan is groot.'

Zucker is hoofd van de psychiatrische spoeddienst van het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel en bestudeert het criminele brein. Ze treedt bijvoorbeeld ook op als profiler in het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel, die 28 onopgeloste moorden op haar actief heeft.

De psychologe onderwierp honderd dossiers van verkrachting van een meerderjarige aan een diepgaand onderzoek. De helft ervan (51) is snel afgesloten, omdat de dader niet kon worden geïdentificeerd. Van de andere helft zijn de verdachten wel bekend, maar is er in het merendeel (45 dossiers) onvoldoende bewijs.

In vier gevallen leidde het gerechtelijk onderzoek tot een veroordeling, met een gevangenisstraf van 18 maanden tot drie jaar. Drie veroordelingen waren volledig met uitstel. Slechts in één dossier moest de dader effectief naar de cel.

'Het is vaak een zaak van woord tegen woord', verklaarde Zucker gisteren in de Senaat. 'Ik begrijp dat het voor de politie- en justitiediensten niet altijd gemakkelijk is om klaar te zien in zo'n dubbelzinnige situatie, laat staan om een deugdelijk bewijs tegen de verdachte te vinden.'

'Slachtoffer en dader zijn ook vaak partners of ex-partners (en er zijn zelden getuigen, red.). Toch is vier veroordelingen op honderd dossiers een erg laag aantal. We zitten daarmee duidelijk onder het Europese gemiddelde. Verhoudingsgewijs is het aantal veroordelingen wegens verkrachting in ons land de jongste jaren zelfs gedaald, van 20 naar 13 procent.'

Het gaat alleen om dossiers over verkrachting van een meerderjarige, niet van minderjarigen.

Zucker doet een aantal aanbevelingen voor een meer efficiënte aanpak van verkrachtingsdossiers. Het eerste medisch onderzoek van het slachtoffer moet veel beter. 'Nu zijn het vaak stagiairs-artsen die, tussen een bevalling en een andere spoedtussenkomst, het slachtoffer van een verkrachting moeten onderzoeken, zonder specifieke kennis.'

'Ook moet de ondervraging van de verdachte op een meer doorgedreven manier gebeuren en moet die op video opgenomen worden. Verder is de verjaringsperiode van vijf jaar te kort. Het gaat toch om een ernstig misdrijf.'

De psychologe pleit ook voor de aanleg van een databank met DNA-profielen, niet alleen van veroordeelden maar ook van verdachten. Met andere woorden, ook van de verkrachtingsdossiers die op een seponering zijn uitgemond.

Voor alle duidelijkheid:

Uittreksel uit het strafwetboek


Art. 372
[Elke aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een kind van het mannelijke of vrouwelijke geslacht beneden de volle leeftijd van zestien jaar, wordt gestraft met opsluiting [van vijf jaar tot tien jaar].
De aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging door een bloedverwant in de opgaande lijn [of adoptant] gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een minderjarige, zelfs indien deze de volle leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, maar niet ontvoogd is door het huwelijk, wordt gestraft met [opsluiting] van tien jaar tot vijftien jaar.]
[Dezelfde straf wordt toegepast indien de schuldige hetzij de broer of de zus van het minderjarige slachtoffer is of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin, hetzij onverschillig welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoont en die over dat slachtoffer gezag heeft.]


Art. 372bis
[...] Opgeheven: homoseksualiteit

Opgeheven bij art. 1 W. 18 juni 1985 (B.S., 8 augustus 1985).

Art. 373
[De aanranding van de eerbaarheid, met geweld of bedreiging gepleegd op personen van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Wordt de aanranding gepleegd op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting [van vijf jaar tot tien jaar].
Is de minderjarige geen volle zestien jaar oud, dan is de straf [opsluiting] van tien jaar tot vijftien jaar.]


Art. 374
Aanranding bestaat, zodra er een begin van uitvoering is.

Art. 376
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid de dood veroorzaakt van de persoon op wie zij is gepleegd, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid is voorafgegaan door of gepaard gegaan met de handelingen bedoeld in artikel 417ter , eerste lid, of opsluiting, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid gepleegd is op een persoon die ingevolge zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid bijzonder kwetsbaar is, of onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp, wordt de schuldige gestraft met dwangarbeid van tien tot vijftien jaar.
Art. 377
Is de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn of adoptant; behoort hij tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben; heeft hij misbruik gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen; is hij een geneesheer, heelkundige, verloskundige of officier van gezondheid aan wie het kind ter verzorging was toevertrouwd; of is de schuldige, wie hij ook zij, in de gevallen van de artikelen 373, 375 en 376, door een of meer personen geholpen in de uitvoering van de misdaad of van het wanbedrijf; of is hij hetzij de broer of de zus van het minderjarige slachtoffer of ieder ander persoon die een gelijkaardige positie heeft in het gezin, hetzij onverschillig welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoont en die over dat slachtoffer gezag heeft, dan worden de straffen bepaald als volgt:
In de gevallen van artikel 372, eerste lid, en van artikel 373, tweede lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
(...)
In het geval van artikel 373, eerste lid, wordt het minimum van de gevangenisstraf verdubbeld;
In de gevallen van artikel 373, derde lid, 375, vierde lid, en 376, derde lid, bedraagt de opsluiting ten minste twaalf jaar;
In het geval van artikel 375, eerste lid, bedraagt de opsluiting ten minste zeven
jaar; In de gevallen van artikel 375, vijfde en zesde lid en van artikel 376, tweede lid) bedraagt de opsluiting ten minste zeventien jaar.
(...)
Art. 377bis
In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke stand, zijn geboorte, zijn vermogen, zijn geloof of levensbeschouwing, een handicap of een fysieke eigenschap

Art. 378
In de gevallen omschreven in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in artikel 31.

[Art. 378bis kenbaar maken van verkrachting en aanranding op de eerbaarheid
[Publicatie en verspreiding door middel van boeken, pers, film, radio, televisie of op enige andere wijze, van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het slachtoffer van een in dit hoofdstuk genoemd misdrijf zijn verboden, tenzij met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van driehonderd [euro] tot drieduizend [euro] of met een van die straffen alleen.]]

 Voor wie hierover méér wil lezen of zich in rechtspraak terzake wil verdiepen: lees hier

De volgende publicatie werd ons in dat verband recent door Die Keure aanbevolen:

DE VERVOLGING EN BEHANDELING VAN DADERS VAN SEKSUELE MISDRIJVEN/LA POURSUITE ET LE TRAITEMENT DES AUTEURS D·INFRACTIONS A CARACTèRE SEXUEL


rechtstak: 5.1. Strafrecht
Editor: A. Masset

Auteurs: G. Coco, S. Corneille, S. De Decker, F. Gazan, S. Louwette, G. Vermeulen, I. Wattier
bestelnummer: catf095 100
aard: Vastbladig, softcover
uitgavejaar: 2009
ISBN-nummer: 978 28 7403 196 0
Reeks: Les dossiers de la Revue de Droit Pénal et de Criminologie


Inhoudstafel

LA SPECIFICITE DES INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL

§ 1. Généralités
§ 2. Eléments communs de répression

LES INFRACTIONS D·ATTENTAT A LA PUDEUR ET DE VIOL.
ETAT DU DROIT POSITIF ET QUESTIONS METAPOSITIVES

§ 1. Introduction
§ 2. L·attentat à la pudeur
§ 3. Le viol
§ 4. Des questions métapositives

PROBLEMES DE COHERENCE ET D·INADEQUATION LEGISLATIVE EN MATIERE DE MOEURS

§ 1. Introduction
§ 2. En droit pénal formel belge
§ 3. Les normes internationales
§ 4. Droit pénal matériel belge
§ 5. Conclusions: un changement de paradigme

SEKS VERANDERT ALLES? HET BIJZONDERE REGIME BIJ DE UITVOERING VAN STRAFRECHTELIJKE SANCTIES

§ 1. Inleiding
§ 2. Begrip “seksuele delinquenten” in de strafuitvoering
§ 3. Bijzonder regime voor seksuele delinquenten
§ 4. Terbeschikkingstelling van de regering/strafuitvoeringsrechtbank
§ 5. Wie niet horen wil
§ 6. Wat brengt de toekomst?
§ 7. Tot slot

MENSENHANDEL MET HET OOG OP SEKSUELE EXPLOITATIE.
Analyse en evaluatie van de Wet van 10 augustus 2005 vanuit strafrechtelijk beleids- en internationaalrechtelijk perspectief

§ 1. Inleiding
§ 2. Internationaalrechtelijke context
§ 3. Nationaal strafrechtelijk beleid

LES INTERVENTIONS PSYCHOLOGIQUES DESTINEES AUX AUTEURS D·INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL EN BELGIQUE (REGION WALLONNE): APPORT DE LA LITTERATURE ET DE LA CLINIQUE

§ 1. Introduction
§ 2. Cadre légal
§ 3. Le dispositif belge de prise en charge des auteurs d·infraction à caractère sexuel
§ 4. Les spécificités de l·intervention psychologique auprès des auteurs d·infractions à caractère sexuel
§ 5. Les approches psychologiques classiques et leurs limites
§ 6. Vers une approche psychosociale de l·intervention destinée aux auteurs d·infractions à caractère sexuel
§ 7. Conclusions

 

Hoe vaak gebeurt het niet dat mensen, die structureel overwerken zich in de begroting van hun schade tekort gedaan voelen (mensen, die in de horeca werken, die in de bouw of in het vervoer werken)?  In Nederland gaat men in de richting van het vergoeden van structureel overwerk.  

Overwerk telt in Nederland ook mee bij deeltijd-WW.

Deeltijd-WW wordt verruimd om te voorkomen dat werknemers die structureel overwerken, zoals veel vrachtwagenchauffeurs, extra de dupe zijn als hun baas een beroep moet doen op de crisismaatregel. Voortaan tellen ook overuren mee in de regeling, waarmee bedrijven gedurende de economische dip hun personeel tijdelijk minder kunnen laten werken met behulp van WW-uitkeringen.

Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) maakt daartoe woensdag een verruiming van de regeling bekend in de Staatscourant.

Vooral transportondernemingen verenigd in TLN klaagden de afgelopen tijd dat ze niets aan de deeltijd-WW hadden, omdat in de oorspronkelijke regeling werd uitgegaan van een 40-urige werkweek. Een groot deel van hun chauffeurs werkt gemiddeld 55 uur per week. Zij zouden er flink op achteruit gaan als het overwerk niet zou meetellen bij het vaststellen van de hoogte van de WW-uitkering over de uren dat ze minder werken.

Structureel overwerk

Een woordvoerster van Donner benadrukt dat de uren bovenop een 40-urige werkweek wel structureel moeten zijn. Zo moet in de 52 weken, ofwel een jaar, voor aanvraag van deeltijd-WW minimaal sprake zijn van gemiddeld vijf uren overwerk per week.

Klachtenregeling

Eerder deze week werd al bekend dat de minister de regeling voor deeltijd-WW ook op een ander punt aanpast. Voortaan kunnen ook vakbonden klagen bij een meldpunt van Sociale Zaken over werkgevers die op een oneigenlijke manier proberen goedkoop uit te zijn door personeel via deeltijd-WW korter te laten werken.

De vakbeweging had daarop aangedrongen. In de regeling was volgens de vakbonden onterecht de suggestie ontstaan dat alleen werkgevers konden klagen. Het meldpunt is er gekomen na ophef bij een aantal werkgevers, omdat vakbonden alleen meewerkten aan deeltijd-WW als werknemers volledig werden doorbetaald. Inmiddels hebben drie bedrijven geklaagd.

Loonkosten verlagen

Volgens de minister is het juist de bedoeling om met behulp van WW-uitkeringen personeel tijdelijk minder te laten werken en zo de loonkosten voor bedrijven tijdens de crisis te verlagen. Maar volgens de vakcentrale FNV moet Donner zich niet mengen in hun onderhandelingsvrijheid en worden de loonkosten voor sommige werkgevers al voldoende verlaagd met de WW. 

In België wordt met morele schade, emotionele schade, genegenheidsschade, ... geen rekening gehouden tijdens de begroting van arbeidsongevallen, beroepsziekten, ... Het valt ons op dat de meeste kleine percentages eigenlijk toch ook alleen meer een dergelijke schade vertegenwoordigen.   In Nederland gaat men in de richting van een emotionele vergoeding.   

De meeste werknemers met een beroepsziekte, die een schadeclaim indienen tegen hun werkgever, willen vooral sociaal-economische genoegdoening. Geld is niet hun eerste drijfveer, ze zijn vooral kwaad en voelen zich slecht behandeld.

Dat blijkt uit het rapport Leerzame Schadeclaims, dat de universiteiten van Amsterdam en Maastricht en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten hebben opgesteld.In Nederland lopen jaarlijks naar schatting 25.000 werknemers een beroepsziekte op. Steeds vaker dienen deze getroffenen een claim in. Het is voor het eerst dat onderzoek is gedaan naar het ontstaan van beroepsziekteclaims en mogelijkheden om die claims te voorkomen, aldus de onderzoekers donderdag.

De wetenschappers hebben zich in het onderzoek beperkt tot dossiers van mensen met rsi of schildersziekte. Deze laatste aandoening wordt veroorzaakt door het inademen van oplosmiddelen in verf en kan tot ernstige zenuwaandoeningen en hersenschade leiden. Bij alle patiënten bleek dat zij niet alleen ziek waren geworden door hun ongezonde werk, maar ook last hadden van hoge werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden en slechte werkverhoudingen.De kwaliteit van de arbozorg is ver beneden peil, concluderen de onderzoekers. In de onderzochte bedrijven erkenden artsen, bedrijfsleiding en collega's het werkgerelateerde karakter van de klachten niet. Bedrijfsartsen lieten zich op afstand zetten en wisten onvoldoende van de kwalen. Niet zelden moest een werknemer na een ziekteperiode opnieuw vergelijkbaar werk gaan doen. ,,De behandeling van werkgerelateerde klachten staat in Nederland nog in de kinderschoenen'', stellen de wetenschappers.

Zij adviseren de toegang tot bedrijfsartsen en andere zorgverleners veel makkelijker te maken. Werknemers moeten meteen erkenning krijgen om te voorkomen dat ze zich later slecht bejegend voelen en helemaal vastlopen. Ook moeten zij begeleiding naar een passende functie krijgen.

  • Deeltijds werken na arbeidsongeschiktheid: recht op voltijdse verbrekingsvergoeding

  • Een voltijdse werknemer die na een periode van volledige arbeidsongeschiktheid wegens ziekte terug deeltijds gaat werken met toelating van het ziekenfonds, heeft bij een ontslag recht op een verbrekingsvergoeding op basis van zijn voltijds loon. Dit is bepaald in een arrest van het Grondwettelijk Hof naar aanleiding van een rechtszaak tussen een werkneemster en haar ex-werkgever. Meer

    • Gedragscode geregistreerde deskundige in strafzaken (Ndl).

    De Gedragscode geregistreerde deskundige in strafzaken, voor deskundigen die in het deskundigenregister zijn opgenomen, is in concept gereed. De gedragscode kunt u hier integraal vinden.  

    Wie reacties heeft kan die sturen naar:  deskundigenregister@minjus.nl.

  • Gebruik van het begrip “whiplash” leidt tot meer gezondheidsklachten

  • Datum: 26 mei 2009 

    Mensen die nekpijn na een auto-ongeluk toeschrijven aan een whiplash, herstellen minder snel dan mensen die deze term niet gebruiken, onafhankelijk van de ernst van de klachten. Dat blijkt uit onderzoek van Jan Buitenhuis van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Buitenhuis pleit ervoor dat artsen de term whiplash niet meer gebruiken. Dit omdat de term onjuiste verwachtingen kan voeden. “Als mensen verwachten dat ze ernstige klachten zullen houden, herstellen ze minder snel.” Buitenhuis promoveert op 3 juni 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Van oorsprong verwijst de term whiplash naar de beweging van het hoofd bij een kop-staartbotsing. Tegenwoordig wordt de term gebruikt om een complex aan medisch onverklaarbare symptomen te beschrijven, waaronder in elk geval nekpijn, die zijn ontstaan na ongevallen. De meeste patiënten herstellen in de eerste maanden na het ongeval spontaan van een whiplash. Tot 40 procent van de mensen houdt er echter chronische klachten aan over: naast nekpijn vaak ook cognitieve problemen, zoals verminderd concentratievermogen.

    Onverklaarbare klachten

    Voor de chronische klachten van whiplashpatiënten wordt per definitie geen fysieke oorzaak en geen lichamelijk letsel gevonden. Het feit dat whiplash alleen bekend is in enkele West-Europese landen, de Verenigde Staten en Australië, en het feit dat het herstel van whiplashpatiënten in verschillende landen een verschillend beloop kent, lijken aanwijzingen dat de culturele context van groot belang is. Maar welke factoren die culturele context precies bepalen, is nog nooit onderzocht.

    Psychologische factoren

    Buitenhuis onderzocht de invloed van psychologische factoren op het beloop van de klachten. Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen die hun klachten een maand na het ongeval nadrukkelijk toeschrijven aan een whiplash, een grotere kans hebben 12 maanden na hun ongeluk nog klachten te hebben, dan mensen die dit niet doen. Ook mensen die de neiging hebben om bij problemen uit te gaan van het slechtst denkbare scenario en mensen met posttraumatische stressklachten houden relatief lang last van nekklachten.

    Vermijd het begrip

    Buitenhuis: “Mijn onderzoek laat zien dat gebruik van de term whiplash invloed heeft op het beloop van de klachten. De term “whiplash” associëren veel mensen met chronische, ernstig invaliderende klachten. Veel mensen denken dat je met een whiplash voorzichtig moet zijn met bepaalde bewegingen, of je nek vooral stil moet houden. Dat kan tot problemen leiden. Als mensen verwachten dat ze ernstige klachten zullen houden, herstellen ze minder snel.” Door gebruik van de term te vermijden, kunnen artsen negatieve verwachtingen bij hun patiënten voorkomen, en zo mogelijk hun herstel bespoedigen, aldus de promovendus. Hij pleit ervoor dat de richtlijnen voor artsen op dit punt worden aangepast.

    Onderzoek

    Voor zijn onderzoek nam Buitenhuis vragenlijsten af bij slachtoffers van verkeersongevallen die bij verzekeraar Univé een letselschadeprocedure startten. In totaal werden 1971 personen geënquêteerd, verdeeld over vier groepen, voor vijf deelonderzoeken. Alle deelnemers vulden drie vragenlijsten in, respectievelijk 1, 6 en 12 maanden na het ongeval. Buitenhuis tekent aan dat de deelnemers wellicht ernstiger klachten hebben dan slachtoffers die geen letselschadeprocedure startten en dat de claimsituatie van invloed kan zijn. Daarom kunnen de resultaten van dit onderzoek niet zonder meer gegeneraliseerd worden.

    Curriculum Vitae

    Jan Buitenhuis (Meppel, 1964) studeerde geneeskunde te Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Gezondheidswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool SHARE. Buitenhuis verrichtte zijn onderzoek als buitenpromovendus; in het dagelijks leven is hij medisch adviseur bij Univé verzekeringen. De titel van zijn proefschrift luidt: “The Course of Whiplash. Its psychological Determinants and Consequenses for Work Disability”. Hij promoveert in de Medische Wetenschappen bij prof.dr. J.W. Groothoff en prof.dr. P.J. de Jong.

     

  • Verhoogde kinderbijslag: toekenning van 66% ongeschiktheid vanaf de geboorte voor kinderen met erfelijke of chromosomale afwijkingen met een belangrijke psychomotorische achterstand als gevolg.

  • Kinderen getroffen door erfelijke of chromosomale afwijkingen met een belangrijke psychomotorische achterstand als gevolg, kunnen vanaf de geboorte 66% ongeschiktheid toegekend krijgen.

    Het koninklijk besluit van 12 februari 2009¹ voert een belangrijke wijziging in.

    Kinderen geboren met bepaalde erfelijke of chromosomale afwijkingen met een belangrijke psychomotorische achterstand als gevolg, kunnen onder bepaalde voorwaarden vanaf de geboorte 66% toegekend krijgen.

    De psychomotorische achterstand moet vastgesteld worden binnen de twee eerste levensjaren van het kind aan de hand van een gestandaardiseerde test. De ontwikkelingsleeftijd van het kind wordt vergeleken met de reële leeftijd van het kind. Bij kinderen met een normale ontwikkeling komen die leeftijden overeen. Als het ontwikkelingsquotiënt minder is dan 60 dan wordt dat als een belangrijke psychomotorische achterstand beschouwd.

    Die test wordt niet door onze artsen uitgevoerd. Het resultaat van die test mag opgestuurd worden na het medisch onderzoek.

     Afwijkingen die eventueel in aanmerking kunnen komen:

  • syndroom van Down (trisomie 21)

  • trisomie 13, 22,…

  • bepaalde stofwisselingsziekten

  • syndroom van Prader-Willi

  • fragiel X syndroom

  • velo-cardio-faciaal syndroom

  • Shprintzen syndroom

  • De maatregel treedt in werking vanaf 16/03/09, datum van publicatie van het koninklijk besluit in het Belgisch staatsblad.

    ¹ koninklijk besluit van 12 februari 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002.

     

  • PTSD Can Surface for Years After Initial Trauma, Post-9/11 Study Shows

    Pauline Andersen (from Medscape Medical News 29/05/2009))

    May 29, 2009 — A new study that assessed New Yorkers exposed to the events of September 11, 2001 provides additional evidence that posttraumatic stress disorder (PTSD) can surface up to 2 years after the event in individuals with preexisting emotional or social problems.

    The study, which offers unique insights into the effects on the population of the same traumatic event, found that possible contributing factors to PTSD include a history of depression, female sex, Latino ethnicity, and low self-esteem.

    In addition to this delayed reaction, the response to the original traumatic event could be triggered by a subsequent stressful event, such as a job loss, said lead author, Joseph A. Boscarino, PhD, from the Geisinger Center for Health Research, in Danville, Pennsylvania.

    "Doctors should be aware of these background factors and that there could be a triggering event that all of a sudden causes a person to lose his or her psychological resources and social support and could manifest in a full-blown PTSD reaction," Dr. Boscarino told Medscape Psychiatry.

    "They might misdiagnose this symptom onset as depression or substance abuse, and it's not. If these patients don't get to psychotherapy or get to a mental-health professional, the diagnosis might be missed."

    The study is published online March 7 in Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology.

    Dr. Boscarino and colleagues interviewed a random sample of English- and Spanish-speaking adults who were living in New York City on the day of the World Trade Center (WTC) disaster. At baseline, they conducted 2368 diagnostic interviews by telephone about between October and December 2002. At 1-year follow-up, they interviewed 1681 of the original sample.

    To meet PTSD criteria, subjects had to be exposed to a traumatic event and to have experienced intense feelings of fear, helplessness, or horror. In addition, they had to have suffered symptoms of avoidance, intrusive thoughts, and increased arousal for at least 1 month, and these symptoms had to have a negative impact on their functioning or caused significant distress.

    The baseline and follow-up PTSD assessments covered the year prior to the date of the interview.

    Delayed And Persistent Cases

    Investigators classified resilient cases of PTSD as those that did not meet PTSD criteria at either baseline or follow-up and remitted PTSD cases as those that met criteria at baseline but not at follow-up. Delayed PTSD cases did not meet criteria at baseline but did at follow-up, and persistent PTSD cases met criteria at both baseline and follow up.

    Demographic variables included age, sex, marital status, and race. Stress variables included degree of exposure to the WTC disaster (low, moderate, high, or very high) and traumatic events experienced before or during the year after the WTC disaster. Psychosocial variables included social-support availability and self-esteem. Researchers also assessed respondents for lifetime depression, panic attack during the WTC disaster, handedness, and presence of attention-deficit disorder (ADD).

    The study found that the majority of PTSD cases that occurred at baseline and follow-up appeared to be related to the WTC disaster and not to some other trauma — not surprising, considering the impact of this event.

    Low Self-Esteem Significant

    At baseline, there were significant associations between PTSD and being female (odds ratio [OR], 3.64), having depression before the WTC disaster (OR, 3.30), having been exposed to more lifetime traumas (OR, 1.33), having lower self-esteem (OR, 0.88), having lower social support (OR, 0.90), and having greater exposure to the WTC-disaster events (OR, 1.34).

    At follow-up, the most important associations with PTSD were being Latino (OR,2.33), being mixed-handed (OR, 2.61), being an immigrant (OR, 1.95), having experienced recent negative life events (OR, 1.92), having been exposed to more lifetime traumas (OR, 1.19), and having lower self-esteem (OR, 0.77).

    Compared with resilient cases, persistent PTSD — those cases present at baseline and at follow-up — were more likely to have a history of depression (RR, 4.08); be mixed-handed (relative risk [RR], 4.63), female (RR, 2.80), an immigrant (RR, 2.73), or Latino (RR, 2.54); having had greater negative life events (RR, 2.20), greater WTC-disaster exposure (RR, 1.70), or greater lifetime trauma exposure (RR, 1.40); and having lower self-esteem (RR, 0.75).

    Being Latino seems to carry a special vulnerability to PTSD even after for socioeconomic status and language were controlled for, said Dr. Boscarino, adding that it is not clear why this is.

    Ambidextrous Individuals More Vulnerable

    The genetic predisposition to be able to use both hands interchangeably is another prominent risk factor for PTSD. "It means your brain is wired somewhat differently, and your right brain is dominant," said Dr. Boscarino. "When that occurs, it appears that you're more susceptible to emotional responses, and you have a greater, more intense fear response."

    This study found that females were at risk for PTSD at baseline, although they tended to recover somewhat by the follow-up period, and other studies show that war veterans are more susceptible than civilians to posttraumatic stress, suggesting that female veterans might be at especially high risk for this disorder.

    "From the studies I've seen, women soldiers who had domestic problems and then served overseas are more vulnerable to PTSD," said Dr. Boscarino. He added that the US government is working to address stress among female veterans.

    Delayed onset of PTSD may help explain why some veterans with few initial symptoms remain vulnerable to PTSD over a relatively long period of time, said the Dr. Boscarino. Factors that might explain the delay could include underreporting of symptoms at an initial assessment or overreporting of symptoms at later assessments.

    Loss of Coping Mechanism

    The fact that PTSD symptoms can appear 2 years after a stressful event is important, since currently the definition of delayed-onset PTSD encompasses symptoms that surface only up to 6 months following an event, said Dr. Boscarino. He added that a "triggering" situation, such as a job loss, financial problem, or death in the family years after the initial event can cause individuals to lose their coping mechanisms.

    "Delayed PTSD is not something that people make up; it is real, and there are risk factors that can predict it," said Dr. Boscarino.

    Complicating delayed PTSD are matters related to disability and compensation. "The whole issue of delayed PTSD is still being worked out in medical sciences and in the courts," he said.

    Information on the length of time from a trauma to symptom onset as well as information on past mental health and the presence of potential "triggering" events should be taken into consideration when making a diagnosis of PTSD, especially delayed PTSD, said Dr. Boscarino.

    Study Missed the "Big Bump"

    Since the study did not start until a year after 9/11, it missed "the big bump" in PTSD among New Yorkers just after the disaster, said David Spiegel, MD, from Stanford University School of Medicine, in California, when asked for a comment. At that time, residents of certain areas of the city had rates of PTSD of up to 20%, he said.

    "Much of the acute PTSD came and went within 6 months, so this study is dealing with relatively late and chronic cases."

    Still, the findings are important, said Dr. Spiegel. For one thing, they send an important message — that early social support can serve as a "buffer" to protect against posttraumatic stress. "People who don't have good social support are more likely to get PTSD."

    The authors report no conflicts of interest.

    Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. Published online March 7, 2009. Abstract

  • Ga door op bovenstaande afbeelding te klikken naar het gratis internettijdschrift van Europe's Journal of Psychology.
  • Vijfhonderd gevangenen uit België naar Tilburg

  • BRUSSEL - Nederland is bereid 500 gedetineerden uit België in de gevangenis van Tilburg op te nemen. De directie van die gevangenis wordt Belgisch, de cipiers blijven Nederlands.

    Nederland is bereid de gevangenis van Tilburg leeg te maken. Daar is plaats voor 681 gedetineerden. De gevangenen van Tilburg worden over andere strafinrichtingen in Nederland verspreid en in de leeggemaakte gevangenis komen 500 veroordeelden uit België terecht.

    Deze afspraken zijn gisteren door de Belgische minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V), aan het parlement meegedeeld. Ze maken deel uit van een verdrag dat België en Nederland met elkaar willen sluiten.

    Volgens De Clerck en zijn Nederlandse collega kan het akkoord al over een maand beklonken zijn. Daarna moet het verdrag nog door het Nederlandse parlement en door alle zeven Belgische parlementen een bekrachtiging krijgen. België hoopt de gedetineerden vanaf 1 januari 2010 naar Tilburg over te brengen.

    De gevangenis daar zou een afdeling vormen van de Belgische strafinrichting in Wortel. De afstand tussen beide inrichtingen is amper vijftig kilometer. De directie van de gevangenis in Tilburg zou volgens De Clerck Belgisch worden, terwijl de cipiers Nederlands blijven.

    Nederland heeft 14.000 cellen voor 12.000 gevangenen, een overcapaciteit van 2.000 cellen. Door het akkoord met België kan Nederland meer cipiers aan de slag houden. Twaalfhonderd gevangenenbewakers in Nederland dreigen hun job verliezen. Acht gevangenissen gaan er dicht.

    België betaalt jaarlijks 30 miljoen euro voor de huisvesting van 500 gedetineerden. Dat is omgerekend 164 euro per dag per gedetineerde. In de gevangenis van Tilburg zou de Belgische wet gelden, bijvoorbeeld voor de bezoekregeling en voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het maakt nog deel uit van de onderhandelingen of de gevangenis in Tilburg tot het Belgische grondgebied zou behoren (extra-territorialiteit).

    Er komen enkel langgestraften voor de transfer in aanmerking, geen mensen in voorarrest of gedetineerden die dicht bij een vrijlating op proef staan.

    In de eerste plaats komen gedetineerden in België met de Nederlandse nationaliteit in aanmerking, een 190-tal. Maar er zouden ook Belgische gevangenen naar Tilburg gaan. Het verdrag moet dit juridisch mogelijk maken.

    In principe gaan er enkel Nederlandstalige gedetineerden naar Nederland. Toch moeten ook de parlementen van de Franse en de Duitstalige Gemeenschap en van het Waals Gewest met het verdrag instemmen. De Clerck hoopt dat al die procedures in het najaar afgerond zijn.

    De overbrenging zou gelden voor drie jaar, tot en met 2012. Vanaf dan komen de eerste nieuw gebouwde gevangenissen in België erbij. De Clerck wil in de eerste plaats gedetineerden overbrengen die hiermee instemmen, maar hij sluit niet uit dat er ook gedwongen transfers plaatsvinden.

    Kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen!) verzet zich tegen een gedwongen overbrenging. 'Er moet ook meer werk gemaakt worden van alternatieve straffen zoals taakstraffen en elektronisch toezicht, waar we nog altijd maar aan 625 zitten.'

    Nederland heeft tot het laatst ook geprobeerd zijn gevangenisboten aan ons land te verhuren, maar dat spoor is voorgoed verlaten.

    Toch nog enkele kritische vragen:

    • wie zal daar het transport doen naar Vlaamse rechtbanken?

    • wie zal daar instaan voor de psychosociale begeleiding?

    • wie zal daar de verslagen voor de strafuitvoeringsrechtbank gaan maken?

  • Ziekenfondsen laten fraudeurs ongemoeid

  • De ziekenfondsen laten uitkeringsfraudeurs ongemoeid. Zelfs als de mutualiteiten weet hebben van mensen die tegelijk een invaliditeitsuitkering krijgen én werken, grijpen ze niet in. Dat besluit Carl Devlies, CD&V-staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, schrijft De Tijd.

    Geen regularisaties
    In 2008 koppelde het Riziv voor de eerste keer de gegevens over invaliditeitsuitkeringen aan die over verbrekingsvergoedingen voor stopgezette arbeidscontracten en die over werkhervattingen. "In 73 procent van de vastgestelde cumuls met werkhervattingen gingen de ziekenfondsen niet over tot de nodige regularisaties, hoewel ze over alle informatie beschikten", stelt de staatssecretaris.

    Controles herhalen
    "Het onderzoek heeft duidelijk bewezen dat de controleprocedures bij de ziekenfondsen om cumuls te detecteren onvoldoende werken", besluit Devlies. "We gaan dit jaar de controles herhalen en uitbreiden." (belga/odbs)
    20/05/09 06u57
  • Europees Congres Psychologie in Oslo

  • 07-07-2009: The 11th Eurpean Congress of Psychology
    voor verdere informatie: www.ecp2009.no
    Locatie: Noorwegen, Oslo
  • NIP: 27-05-2009: Jonge Doctoren: Interventie bij Werk en Psychische klachten:  

    Programma
    13.00 uur Ontvangst en inschrijving
    13.30 uur Welkom en introductie door Mw. dr. Tinka van Vuuren, dagvoorzitter
    13.45 uur Ingrid Bakker: ‘Eerstelijns professionals op één lijn?! Effectiviteit van huisartsen-zorg bij overspanning en het belang van multidisciplinaire samenwerking’.
    14.15 uur David Rebergen: ‘Effectiviteit van een bedrijfsgeneeskundige richtlijn voor psychische klachten; wie doet wat?`
    14.45 uur Pauze met eenvoudige ‘high tea’
    15.30 uur Willem van Rhenen: ‘Van min naar nul of toch ietsje verder’.
    16.05 uur Discussie aan de hand van stellingen.
    17.00 uur Borrel

    Locatie
    Academiegebouw, Belle van Zuylenzaal, Domplein 29, 3512 JE Utrecht

    Meer informatie hier

    • Tweedaagse vorming "Dader? Slachtoffer? HELP!" 28 mei en 4 juni 2009

    Het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk organiseert een tweedaagse vorming voor hulpverleners over de strafrechtsprocedure en de positie die de verschillende partijen daarin hebben in de Plantijn Hogeschool te Antwerpen. In deze vorming worden de verschillende fasen van de strafprocedure belicht zowel vanuit een slachtoffer- als vanuit een daderperspectief. Tijdens dag één belicht men de gang van zaken vóór het vonnis. Tijdens dag twee worden procedure en actoren na het vonnis toegelicht.

    Verder inlichtingen vind je door hier te klikken.

    • Tot 10 miljoen voor slachtoffers gasramp Gellingen

    tot 10 miljoen voor slachtoffers gasramp gellingen

    De verzekeringen hebben 8 tot 10 miljoen euro uitgetrokken om de ruim 150 slachtoffers met lichamelijke schade van de ramp in Gellingen onmiddellijk te vergoeden. Het gaat om een juridische primeur in ons land.
    Bij de gasramp in Gellingen op 30 juli 2004 overleden 24 mensen en raakten 132 personen gewond, van wie 25 ernstig. 40% van de gewonden lijdt nu nog aan psychische stress.

    De verzekeringen betaalden tot nu toe al 28,5 miljoen euro uit, maar uiteindelijk blijft het wachten op de beslissing van de rechtbank. De strafzaak tegen de 22 beklaagden start einde deze maand en pas daarna wordt beslist over de schadevergoedingen. Dat kan nog jaren duren.

    Onmiddellijke regeling

    Daarom komen alle verzekeringen samen nu met voorstel voor een onmiddellijke regeling van de lichamelijke schade van 150 slachtoffers. Ze stelden hun unieke regeling gisteren voor.

    * Binnen de 8 dagen worden de 50 zwaarst getroffenen gecontacteerd: de familie van overledenen en de mensen met minstens 20% blijvende arbeidsongeschiktheid. De verzekeringen zullen hen een voorstel doen. Daarna volgen de anderen.

    * Als de arbeidsongevallenverzekering al was ingeschakeld en als die al een medische expertise deed, dan moet geen nieuwe expertise meer worden uitgevoerd. Behalve als er ook esthetische schade was.

    * Als de arbeidsongevallenverzekering nog niet was ingeschakeld, dan komt er nog we een medische expertise.

    * Het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, dat terzake de meeste expertise heeft, zal de schade vergoeden: medische kosten, loonverlies, kosten voor verbouwen van de woning, derdenhulp, morele en esthetische schade.

    * De slachtoffers die het voorstel aanvaarden worden binnen de 15 dagen uitbetaald. De regeling is dan definitief, ongeacht wie later door de rechter aansprakelijk wordt gesteld. De meeste betalingen zouden tegen september gebeurd moeten zijn.

    * Aanvaarden de slachtoffers niet, dan moeten ze de beslissing van de rechtbank afwachten.

    * De 450 overige slachtoffers, zonder lichamelijke schade, moeten sowieso op de beslissing van de rechtbank wachten.

    Juridische primeur

    Assuralia beklemtoonde dat deze regeling een juridische primeur is. In deze zaak zijn 9 verzekeraars betrokken met uiteenlopende polissen met een heel verschillende schadedekking. Normaal gezien moet men de gerechtelijke beslissingen afwachten, om te weten wie precies wat moet uitbetalen. Dat doet men in dit geval dus niet.

    Justitieminister De Clerck (CD&V) zegde nog dat hij een voorontwerp van wet klaar heeft om dit soort massaschade in de toekomst makkelijker te regelen.

    JDW 

  • Nieuwe uitgave i.v.m. seksuele misdrijven

  • DE VERVOLGING EN BEHANDELING VAN DADERS VAN SEKSUELE MISDRIJVEN/LA POURSUITE ET LE TRAITEMENT DES AUTEURS D’INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL


    Seksuele misdrijven maken een belangrijk deel uit van alle strafrechterlijke zaken. Reden genoeg dus om een stand van zaken op te maken.

    De auteurs van deze uitgave bespreken dan ook de meest uiteenlopende onderwerpen met betrekking tot dit misdrijf: het specifieke recht rond zedenmisdrijven wordt bestudeerd in het algemeen en het bijzonder strafrecht; de strafuitvoeringsprocedure komt in detail aan bod; een analyse van de mensenhandel dringt zich eveneens op; deze juridische bijdragen worden ten slotte aangevuld met een studie van klinisch psychologen die gewijd is aan de behandeling van daders van gelijkaardige misdrijven.

    Dit boek bevat de bijdragen van de studiedag georganiseerd op 26 september 2008 en is een perfect gedocumenteerd en gevarieerd werk over de meest actuele onderwerpen inzake repressie en behandeling van daders van seksuele misdrijven.


    BEKNOPTE INHOUDSTAFEL

    LA SPECIFICITE DES INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL

    LES INFRACTIONS D’ATTENTAT A LA PUDEUR ET DE VIOL.
    ETAT DU DROIT POSITIF ET QUESTIONS METAPOSITIVES

    PROBLEMES DE COHERENCE ET D’INADEQUATION LEGISLATIVE EN MATIERE DE MOEURS

    SEKS VERANDERT ALLES? HET BIJZONDERE REGIME BIJ DE UITVOERING VAN STRAFRECHTELIJKE SANCTIES

    MENSENHANDEL MET HET OOG OP SEKSUELE EXPLOITATIE.
    Analyse en evaluatie van de Wet van 10 augustus 2005 vanuit strafrechtelijk beleids- en internationaalrechtelijk perspectief

    LES INTERVENTIONS PSYCHOLOGIQUES DESTINEES AUX AUTEURS D’INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL EN BELGIQUE (REGION WALLONNE): APPORT DE LA LITTERATURE ET DE LA CLINIQUE



    TECHNISCHE FICHE

    Editor:
    A. Masset

    Auteurs: G. Coco, S. Corneille, S. De Decker, F. Gazan, S. Louwette, G. Vermeulen, I. Wattier

    Volume: XI + 205 p.

    ISBN: 978 2 87403 196 0

    Bestelcode: 206 095 100

    Prijs: € 62

  • Nederlands register wordt geleidelijk uitgebreid:

  • Mr. Michel Smithuis, arts, beoogd directeur NRGD, leidde de workshop over de Werking Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen.  Allereerst werd stilgestaan bij de knelpunten bij de werking van het register. Deze knelpunten liggen op meerdere vlakken, zoals op het vlak van de wetgeving en op het vlak van de objectiveerbaarheid van de kennis en ervaring van deskundigen..

    Tijdens de workshop kwamen de vele initiatieven aan bod, die de laatste jaren zijn genomen ter verbetering van de rol van de forensisch deskundige. Het instellen van het NRGD past in deze bredere ontwikkelingen die de rechterlijke macht en politie betreffen, maar ook (inter)nationale instituten. Het NRGD is hierop een logisch vervolg.

    De deelnemers stelden vragen over de werkwijze van het register en hoe het register wordt opgebouwd. Het register zal zich als volgt ontwikkelen:

    * Het register zal geleidelijk per deskundigheidsgebied worden uitgebreid.

    * Per deskundigheidsgebied wordt met hulp van vakdeskundigen uit binnen- en buitenland vastgesteld wat het werkveld is en aan welke globale eisen qua kennis en ervaring men dient te beschikken. Een zorgvuldige methode die tijd kost, maar waardoor het register wel een borging biedt van deskundigen die gegarandeerd over een hoog kwaliteitsniveau beschikken.

    * Het register zal duidelijk kenbaar maken als deskundigen van een dergelijk gebied zich kunnen gaan aanmelden.

    * Met de inwerkingtreding van de Wet deskundige in strafzaken zal de persoon van de vaste gerechtelijke deskundige komen te vervallen.

    * De wet stelt dat de officier van justitie, in die gevallen waar het register geen deskundige vermeldt, benoeming moet verzoeken aan de rechter-commissaris.

    * Met de toekomstige gebruikers van het register wordt overlegd hoe gedurende deze aanloopperiode de benoeming van deskundigen op praktische wijze gerealiseerd kan worden.

  • De hervorming van het deskundigenonderzoek

  • Commentaar op de Wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van art. 509quater van het Strafwetboek

     

    Marc Castermans, advocaat Balie te Brugge

    Deskundigenonderzoeken zijn vaak een bron van ergernis voor de rechtzoekende.
    De regeling vertoonde onmiskenbaar een aantal problemen, waaraan verholpen moest worden.
    De kritieken op de bestaande regeling waren veelvuldig.

    De duurtijd en de kostprijs waren vaak de aanleiding voor misnoegde reacties. De afwezigheid van lijsten van deskundigen was zeker niet bevorderlijk voor de transparantie van het systeem en hinderde een goede kwaliteitscontrole van de personen die als deskundige waren aangesteld. De wet van 15 mei 2007 legt nieuwe verplichtingen op aan de deskundige. O.a. moet hij voortaan aan de rechter verslag uitbrengen over de voortgang van de werkzaamheden. Met dit boekje wordt duidelijk wat er is gewijzigd en aan welke verplichtingen de deskundige zich voortaan zal moeten onderwerpen.

     

    ISBN 9789087640330
    Bestelcode: SB 2036
    Vol.: 96 blz
    Prijs: € 35,00 BTW incl. (bestellen)

  • "Op elke school zitten 20 psychopaten"

  • Twee procent van de leerlingen in een Vlaamse middelbare school vertoont sterke psychopathische persoonlijkheidstrekken. Dat blijkt uit een onderzoek van de vakgroep Psychoanalyse van de Universiteit Gent. Als we ervan uitgaan dat een gemiddelde middelbare school duizend leerlingen telt, wil dat zeggen dat er op elke school ongeveer 20 jonge psychopaten rondlopen.

    Geen geweten
    Psychopaten zijn extreem manipulatief, kennen geen angst, liefde of andere emoties, kunnen liegen als de beste en hebben geen geweten. De onderzoekers kunnen wel niet voorspellen of zij als volwassene helemaal zullen ontsporen. "Het is niet omdat je als kind een psychopathische persoonlijkheid hebt, dat je die ook als volwassene zult hebben", zegt onderzoeker Frédéric Declercq.

    Vragenlijst
    Zijn team liet 536 leerlingen in twee ASO-scholen anoniem een vragenlijst invullen die kan nagaan in hoeverre psychopathische trekjes voorkomen in een groep. (belga/sam)

    30/03/09 07u07
  • Nederlands register gerechtelijk deskundigen van start

  • Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft op donderdag 12 maart 2009 het startsein gegeven voor het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD). In dit register worden deskundigen met strafrechtelijke forensische expertise geregistreerd. Dit onafhankelijke en openbare register vergroot de kwaliteit van de inbreng van deskundigen tijdens de rechtspleging en draagt daardoor bij aan de kwaliteit van de rechtsgang.

    In plaats van de benoeming van deskundigen per ressort komt er met het NRGD een landelijk register van vaste gerechtelijk deskundigen. Daarmee is de kwaliteit van deskundigen beter gewaarborgd. Het is voor openbaar ministerie en verdediging gemakkelijker kiezen als een deskundige als zodanig is erkend. Om tot het register te worden toegelaten moeten de deskundigen voldoen aan objectieve eisen van bekwaamheid en betrouwbaarheid. Om deze objectiviteit te garanderen, wordt het register op onafhankelijke wijze beheerd. Zowel het opstellen van kwaliteitsnormen als het toetsen wordt gedaan door vakdeskundigen met aantoonbare kennis en ervaring.

    Tijdens zijn toespraak op het startsymposium in sociëteit De Witte in Den Haag, riep minister Hirsch Ballin deskundigen op zich aan te melden bij het nieuwe register.

    Toespraak | 12-03-2009 | Den Haag, Minister Hirsch Ballin

    Goedemorgen dames en heren,

    Het is buitengewoon plezierig om te zien dat u met zo velen hier aanwezig bent. Het werk van de forensisch deskundige geniet de laatste jaren bijzonder veel belangstelling en deze grote opkomst is daar - om het in toepasselijke termen te zeggen - een overtuigend bewijs van.

    Ik heb de uitnodiging om u op dit startsymposium toe te spreken graag aanvaard. Niet alleen omdat ik die belangstelling met u deel, maar ook omdat deze bijeenkomst me in staat stelt het belang en de waarde van het nieuwe register nog eens te onderstrepen.

    Onder juristen is het – sinds het begin van de zeventiger jaren – een gevleugeld woord geworden: “het recht is geen rustig bezit meer”.

    Dat geldt zeker voor het strafrecht, dat sterke invloed ondergaat van de razendsnelle forensisch-technologische vooruitgang in de laatste decennia. Denkt u maar aan het vaststellen van de identiteit middels DNA-onderzoek van minimale hoeveelheden celmateriaal, aan de almaar toenemende mogelijkheden om digitale informatiedragers te lezen of aan het gebruik van doorlichtingtechnieken als de MRI-scan bij sectie op overledenen. De gevolgen van deze technologische evolutie zijn aanzienlijk. Om professor Buruma te citeren: “deze ontwikkelingen leiden tot nieuwe inzichten, waardoor we nieuwe feiten zullen kunnen vaststellen dan wel feiten anders zullen interpreteren”.

    Maar.. er is ook een keerzijde. De rol van de forensisch deskundige heeft de laatste jaren ook in negatieve zin de aandacht getrokken. Zoals in de Puttense en de Deventer moordzaak, de Schiedammer parkmoord en de zaak Lucia de B. Kritiek hierop werd geventileerd via de publieke media waaronder internet, een medium waarmee iemand snel veel aandacht kan genereren,l en chnologische evolutie zijn immens.  al dan niet met gebruik van eigen deskundigen – of wat daarvoor door moet gaan. Maar ook in de wetenschappelijke literatuur werden kritische kanttekeningen gemaakt.

    De kritiek spitst zich onder meer toe op de kwaliteit van de forensisch deskundige en op de gehanteerde werkwijze. Het gaat om vragen als: over welke uitgangsinformatie beschikte de deskundige? Op basis van welke kennis en ervaring heeft hij het onderzoek verricht? Zijn de juiste methodes gehanteerd? Is de deskundige wel deskundig genoeg om een specifieke vraag te beantwoorden? Heeft hij ook alternatieve hypotheses overwogen? Ook vallen er steeds meer opmerkingen te beluisteren over de wijze van verslaglegging en dan vooral over de volledigheid en de toegankelijkheid ervan.

    De kwaliteit van een rapport is niet louter het resultaat van de inspanningen van de deskundige. Ook de aanvrager en de ontvanger van het rapport hebben in de kwaliteitsbepaling een aandeel. Dan gaat het onder meer om een correcte vraagstelling, en een juiste interpretatie van een compleet, logisch en begrijpelijk rapport, opgesteld door een gekwalificeerde deskundige.

    De opmerkingen van advocaat-generaal Knigge in de zaak Lucia de B vormen een treffende illustratie van deze problematiek. Hij concludeert dat de deskundige die door de tijdelijke Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken is ingeschakeld, slechts over ‘summiere’ informatie beschikte en dat de vraagstelling ‘weinig scherp’ was. Het ‘magere’ antwoord was per mail verzonden en niet ondertekend. Ook stelt Knigge dat die deskundige al eerder over de zaak had gecorrespondeerd met één van de partijen, waardoor hij niet meer ‘vrijstond’ tegenover de zaak. Verder bleek zijn deskundigheid ‘onvoldoende gemotiveerd’.

    Het optreden als deskundige in rechte is een vak apart. Zo iemand moet uiteraard het eigen vakgebied beheersen. Hij dient op zijn terrein, zoals de Engelse schrijver John Ruskin[1] het formuleerde, “schijn te vervangen door feiten en indrukken door bewijzen”.  Maar er is meer nodig. De forensisch deskundige dient ook te beschikken over aanvullende - waaronder juridische - kennis om zijn eigen deskundigheid effectief over te brengen aan de rechtspraak. Deze kwaliteitsborging – het onderwerp van vandaag – is ook een van de doelen van het wetsvoorstel Deskundige in Strafzaken. Met brede parlementaire steun is dit voorstel op 20 januari jl. door de Eerste Kamer aangenomen en is daarmee de eerste in 2009 tot stand gekomen wet.

    De wet Deskundige in Strafzaken beoogt meer dan kwaliteitsborging. De wet heeft ook de verschillende belangen in het strafgeding opnieuw afgewogen, met name het onderzoeksbelang en de materiële waarheidsvinding, het belang van een eerlijke procesvoering, waaronder dat van de “equality of arms” en dat van berechting binnen een redelijke termijn.

    Laat ik dat illustreren met enkele voorbeelden:

    • In het kader van een contradictoire procesvoering geeft deze wet de verdediging het uitdrukkelijk recht te vragen om aanvullend onderzoek of een tegenonderzoek;

    • Verder versterkt de wet de positie van de rechter-commissaris. Dat heeft onder meer tot gevolg dat onder diens leiding de officier van Justitie en de verdediging rechtstreeks met elkaar kunnen discussiëren. Daarmee kunnen ook kwesties die anders pas op de terechtzitting aan bod komen, al eerder belicht worden.

    Zoals gezegd zorgt de wet ook voor aanscherping van de betrouwbaarheids- en bekwaamheidseisen van de deskundige. De wet voorziet – en daarmee zijn we bij de bijeenkomst van vandaag – in het instellen van een openbaar landelijk deskundigenregister: het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD). Doel daarvan is bij te dragen aan de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtspleging. Zijn kwaliteit zal door een onafhankelijk door mij te benoemen College worden genormeerd. Van het ministerie heeft hij daarbij geen enkele invloed te duchten. Het College zal aansluiting zoeken bij de normen en waarden die binnen de eigen beroepskring gelden.

    Uiteraard behoudt de gerechtelijke deskundige zijn eigen verantwoordelijkheid voor de wetenschappelijke inhoud van de rapportage.

    Het registreren van deskundigen die voldoen aan de geformuleerde kwaliteitseisen geeft de zittende magistratuur, het Openbaar Ministerie en de verdediging de mogelijkheid een deskundige te kiezen, van wie de kwaliteit vooraf is beoordeeld.

    Overigens blijft het mogelijk om gebruik te maken van deskundigen, die niet in het register staan vermeld. Wel geldt dan een motiveringsplicht, dat wil zeggen, het moet duidelijk worden waarom deze persoon toch als deskundige wordt benoemd.

    Het strafrecht kent tientallen deskundigheidsgebieden: van toxicologie tot handschriftvergelijking, van ballistiek tot gedragswetenschappen, van informatiekunde tot forensische archeologie. Door deze grote aantallen en vanwege de zorgvuldige registratieprocedure zal het nog even duren voordat het register ‘gevuld’ is. De start van het NRGD wordt aardig weerspiegeld in deze woorden van Churchill: “it is not even the end of the beginning’.

    Met de inwerkingtreding van de wet zal de persoon van de vaste gerechtelijke deskundige komen te vervallen. Met de toekomstige gebruikers van het register zal ik daarom overleggen hoe gedurende deze aanloopperiode de benoeming van deskundigen op praktische wijze te realiseren.

    Het register zal zich in eerste instantie richten op het strafrecht. Op basis van de opgedane ervaring zullen we vervolgens zo snel mogelijk besluiten over een uitbreiding naar andere rechtsgebieden.

    We streven daarbij naar een goede samenwerking met bestaande registers zoals het Landelijk Register Gerechtelijk Deskundigen. Beide registers - LGRD en NRGD - beogen hetzelfde, namelijk de totstandkoming van één openbaar register voor gerechtelijk deskundigen die voor hun taak adequaat zijn toegerust. Zo zullen de registers gezamenlijk een bruikbare gedragscode opstellen.

    Ik ben ook blij met de steun van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen voor de kwaliteitsontwikkeling van het NRGD. Zij doet dit niet alleen in woord maar ook in daad met haar initiatief om contact te leggen tussen juristen en andere wetenschappers.

    Daarnaast is nodig dat de strafrechtspartners zich continu blijven ontwikkelen, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Gelukkig gebeurt dat ook, er zijn inmiddels tal van vernieuwingen bedacht en gerealiseerd. Zoals

    • het volgen van stukken van overtuiging door middel van elektronische ‘markers’; het zogenaamde ‘track and trace’;

    • een aantal specifieke forensische opleidingen;

    • de succesvolle landelijke deskundigheidsmakelaar van de politie en

    • het project motiveringsverbetering in strafvonnissen.

    Ten slotte: de verbetering van de kwaliteit van forensische deskundigen beperkt zich niet tot Nederland. Voor de strafrechtelijke samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie is kwaliteitsborging van forensisch onderzoek een wezenlijke voorwaarde. We moeten op Europees niveau toe naar een uniforme en adequate certificering van processen en deskundigen en op dat terrein zijn er al verschillende initiatieven. Zo heeft het European Network of Forensic Science Institutes (kortweg ENFSI) een concept ‘best practice’-richtlijn voor het onderzoek op de ‘scene of crime’ in voorbereiding. Het NRGD wil in dit soort projecten participeren. Zelf overweeg ik initiatieven die zich richten op kwaliteitsbevordering van forensische deskundigheid op te nemen in het meerjaren JBZ-programma 2010-2014.

    Dames en heren

    Als het NRGD op 1 juli as. operationeel wordt, is dat een forse stap voorwaarts op weg naar adequate kwaliteitsnormering en het toezicht daarop. Ik ben ervan overtuigd dat het NRGD zal bijdragen aan een groeiend vertrouwen in forensische deskundigheid. Het is aan u allen om daaraan ndrvan overtuigd dat het zalverder vaart en inhoud te geven. Om nogmaals John Ruskin te citeren: ”kwaliteit is nooit een toevalligheid; het is altijd het resultaat van intelligente vasthoudendheid”.

    Dank u wel.

    [1] John Ruskin ( 1819 – 1900), Engels schrijver en maatschappij criticus

    Wilt u daar nog meer over lezen druk dan hier.

  • De achterstallige erelonen van de artsen-deskundigen die opdrachten uitvoeren in het kader van betwistingen bij de Dienst Personen met een Handicap.

  • Bekijk hiernaast de vraag, die door Van Ermen in dit kader werd gesteld. 

    De nieuwe tarieven staan op 12 februari nog niet in het staatsblad, maar we ontvingen ze uit officiële bron.  Wil op het onderstaande pdf-icoontje klikken.  

    Tarief in kinderbijslagen:

    • Nieuwe erelonen voor deskundigen aangesteld in strafzaken (2009):

    Klik hiernaast voor het ereloon van deskundigen in strafzaken:

    Klik hiernaast voor de reisonkosten in strafzaken:

    De nieuwe tarieven staan op 12 februari 2009 nog niet in het staatsblad, maar we konden ze toch reeds uit officiële bron ontvangen.

    Tarief van de erelonen en de kosten voor de deskundigen aangewezen door de arbeidsgerechten in het kader van medische deskundige onderzoeken inzake de geschillen betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

    Indexatie van de bedragen op 1 januari 2009

    1° a) persoonlijk ereloon van de deskundige 347,97 EUR;

    b) indien het onderzoek uitgevoerd wordt door een psychiater of door een neuropsychiater : 412,73 EUR;

    2° administratieve kosten : 104,12 EUR;

    3° kosten voor de bijkomende onderzoeken :

    a) medische onderzoeken behalve degenen in b) bedoeld : zie nomenclatuur RIZIV;

    b) onderzoeken uitgevoerd door een psychiater of door een neuropsychiater : 203,99 EUR;

    c) onderzoeken uitgevoerd door een psycholoog, met volledige reeks testen of door een ergoloog : 141,45 EUR;

    d) elk ander onderzoek of advies niet bedoeld in a), b) of c) : 70,72 EUR.

    Deze bedragen zijn van toepassing voor de expertises waarvan het definitieve verslag neergelegd wordt vanaf 1 januari 2009 

    Tarif des honoraires et frais dus aux experts désignés par les juridictions du travail dans le cadre d'expertises médicales concernant les litiges relatifs aux allocations aux personnes handicapées.

     Indexation des montants au 1er janvier 2009

     1° a) honoraires personnels de l'expert : 347,97 EUR;
    b) si l'examen est exécuté par un psychiatre ou par un neuropsychiatre : 412,73 EUR;

    2° frais administratifs : 104,12 EUR;

    3° frais pour les examens complémentaires :

    a) examens médicaux, excepté ceux visés sous b) : voir nomenclature de l'Inami;

    b) examens exécutés par un psychiatre ou par un neuropsychiatre : 203,99 EUR;

    c) examens réalisés par un psychologue, avec batterie complète de tests ou par un ergologue : 141,45 EUR;

    d) tout autre examen ou avis non visé sous a), b) ou c) : 70,72 EUR.

     Ces montants sont applicables aux expertises dont le rapport définitif est déposé à partir du 1er janvier 2009.

     

     

    The First European Symposium on Symptom Validity Assessment

    Dear colleagues, “The First European Symposium on Symptom Validity Assessment” in Würzburg is now calling for posters. Dr. Thomas Merten is awaiting your posters and ideas. See all details: http://pdf.koenigundmueller.de/call-for-posters.pdf Full Program: http://pdf.koenigundmueller.de/kurs/FB090508A.pdf Please spread this email among your colleagues, thank you! Best regards, Gerhard Müller Dipl.-Psych. International Academy of Applied Neuropsychology Semmelstr. 36/38 D-97070 Würzburg Tel: +49 931 46079033 Fax: +49 931 46079034 http://www.koenigundmueller.de

    Congres Sectie Neuropsychologie: 

    Neuropsychologische behandeling van verstoorde emoties en gedrag bij hersenletsel

    Komend najaar bestaat de sectie Neuropsychologie van het NIP 10 jaar. Dit zal worden gevierd met een feestelijk congres in Maastricht op vrijdag 26 september (hele dag) en zaterdag 27 september (tot 13.00 uur). Verdere informatie over het programma en het (elektronische) inschrijfformulier vindt u op: http://www-np.unimaas.nl/symposia/

    VVEP Vragende partij aangepaste normen:

    Momenteel loopt in het CMLP een onderzoek naar normen van dieverse courante testen op het vlak van klachtbeleving, persoonlijkheidsonderzoek, symptoomvaliditeit, neuropsychologische testen, ... in de medico-legale context.

    We stellen vast dat diverse testen, die courant gebruikt worden in de medico-legale context geen of geen aangepaste Vlaamse normen hebben en dat het gebruik van deze testen maar al te vaal aanleiding geeft tot controversen, die weinig stichtend kunnen gnoemd worden en die zeker niet bidragen tot de geloofwaardigheid van een vakgebied, dat nochthans als de moeder avn alle psychologie wordt beschouwd. 

    Universiteit Maastricht en DSM beginnen forensisch instituutdoor: Arjen Dijkgraaf

    maandag 7 april 2008

    De Universiteit Maastricht en DSM Resolve, het analysecentrum van DSM, beginnen samen een forensisch lab. Per 1 mei 2008 gaat The Maastricht Forensic Institute (TMFI) openlijk de concurrentie aan met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag dat tot nu toe in feite een monopoliepositie had.

    Volgens de Limburgers is er alleen al behoefte aan twee forensische instituten vanwege de toenemende vraag naar second opinions en contra-expertise.

    Aan TMFI is ruim een jaar gewerkt. De Provincie Limburg steunt het initiatief in het kader van de Versnellingsagenda Limburg. De toekenning van een subsidie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) maakte vorige week het financiële plaatje rond.

    TMFI denkt een paar jaar nodig te hebben om uit te groeien tot een breed forensisch instituut van topkwaliteit, met expertise in de forensische psychologie en psychiatrie, de rechtspsychologie, DNA-onderzoek, chemische en materiaalkundige analyse, digitale technologie en spraakonderzoek. DSM Resolve doet uiteraard het chemisch onderzoek, de faculteiten Rechtsgeleerdheid en Psychologie van de universiteit doen de rest. De leiding is in handen van Ton Broeders, hoogleraar criminalistiek, en Bert Kip, general manager DSM Resolve.

    Het is tevens de bedoeling dat TMFI en de Maastrichtse masteropleiding Forensica, Criminologie en Rechtspleging elkaar wederzijds gaan ondersteunen.

     

    HomeCompanyOur StorePoliciesFAQsContactGetting Started

    Graphic Design by Round the Bend Wizards

     

       

    myspace visitor counter
    footer image footer image