Nieuws en Aankondigingen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID 2010
Bericht. - Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van het
tarief van de erelonen en de kosten voor de deskundigen aangewezen door de
arbeidsgerechten in het kader van medische deskundige onderzoeken inzake de
geschillen betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, de gezinsbijslag
voor werknemers en zelfstandigen, de werkloosheidsverzekering en de regeling
voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
(Belgisch Staatsblad van 28 november 2003, Ed. 3). - Indexering van de bedragen
op 1 januari 2010
De in artikel 1, eerste lid, 1°, 2° en 3°, a), b), c) en d) van het
voormelde koninklijk besluit opgenomen bedragen zijn voor het jaar 2010 :
1° a) persoonlijk ereloon van de deskundige : 345,29 EUR;
b) indien het onderzoek uitgevoerd wordt door een psychiater of door een
neuropsychiater : 409,56 EUR;
2° administratieve kosten : 103,31 EUR;
3° kosten voor de bijkomende onderzoeken :
a) medische onderzoeken andere dan die vermeld onder b) : zie nomenclatuur
RIZIV;
b) onderzoeken uitgevoerd door een psychiater of door een neuropsychiater :
202,42 EUR;
c) onderzoeken uitgevoerd door een psycholoog, met volledige reeks testen, of
door een ergoloog : 140,36 EUR;
d) elk ander onderzoek of advies niet bedoeld in a), b) of c) : 70,18 EUR.
Deze bedragen zijn van toepassing voor de expertises waarvan het definitieve
verslag neergelegd wordt vanaf 1 januari 2010.
Gerechtskosten
in strafzaken. - Indexatie. - Tarief 2010
Algemeen
reglement op de gerechtskosten in strafzaken
De tarieven voor 2010 zijn deze van 2009 (zie Belgisch Staatsblad van 12 januari
2009).
Asbest en zelfstandigen
Op 1 april 2007 werd binnen het Fonds voor de beroepsziekten het Asbestfonds
opgericht met het doel alle slachtoffers van ziekten verbonden aan een
asbestblootstelling te vergoeden. De vergoede ziekten zijn: • mesothelioom
(kwaadaardige tumor ontwikkeld door de pleura, het peritonium of het pericardium
en in 80% van de gevallen verbonden aan een asbestblootstelling); • asbestose
(interstitiële longfibrose veroorzaakt door asbest) en bilaterale diffuse
pleuraverdikkingen. Tot op heden hebben heel weinig zelfstandigen een beroep
gedaan op het Asbestfonds. Nochtans zijn deze zelfstandigen, net als de
loontrekkenden, vooral vóór 1985 in verschillende sectoren blootgesteld
geweest aan asbest. Het betreft met name de bouwsector en meer bepaald de dak-
en afbraakwerken, de sector van de opslag, de verkoop en de distributie van
bouwmateriaal (voornamelijk producten in vezelcement). De verwarmingstechnici
(plaatsing en onderhoud), de schrijnwerkers, de automonteurs-garagehouders zijn
eveneens betrokken. Voor mesothelioom bestaat de vergoeding door het Asbestfonds
uit een forfaitaire rente van 1.500 euro per maand (1.591,81 euro volgens het
indexcijfer van 01.09.2008). Ze is volledig cumuleerbaar met andere sociale
voordelen. Voor asbestose en de bilaterale diffuse pleuraverdikkingen bestaat de
vergoeding door het Asbestfonds uit een maandelijkse rente, waarvan het bedrag
als volgt wordt berekend: 15 euro per % toegekende lichamelijke ongeschiktheid
(15,92 euro volgens het indexcijfer van 01.09.2008). Deze rente is niet volledig
cumuleerbaar met andere sociale voordelen, maar zal met de helft worden
verminderd indien de betrokkene andere voordelen geniet met betrekking tot
dezelfde aandoening. De rechthebbenden ontvangen een kapitaal dat in één keer
wordt uitbetaald. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van hun band met de
overledene en van de asbestgerelateerde ziekte die men voor het overlijden
verantwoordelijk acht. Wat de erkenning van de ziekte betreft, volstaat de
bevestiging van de diagnose van mesothelioom en de blootstelling in België. De
bevestiging van de diagnose wordt verricht door de “Mesothelioomcommissie”,
een comité van 9 deskundigen uit de voornaamste universitaire centra van
België, en het door het FBZ erkende tijdsverloop tussen de eerste blootstelling
en de ontwikkeling van de ziekte bedraagt minstens tien jaar.In de gevallen van
asbestose controleert men de blootstellingen aan asbest (het risico dat
asbestose zich ontwikkelt, is evenredig met de intensiteit van de blootstelling)
en het erkende tijdsverloop voor de ontwikkeling van de ziekte bedraagt eveneens
tien jaar. Bent u een zelfstandige die door een longfibrose is getroffen en
denkt u dat u blootgesteld bent geweest, aarzel dan niet contact op te nemen met
uw behandelende geneesheer. Voor bijkomende informatie kan u telefonisch contact
opnemen met dhr. Vanderstraeten op het nummer 02/22 66 208 of via e-mail:
tim.vanderstraeten@fbz.fgov.be. Raadpleeg ook onze website Asbestfonds : http://www.fmp-fbz.fgov.be/afa/afa_nl.html
Psychologen, gerechtelijk experten en BTW
De ongelijkheid blijft bestaan. Van mensen, die identiek hetzelfde werk
doen, met dezelfde aanstelling door dezelfde rechtbank, moet de ene wel en de
andere geen BTW betalen. Dat is meest opvallend wanneer wij bijvoorbeeld
in een college worden aangesteld. De artsen betaken voor dezelfde
dienst aan de rechtbank geen BTW en de psycholoog wel.
|
Vraag
om uitleg van de heer Louis Ide aan de vice-eersteminister en minister
van Financiën en Institutionele Hervormingen over «de vrijstelling van
btw voor psychologen» (nr. 4-1392)
|
|
De
voorzitter.
– De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor
Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale
Culturele Instellingen, antwoordt.
|
|
De
heer Louis Ide (Onafhankelijke). – Onlangs werden
psychologen vrijgesteld van btw (Beslissing nr. E.T.114.414 van 16 april 2008).
Die maatregel geldt echter niet voor alle psychologen. Zo is een
psycholoog-gerechtelijk expert nog steeds btw-plichtig omdat zijn werk
niet rechtstreeks bijdraagt tot de integrale gezondheidszorg.
De
beslissing nr. E.T.114.414 is er gekomen op basis van het principe dat
personen die dezelfde handelingen verrichten niet anders mogen worden
behandeld op het vlak van de btw.
De
btw-regeling voor de gerechtelijke expertise roept vragen op. Een
gerechtelijke expertise die door een geneesheer wordt uitgevoerd, is
vrij van btw. Verricht een psycholoog-gerechtelijk expert, aangesteld
door een rechtbank, identiek dezelfde opdracht, dan is hij wel
btw-plichtig. Verricht een psycholoog-gerechtelijk expert dezelfde
opdracht met die andere deskundigen in een college, dan is de psycholoog
btw-plichtig en de andere deskundigen niet.
Kunnen
mensen die dezelfde dienst aanbieden onder een verschillend btw-stelsel
vallen? Bestaat er geen Europese richtlijn die dat verbiedt? Op welke
manier is die richtlijn in de Belgische wetgeving opgenomen? Vindt de
minister niet dat die regeling een discrepantie is?
|
|
De heer
Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en
asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele
Instellingen. – Ik lees het antwoord van minister Reynders.
Het
standpunt dat de administratie heeft ingenomen, zoals weergegeven in de
beslissing E.T. 114.414 van 16 april 2008, was noodzakelijk om
de bedoelde materie in overeenstemming te brengen met de Europese
jurisprudentie, die het geheel van de gezondheidskundige verzorging van
de mens vrijstelt.
Overeenkomstig
artikel 44, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek zijn van de belasting
vrijgesteld de diensten verricht in de uitoefening van hun geregelde
werkzaamheid door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen,
verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers
en ziekenoppassters, masseurs en masseuses, van wie de diensten van
persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de
geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en
invaliditeitsverzekering.
Bovengenoemde
vrijstelling vloeit voort uit artikel 132, 1, c), van de Richtlijn
2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het
gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. Die
richtlijn heeft betrekking op de gezondheidskundige verzorging van de
mens in het kader van de uitoefening van medische en paramedische
beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat.
De
prestaties die in de uitoefening van een economische activiteit
zelfstandig en tegen vergoeding worden verricht door een psycholoog die
tevens houder is van een diploma van dokter in de genees-, heel- en
verloskunde, kunnen in het kader van zijn werkzaamheid als geneesheer
vrijgesteld zijn van de btw. Bijgevolg is de gerechtelijke expertise
uitgevoerd door een psycholoog die houder is van een diploma van dokter
in de genees-, heel- en verloskunde vrijgesteld van de btw.
Andere
psychologen die dergelijke expertises uitvoeren, zijn inderdaad
btw-plichtig. De vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2, 5°, van het
BTW-Wetboek is immers alleen van toepassing voor diensten betreffende
onderwijskeuze en gezinsvoorlichting alsook voor de nauw daarmee
samenhangende leveringen van goederen.
|
|
Noch
krachtens het BTW-Wetboek, noch krachtens de Europese richtlijnen waarop
dat wetboek is gebaseerd, kan ik voorzien in een btw-vrijstelling voor
gerechtelijke expertises uitgevoerd door psychologen die de hoedanigheid
van arts niet hebben.
Voor
de toepassing van de vrijstellingen bedoeld in artikel 44 van het
BTW-Wetboek kan de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend zijn.
Een belastingconsult door een advocaat, dan wel door een boekhouder kan
dat illustreren. In het eerste geval is de handeling vrijgesteld van btw
op grond van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. In
het tweede geval is de btw verschuldigd. Dit belet evenwel niet dat
alles in overeenstemming is met ons BTW-Wetboek en met de Europese
richtlijnen ter zake.
|
|
De
heer Louis Ide (Onafhankelijke). – Met mijn vraag
stuur ik uiteraard aan op de erkenning van psychologen als
zorgverstrekkers, niet als advocaat of boekhouder.
Het
is schrijnend dat de psychologen niet als zorgverstrekkers worden
erkend. De westerse wereld lijdt niet alleen aan kanker en hart- en
vaatziekten. Psychiatrische en psychologische aandoeningen worden hier
een echte plaag en in multidisciplinair verband zouden artsen,
psychiaters, huisartsen en psychologen heel wat noden kunnen lenigen.
Vooral
daarom is het zo jammer dat psychologen niet als zorgverstrekkers worden
erkend.
|
Het antwoord van
de minister is minstens zeer onbevredigend. Zijn antwoord grenst volgens mij
aan de desinformatie.
Op zijn minst kan
gezegd worden dat er inzake de BTW-plichtigheid van deskundigenonderzoeken een
juridische onduidelijkheid is die niet verhelderd werd met het antwoord van de
minister.
Sedert jaren
heeft Dhr. Allemeesch een Web-dossier over de kwestie. Hij heeft dit thans
aangevuld naar aanleiding van de vraagstelling van Dhr. Ide.
Wil vooral
het laatste hoofdstukje "prestaties zonder vrijstelling van BTW"
eens door te nemen. op de webstek van Dhr. Allemeesch
.
De onderstaande tekst werd ontleend aan de web-info van Klinpsy.
Prestaties
zonder vrijstelling van BTW
De
interpretatieregels
die op 15 mei 2008 gepubliceerd werden vermelden expliciet dat de vrijstelling
van artikel 44, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek daarentegen niet geldt voor:
·
handelingen
in verband met arbeidspsychologie en met betrekking tot aanwerving (evaluatie,
selectie, integratie, enz.), arbeidsprestaties, beroepsziekten, werkgroepen
(regels, conflicten, enz.), personeelsbeheer (motivatie, management, enz.),
werkintegratie en –reïntegratie, enz (z. evenwel de diensten die worden
verricht onder de voorwaarden die zijn vereist voor de toepassing van artikel
44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek);
·
handelingen
verricht door huwelijksbureaus.
Voor
zelfstandige psychologen die prestaties leveren rond werkintegratie van mensen
met een handicap kan dat problemen opleveren. Meestal is het de bedoeling en
de context die maakt of een prestatie gezondheidszorg is of niet, en niet
zozeer de prestatie op zich. Een behandelende arts die een inventaris maakt
van de letsels en de beperkingen van een patiënt doet aan gezondheidszorg.
Zijn collega die als deskundige de rechter moet adviseren inzake schadeloosstelling,
maakt dezelfde inventaris en doet niet aan gezondheidszorg.
Een
huisarts die maandenlang geconfronteerd wordt met een patiënt die allerlei
psychosomatische klachten produceert maakt de hypothese dat zijn patiënt zijn
werk niet aan kan en chronisch moet overpresteren. Hij stuurt hem naar een
psycholoog voor evaluatie van zijn arbeidsmogelijkheden. Eigenlijk is dat
gezondheidszorg (want die eventuele werkheroriëntatie kan soms meer bijdragen
tot de gezondheid dan een reeks medische onderzoekingen en medicaties). Maar
een gelijkaardig onderzoek bij dezelfde zelfstandige psycholoog op vraag van
een werkgever die een geschikte kandidaat zoekt voor het opvullen van een
vacature, is duidelijk geen gezondheidszorg.
In
Nederland heeft de Belastingdienst lijstjes
met voorbeelden van activiteiten gepubliceerd die wel en die niet kunnen
beschouwd worden als gezondheidskundige verzorging, en dit ook voor artsen.
Nu
de nieuwe interpretatieregels een tweetal jaar van kracht zijn lijken de
kritieken inzake de prestaties zonder vrijstelling zich toe te spitsen op een
tweetal aspecten:
1.
Ook bij ergologische en arbeidspsychologische handelingen zou men de
tussenkomsten die te maken hebben met ziekte en handicap BTW-vrij moeten
maken, gewoonweg omdat dat ook gezondheidskundige verzorging is. De
interpretatieregel van 15 mei 2008 komt er nu op neer dat zelfstandige
psychologen vrijstelling krijgen van BTW voor prestaties die gelijkaardig zijn
aan deze die geleverd worden door hun collega's werkzaam in centra voor
leerlingenbegeleiding en centra voor geestelijke gezondheidszorg. Men zou dat
kunnen uitbreiden tot prestaties die gelijkaardig zijn aan de
gezondheidskundige zorgen die geleverd worden door de als psycholoog
geregistreerde collega's werkzaam in ziekenhuizen, psychiatrische
inrichtingen, klinieken en dispensaria. Ook zij doen soms werkheroriënteringen
en deskundige evaluaties die betrekking hebben op ziekte en handicap.
2.
Men zou eens moeten ophouden met de discriminatie waarbij artsen voor
gelijkaardige deskundige onderzoekingen geen BTW moeten betalen en psychologen
wel.
Zoals
reeds hoger in dit dossier aangehaald, staat in
Artikel
44 van de BTW-Wetgeving:
"§
1. Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door de nagenoemde personen
verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid:
1°
notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders;
2°
artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en
verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters,
masseurs en masseuses van wie de diensten van persoonsverzorging zijn
opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake
verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;
"
Ook voor de artsen is er een
duidelijke band tussen RIZIV-nomenclatuur en BTW-vrijstelling. Dit werd in het
parlement herhaaldelijk bevestigd:
-
Zo antwoordt de minister op 21
maart 2001 op een parlementaire vraag (pag 16814):
"De
BTW-vrijstelling bedoeld in het artikel 13, A, 1, c), van de richtlijn 77/388/EEG,
is onderworpen aan een dubbele voorwaarde. De diensten moeten kunnen worden
gekwalificeerd als
gezondheidskundige verzorging van de mens maar
dienen bovendien te worden verstrekt
in de uitoefening van een medisch of paramedisch
beroep.
Zo
zijn in België, overeenkomstig artikel 44, § 1, 2o, van het BTW-Wetboek, de diensten
verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid
door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en
verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters,
masseurs en masseuses, van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen
in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
ziekte en invaliditeitsverzekering,
vrijgesteld van BTW."
-
Op 14
maart 2001 had de minister in een Kamercommissie op een vraag over de
BTW-plichtigheid van artsen die meewerkten aan een kankeronderzoek geantwoord:
"
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Pieters, zoals u hebt opgemerkt stelt artikel
44 § 1, 2° van het BTWwetboek
de diensten van dokters vrij van BTW als ze zijn
uitgevoerd in het kader van hun geregelde werkzaamheid, voor zover de aan de
persoon verleende zorgen zijn opgenomen in de nomenclatuur van de
geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en
invaliditeitsverzekering."
-
Wanneer de volksvertegenwoordigster op 26
februari 2002 op de kwestie terugkwam, luidde het antwoord:
"De
vrijgestelde prestaties zijn niet beperkt tot de loutere toepassing van een
geneeskundige behandeling. Zij omvatten ook de diagnosestelling, bijvoorbeeld
door klinisch biologische analyse, het preventief onderzoek, het
controleonderzoek en ander vergelijkbaar medisch onderzoek
(voor
zover uiteraard deze diensten zijn opgenomen in de nomenclatuur van de
geneeskundige verstrekkingen)."
Het
is derhalve begrijpelijk dat psychologen geërgerd zijn telkens opnieuw te
moeten vaststellen in rechtszaken dat medici ongestraft geen BTW betalen en
dat zij dat wel moeten doen. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om
artsen die gewone consulten tegen RIZIV-tarief doen en dan om de patiënt ter
wille te zijn ook nog eens een verzorgd rapport maken voor de rechtbank. Het
gaat om artsen die los van RIZIV-nomenclatuur en tegen prijzen van 1000 of
2000 euro of meer uitvoerige verslagen maken speciaal voor rechtszaken of
beslechtingen in der minne. Senator Ide ondervroeg daarover de minister van
financiën op 28
januari 2010 en dan kwam het enigszins verrassend antwoord:
"
De prestaties die in de uitoefening van een economische activiteit zelfstandig
en tegen vergoeding worden verricht door een psycholoog die tevens houder is
van een diploma van dokter in de genees-, heel- en verloskunde,
kunnen in het kader van zijn
werkzaamheid als geneesheer vrijgesteld
zijn van de btw."
Hij
vermeldde er dit keer niet bij dat de prestaties moeten opgenomen zijn in de
nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen.
De
minister stelt verder in zijn antwoord:
"Voor
de toepassing van de vrijstellingen bedoeld in artikel 44 van het
BTW-Wetboek kan de hoedanigheid van de dienstverrichter bepalend zijn. Een
belastingconsult door een advocaat, dan wel door een boekhouder kan dat
illustreren. In het eerste geval is de handeling vrijgesteld van btw op grond
van artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. In het tweede geval
is de btw verschuldigd. Dit belet evenwel niet dat alles in overeenstemming is
met ons BTW-Wetboek en met de Europese richtlijnen ter zake."
Deze
vergelijking loopt natuurlijk mank. De prestaties van een advocaat zijn altijd
vrijgesteld van BTW. De prestaties van de artsen zijn slechts vrijgesteld voor
zover ze opgenomen zijn in de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen en
daar gaat het hier net om.
Een
uitvoerige evaluatie van een mens die een verminderde arbeidsbekwaamheid heeft
na ziekte of ongeval, is momenteel volgens de regels van de wet
BTW-onderworpen zowel voor artsen als voor psychologen. Voor de artsen omdat
het buiten de RIZIV-nomenclatuur valt. Voor de psychologen omdat het niet
vrijgesteld is van BTW volgens de interpretatieregels van 15 mei 2008. Een
psycholoog die geen BTW betaalt loopt tegen de lamp. Een arts wordt met rust
gelaten. Het cynische van het verhaal is dat de meeste van die rapporten
geschreven worden voor de rechtbanken of erop terechtkomen. In feite
profiteren de rechtbanken soms mee van de belastingfraude. Wat nu gebeurt
raakt het rechtvaardigheidsgevoel en veroorzaakt ook een scheeftrekking van de
marktpositie.
Allicht louter per toeval, maar niet zonder consequenties
ontvingen we enkele dagen geleden het volgende schrijven:
Geachte mevrouw, heer
deskundige,
Art. 987 Ger.W. werd bij Wet houdende diverse bepalingen betreffende
Justitie (II) van 30 december 2009, gepubliceerd in het B.S. van 15
januari 2010, vervangen. Art. 987 Ger.W. bepaalt nu o.a. : " De
deskundige die btw-plichtig is, meldt dit aan de rechter die
uitdrukkelijk bepaalt of het vrijgegeven bedrag al dan niet vermeerderd
moet worden met de btw."
Om die reden verzoek ik u beleefd mij te bevestigen of u al dan niet
btw-plichtig bent, zodat dit gegeven ook in uw fiche opgenomen kan
worden en u dit niet telkens opnieuw zal dienen te melden.
Voor de goede orde zou ik u nog vriendelijk willen verzoeken mij mede te
delen of u ook door verzekeraars aangesteld wordt, en in bevestigend
geval dewelke, én mij uw BIC-code (met naam bankinstelling) en
IBAN-nummer (rekeningnummer) te laten geworden.
Het zal zeker niet de bedoeling zijn, maar wie garandeert
mij dat men bij de keuze van de deskundige niet zal kiezen voor iemand die
beweert niet BTW-plichtig te zijn.
Het
is bedroevend dat psychologen weer eens duizenden euro's zullen moeten betalen
aan advocaten om te bekomen dat ze als Belgen gelijk behandeld worden als
andere Belgen.
GERECHTELIJK
WETBOEK
Afdeling
VI. _
Deskundigenonderzoek.
Onderafdeling
1. Algemene
bepaling. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
<962>.
De rechter kan, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een
geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten
vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.
De rechter kan daarbij
de deskundigen aanwijzen waarover partijen het eens zijn. Hij kan van de keuze
van de partijen slechts afwijken bij een met redenen omklede beslissing.
Behoudens
overeenstemming tussen de partijen, geven de deskundigen alleen advies over de
in het vonnis bepaalde opdracht.
(Hij is niet verplicht het advies van de deskundigen te volgen,
indien het strijdig is met zijn overtuiging.) <W 2007-05-15/62,
art. 4, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
963.
(Opgeheven) <W 2007-05-15/62,
art. 5, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Terug hersteld als volgt:
§ 1. Met uitzondering
van de beslissingen genomen met toepassing van artikelen 971, 979, 987, eerste
lid, en 991, zijn de beslissingen die het verloop van de procedure van het
deskundigenonderzoek regelen niet vatbaar voor hoger beroep.
§
2. De beslissingen die het onderwerp kunnen zijn van een gewoon rechtsmiddel in
de zin van § 1 zijn uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hoger
beroep. In afwijking van artikel 1068, eerste lid, maakt het hoger beroep tegen
deze beslissingen de andere aspecten van het geschil zelf niet aanhangig bij de
rechter in hoger beroep.
Art.
964.
(Opgeheven) <W 2007-05-15/62,
art. 5, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
965.
(Opgeheven) <W 2007-05-15/62,
art. 5, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Onderafdeling
2. Wraking
van de deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 6; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
966.
De deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters.
Art.
967.
Iedere deskundige die weet dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is
ertoe gehouden zulks onverwijld aan de partijen mee te delen en zich van de zaak
te onthouden indien de partijen hem geen vrijstelling verlenen.
Art.
968.
De deskundige die de partijen kiezen, kan alleen worden gewraakt om redenen die
ontstaan zijn of bekend geworden zijn sedert zijn aanwijzing.
Art.
969.
<W 2007-05-15/62,
art. 7, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Na de
installatievergadering, of, bij gebreke daarvan, na aanvang van de werkzaamheden
van de deskundige, mag geen wraking meer worden voorgedragen tenzij de partij
eerst nadien kennis heeft gekregen van de wrakingsgronden.
Art.
970.
De partij die middelen van wraking wil aanvoeren, moet ze voordragen in een
verzoekschrift aan de rechter die de deskundige heeft aangewezen, tenzij deze
zich zonder formaliteiten onthoudt.
Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen acht dagen nadat de
partij kennis heeft gekregen van de redenen van de wraking.
Art.
971.
De griffier zendt bij gerechtsbrief een eensluidend afschrift van de akte van
wraking aan de gewraakte deskundige; tevens bericht hij hem dat hij binnen acht
dagen moet verklaren of hij in de wraking berust dan wel of hij ze betwist.
De wraking wordt toegestaan, indien de deskundige erin berust of ze
onbeantwoord laat; wanneer de deskundige de wraking betwist, doet de rechter
uitspraak, nadat hij de partijen en de deskundige in raadkamer heeft gehoord.
Wordt de wraking verworpen, dan kan de partij die ze heeft
voorgedragen, veroordeeld worden tot schadevergoeding jegens de deskundige
indien deze dit vordert; in dit laatste geval echter kan hij geen deskundige
blijven in de zaak.
Het vonnis inzake wraking is uitvoerbaar
niettegenstaande voorziening.
(het vierde lid wordt opgeheven)
Staat het vonnis de wraking toe, dan wijst het
ambtshalve de nieuwe deskundige aan, tenzij de partijen op het ogenblik van het
vonnis overeengekomen zijn over de keuze van een deskundige.
(wordt vervangen als volgt):
In het geval van het tweede lid en het derde lid, in fine, wijst de rechter
ambtshalve de nieuwe deskundige aan, tenzij de partijen op het ogenblik van het
vonnis overeengekomen zijn over de keuze van een deskundige. De rechter kan
evenwel van de keuze van de partijen afwijken bij een met redenen omklede
beslissing.
Onderafdeling
3. Verloop
van het deskundigenonderzoek. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 8; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
972.
<W 2007-05-15/62,
art. 9, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De
beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen, bevat minstens :
- de vermelding van de omstandigheden die het deskundigenonderzoek,
en de eventuele aanstelling van meerdere deskundigen noodzaken;
- de vermelding van de identiteit van de aangestelde deskundige of
deskundigen;
- een nauwkeurige omschrijving van de
opdracht van de deskundige;
- de vermelding van de datum van de
installatievergadering, tenzij de rechter ervan afziet met instemming van de
partijen. (wordt
opgeheven)
De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt
overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid, tenzij alle
partijen die verschenen zijn om een opschorting van de kennisgeving hebben
verzocht, voor de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen, is
genomen. In het geval van een opschorting kan elke partij op elk ogenblik om een
kennisgeving van de beslissing verzoeken.
Na deze kennisgeving beschikt de deskundige over acht dagen om :
- desgewenst de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren;
- indien geen installatievergadering is bepaald : de plaats, de dag
en het uur mee te delen waarop hij zijn werkzaamheden zal aanvangen.
De deskundige geeft hiervan kennis bij een ter post aangetekende
brief aan de partijen en bij gewone brief aan de rechter en de raadslieden.
(wordt vervangen als volgt):
Na
de kennisgeving beschikt de deskundige over acht dagen om desgewenst
de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren.
De
deskundige geeft hiervan kennis bij een ter post aangetekende brief aan
de partijen die verstek laten gaan en bij gewone brief, per fax of elektronische
post aan de verschenen partijen en hun raadslieden evenals
aan de rechter. In dat geval maken de partijen binnen de acht dagen
bij gewone brief hun eventuele opmerkingen over aan de rechter die
daarna een nieuwe deskundige
aanwijst. Van deze beslissing wordt kennis
gegeven overeenkomstig artikel 973, § 2, vijfde lid.
Indien er geen installatievergadering werd bepaald, beschikt de deskundige
na de kennisgeving overeenkomstig het tweede lid of, in voorkomend geval, na
kennisgeving van de consignatie van het voorschot overeenkomstig artikel 987,
over vijftien dagen teneinde de plaats , de dag en het uur van de aanvang van
zijn werkzaamheden mee te delen. De deskundige geeft hiervan kennis bij een ter
post aangetekende brief aan de partijen en bij gewone brief aan de rechter en
de raadslieden.
§ 2. De installatievergadering vindt plaats in de raadkamer voor
de rechter die, ofwel het deskundigenonderzoek heeft bevolen, ofwel met controle
ervan belast is.
De partijen verschijnen voor de rechter. De deskundige kan
telefonisch of via enig ander telecommunicatiemiddel worden bereikt, tenzij een
van de partijen of de rechter vraagt dat hij persoonlijk voor deze verschijnt.
De na afloop van de installatievergadering genomen beslissing
vermeldt :
- de eventuele aanpassing van de opdracht;
- de plaats, de dag, en het uur van de verdere werkzaamheden van de
deskundige;
- de noodzaak voor de deskundige om al dan niet een beroep te doen
op technische raadgevers;
- de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek,
of tenminste de manier waarop de kosten en het ereloon van de deskundige en de
eventuele technische raadgevers zullen berekend worden;
- het bedrag van het voorschot;
- het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan
de deskundige;
- de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten
gelden aangaande het voorlopig advies van de deskundige;
- de termijn voor het neerleggen van het eindverslag.
Bij gebreke van installatievergadering kan de rechter bovenstaande
vermeldingen opnemen in de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt
bevolen.
De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt
overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid.digen horen de partijen en
bevorderen hun verzoening.
Op verzoek van de partijen maakt de rechter het proces-verbaal van
de verzoening op.
De partijen kunnen hun overeenkomst ook bij vonnis doen
bekrachtigen. (wordt vervangen als volgt):
§
2. In de beslissing waarbij het deskundigenonderzoek wordt bevolen,
bepaalt de rechter een installatievergadering als
hij
het noodzakelijk
acht of indien alle verschijnende partijen het hebben gevraagd.
De
rechter bepaalt de plaats, de dag en het uur van de installatievergadering
na samenspraak met de deskundige, en rekening houdend met
artikel 972bis, § 1, tweede lid.
De
installatievergadering vindt plaats in de raadkamer, of in enige andere
plaats die de rechter naar gelang van de aard van het geschil aanwijst.
De
aanwezigheid van de deskundige op de installatievergadering is vereist,
tenzij de rechter dit niet nodig acht en een telefonisch contact
of een
contact via enig ander telecommunicatiemiddel volstaat.
In
het geval van een niet toegestane afwezigheid in de zin van het vierde
lid, oordeelt de rechter onmiddellijk over zijn vervanging overeenkomstig
artikel 979. Bij een vervanging wordt onverwijld een nieuwe
installatievergadering georganiseerd zoals
bepaald in het tweede
lid. Van deze beslissing wordt kennis
gegeven
overeenkomstig artikel
973, § 2, vijfde lid.
De
rechter die het deskundigenonderzoek heeft bevolen of met de controle ervan is
belast, zit de installatievergadering voor.
De
na afloop van de installatievergadering genomen beslissing
vermeldt
:
1°
de eventuele aanpassing van de opdracht, ingeval partijen het daarover
eens zijn;
2°
de plaats, de dag, en het uur van de verdere werkzaamheden van de deskundige;
3°
de noodzaak voor de deskundige om al dan niet een beroep te doen
op technische raadgevers;
4°
de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek,
of tenminste de manier waarop de kosten en het ereloon van de deskundige
en de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden;
5°
in voorkomend geval, het bedrag van het voorschot dat moet worden
geconsigneerd, de partij of partijen die daartoe gehouden zijn en
de termijn waarbinnen de consignatie dient te gebeuren;
6°
het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan
de deskundige, de partij of partijen die daartoe gehouden zijn en de termijn
waarbinnen de vrijgave van het voorschot dient te gebeuren;
7°
de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden
aangaande het voorlopig advies van de deskundige;
8°
de termijn voor het neerleggen van het eindverslag.
Bij
gebreke van een installatievergadering vermeldt de rechter in zijn beslissing
waarbij hij het deskundigenonderzoek beveelt, ten minste de elementen
bepaald in 3°, 4°, 5°, 6° en 8°. Hij kan de andere elementen vermelden.
De rechter neemt voor de elementen waartoe hij dit nodig acht
en voorafgaand aan zijn beslissing contact op met de aan te wijzen deskundige.
De
kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt overeenkomstig
artikel 973, § 2, derde lid. >>.
Art.
972bis.
<ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 10; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De partijen
zijn verplicht mee te werken aan het deskundigenonderzoek. Bij gebreke daarvan
kan de rechter daaruit de conclusies trekken die hij geraden acht.
De partijen overhandigen ten laatste op de installatievergadering
en, bij gebreke daarvan, bij de aanvang van de werkzaamheden, een geïnventariseerd
dossier met alle relevante stukken aan de deskundige. (wordt
vervangen als volgt): De
partijen overhandigen ten minste acht dagen voor de installatievergadering en,
bij gebreke daarvan, bij de aanvang van de werkzaamheden, een geïnventariseerd
dossier met alle relevante stukken aan de deskundige.
§ 2. De oproeping voor verdere werkzaamheden gebeurt overeenkomstig
artikel 972, § 1, laatste lid, tenzij de deskundige van de partijen en de
raadslieden toestemming heeft gekregen om gebruik te maken van een andere
oproepingswijze.
Indien alle partijen of hun raadslieden om uitstel verzoeken, dan
moet de deskundige dit toestaan. In alle andere gevallen kan hij het uitstel
weigeren of toestaan en geeft hij de rechter bij gewone brief kennis van zijn
beslissing.
De deskundige stelt een verslag op van de vergaderingen die hij
organiseert. Hij stuurt bij gewone brief een afschrift ervan aan de rechter, de
partijen en de raadslieden, en, in voorkomend geval, bij een ter post
aangetekende brief aan de partijen die verstek hebben laten gaan.
Art.
973.
<W 2007-05-15/62,
art. 11, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De
rechter die het deskundigenonderzoek heeft bevolen of de daartoe aangewezen
rechter volgt het verloop van het onderzoek op en ziet er met name op toe dat de
termijnen worden nageleefd en dat de tegenspraak in acht wordt genomen.
De rechter kan om redenen van hoogdringendheid de in deze
onderafdeling bepaalde termijnen inkorten of de deskundigen ontslaan van
bepaalde oproepingswijzen.
De deskundigen vervullen hun opdracht onder toezicht van de rechter,
die te allen tijde ambtshalve of op verzoek van de partijen de werkzaamheden kan
bijwonen. De griffier verwittigt hiervan bij gewone brief de deskundigen, de
partijen en de raadslieden en in voorkomend geval, bij gerechtsbrief, de
partijen die verstek hebben laten gaan.
§ 2. Alle betwistingen die in de loop van het deskundigenonderzoek
met betrekking tot dit onderzoek ontstaan tussen de partijen of tussen de
partijen en de deskundigen, met inbegrip van het verzoek tot vervanging van de
deskundigen en van elke betwisting aangaande de uitbreiding of de verlenging van
de opdracht, worden door de rechter beslecht.
De partijen en de deskundigen kunnen zich daartoe bij gewone brief,
met vermelding van de redenen, tot de rechter wenden. De rechter gelast
onmiddellijk de oproeping van de partijen en de deskundigen.
De griffier geeft hiervan binnen vijf dagen bij gewone brief kennis
aan de partijen en raadslieden en bij gerechtsbrief aan de deskundige en, in
voorkomend geval, bij gerechtsbrief aan de partijen die verstek hebben laten
gaan.
De verschijning in raadkamer vindt plaats binnen een maand na de
oproeping. De rechter doet binnen acht dagen uitspraak bij met redenen omklede
beslissing.
De kennisgeving van deze beslissing door de griffier gebeurt
overeenkomstig het derde lid. In geval van een verzoek tot vervanging, weigering
van de opdracht door de deskundige of ongewettigde afwezigheid van de deskundige
tijdens de installatievergadering, gebeurt
de kennisgeving naargelang van het geval aan de deskundige wiens taak is
bevestigd of aan de deskundige die van zijn taak is ontheven en de nieuw
aangestelde deskundige.
Art.
974.
<W 2007-05-15/62,
art. 12, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien
de termijn voor het indienen van het eindverslag op meer dan zes maanden is
bepaald, bezorgt de deskundige om de zes maanden een tussentijds verslag over de
stand van zaken aan de rechter, de partijen en de raadslieden. Deze stand van
zaken vermeldt :
- de reeds uitgevoerde werkzaamheden;
- de werkzaamheden die uitgevoerd zijn sinds het laatste tussentijds
verslag;
- de nog uit te voeren werkzaamheden.
§ 2. Alleen de rechter mag de termijn voor de indiening van het
eindverslag verlengen. De deskundige kan zich daartoe tot de rechter wenden met
opgave van de reden waarom de termijn zou moeten worden verlengd. (wordt
vervangen als volgt): Alleen
de rechter mag de termijn voor het indienen van het eindverslag verlengen. De
deskundige kan zich daartoe voor het verstrijken van die termijn tot de rechter
wenden met opgave van de redenen waarom de termijn zou moeten worden verlengd.
Van dit verzoek wordt kennis gegeven overeenkomstig artikel 973 § 2, derde lid,
behalve aan de verzoekende deskundige. De partijen bezorgen binnen de acht dagen
hun eventuele opmerkingen. De rechter kan overeenkomstig artikel 973 § 2, de
verschijning van de partijen en de deskundigen gelasten.
De rechter weigert de verlenging wanneer hij van oordeel is dat die
niet redelijk verantwoord is. Hij motiveert deze beslissing.
§ 3. Bij overschrijding van de vooropgestelde termijn en bij
gebreke van tijdig ontvangen verzoek tot verlenging gelast de rechter ambtshalve
de oproeping overeenkomstig artikel 973, § 2.
Art.
975.
(Opgeheven) <W 2007-05-15/62,
art. 13, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
976.
<W 2007-05-15/62,
art. 14, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Na afloop
van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige ter lezing zijn bevindingen waarbij
hij reeds een voorlopig advies voegt, aan de rechter, de partijen en hun
raadslieden. Bij gebreke van een installatievergadering bepaalt de deskundige,
rekening houdende met de aard van het geschil, een redelijke termijn waarbinnen
de partijen hun opmerkingen moeten maken.
De deskundige ontvangt de opmerkingen van de partijen en van hun
technische raadgevers voor het verstrijken van deze termijn. De deskundige houdt
geen rekening met de opmerkingen die hij laattijdig ontvangt. De rechter kan
deze ambtshalve uit de debatten weren. (wordt
vervangen als volgt):
Na
afloop van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige zijn
bevindingen, waarbij hij reeds een voorlopig advies voegt, ter lezing
aan de rechter, aan de partijen en aan hun raadslieden. Tenzij de rechter
vooraf een termijn heeft vastgesteld, bepaalt de deskundige, rekening
houdende met de aard van het geschil, een redelijke termijn waarbinnen
de partijen hun
opmerkingen moeten
maken. Behoudens andersluidende
beslissing van de rechter of door de deskundige in zijn voorlopig
advies bedoelde bijzondere omstandigheden, bedraagt die termijn
ten minste vijftien dagen.
De
deskundige ontvangt de opmerkingen van de partijen en van hun technische
raadgevers voor het verstrijken van deze termijn. De deskundige
houdt geen rekening met de opmerkingen die hij te laat ontvangt. De rechter kan
deze ambtshalve uit de debatten weren.
Wanneer
de deskundige na ontvangst van de opmerkingen van de partijen
nieuwe verrichtingen onontbeerlijk acht, verzoekt hij de rechter daarvoor
om toestemming
overeenkomstig artikel 973, § 2. >>.
Art.
977.
<W 2007-05-15/62,
art. 15, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. De
deskundige poogt de partijen te verzoenen.
Als de partijen zich verzoenen, stelt de deskundige vast dat zijn
onderzoek doelloos is geworden. De partijen kunnen handelen overeenkomstig
artikel 1043. (wordt
vervangen als volgt): Indien
de partijen zich verzoenen, wordt hun overeenkomst schriftelijk vastgelegd. De
partijen kunnen handelen overeenkomstig artikel 1043.
§ 2. De vaststelling van verzoening, de stukken en nota's van de
partijen (wordt
opgeheven) en
een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van de deskundige, worden
ter griffie neergelegd.
Op de dag van de neerlegging van de vaststelling van verzoening
zendt de deskundige bij een ter post aangetekende brief een afschrift van de
vaststelling van verzoening en een gedetailleerde staat van de kosten en het
ereloon aan de partijen, en bij gewone brief aan hun raadslieden. De
originele stukken die de partijen aan de deskundige bezorgden, worden hen
terugbezorgd.
Art.
978.
<W 2007-05-15/62,
art. 16, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Het
eindverslag wordt gedagtekend en vermeldt de tegenwoordigheid van de partijen
bij de werkzaamheden, hun mondelinge verklaringen en hun vorderingen. Het bevat
bovendien een opgave van de stukken en nota's die de partijen aan de deskundigen
hebben overhandigd; het mag de tekst ervan slechts overnemen in zoverre dat
nodig is voor de bespreking.
Het verslag wordt op straffe van nietigheid door de deskundige
ondertekend.
De handtekening van de deskundige wordt, op straffe van nietigheid,
voorafgegaan door de volgende eed :
" Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en
eerlijk vervuld heb. ";
of
" Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience,
avec exactitude et probité. ";
of
Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und
Gewissen, genau und erlich erfüllt habe. "
§ 2. De minuut van het verslag, de stukken en nota's van de
partijen (wordt
opgeheven) en
een gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van de deskundige, worden
ter griffie neergelegd.
Op de dag van de neerlegging van het verslag zendt de deskundige bij
een ter post aangetekende brief een afschrift van het verslag en een
gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon aan de partijen, en bij gewone
brief aan hun raadslieden.
Art.
979.
<W 2007-05-15/62,
art. 17, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien
een partij hierom verzoekt, kan de rechter de deskundige die zijn opdracht niet
naar behoren vervult, vervangen.
Indien de partijen hier gezamenlijk om verzoeken, moet de rechter
de deskundige vervangen. (wordt
vervangen als volgt): Indien
de partijen hier gezamenlijk en gemotiveerd om verzoeken moet de rechter de
deskundige vervangen. Dit verzoek wordt aan de rechter gericht bij gewone brief
en deze doet uitspraak binnen de acht dagen zonder oproeping of verschijning van
partijen. De rechter kan daarbij de deskundigen aanwijzen waarover de partijen
het eens zijn. Hij kan van de keuze van de partijen enkel afwijken op een met
redenen omklede wijze. Van deze beslissing van de rechter wordt kennis gegeven
overeenkomstig artikel 973 § 2 vijfde lid.
Indien geen van de partijen hierom verzoekt, kan de rechter
ambtshalve in artikel 973, § 2, bedoelde oproeping gelasten.
De rechter motiveert de beslissing tot vervanging en gaat
onmiddellijk over tot de aanstelling van een nieuwe deskundige.
§ 2. De vervangen deskundige legt binnen vijftien dagen ter griffie
de stukken en nota's van de partijen en een gedetailleerde staat van de kosten
en het ereloon neer.
Op de dag van de neerlegging zendt de deskundige bij een ter post
aangetekende brief een afschrift van de gedetailleerde staat van de kosten en
het ereloon aan de partijen, en bij gewone brief aan hun raadslieden.
Art.
980.
<W 2007-05-15/62,
art. 18, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Wanneer het
deskundigenonderzoek is bevolen bij verstek ten aanzien van een of meer
partijen, kunnen deze zonder verdere formaliteiten deel hebben aan elke stand
van het deskundigenonderzoek, hetzij door er bij aanwezig te zijn of zich te
laten vertegenwoordigen, hetzij door schriftelijke opmerkingen te laten kennen.
In dat geval verlopen ten aanzien van die partijen het onderzoek en
de verdere rechtspleging op tegenspraak en kunnen die partijen tegen de
voorgaande beslissingen en handelingen geen verzet aantekenen.
Art.
981.
<W 2007-05-15/62,
art. 19, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Het
deskundigenonderzoek kan niet tegengeworpen worden aan de partij die gedwongen
tussenkomt nadat de deskundige zijn voorlopig advies heeft verstuurd, tenzij zij
van het middel van de niet-tegenwerpbaarheid afziet.
De derde die tussenkomst kan niet eisen dat reeds gedane
werkzaamheden in zijn bijzijn worden overgedaan, tenzij hij aantoont daar belang
bij te hebben.
Art.
982.
<W 2007-05-15/62,
art. 20, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter
stelt slechts één deskundige aan, tenzij het nodig acht om meerdere
deskundigen aan te stellen.
De deskundigen maken één enkel verslag op, zij geven één enkel
advies bij meerderheid van stemmen. Bij verschil van mening vermelden zij de
onderscheiden meningen met de gronden ervan. Het verslag wordt door alle
deskundigen ondertekend.
Voor verscheidene deskundigen in een zelfde zaak wordt een
gedetailleerde gezamenlijke staat van de kosten en het ereloon opgemaakt, met
een duidelijke opgave van ieders aandeel.
Art.
983.
<W 2007-05-15/62,
art. 21, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De griffier
stuurt bij gewone brief een afschrift van het eindvonnis naar de deskundige.
Onderafdeling
4.
Beperkte tussenkomst van de deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 22; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
984.
<W 2007-05-15/62,
art. 22, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Indien de
rechter in het verslag niet voldoende opheldering vindt, kan hij een aanvullend
onderzoek door dezelfde deskundige ofwel een nieuw onderzoek door een andere
deskundige bevelen.
De nieuwe deskundige mag aan de vroeger benoemde deskundige de
inlichtingen vragen die hij dienstig acht.
Art.
985.
<W 2007-05-15/62,
art. 24, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter
kan de deskundige ter zitting horen. De deskundige mag zich bij het verhoor van
stukken bedienen.
Alvorens hij wordt gehoord, legt de deskundige mondeling de eed af
in de volgende bewoordingen :
" Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk
verslag zal doen. ";
of
" Je jure de faire mon rapport en honneur et conscience, avec
exactitude et probité. ";
of
" Ich schwöre mein Gutachten auf Ehre und Gewissen, genau und
ehrlich abzugeben. "
De verklaringen van de deskundige worden vermeld in een
proces-verbaal dat de rechter, de griffier en hijzelf ondertekenen na lezing en
eventuele opmerkingen.
Op verzoek van de partijen kan de rechter hun technische raadgevers
horen.
Het ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter
onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met bevel tot tenuitvoerlegging
ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en in de verhouding die hij
bepaalt. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden
begroot. (wordt
vervangen als volgt:)
Art.
985. De rechter kan de deskundige ter zitting horen. De
deskundige,
de partijen en hun raadslieden worden ter zitting opgeroepen
overeenkomstig artikel 973, § 2, derde lid.
De
deskundige mag zich bij het verhoor van stukken bedienen. Indien de deskundige
dit nuttig acht, kan hij de partijen of hun raadslieden
voor het verhoor een kopie van die documenten bezorgen, of
ze ter griffie neerleggen. Deze stukken worden door de deskundige uiterlijk
na het verhoor ter griffie neergelegd. De partijen of hun raadslieden
kunnen de ter griffie
neergelegde stukken raadplegen.
Alvorens
hij wordt gehoord, legt de deskundige mondeling de eed af in
de volgende bewoordingen
«
Ik zweer dat ik in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk verslag zal
doen.
»;
of
»
Je jure de faire mon rapport en honneur et conscience, avec exactitude
et probité. »;
of
«
Ich schwöre mein Gutachten auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich
abzugeben.»
De
verklaringen van de deskundige worden vermeld in een proces verbaal
dat de rechter, de griffier
en hijzelf ondertekenen na lezing en eventuele
opmerkingen.
Het
ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met
bevel tot tenuitvoerlegging ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en
in de verhouding die hij bepaalt.
Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden
begroot.
Op
verzoek van de deskundige of van de partijen kan de rechter hun technische
raadgevers horen. Dit gebeurt onder dezelfde voorwaarden zoals
bepaald in het eerste, tweede en vierde lid. ».
Art.
986.
<W 2007-05-15/62,
art. 25, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter
kan een deskundige aanwijzen die aanwezig moet zijn bij een onderzoeksmaatregel
die hij heeft bevolen om technische toelichting te verstrekken of om mondeling
verslag te doen op de daartoe vastgestelde zitting. De rechter kan die
deskundige ook gelasten tijdens zijn verhoor stukken over te leggen die dienstig
zijn voor de oplossing van het geschil. (wordt
vervangen als volgt): De
rechter kan een deskundige aanwijzen die aanwezig moet zijn bij een
onderzoeksmaatregel die hij heeft bevolen om technische toelichting te
verstrekken. De rechter kan eveneens een deskundige aanwijzen om mondeling
verslag te doen op de daartoe vastgestelde zitting. De rechter kan deze
deskundigen gelasten tijdens hun verhoor stukken voor te leggen die dienstig
zijn voor de oplossing van het geschil.
De deskundige mag zich van stukken bedienen. Deze
stukken worden na de tussenkomst van de deskundige ter griffie neergelegd. De
partijen of hun raadslieden kunnen hiervan kennis nemen.
De deskundige legt mondeling de eed af in de volgende bewoordingen :
" Ik zweer dat ik alle gevraagde toelichting in eer en geweten,
nauwgezet en eerlijk zal verstrekken. ";
of :
" Je jure de donner toutes les explications qui me seront
demandées, en honneur et conscience, avec exactitude et probité. ";
of :
" Ich schwöre, alle geforderten Erluterungen auf Ehre und
Gewissen, genau und ehrlich zu geben. "
Van de verklaring van de deskundige wordt procesverbaal opgemaakt.
Het ereloon en de kosten van de deskundige worden door de rechter
onmiddellijk begroot onderaan het proces-verbaal met bevel tot tenuitvoerlegging
ten laste van de partij of partijen die hij aanwijst en in de verhouding die hij
bepaalt. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten worden
begroot.
Onderafdeling
5.
Kosten en erelonen van deskundigen. <ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 26; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34>
Art.
987.
<W 2007-05-15/62,
art. 27, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De rechter
kan het voorschot bepalen dat elke partij moet consigneren ter griffie of bij de
kredietinstelling die de partijen gezamenlijk hebben gekozen, en de termijn
waarbinnen zij aan deze verplichting moet voldoen. De rechter kan deze
verplichting niet opleggen aan de partij die overeenkomstig artikel 1017 niet in
de kosten kan worden verwezen.
De rechter kan het redelijk deel van het voorschot bepalen dat wordt
vrijgegeven teneinde de kosten van de deskundige te dekken.
Zodra het voorschot in consignatie werd gegeven, brengt de griffie
of de kredietinstelling de deskundige hiervan op de hoogte bij gewone brief.
In voorkomend geval stort de griffie het vrijgegeven deel door naar
de deskundige. (wordt
vervangen als volgt):
De
rechter kan het voorschot bepalen dat elke partij moet consigneren
ter griffie of bij de kredietinstelling die
de partijen gezamenlijk hebben gekozen, en de termijn waarbinnen zij aan deze
verplichting moet voldoen. De rechter kan deze verplichting niet opleggen aan de
partij die overeenkomstig artikel 1017, tweede lid of krachtens een overeenkomst
tussen partijen zoals bepaald in artikel 1017, eerste lid, niet in de kosten kan
worden verwezen.De Koning kan bij een
in Ministerraad overlegd besluit de nadere regels van de consignatie
bepalen.
Ingeval
de aangestelde partij niet tot uitvoering overgaat, kan de meest
gerede partij het voorschot in consignatie geven.
De
rechter kan het redelijk deel van het voorschot bepalen dat wordt vrijgegeven teneinde de kosten van de deskundige te dekken. De
deskundigedie btw-plichtig is, meldt dit aan de rechter die uitdrukkelijk
bepaalt of. het
vrijgegeven bedrag al dan niet vermeerderd moet worden met de btw.
Zodra het
voorschot in consignatie werd gegeven, brengt de door de rechter tot betalen aangewezen partij de deskundige hiervan op de hoogte. De betalende partij bezorgt de deskundige een bewijs van betaling.
Ingeval
de aangestelde partij niet tot uitvoering overgaat, kan de meest
gerede partij de deskundige op de hoogte brengen.
In voorkomend geval stort de griffie of de kredietinstelling het vrijgegeven
deel door naar de deskundige. ».
Art.
988.
<W 2007-05-15/62,
art. 28, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Indien de
deskundige meent dat het voorschot of het vrijgegeven deel daarvan niet
volstaat, kan hij de rechter om de consignatie van een bijkomend voorschot of
verdere vrijgave verzoeken.
Verdere vrijgave is ook mogelijk om een redelijk deel van het
ereloon voor reeds uitgevoerde werkzaamheden te dekken.
De rechter weigert de bijkomende consignatie of verdere vrijgave van
het voorschot wanneer hij van oordeel is dat die niet redelijk verantwoord is.
Deze beslissing wordt met redenen omkleed.
Art.
989.
<W 2007-05-15/62,
art. 29, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Indien
een partij niet binnen de termijn consigneert, kan de rechter op verzoek van de
meest gerede partij een bevel tot tenuitvoerlegging geven ten belope van het
bedrag dat hij vaststelt.
Indien
een partij niet binnen de termijn consigneert, kan de rechter daaruit de
conclusies trekken die hij geraden acht.
De deskundigen kunnen desgevallend de vervulling van hun
opdracht schorsen of uitstellen totdat zij op de hoogte zijn gebracht van de
consignatie van het voorschot overeenkomstig artikel 987, vierde lid.
Art.
990.
<W 2007-05-15/62,
art. 30, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> De
gedetailleerde staat van de kosten en het ereloon van het deskundigenonderzoek
vermeldt afzonderlijk :
- het uurloon;
- de verplaatsingskosten;
de verblijfkosten;
- de algemene kosten;
- de bedragen die aan derden zijn betaald;
de verrekening van vrijgegeven bedragen.
Indien de deskundige nalaat zijn staat van kosten en ereloon in te
dienen, kunnen de partijen de rechter verzoeken deze te begroten.
Art.
991.
<W 2007-05-15/62,
art. 31, 093; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> § 1. Indien
de partijen binnen vijftien dagen na de neerlegging ter griffie van de
gedetailleerde staat schriftelijk aan de rechter hebben medegedeeld dat zij het
eens zijn met het bedrag van het ereloon en de kosten die door de deskundigen
worden aangerekend, worden deze door de rechter begroot onderaan op de minuut
van de staat en wordt daarvan een bevel tot tenuitvoerlegging gegeven,
overeenkomstig het akkoord dat de partijen gesloten hebben of tegen de partij of
partijen, zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot. (wordt
vervangen als volgt):
§1. Indien de partijen niet binnen
dertig dagen na de neerlegging ter griffie van de gedetailleerde
staat overeenkomstig § 2 aan de rechter hebben meegedeeld dat zij het bedrag
van het ereloon en de kosten die door de
deskundige worden aangerekend, betwisten, wordt dat bedrag door de rechter begroot onderaan op de minuut van de staat en wordt daarvan een bevel tot tenuitvoerlegging gegeven overeenkomstig het akkoord
dat de partijen gesloten hebben of tegen de partij of partijen, zoals bepaald voor de consignatie van het voorschot.
§
2. Indien de partijen niet binnen de in § 1 bedoelde termijn hun instemming
hebben betuigd, kunnen de deskundige of de partijen overeenkomstig artikel 973,
§ 2, beroep doen op de rechter teneinde de kosten en het ereloon te laten
begroten. (wordt vervangen als volgt):
Indien één of meer partijen binnen de in § 1
bedoelde termijn niet akkoord gaan met de staat van
kosten en ereloon en hun standpunt met redenen
omkleden, gelast de rechter, overeenkomstig artikel 973, § 2, de oproeping van de partijen teneinde het bedrag van de kosten en het ereloon te begroten.
De
rechter stelt het bedrag vast van de kosten en het ereloon onverminderd
eventuele schadevergoeding en intresten.
Hij houdt hoofdzakelijk rekening met de zorgvuldigheid waarmee het
werk werd uitgevoerd, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de
kwaliteit van het geleverde werk. Hij kan daarbij ook
rekening houden met de moeilijkheid en de duur van het geleverde werk, de
hoedanigheid van de deskundige en de waarde van het geschil.
De
rechter verklaart het vonnis uitvoerbaar tegen de partij of partijen zoals
bepaald voor de consignatie van het voorschot.
§ 3. Deze bedragen zullen in de eindbeslissing als gerechtskosten
worden begroot.
Art.
991bis.
<ingevoegd bij W 2007-05-15/62,
art. 32; Inwerkingtreding : 01-09-2007 ; zie ook art. 34> Na definitieve
begroting nemen de deskundigen het voorschot op ten belope van de hun
verschuldigde som. Het eventuele saldo wordt door de griffier ambtshalve aan de
partijen terugbetaald in verhouding tot de bedragen die zij in consignatie
moesten geven en die zij ook werkelijk hebben geconsigneerd. (wordt
vervangen als volgt):
Na de definitieve begroting nemen de deskundigen het voorschot op
ten belope van de hun verschuldigde som, in voorkomend geval na voorlegging
van de begroting aan de kredietinstelling. Het eventuele saldo
wordt door de griffier ambtshalve of door de kredietinstelling na voorlegging
van de begroting aan de partijen terugbetaald in verhouding
tot de bedragen die zij in consignatie moesten geven en die zij ook daadwerkelijk
hebben geconsigneerd.
De
deskundigen mogen slechts een rechtstreekse betaling in ontvangst nemen nadat
hun staat van kosten en ereloon definitief is begroot en voor zover het
geconsigneerde voorschot ontoereikend is.
Senator Els Van Hoof stelt voor om gerechtspsychiaters te erkennen
|
|
(Belga) Senator Els Van Hoof (CD&V) dient een wetsvoorstel in om
gerechtspsychiaters officieel te laten erkennen, ze een specifieke
opleiding te geven en ze een faire vergoeding te betalen voor gepresteerde
diensten. Dat deelde Van Hoof zaterdag mee. |
|
|
|
| Van Hoof noemt de
gerechtspsychiaters een "cruciale schakel" in het systeem. In de
Belgische gevangenissen zitten meer dan duizend geïnterneerden, ongeveer
tien procent van alle gevangenen. De gerechtspsychiater bepaalt of iemand
ontoerekeningsvatbaar is of niet. "En net in de gerechtspsychiatrie
loopt het grondig mis: een opleiding is er niet, de kwaliteitscontrole op
het werk van de experts ontbreekt en de betaling is zo slecht dat de
rechters nog nauwelijks kandidaten vinden", zegt Van Hoof in een
persbericht. Van Hoof dient daarom een wetsvoorstel in om de deskundige
vooraf te laten erkennen door de minister van Volksgezondheid. "Aan
die erkenning moet een specifieke opleiding gerechtspsychiatrie worden
gekoppeld. Om meer lijn te brengen in de verslagen van de experts, wil ik
werken met een eenvormig model. Door deze twee maatregelen wordt de
broodnodige kwaliteitscontrole ingebouwd. Mijn voorstel wil ook het
systeem van de vergoeding aanpassen. In plaats van een forfaitair systeem,
stel ik een uurloon voor dat even hoog is als hun gebruikelijke vergoeding
via het RIZIV." (EYI)
We moeten de senator nu nog zo ver krijgen dat ze ziet dat ook de
psychologen in deze een vooraanstaande rol vervullen en dat voor hen geen
adequate financiële regeling bestaat.
|
Medische fraude kost ziekteverzekering 7 miljard euro
12/11/2009 08:05
Zowat 30 procent van de uitgaven van de Belgische
ziekteverzekering, of ruim 7 miljard euro per jaar, wordt al dan niet bewust
misbruikt. Dat onthult Paul Vincke, de topman van het Europese netwerk tegen
fraude en corruptie in de gezondheidszorg (EHFCN), in een exclusief gesprek
met het weekblad Trends. "De inventiviteit van wie de ziekteverzekering
een hak wil zetten, is zeer groot", aldus Vincke.
Dat er laakbare praktijken zijn in de Belgische gezondheidszorg is een publiek
geheim, maar de verliezen door het misbruik van geld van het Rijksinstituut
voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (Riziv) zijn veel groter dan gedacht.
"In België is schriftvervalsing de vaakst weerkerende frauduleuze
praktijk", zegt Vincke, die ook directielid is van het Riziv en er tien
jaar ervaring heeft bij de geneeskundige controledienst. Zorgverleners creëren
bijvoorbeeld valse getuigschriften voor patiënten die ze nooit hebben gezien,
of factureren aan de ziekteverzekering zorgen die niet zijn geleverd. Ook creëert
de patiënt nepfacturen die refereren naar onbestaande zorgverleners. Soms
eisen artsen een onderhandse betaling als voorwaarde om de behandeling uit te
voeren.
Maar daarnaast is er ook een grijze zone waarbij het moeilijk is om te
bewijzen dat er een intentie is tot fraude. Het gaat dan vaak om
overconsumptie van onderzoeken, behandelingen en ingrepen die niet als efficiënt
worden beschouwd, of om het voorschrijven van geneesmiddelen zonder dat
bewezen is dat zij effect hebben." Vincke hekelt vooral ook die
"therapeutische luiheid" bij zorgverleners. "Wij vinden dat
naast de ostentatieve fraude en corruptie, ook de gemakzucht in de sector die
aanleiding geeft tot meeruitgaven, mag worden aangeklaagd."
Volgens Vincke zien we nog maar het topje van de ijsberg, die zeker 30 procent
van het budget voor de gezondheidszorg vertegenwoordigt. Die middelen correct
aanwenden zou ons gezondheidssysteem veel performanter maken, stelt Vincke,
die zich met het nog jonge EHFCN profileert als eerste klokkenluider voor
misbruiken in de gezondheidssector.
De mutualiteiten, die ook vertegenwoordigd zijn in het EHFCN, en het Riziv
opteren tot nader order veelal voor een politiek van preventie. Zo was er in
België onlangs een project over longfunctietesten. Europees erkende
richtlijnen stellen dat meer dan twee longfunctietesten per patiënt niet
efficiënt is om een diagnose te stellen, maar uit onderzoek bleek dat 80
procent van de pneumologen altijd vier longfunctietesten uitvoert. "Is
dat fraude? Neen. Zijn dat ontoelaatbare praktijken? Ja, als je ze aftoetst
aan de richtlijnen. Die 80 procent kreeg te horen dat ze geen goede
geneeskunde beoefenden, maar meerkosten genereerden", besluit Vincke.
Bert Lauwers
Het
Nederlands Deskundigenregister: Wet van 22 januari 2009 tot wijziging van
het Wetboek van Strafvordering tot verbetering van de regeling van de positie
van de deskundige in het strafproces (Wet deskundige in strafzaken)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut!
doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is aanvullende bepalingen op te nemen in het Wetboek van
Strafvordering ter verbetering van de regeling van de positie van de
deskundige in het strafproces;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met
gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk
Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 36c, eerste lid, komt te luiden:
-
1. Op het
onderzoek van de rechter-commissaris zijn de bepalingen van de
tweede tot en met vijfde afdeling van de Derde Titel van het Tweede
Boek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de
artikelen 207 en 208, derde lid.
B
In het Eerste Boek wordt na titel IIIA een nieuwe titel
ingevoegd, luidende:
TITEL
IIIC: DE DESKUNDIGE
Artikel
51i
-
1. Op de wijze
bij de wet bepaald wordt een deskundige benoemd met een opdracht
tot het geven van informatie over of het doen van onderzoek op een
terrein, waarvan hij specifieke of bijzondere kennis bezit.
-
2. Bij de
benoeming worden de opdracht die ten behoeve van het onderzoek in
de strafzaak moet worden vervuld en de termijn binnen welke de
deskundige het schriftelijk verslag uitbrengt, vermeld.
-
3. Aan de
deskundige wordt tevens opgedragen naar waarheid, volledig en naar
beste inzicht verslag uit te brengen.
-
4. Bij algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van
de kwalificaties waarover bepaalde deskundigen moeten beschikken
en over de wijze waarop in de overige gevallen de specifieke
deskundigheid van personen kan worden bepaald of getoetst.
Artikel
51j
-
1. Ieder die tot
deskundige is benoemd, is verplicht de door de rechter opgedragen
diensten te bewijzen.
-
2. De rechter
kan de deskundige geheimhouding opleggen.
-
3. De deskundige
kan zich verschonen in de gevallen bedoeld in de artikelen 217 tot
en met 219a.
-
4. De deskundige
ontvangt uit ’s rijks kas een vergoeding op de wijze bij de wet
bepaald. De rechter-commissaris kan, onverminderd artikel 591,
beslissen dat een deskundige die onderzoek op verzoek van de
verdachte heeft uitgevoerd dat in het belang van het onderzoek is
gebleken, uit ’s rijks kas een vergoeding ontvangt. Deze
vergoeding bedraagt niet meer dan die welke de op vordering van de
officier van justitie benoemde deskundige ontvangt.
Artikel
51k
-
1. Er is een
landelijk openbaar register van gerechtelijke deskundigen, dat
wordt beheerd op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen
wijze. Bij deze algemene maatregel van bestuur wordt het orgaan
ingesteld dat met deze taak wordt belast.
-
2. Bij benoeming
van een deskundige die niet is opgenomen in het register, bedoeld
in het eerste lid, wordt gemotiveerd op grond waarvan hij als
deskundige wordt aangemerkt.
Artikel
51l
-
1. De deskundige
brengt aan zijn opdrachtgever een met redenen omkleed verslag uit.
Hij geeft daarbij zo mogelijk aan welke methode hij heeft
toegepast, in welke mate deze methode en de resultaten daarvan
betrouwbaar kunnen worden geacht en welke bekwaamheid hij heeft
bij de toepassing van de methode.
-
2. Het verslag
wordt schriftelijk uitgebracht, tenzij de rechter bepaalt dat dit
mondeling kan geschieden.
-
3. De deskundige
verklaart het verslag naar waarheid, volledig en naar beste
inzicht te hebben opgesteld. Het verslag is gebaseerd op wat zijn
wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn
oordeel onderworpen is.
Artikel
51m
-
1. De rechter
kan de deskundige ambtshalve horen, op vordering van de officier
van justitie of op verzoek van de verdachte. De rechter kan zijn
dagvaarding bevelen. Ten aanzien van de deskundige en zijn verhoor
vinden de artikelen 211 tot en met 213 overeenkomstige toepassing.
-
2. De deskundige
wordt bij zijn verhoor op de terechtzitting beëdigd dat hij naar
waarheid en zijn geweten zal verklaren.
-
3. Ten aanzien
van de deskundige wordt geen bevel tot gijzeling verleend.
C
Artikel 151 vervalt en artikel 150 wordt vernummerd tot
artikel 151.
D
Artikel 150 komt te luiden:
Artikel
150
-
1. De officier van
justitie kan in het belang van het onderzoek ambtshalve of op het
verzoek van de verdachte een deskundige die als deskundige is
geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 51k, benoemen.
-
2. De bevoegdheid,
bedoeld in het eerste lid, komt ook toe aan de hulpofficier voor
zover het technisch onderzoek betreft, met uitzondering van de
gevallen waarin de wet anders bepaalt. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de
aard van het technisch onderzoek dat kan worden opgedragen.
E
Na artikel 150 (nieuw) worden drie artikelen 150a, 150b en
150c ingevoegd die luiden:
Artikel
150a
-
1. De officier van
justitie geeft aan de verdachte schriftelijk kennis van de aan de
deskundige verleende opdracht en van tijd en plaats van het
onderzoek, tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen
verzet. De verdachte kan verzoeken tot het doen van aanvullend
onderzoek of het geven van aanwijzingen omtrent het uit te voeren
onderzoek.
-
2. Van de uitslag
van het onderzoek geschiedt tevens kennisgeving aan de verdachte.
Zodra het belang van het onderzoek zich niet meer verzet tegen de
mededeling bedoeld in het eerste lid, geeft de officier van justitie
kennis van het verlenen van de opdracht en de uitslag daarvan.
-
3. De verdachte
kan naar aanleiding van de uitslag binnen twee weken na kennisgeving
daarvan om een tegenonderzoek verzoeken. Hij geeft daarbij aan om
welke redenen hij het doen verrichten van een tegenonderzoek
aangewezen acht. Hij geeft voorts aan welke deskundige het
onderzoek, dat gelijkwaardig moet zijn aan het eerste onderzoek, zou
moeten uitvoeren.
-
4. Geen uitstel
van kennisgeving van de uitslag vindt plaats van onderzoek dat is
uitgevoerd op verzoek van de verdachte.
Artikel
150b
-
1. Indien de
officier van justitie een verzoek van de verdachte tot benoeming van
een deskundige of tot het doen verrichten van een tegenonderzoek,
aanvullend of volgens bepaalde aanwijzingen uit te voeren onderzoek
weigert, geeft hij daarvan gemotiveerd kennis aan de verdachte.
-
2. De verdachte
kan na deze weigering binnen twee weken na de kennisgeving, bedoeld
in het eerste lid, de rechter-commissaris verzoeken alsnog tot
benoeming van een deskundige of uitbreiding van het onderzoek over
te gaan.
-
3. De
rechter-commissaris beslist zo spoedig mogelijk op dit verzoek en
geeft daarvan kennis aan de verdachte en de officier van justitie.
Artikel
150c
-
1. Indien de
officier van justitie op grond van artikel 150a, derde lid, of de
rechter-commissaris op grond van artikel 150b, derde lid, een
tegen<?xpp afbm?>onderzoek gelast, verleent hij daartoe
opdracht aan een deskundige. Hij doet daarvan schriftelijk
mededeling aan de verdachte.
-
2. De deskundige
die het tegenonderzoek verricht, wordt in staat gesteld dit uit te
voeren; hij verkrijgt daartoe toegang tot het onderzoeksmateriaal en
de desbetreffende gegevens uit het eerste onderzoek.
-
3. Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld omtrent de uitvoering van het onderzoek bedoeld in het
eerste lid.
F
Artikel 175 wordt als volgt gewijzigd:
Na nummering van leden van artikel 175 van 1 tot en met 3,
wordt een vierde lid toegevoegd dat luidt:
G
Artikel 176 komt te luiden:
Artikel
176
De rechter-commissaris kan ambtshalve, op vordering van de officier
van justitie of verzoek van de verdachte, een of meer deskundigen
benoemen op de wijze bepaald in artikelen 227 tot en met 232. Het
verzoek van de verdachte om benoeming van een deskundige geldt als een
verzoek op grond van artikel 36a.
Ga
A. In de artikelen 276,
derde lid, 290, tweede lid, 360 en 466, eerste lid, wordt «artikel 216,
tweede lid,» telkens vervangen door: artikel 216a, tweede lid.
B. Artikel 191, vierde lid,
komt te luiden:
-
4. De tolk wordt
zo nodig op bevel van de rechter-commissaris gedagvaard en wordt beëdigd
dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen. Artikel 216a,
tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
H
Artikel 195b, derde lid, komt te luiden:
I
Artikel 215, tweede volzin, komt te luiden:
De deskundige verklaart naar waarheid en zijn geweten te verklaren.
Ia
Artikel 216 komt te luiden:
Artikel
216
-
1. De
rechter-commissaris beëdigt de getuige of deskundige indien:
-
a. er naar zijn
oordeel gegrond vermoeden bestaat dat deze niet op de
terechtzitting zal kunnen verschijnen of dat diens gezondheid of
welzijn door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting
in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar
zwaarder weegt dan het belang om hem ter terechtzitting te
ondervragen,
-
b. de overlegging van
beëdigde verklaringen noodzakelijk is om de uitlevering van de
verdachte te verkrijgen;
-
c. een afspraak
ingevolge artikel 226h, derde lid, of artikel 226k, eerste lid,
rechtmatig is geoordeeld.
-
2. Onverminderd de
beëdiging van een getuige op grond van het eerste lid en de
artikelen 226c, tweede lid, en 226n, tweede lid, kan de
rechter-commissaris, indien hij dat noodzakelijk acht in verband met
de betrouwbaarheid van de door de getuige af te leggen verklaring,
overgaan tot beëdiging.
-
3. Indien de
rechter-commissaris dit buiten de gevallen bedoeld in het eerste
lid, onder a en b, noodzakelijk oordeelt, kan hij de deskundige bij
zijn verhoor beëdigen.
Ib
Ingevoegd wordt een nieuw artikel 216a dat luidt:
Artikel
216a
-
1. De
rechter-commissaris beëdigt de getuige dat hij de gehele waarheid
en niets dan de waarheid zal zeggen.
-
2. Indien een
getuige met gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn
geestvermogens naar het oordeel van de rechter-commissaris, de
betekenis van de eed niet voldoende beseft, of indien de getuige de
leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, wordt hij niet beëdigd,
maar aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te
zeggen.
-
3. De
rechter-commissaris beëdigt de deskundige dat hij naar waarheid en
zijn geweten zal verklaren.
-
4. De reden van beëdiging
of aanmaning wordt in het proces-verbaal vermeld.
J
De artikelen 227 tot en met 232 komen te luiden:
Artikel
227
-
1. De
rechter-commissaris kan in het belang van het onderzoek ambtshalve,
op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de
verdachte, een of meer deskundigen benoemen.
-
2. Bij het verzoek
van de verdachte om een deskundige te benoemen kan hij een of meer
personen als deskundige aanbevelen. Tenzij het belang van het
onderzoek zich hiertegen verzet, kiest de rechter-commissaris een of
meer der deskundigen uit de door de verdachte aanbevolen personen.
Artikel 51k, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel
228
-
1. De
rechter-commissaris geeft kennis van zijn beslissing tot benoeming
van een deskundige aan de officier van justitie en de verdachte en
van de opdracht die aan de deskundige is verstrekt.
-
2. In het belang
van het onderzoek kan de rechter-commissaris ambtshalve of op
vordering van de officier van justitie de kennisgeving, bedoeld in
het eerste lid, uitstellen, totdat het belang van het onderzoek zich
daartegen niet meer verzet.
-
3. Op vordering
van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte kan de
rechter-commissaris aanvullend onderzoek bevelen. De
rechter-commissaris doet daarvan mededeling aan de deskundige, de
officier van justitie en de verdachte.
-
4. De verdachte
aan wie van de opdracht aan de deskundige kennis is gegeven, is
bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht
heeft bij het onderzoek van de deskundige tegenwoordig te zijn,
daarbij de nodige aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Hij
doet daarvan binnen een week na de dagtekening van de mededeling op
grond van het eerste lid, opgave aan de rechter-commissaris en de
officier van justitie.
Artikel
229
-
1. De deskundige
kan zich voor het uitbrengen van zijn rapport ter verheldering van
zijn opdracht wenden tot de rechter-commissaris. Van zijn antwoord
daarop doet de rechter-commissaris mededeling aan de officier van
justitie en de verdachte. De rechter-commissaris kan eveneens een
mondeling onderhoud gelasten met de deskundige. Hij stelt de
officier van justitie en de verdachte in de gelegenheid daarbij
tegenwoordig te zijn.
-
2. In het belang
van het onderzoek kan de mededeling aan de verdachte bedoeld in het
eerste lid, worden uitgesteld; om dezelfde reden kan de
rechter-commissaris afzien van de mogelijkheid van aanwezigheid van
officier van justitie en verdachte bij het onderhoud met de
deskundige.
Artikel
230
-
1. Nadat de
deskundige zijn rapport aan de rechter-commissaris heeft ingezonden,
doet de rechter-commissaris daarvan een kopie toekomen aan de
officier van justitie en de verdachte. Artikel 228, tweede lid, is
van overeenkomstige toepassing.
-
2. De verdachte
aan wie van de uitslag van het onderzoek is kennis gegeven, is
bevoegd een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft het
toegezonden verslag te onderzoeken.
Artikel
231
-
1. Ingeval het
rapport van de deskundige daartoe aanleiding geeft, kan de
rechter-commissaris, ambtshalve, op de vordering van de officier van
justitie of op het verzoek van de verdachte, nader onderzoek
opdragen aan dezelfde deskundige dan wel onderzoek aan een of meer
andere deskundigen opdragen. De artikelen 229 en 230 zijn van
overeenkomstige toepassing.
-
2. De
rechter-commissaris verstrekt aan de op grond van het eerste lid
benoemde nieuwe deskundige een kopie van het verslag.
Artikel
232
De rechter-commissaris kan de deskundige ambtshalve, op vordering van
de officier van justitie of op verzoek van de verdachte horen. De
rechter-commissaris kan zijn dagvaarding bevelen. Ten aanzien van de
deskundige en zijn verhoor vinden de artikelen 211 tot en met 213
overeenkomstige toepassing.
K
De artikelen 233 tot en met 235 vervallen.
L
Artikel 299 komt te luiden:
Artikel
299
Onverminderd artikel 51m, zijn alle bepalingen in deze titel
betreffende getuigen en hun verklaringen ook van toepassing ten aanzien
van deskundigen en hun verklaringen.
M
Artikel 343 komt te luiden:
Artikel
343
Onder verklaring van een deskundige wordt verstaan zijn bij het
onderzoek op de terechtzitting afgelegde verklaring over wat zijn
wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel
onderworpen is, al dan niet naar aanleiding van een door hem in opdracht
uitgebracht deskundigenverslag.
N
Artikel 344, eerste lid, onder 4°, komt te luiden:
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
ARTIKEL III
Deze wet wordt aangehaald als de Wet deskundige in strafzaken.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 22 januari 2009
Beatrix
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de derde februari 2009
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
Gerecht herziet verouderde sekswetten:
Het hoogste rechtscollege in ons land, het Grondwettelijk Hof, gaat zich over
de belangrijkste wetten in ons seksueel strafrecht buigen. Al meer dan dertig
zedenzaken wachten op duidelijkheid.
Verkrachting en aanranding eerbaarheid
Advocaten en zelfs magistraten klagen er al jaren over: de twee belangrijkste
wetten in ons seksueel strafrecht, die rond verkrachting en aanranding van de
eerbaarheid, blinken uit in onduidelijkheid en zijn totaal achterhaald. Al een
paar keer zag het ernaar uit dat de wetten grondig herbekeken zouden worden.
Maar telkens draaide het op niets uit.
Instemmingsleeftijd
Nu is het Grondwettelijk Hof dan toch bereid duidelijkheid te scheppen. Op 22
september worden de eerste knopen doorgehakt. De belangrijkste vragen waarover
het rechtscollege zich zal buigen, luiden: kan een tiener al op zijn veertiende
instemmen met seks? Of pas op zijn zestiende? Wat is een aanranding? Valt het
kussen van een minderjarige daar ook nog onder?
Honderd jaar oud
"Er moet dringend duidelijkheid komen", zegt Kristiaan
Vandenbussche, de Gentse advocaat die de zaak aan het rollen bracht. "De
nood aan een klare wetgeving dringt zich op. De meest essentiële wetten over
ons seksueel strafrecht zijn meer dan honderd jaar oud." (belga/lb)
Geestelijk onderzoek Karst T. nog gaande
Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie
en Psychologie (NIFP) is nog bezig met een onderzoek naar de geestelijke
gesteldheid van Karst T. Over zijn gedrag zijn daarom nog geen
gedragswetenschappelijke uitspraken doen.
Geïsoleerd bestaan
Dat blijkt uit het vrijdag gepresenteerde onderzoeksrapport. Wél staat vast dat
Karst T. een tamelijk geïsoleerd bestaan leidde. Tot zijn middelbareschooltijd
was T. een 'gewone jongen' uit een stabiel gezin. Op de middelbare school begon
hij drugs te gebruiken. Later had hij steeds minder contact met jeugdvrienden,
was er geen sprake van een relatie of carrière. Eind jaren negentig was hij
werkloos. Later werkte hij bij een benzinepomp, maar in september vorig jaar zat
hij wederom zonder werk. Afgelopen januari en februari meed hij ieder contact,
ook met zijn familie.
Huur opgezegd
Eind maart zegde hij de huur van zijn flat in Huissen per 1 mei op. Uit het
onderzoek kwam echter geen voorbereiding op een verhuizing aan het licht. Op 29
april feliciteerde hij zijn moeder met haar verjaardag. Diezelfde dag werd hij
in zijn auto op de A12 richting Apeldoorn gezien.
Beroemd
Uit een getuigenverklaring blijkt dat de dader in de afgelopen vijf haar eenmaal
speelde met de gedachte van een aanslag. Karst T zei in 2004 dat hij ,,beroemd
zou worden". Op de vraag 'hoe? volgende het antwoord ,,een aanslag op het
koninklijk huis."
'Trots'
Volgens een gezinslid was Karst T. echter trots op het koninklijk huis. Wat hem
uiteindelijk dreef om op 30 april op de koninklijke stoet in te rijden, valt
volgens het vrijdag gepresenteerde stafrechtelijke onderzoek niet meer volledig
te herleiden.
04/09/2009
Onderzoeksrapportage Koninginnedag 2009: klik
hier:
Maatjes-project voor (ex-)gedetineerde moeders
Gezin in Balans-coördinator voor de regio Almere Angéliquè van
Beckhoven met het prentenboek \'een mama in de gevangenis\'. (Foto:
Maaike Bosma)
ALMERE - Sinds enige tijd ondersteunen maatjes van Gezin in Balans van
Humanitas (ex)gedetineerde moeders in Almere. De gemeente Almere is
enthousiast over deze vorm van nazorg die aan deze specifieke doelgroep
wordt geboden. Het ziet er dan ook naar uit dat de gemeente per januari 2010
de nazorgtrajecten van Gezin in Balans gaat financieren. Er is dringend
behoefte aan geschikte vrijwilligers - die zelf ook moeder zijn - om de
vrouwen een steuntje in de rug te geven bij hun terugkeer in de maatschappij
en binnen het gezin.
Angéliquè van Beckhoven is werkzaam als coördinator van Gezin in
Balans in Almere: 'Ik ben heel blij dat de gemeente het belang van ons werk
onderkent en de subsidie-aanvraag positief bekijkt. Er is namelijk een
behoorlijk aantal vrouwen in Almere dat op onze steun rekent.'
Hoe belangrijk de expertise van Gezin in Balans voor de moeders is, licht
Van Beckhoven als volgt toe: 'Als een moeder in de gevangenis zit, hebben
haar kinderen het moeilijk. Daardoor voelt de moeder zich vaak dubbel
gestraft vanwege de consequenties voor haar kinderen. Tijdens detentie
helpen we de vrouwen om zo goed mogelijk om te gaan met hun moederschap op
afstand en hen voor te bereiden op de periode na detentie.'
Ook na thuiskomst kunnen de moeders rekenen op ondersteuning. Van
Beckhoven: 'Als een moeder na haar detentie weer thuis komt, valt het niet
mee om het gezinsleven weer op te pakken. Het is immers niet makkelijk om
gevangen te zitten, maar vaak is het nog moeilijker om de draad weer op te
pakken in vrijheid. De kinderen zijn ouder geworden zonder dat je daarin
meegegroeid bent als moeder. Of ze zijn een andere opvoeder en andere regels
gewend. Dan moet je een hele inhaalslag maken. De bezoeken van een maatje
zijn dan een welkom steuntje in de rug. In Almere hebben we op korte termijn
een flink aantal nieuwe vrijwilligers nodig.'
Gezin in Balans van Humanitas ondersteunt in heel Nederland (ex-)gedetineerde
moeders en hun kinderen. In de vrouwengevangenissen doet Gezin in Balans dit
onder andere door het geven van informatie en trainingen. Ook ontwikkelde
het project speciale (kinder)boeken.
Ook na vrijlating is ondersteuning door een moedermaatje dus mogelijk. De
vrijwilliger bezoekt de moeder eenmaal per week in haar thuissituatie. Waar
moet een goede vrijwilliger aan voldoen? Angéliquè van Beckhoven: 'In het
contact tussen de (ex)gedetineerde moeder en de vrijwilliger zijn
gelijkwaardigheid en een goed luisterend oor belangrijk. Leeftijd en
opleiding zijn niet van belang. Een positieve houding en tegen een stootje
kunnen des te meer.'
Voordat de vrijwilligers aan de slag gaan voor Gezin in Balans, worden ze
tijdens een training voorbereid. De eerstvolgende training start begin
oktober. Na deze training kan de vrijwilliger rekenen op de steun van de coördinator
en inspirerende collega's.
Meer informatie: info@gezin-in-balans.nl, 073- 6891733 of http://www.gezin-in-balans.nl.
Licht verstandelijk beperkte plegers van seksueel overschrijdend
gedrag : en nu ? - Een ontmoetings- en uitwisselingsnamiddag - vooraankondiging
swv Ampel, Fides (ggz Prisma – Beernem) en het SEN
organiseren een ontmoetings- en uitwisselingsnamiddag
voor professionelen uit het middenkader, die werkzaam zijn bij mensen met een
licht verstandelijke beperking én die reeds geconfronteerd werden met seksueel
grensoverschrijdend gedrag bij hun cliënten. We zoeken professionelen die met
andere professionelen dit onderwerp bespreekbaar willen maken door een
uitwisseling van ervaringen en deskundigheid. Meer info volgt later.
Man beschuldigt kat van kinderporno
Poes zou plaatjes hebben gedownload
11 augustus 2009 | Janneke Scheepers
Het lijkt te bizar om waar te zijn. Een Amerikaan uit Florida die ervan wordt
beschuldigd kinderporno te hebben gedownload, wijst verwijtend naar zijn kat.
Diverse websites doen melding van het voorval.
Verdachte K. G. beweert dat hij onschuldig muziek aan het downloaden was. Hij
zegt de kamer te hebben verlaten en na terugkomst allerlei "vreemde
dingen" op zijn computer te hebben aangetroffen. De logische
verklaring: zijn kat is op het toetsenbord gesprongen en heeft de kinderporno
gedownload.
Het gaat om meer dan duizend afbeeldingen, zeggen de betrokken rechercheurs.
Griffins uitleg heeft niet mogen baten. Hij wordt vastgehouden in de
gevangenis van Martin County. De kat is nog op vrije voeten.
Justitie kent dit jaar geen rustige vakantie:
Er zijn de ontsnappingen en ....
er is dit:
Politie onthult fraude magistraten
De federale gerechtelijke politie van Brussel heeft minister van Justitie
Stefaan De Clerck (CD&V) op de hoogte gebracht van een strafdossier tegen
hoge magistraten in Brussel. De politie heeft aanwijzingen dat zowel het
parket-generaal van Brussel als het parket-generaal bij Cassatie de verdachte
magistraten in bescherming wil nemen. Voor de Brusselse recherche was de enige
uitweg het dossier door te spelen aan de minister van Justitie (lees
meer).
en er is dat:
Fortisgate: Ivan Verougstraete tipte advocaat
10/08/2009 14:59 (KNACK)
Ivan Verougstraete, voorzitter van het Hof van Cassatie, heeft in december
2008 wel degelijk uit de biecht geklapt over het Fortisarrest. Dat vernam Knack
bij verscheidene betrouwbare bronnen.
Nadat hij gealarmeerd was door rechter Christine Schurmans over de
'onregelmatige besluitvorming' binnen de 18e kamer van het hof van beroep, zou
hij contact hebben gehad met advocaat Jean-Marie Nelissen Grade van het
internationale advocatenkantoor Linklaters LLP.
Nelissen Grade, die advocaat bij het Hof van Cassatie is, leidde een team van
topjuristen die Fortis bijstonden bij de overname door BNP Paribas. Hij is ook
deeltijds hoogleraar aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de K.U.Leuven, en is
net als Verougstraete een specialist inzake handels- en vennootschapsrecht.
Volgens dit spoor werd met de informatie die Nelissen Grade over de gang van
zaken bij de 18e kamer van het hof van beroep zou hebben gekregen, vermoedelijk
de ultieme procedurezet van de Federale Participatie- en
Investeringsmaatschappij in gang gezet.
De FPIM diende op 11 december in de late namiddag een verzoekschrift in om de
debatten te heropenen en zodoende het arrest uit te stellen. Daarmee wilde men
voorkomen dat de Fortisaandeelhouders zich over een overname van Fortis door het
Franse BNP Paribas konden uitspreken.
Als de Gentse raadsheer-onderzoeksrechter Henri Heimans (die de zaak
onderzoekt) deze informatie hard kan maken, keert Fortisgate als een boemerang
terug naar de top van de magistratuur.
Het kan zo misschien ook genoegdoening schenken aan ex-minister van Justitie
Jo Vandeurzen. In zijn ontslagbrief van 19 december schreef hij: 'De
geschiedenis zal aantonen op welke manier de magistratuur zelf een zeer
belangrijke rol heeft gespeeld in het tot stand komen van deze crisis van de
instellingen.'
Bijna helft gevangenen is van vreemde origine
13 augustus 2009, 07:33
Het aantal gedetineerden van vreemde origine is de voorbije twee jaar
fors gestegen. Welgeteld 4.381 gedetineerden in de Belgische gevangenissen
hebben een buitenlandse nationaliteit. Op een totaal van een kleine 10.000
gedetineerden is bijna de helft dus van vreemde origine. Dat schrijft De Morgen
donderdag.Twee jaar geleden ging het nog om 36 procent. "Het is
een heterogene groep uit wel honderd landen", zegt criminologe Eveline De
Wree. De cijfers, die dateren van april, zijn opgevraagd door Kamerlid Sabien
Lahaye-Battheu (Open Vld) bij minister van Justitie Stefaan De Clerck
(CD&V). Gedetineerden met een dubbele nationaliteit, zoals de onlangs
ontsnapte Ashraf Sekkaki, worden niet bij de vreemdelingen meegeteld. Uit de
gegevens blijkt dat van de 4.381 gedetineerden met vreemde nationaliteit zowat
de helft (2.200) een effectieve celstraf uitzit, het merendeel van de anderen
(1.955) verblijft in voorlopige hechtenis. Ook dat is omzeggens de helft van
alle voorlopige hechtenissen. (TIP)
bron: Belga
Chirurgische ingreep voor 64% debet aan onbedoelde schade patiënt
Verkeerde chirurgische ingrepen zijn voor 64% verantwoordelijk voor
onbedoelde schade die patiënten oplopen in ziekenhuizen. 36,5% van deze
ingrijpen was meer dan waarschijnlijk vermijdbaar en 4,3% zeker vermijdbaar.
Van alle vermijdbare schade kan 73% in verband worden gebracht met een
inadequate of te late ingreep of behandeling, terwijl de diagnose
daarentegen juist was.
Dat meldt het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zaterdag in
een onderzoek naar patiëntveiligheid. Het onderzoek werd uitgevoerd door
artsen en wetenschappers van het Onderzoekscentrum Patiëntveiligheid VU
Medisch Centrum, EMGO Instituut Amsterdam en Nederlands Instituut voor
onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL). Het onderzoek behelst een
steekproef van 7926 patiënten uit 21 ziekenhuizen: 4 academische, 6
topklinische en 11 algemene ziekenhuizen. De onderzoekers keken naar schade
bij specialismen die opereren of in de operatiekamer werken (zoals
chirurgen, orthopeden, anesthesisten etc.)
Er is sprake van onbedoelde uitkomst met schade aan de patiënt als de patiënt
onbedoelde lichamelijke of psychische schade oploopt; de schade zo ernstig
is dat er sprake is van tijdelijke of permanente gezondheidsbeperking, extra
behandeling, langer verblijven in het ziekenhuis dan wel het voortijdig
overlijden van de patiënt; en als het handelen of niet handelen van een
zorgverlener heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
'De meeste onbedoelde schade bij de snijdende specialismen ontstond binnen
de algemene chirurgie. Bij 2% van de patiënten was er een blijvende
gezondheidsbeperking, en bij 8% had de onbedoelde schade mogelijk mede
bijgedragen aan het voortijdig overlijden van de patiënt', aldus de
onderzoekers.
'Binnen de vaatchirurgie had 14% van de onbedoelde schade waarschijnlijk
mede bijgedragen aan het overlijden van de patiënt. Blijvende
gezondheidsbeperkingen traden relatief vaker op bij schades binnen de
vaatchirurgie, gynaecologie, plastische chirurgie en anesthesiologie. In het
algemeen leidde de onbedoelde schade bij gemiddeld 5% van de patiënten tot
permanente gezondheidsbeperkingen zoals abnormaal lage bloeddruk na een
operatie met als gevolg een herseninfarct en schade aan de hartspier.'
De onderzoekers benadrukken dat het tijdig vragen van hulp van
collega-chirurgen en betere supervisie en training van artsen in opleiding
tot specialist nuttig kunnen zijn. Ook moeten chirurgen zich niet laten
opjagen tijdens de operatie door tijdnood en drukte.
NTVG
Gros gevangenen heeft psychische stoornis:
AMSTERDAM - Meer dan de helft van de gevangenen in Nederland heeft een
psychische stoornis. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers van de
Nijmeegse Pompestichting,
een instelling waar gedetineerden met psychische stoornissen worden behandeld.
Het onderzoek is gepubliceerd in het Nederlands
Tijdschift voor Geneeskunde.
De onderzoekers hebben de situatie van 191 gevangenen onder de loep genomen.
Van hen heeft ruim 56 procent een psychische stoornis, die al dan niet te maken
heeft met verslaving. Ruim tachtig procent heeft ooit een stoornis gehad.
Volgens de onderzoekers worden grote problemen, zoals een psychose, wel
opgemerkt door de artsen die in de gevangenis werken. Maar problemen zoals
autisme blijven vaak onopgemerkt. Ze vinden dat daarin verandering moet komen
(10 augustus 2009 de Telegraaf).
Dementie en rechten van de patiënt:

Meerdere wettelijke bepalingen hebben een impact op de autonomie van personen
met dementie. Deze bepalingen hebben ongetwijfeld de bedoeling om de persoon te
beschermen, niet om zijn vrijheid onnodig in te perken of hem te bestraffen.
Toch wordt dat niet altijd zo ervaren. De intrekking van het rijbewijs of de
aanstelling door de vrederechter van een voorlopig bewindvoerder omdat de
persoon met dementie niet meer in staat wordt geacht zijn
goederen te beheren, wordt soms beleefd als een inperkende maatregel of zelfs
als een aanslag op de autonomie. De persoon met dementie verliest dan van de ene
dag op de andere bepaalde rechten. Die abruptheid contrasteert met het gegeven
dat dementie een evoluerende aandoening is waarvan de evolutie verschilt van
persoon tot persoon. In ons land bestaan er verscheidene wettelijke
beschikkingen om de persoon met dementie te beschermen en/of te anticiperen op
het ogenblik dat hij niet meer in staat zal zijn om zelf beslissingen te nemen.
De toepassing gebeurt echter niet steeds optimaal vanwege een gebrek aan
informatie of het ontbreken van een dialoog tussen de betrokken actoren.
Bovendien is het moeilijk om rekening te houden met de werkelijke capaciteiten
die een persoon met dementie nog heeft.
Wil je hierover méér lezen? Klik
hier.
Vroege interventies voor PTSD waardeloos?
July 17, 2009 — Parachuting in therapists to counsel everyone exposed to a
traumatic event has become almost routine as an attempt to prevent posttraumatic
stress disorder (PTSD), but these early therapy sessions but may be doing more
harm than good, according to a new Cochrane Database of Systematic Reviews
published online July 8.
PTSD Linked to 2-fold Increased Risk for Dementia in Veterans
Caroline Cassels
July 14, 2009 (Vienna, Austria) — New research shows that posttraumatic
stress disorder (PTSD) significantly increases the risk for dementia in later
life.
In the first study to show this association, Kristine Yaffe, MD, from the
University of California, San Francisco, and colleagues found that older
veterans with PTSD had nearly a 2-fold increased risk for dementia compared
with their counterparts without PTSD.
The findings, which were presented here at the Alzheimer's Association 2009
International Conference on Alzheimer's Disease (ICAD 2009), showed that
veterans with PTSD developed new cases of dementia at a rate of 10.6% over the
7 years of follow-up, vs 6.6% of those without PTSD.
“What we found was that over the 7-year period those with PTSD had about
a doubling of the risk of developing dementia,” Dr. Yaffe told reporters
attending a press conference.
In addition, PTSD did not appear to be associated with a particular
dementia type but rather had an “across-the-board effect” for all
dementias, including vascular dementia and Alzheimer's disease (AD).
Previous research has shown that PTSD, a common sequela of trauma exposure,
is associated with increased mortality and morbidity related to cardiovascular
disease and depression, among others. Further, it is estimated that 15% to 20%
of individuals experiencing a serious traumatic event will develop PTSD.
Chronic Condition
In addition, said Dr. Yaffe, it is important to understand that PTSD is
often a chronic condition. "Just because the exposure that causes PTSD
may have occurred 20 or 30 years ago doesn't mean it necessarily goes away or
that it is without long-term sequelae,” said Dr. Yaffe.
Further, while some evidence suggests that PTSD can affect cognition and is
linked with lower hippocampal volume, until now no one has investigated a
potential link between PTSD and dementia, said Dr. Yaffe.
To examine the question of whether PTSD might carry an increased risk for
dementia, the researchers used data from the Department of Veterans Affairs
National Patient Care Database.
The retrospective cohort study included 181,093 veterans aged 55 years and
older without dementia at baseline and compared rates of newly diagnosed
dementia or cognitive impairment in 53,155 subjects with a diagnosis of PTSD
and 127,938 subjects without PTSD.
Subjects' mean age at baseline was 68.8 years, and 97% were male. Over the
7-year follow-up period, those without PTSD had a rate of dementia rate of
6.6%, vs 10.6% for those with PTSD.
After adjustment for demographics and medical and psychiatric comorbidities,
PTSD patients were still nearly twice as likely to develop incident dementia (HR,
1.77; 95% CI, 1.7 – 1.9). The results were similar when investigators
excluded subjects with a history of traumatic brain injury, substance abuse,
or depression.
Need for Replication
Because the study is the first to show this association, Dr. Jaffe said
these findings should be considered “somewhat preliminary” and need to be
replicated. Nevertheless, she added, if the results can be reproduced and the
mechanisms identified, the implications could be significant.
“In light of current wars and other traumatic exposures, if you could
effectively treat people with PTSD, it may provide us with a way to prevent
dementia. The other thing we need to do is increase awareness that PTSD is not
just a one-time diagnosis. It could potentially be a lifetime diagnosis, with
the possibility of maybe major sequelae down the line associated with aging,”
said Dr. Jaffe.
Commenting on the study, Alzheimer's Association spokesperson Maria Carillo,
PhD, said the findings are particularly critical in light of the current
conflicts in Iraq and Afghanistan, which will likely add to the growing burden
of Alzheimer's disease, which is expected to increase exponentially over the
next 20 to 30 years as the population ages.
The study is funded by the US Department of Defense.
Alzheimer's Association 2009 International Conference on Alzheimer's
Disease: Abstract 09-A-459-ALZ. Presented July 13, 2009.
Nieuw aangifteformulier voor beroepsziekten
Er bestaat een vernieuwd aangifteformulier voor
preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren. Zij moeten dit formulier gebruiken om
aandoeningen die in verband staan met het werk bij het FBZ en de FOD WASO te
melden. Het vernieuwde formulier is zo opgemaakt dat het snel omgevormd kan
worden tot een volledig elektronisch formulier. Op dit moment is dat nog niet
het geval en moet het formulier wel nog per post worden verstuurd. Een
preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die een aangifte wenst te doen, kan het
formulier downloaden van dfe webstek van het FBZ.
Voor alle duidelijkheid: er is een onderscheid tussen een aangifteformulier
en een aanvraagformulier. Het laatste formulier wordt gebruikt door personen die
een aanvraag tot schadeloosstelling voor een beroepsziekte willen indienen. Dit
formulier is niet veranderd. Het aangifteformulier wordt louter door
preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren gebruikt. Zij zijn wettelijk verplicht om
de FOD WASO (nl. de arbeidsgeneesheer-arbeidsinspecteur van de Algemene Directie
Toezicht op het Welzijn op het Werk) en het FBZ (nl. de geneesheer-adviseur) op
de hoogte te brengen telkens als zij een beroepsziekte of arbeidsgerelateerde
ziekte vaststellen of hiervan op de hoogte worden gebracht door een arts. Het
Fonds verzamelt deze aangifteformulieren enerzijds voor statistische doeleinden,
maar anderzijds ook om de werknemer te informeren dat hij een aanvraag tot
schadeloosstelling kan indienen.
Het vernieuwde model voor de aangifte van beroepsziekten werd opgesteld met
het oog op de latere uitwerking van een volledig elektronische aangifte.
Daarnaast was er ook een vernieuwd model nodig omdat de
beroepsziektereglementering wijzigingen had ondergaan. Het ging enerzijds om
wijzigingen die betrekking hebben op de invoering van het gemengd systeem (open
systeem in combinatie met het lijstsysteem) en anderzijds wijzigingen die
rekening houden met de invoering in 2006 van het concept arbeidsgerelateerde
ziekten. De grote lijnen van het aangifteformulier zijn evenwel behouden
gebleven.
Het vernieuwde formulier vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid,
Arbeid en Sociaal Overleg en op de website van het Fonds voor de beroepsziekten.
Wie de wetgeving er graag op naleest, kan terecht in het Belgisch Staatsblad
van 14 mei 2009. Daar vindt u dan het Koninklijk besluit van 26 april 2009 tot
wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het
gezondheidstoezicht op de werknemers, met in bijlage IV het nieuwe
aangifteformulier.
Lijst van de beroepsziekten
VVEP adviseert haar leden om de opleiding 'Gerechtelijk expert' te volgen:
Het Opleidingsinstituut voor Gerechtelijke Experts van de Faculteit Rechtsgeleerdheid
(UGent) staat in voor de organisatie van de permanente vorming (voorheen postacademische
opleiding) "Inleiding tot het recht voor gerechtelijke experts". Deze opleiding
werd sinds het academiejaar 1999-2000 jaarlijks georganiseerd, met ingang
van 2005-2006 wordt de opleiding tweejaarlijks ingericht.
Meer dan 700 personen die zeer regelmatig als gerechtsdeskundige worden aangesteld
(of die de ambitie hebben om als gerechtsdeskundige te worden aangewezen) hebben
1999 de opleiding gevolgd. Niet minder dan 572 deelnemers hebben in die tijdspanne
met succes deelgenomen aan het afsluitende examen
en werden in het bezit gesteld van het officieel getuigschrift van de Gentse Universiteit.
N.a.v. de plechtige proclamatie van de promovendi 2003-04 op 3 december 2004 benadrukte
Prof. dr. Boudewijn Bouckaert, lid van de Hoge Raad voor de Justitie, andermaal het
belang van een gedegen basisopleiding in het recht voor (kandidaat-)gerechtsdeskundigen.
In september 2008 werden de gepromoveerden van de zevende editie van de opleiding (2007-2008) geproclameerd.
In oktober 2009 zal de volgende editie van de opleiding ingericht worden (mits voldoende inschrijvingen).
De duur van de opleiding bedraagt
20 weken (telkens op donderdagavond, van 18.00 tot 21.30 uur; onderbreking tijdens
de schoolvakanties).
voor meer informatie: klik hier
Dode Karst T. psychisch onderzocht
APELDOORN -
De aanslagpleger van Koninginnedag, Karst T., wordt ondanks zijn overlijden
psychiatrisch onderzocht.
Foto:
Eric Peter van der Wal
Het Pieter Baan Centrum (PBC) in
Utrecht is gestart met een gedragsonderzoek naar de overleden dader. "Het
is nooit eerder voorgekomen dat we psychologisch onderzoek deden naar iemand die
al is overleden", aldus een medewerker. Ook het landelijk parket, dat het
onderzoek naar de aanslag op 30 april coördineert, spreekt van een unicum.
De
gedragsdeskundigen moeten vooral de toerekeningsvatbaarheid van T. onderzoeken
toen hij nog in leven was.
Karakterschets
Het psychiatrisch onderzoek van de overleden Karst T. richt zich vooral op zijn
omgeving, ouders, familieleden, vrienden en werkkring. Daarbij wordt gekeken
naar verklaringen van naasten en wordt een zorgvuldige karakterschets opgesteld.
Van belang is daarbij onder andere hoe de man reageerde op incidenten tijdens
zijn leven en wordt zijn arbeidsverleden onder de loep genomen. Op basis daarvan
moet het PBC aan het openbaar ministerie (OM) rapporteren.
Karst T. (37) uit Huissen doodde zeven mensen door op Koninginnedag met zijn
auto met hoge snelheid in te rijden op het publiek bij de koninklijke rijtoer.
"Het psychiatrisch onderzoek is ook de reden dat de uitkomsten van de
verschillende onderzoeken langer op zich laten wachten", aldus De Bruin.
Direct na het drama begon de Nationale Recherche
onder leiding van het landelijk parket met onderzoek naar eventuele
medeverdachten van Karst T. Tot nu toe is niet gebleken dat anderen in het
complot zaten.
Behalve het psychiatrisch onderzoek van het PBC, vindt er een onderzoek plaats
van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding dat zich richt op de
beveiliging van de koninklijke familie. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid
onderzoekt het functioneren van de gemeente Apeldoorn rond Koninginnedag.
-
Verkrachting haast altijd onbestraft:
Overgenomen uit De Standaert (lees daar
ook méér)
woensdag 17 juni 2009, Auteur:
Filip Verhoest
de verkrachting
van Tamar
BRUSSEL - Van honderd strafdossiers over verkrachting blijft er op het
einde van de rit welgeteld één veroordeling over tot een effectieve
gevangenisstraf.
Van honderd verkrachtingsdossiers, uit de periode 2001 tot 2007, hebben er
uiteindelijk maar vier tot een veroordeling door een Belgische strafrechter
geleid. In slechts één geval heeft de dader een effectieve celstraf
opgelopen.
Dat is volgens de psychologe Danièle Zucker een teleurstellend resultaat.
'Politie en justitie investeren veel energie in deze verkrachtingsdossiers,
maar de drop-out tijdens de behandeling ervan is groot.'
Zucker is hoofd van de psychiatrische spoeddienst van het
Sint-Pietersziekenhuis in Brussel en bestudeert het criminele brein. Ze treedt
bijvoorbeeld ook op als profiler in het gerechtelijk onderzoek naar de
Bende van Nijvel, die 28 onopgeloste moorden op haar actief heeft.
De psychologe onderwierp honderd dossiers van verkrachting van een
meerderjarige aan een diepgaand onderzoek. De helft ervan (51) is snel
afgesloten, omdat de dader niet kon worden geïdentificeerd. Van de andere
helft zijn de verdachten wel bekend, maar is er in het merendeel (45 dossiers)
onvoldoende bewijs.
In vier gevallen leidde het gerechtelijk onderzoek tot een veroordeling, met
een gevangenisstraf van 18 maanden tot drie jaar. Drie veroordelingen waren
volledig met uitstel. Slechts in één dossier moest de dader effectief naar
de cel.
'Het is vaak een zaak van woord tegen woord', verklaarde Zucker gisteren in de
Senaat. 'Ik begrijp dat het voor de politie- en justitiediensten niet altijd
gemakkelijk is om klaar te zien in zo'n dubbelzinnige situatie, laat staan om
een deugdelijk bewijs tegen de verdachte te vinden.'
'Slachtoffer en dader zijn ook vaak partners of ex-partners (en er zijn
zelden getuigen, red.). Toch is vier veroordelingen op honderd dossiers
een erg laag aantal. We zitten daarmee duidelijk onder het Europese
gemiddelde. Verhoudingsgewijs is het aantal veroordelingen wegens verkrachting
in ons land de jongste jaren zelfs gedaald, van 20 naar 13 procent.'
Het gaat alleen om dossiers over verkrachting van een meerderjarige, niet van
minderjarigen.
Zucker doet een aantal aanbevelingen voor een meer efficiënte aanpak van
verkrachtingsdossiers. Het eerste medisch onderzoek van het slachtoffer moet
veel beter. 'Nu zijn het vaak stagiairs-artsen die, tussen een bevalling en
een andere spoedtussenkomst, het slachtoffer van een verkrachting moeten
onderzoeken, zonder specifieke kennis.'
'Ook moet de ondervraging van de verdachte op een meer doorgedreven manier
gebeuren en moet die op video opgenomen worden. Verder is de verjaringsperiode
van vijf jaar te kort. Het gaat toch om een ernstig misdrijf.'
De psychologe pleit ook voor de aanleg van een databank met DNA-profielen,
niet alleen van veroordeelden maar ook van verdachten. Met andere woorden, ook
van de verkrachtingsdossiers die op een seponering zijn uitgemond.
Voor alle duidelijkheid:
Uittreksel
uit het strafwetboek
Art. 372
[Elke aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging gepleegd op
de persoon of met behulp van de persoon van een kind van het mannelijke of
vrouwelijke geslacht beneden de volle leeftijd van zestien jaar, wordt
gestraft met opsluiting [van vijf jaar tot tien jaar].
De aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging door een
bloedverwant in de opgaande lijn [of adoptant] gepleegd op de persoon of met
behulp van de persoon van een minderjarige, zelfs indien deze de volle
leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, maar niet ontvoogd is door het
huwelijk, wordt gestraft met [opsluiting] van tien jaar tot vijftien jaar.]
[Dezelfde straf wordt toegepast indien de schuldige hetzij de broer of de zus
van het minderjarige slachtoffer is of ieder ander persoon die een
soortgelijke positie heeft in het gezin, hetzij onverschillig welke persoon
die gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoont en die over dat
slachtoffer gezag heeft.]
Art. 372bis
[...] Opgeheven: homoseksualiteit
Opgeheven bij art. 1 W. 18 juni 1985 (B.S., 8 augustus 1985).
Art. 373
[De aanranding van de eerbaarheid, met geweld of bedreiging gepleegd op
personen van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, wordt gestraft met
gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Wordt de aanranding gepleegd op de persoon van een minderjarige boven de volle
leeftijd van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting [van
vijf jaar tot tien jaar].
Is de minderjarige geen volle zestien jaar oud, dan is de straf [opsluiting]
van tien jaar tot vijftien jaar.]
Art. 374
Aanranding bestaat, zodra er een begin van uitvoering is.
Art.
376
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid de dood veroorzaakt
van de persoon op wie zij is gepleegd, wordt de schuldige gestraft met
opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid is voorafgegaan
door of gepaard gegaan met de handelingen bedoeld in artikel 417ter , eerste
lid, of opsluiting, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijftien
jaar tot twintig jaar.
Indien de verkrachting of de aanranding van de eerbaarheid gepleegd is op een
persoon die ingevolge zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een
geestelijk gebrek of onvolwaardigheid bijzonder kwetsbaar is, of onder
bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp, wordt de
schuldige gestraft met dwangarbeid van tien tot vijftien jaar.
Art. 377
Is de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn of adoptant; behoort hij
tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben; heeft hij misbruik gemaakt
van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen; is hij een
geneesheer, heelkundige, verloskundige of officier van gezondheid aan wie het
kind ter verzorging was toevertrouwd; of is de schuldige, wie hij ook zij, in
de gevallen van de artikelen 373, 375 en 376, door een of meer personen
geholpen in de uitvoering van de misdaad of van het wanbedrijf; of is hij
hetzij de broer of de zus van het minderjarige slachtoffer of ieder ander
persoon die een gelijkaardige positie heeft in het gezin, hetzij onverschillig
welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoont en
die over dat slachtoffer gezag heeft, dan worden de straffen bepaald als
volgt:
In de gevallen van artikel 372, eerste lid, en van artikel 373, tweede lid, is
de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
(...)
In het geval van artikel 373, eerste lid, wordt het minimum van de
gevangenisstraf verdubbeld;
In de gevallen van artikel 373, derde lid, 375, vierde lid, en 376, derde lid,
bedraagt de opsluiting ten minste twaalf jaar;
In het geval van artikel 375, eerste lid, bedraagt de opsluiting ten minste
zeven
jaar; In de gevallen van artikel 375, vijfde en zesde lid en van artikel 376,
tweede lid) bedraagt de opsluiting ten minste zeventien jaar.
(...)
Art. 377bis
In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk kan het minimum van de bij die
artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van gevangenisstraf en
met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren
van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van
of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, zijn
huidskleur, zijn afkomst, zijn nationale of etnische afstamming, zijn
geslacht, zijn seksuele geaardheid, zijn burgerlijke stand, zijn geboorte,
zijn vermogen, zijn geloof of levensbeschouwing, een handicap of een fysieke
eigenschap
Art.
378
In de gevallen omschreven in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld
tot ontzetting van de rechten genoemd in artikel 31.
[Art. 378bis kenbaar maken van verkrachting en aanranding op de eerbaarheid
[Publicatie en verspreiding door middel van boeken, pers, film, radio,
televisie of op enige andere wijze, van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei
beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het
slachtoffer van een in dit hoofdstuk genoemd misdrijf zijn verboden, tenzij
met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten
behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de
procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met gevangenisstraf van twee
maanden tot twee jaar en met geldboete van driehonderd [euro] tot drieduizend
[euro] of met een van die straffen alleen.]]
Voor wie hierover méér wil lezen of zich in rechtspraak terzake wil
verdiepen: lees
hier
De volgende publicatie werd ons in dat verband recent door Die Keure
aanbevolen:
DE VERVOLGING EN BEHANDELING
VAN DADERS VAN SEKSUELE MISDRIJVEN/LA POURSUITE ET LE TRAITEMENT DES AUTEURS D·INFRACTIONS
A CARACTèRE SEXUEL

| rechtstak: |
5.1. Strafrecht
|
|
Editor: A. Masset
Auteurs: G. Coco, S. Corneille, S. De Decker, F. Gazan, S.
Louwette, G. Vermeulen, I. Wattier
|
| bestelnummer: |
catf095 100
|
| aard: |
Vastbladig, softcover
|
| uitgavejaar: |
2009 |
| ISBN-nummer: |
978 28 7403 196 0
|
| Reeks: |
Les
dossiers de la Revue de Droit Pénal et de Criminologie
|
Inhoudstafel
LA SPECIFICITE DES INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL
§ 1. Généralités
§ 2. Eléments communs de répression
LES INFRACTIONS D·ATTENTAT A LA PUDEUR ET DE VIOL.
ETAT DU DROIT POSITIF ET QUESTIONS METAPOSITIVES
§ 1. Introduction
§ 2. L·attentat à la pudeur
§ 3. Le viol
§ 4. Des questions métapositives
PROBLEMES DE COHERENCE ET D·INADEQUATION LEGISLATIVE EN MATIERE DE
MOEURS
§ 1. Introduction
§ 2. En droit pénal formel belge
§ 3. Les normes internationales
§ 4. Droit pénal matériel belge
§ 5. Conclusions: un changement de paradigme
SEKS VERANDERT ALLES? HET BIJZONDERE REGIME BIJ DE UITVOERING VAN
STRAFRECHTELIJKE SANCTIES
§ 1. Inleiding
§ 2. Begrip “seksuele delinquenten” in de strafuitvoering
§ 3. Bijzonder regime voor seksuele delinquenten
§ 4. Terbeschikkingstelling van de regering/strafuitvoeringsrechtbank
§ 5. Wie niet horen wil
§ 6. Wat brengt de toekomst?
§ 7. Tot slot
MENSENHANDEL MET HET OOG OP SEKSUELE EXPLOITATIE.
Analyse en evaluatie van de Wet van 10 augustus 2005 vanuit
strafrechtelijk beleids- en internationaalrechtelijk perspectief
§ 1. Inleiding
§ 2. Internationaalrechtelijke context
§ 3. Nationaal strafrechtelijk beleid
LES INTERVENTIONS PSYCHOLOGIQUES DESTINEES AUX AUTEURS D·INFRACTIONS
A CARACTERE SEXUEL EN BELGIQUE (REGION WALLONNE): APPORT DE LA
LITTERATURE ET DE LA CLINIQUE
§ 1. Introduction
§ 2. Cadre légal
§ 3. Le dispositif belge de prise en charge des auteurs d·infraction
à caractère sexuel
§ 4. Les spécificités de l·intervention psychologique auprès des
auteurs d·infractions à caractère sexuel
§ 5. Les approches psychologiques classiques et leurs limites
§ 6. Vers une approche psychosociale de l·intervention destinée aux
auteurs d·infractions à caractère sexuel
§ 7. Conclusions |
Hoe vaak gebeurt het niet dat mensen, die structureel overwerken
zich in de begroting van hun schade tekort gedaan voelen (mensen, die in de
horeca werken, die in de bouw of in het vervoer werken)? In Nederland gaat
men in de richting van het vergoeden van structureel overwerk.
Overwerk telt in Nederland ook mee bij deeltijd-WW.
Deeltijd-WW wordt verruimd om te voorkomen dat werknemers die structureel
overwerken, zoals veel vrachtwagenchauffeurs, extra de dupe zijn als hun baas
een beroep moet doen op de crisismaatregel. Voortaan tellen ook overuren mee in
de regeling, waarmee bedrijven gedurende de economische dip hun personeel
tijdelijk minder kunnen laten werken met behulp van WW-uitkeringen.
Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) maakt daartoe woensdag een
verruiming van de regeling bekend in de Staatscourant.
Vooral transportondernemingen verenigd in TLN klaagden de afgelopen tijd dat
ze niets aan de deeltijd-WW hadden, omdat in de oorspronkelijke regeling werd
uitgegaan van een 40-urige werkweek. Een groot deel van hun chauffeurs werkt
gemiddeld 55 uur per week. Zij zouden er flink op achteruit gaan als het
overwerk niet zou meetellen bij het vaststellen van de hoogte van de
WW-uitkering over de uren dat ze minder werken.
Structureel overwerk
Een woordvoerster van Donner benadrukt dat de uren bovenop een 40-urige
werkweek wel structureel moeten zijn. Zo moet in de 52 weken, ofwel een jaar,
voor aanvraag van deeltijd-WW minimaal sprake zijn van gemiddeld vijf uren
overwerk per week.
Klachtenregeling
Eerder deze week werd al bekend dat de minister de regeling voor deeltijd-WW
ook op een ander punt aanpast. Voortaan kunnen ook vakbonden klagen bij een
meldpunt van Sociale Zaken over werkgevers die op een oneigenlijke manier
proberen goedkoop uit te zijn door personeel via deeltijd-WW korter te laten
werken.
De vakbeweging had daarop aangedrongen. In de regeling was volgens de
vakbonden onterecht de suggestie ontstaan dat alleen werkgevers konden klagen.
Het meldpunt is er gekomen na ophef bij een aantal werkgevers, omdat vakbonden
alleen meewerkten aan deeltijd-WW als werknemers volledig werden doorbetaald.
Inmiddels hebben drie bedrijven geklaagd.
Loonkosten verlagen
Volgens de minister is het juist de bedoeling om met behulp van
WW-uitkeringen personeel tijdelijk minder te laten werken en zo de loonkosten
voor bedrijven tijdens de crisis te verlagen. Maar volgens de vakcentrale FNV
moet Donner zich niet mengen in hun onderhandelingsvrijheid en worden de
loonkosten voor sommige werkgevers al voldoende verlaagd met de WW.
In België wordt met morele schade, emotionele schade,
genegenheidsschade, ... geen rekening gehouden tijdens de begroting van
arbeidsongevallen, beroepsziekten, ... Het valt ons op dat de meeste kleine
percentages eigenlijk toch ook alleen meer een dergelijke schade
vertegenwoordigen. In Nederland gaat men in de richting van een
emotionele vergoeding.
De meeste werknemers met een beroepsziekte, die een schadeclaim
indienen tegen hun werkgever, willen vooral sociaal-economische genoegdoening.
Geld is niet hun eerste drijfveer, ze zijn vooral kwaad en voelen zich slecht
behandeld.
Dat blijkt uit het rapport Leerzame Schadeclaims, dat de universiteiten van
Amsterdam en Maastricht en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten hebben
opgesteld.In Nederland lopen jaarlijks naar schatting 25.000 werknemers een
beroepsziekte op. Steeds vaker dienen deze getroffenen een claim in. Het is voor
het eerst dat onderzoek is gedaan naar het ontstaan van beroepsziekteclaims en
mogelijkheden om die claims te voorkomen, aldus de onderzoekers donderdag.
De wetenschappers hebben zich in het onderzoek beperkt tot dossiers van
mensen met rsi of schildersziekte. Deze laatste aandoening wordt veroorzaakt
door het inademen van oplosmiddelen in verf en kan tot ernstige
zenuwaandoeningen en hersenschade leiden. Bij alle patiënten bleek dat zij niet
alleen ziek waren geworden door hun ongezonde werk, maar ook last hadden van
hoge werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden en slechte werkverhoudingen.De
kwaliteit van de arbozorg is ver beneden peil, concluderen de onderzoekers. In
de onderzochte bedrijven erkenden artsen, bedrijfsleiding en collega's het
werkgerelateerde karakter van de klachten niet. Bedrijfsartsen lieten zich op
afstand zetten en wisten onvoldoende van de kwalen. Niet zelden moest een
werknemer na een ziekteperiode opnieuw vergelijkbaar werk gaan doen. ,,De
behandeling van werkgerelateerde klachten staat in Nederland nog in de
kinderschoenen'', stellen de wetenschappers.
Zij adviseren de toegang tot bedrijfsartsen en andere zorgverleners veel
makkelijker te maken. Werknemers moeten meteen erkenning krijgen om te voorkomen
dat ze zich later slecht bejegend voelen en helemaal vastlopen. Ook moeten zij
begeleiding naar een passende functie krijgen.
Deeltijds werken na arbeidsongeschiktheid: recht op voltijdse
verbrekingsvergoeding
Een voltijdse werknemer die na een periode van volledige
arbeidsongeschiktheid wegens ziekte terug deeltijds gaat werken met toelating
van het ziekenfonds, heeft bij een ontslag recht op een verbrekingsvergoeding op
basis van zijn voltijds loon. Dit is bepaald in een arrest van het
Grondwettelijk Hof naar aanleiding van een rechtszaak tussen een werkneemster en
haar ex-werkgever. Meer
-
Gedragscode geregistreerde deskundige in strafzaken (Ndl).
De Gedragscode geregistreerde deskundige in strafzaken, voor deskundigen die
in het deskundigenregister zijn opgenomen, is in concept gereed. De gedragscode
kunt u hier
integraal vinden.
Wie reacties heeft kan die sturen naar: deskundigenregister@minjus.nl.
Gebruik van het begrip “whiplash” leidt tot meer
gezondheidsklachten
Mensen die nekpijn na een auto-ongeluk toeschrijven aan een
whiplash, herstellen minder snel dan mensen die deze term niet gebruiken,
onafhankelijk van de ernst van de klachten. Dat blijkt uit onderzoek van Jan
Buitenhuis van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Buitenhuis pleit
ervoor dat artsen de term whiplash niet meer gebruiken. Dit omdat de term
onjuiste verwachtingen kan voeden. “Als mensen verwachten dat ze ernstige
klachten zullen houden, herstellen ze minder snel.” Buitenhuis promoveert
op 3 juni 2009 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Van oorsprong verwijst de term whiplash naar de beweging van het
hoofd bij een kop-staartbotsing. Tegenwoordig wordt de term gebruikt om een
complex aan medisch onverklaarbare symptomen te beschrijven, waaronder in
elk geval nekpijn, die zijn ontstaan na ongevallen. De meeste patiënten
herstellen in de eerste maanden na het ongeval spontaan van een whiplash.
Tot 40 procent van de mensen houdt er echter chronische klachten aan over:
naast nekpijn vaak ook cognitieve problemen, zoals verminderd
concentratievermogen.
Onverklaarbare klachten
Voor de chronische klachten van whiplashpatiënten wordt per
definitie geen fysieke oorzaak en geen lichamelijk letsel gevonden. Het feit
dat whiplash alleen bekend is in enkele West-Europese landen, de Verenigde
Staten en Australië, en het feit dat het herstel van whiplashpatiënten in
verschillende landen een verschillend beloop kent, lijken aanwijzingen dat
de culturele context van groot belang is. Maar welke factoren die culturele
context precies bepalen, is nog nooit onderzocht.
Psychologische factoren
Buitenhuis onderzocht de invloed van psychologische factoren op het
beloop van de klachten. Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen die hun
klachten een maand na het ongeval nadrukkelijk toeschrijven aan een
whiplash, een grotere kans hebben 12 maanden na hun ongeluk nog klachten te
hebben, dan mensen die dit niet doen. Ook mensen die de neiging hebben om
bij problemen uit te gaan van het slechtst denkbare scenario en mensen met
posttraumatische stressklachten houden relatief lang last van nekklachten.
Vermijd het begrip
Buitenhuis: “Mijn onderzoek laat zien dat gebruik van de term
whiplash invloed heeft op het beloop van de klachten. De term “whiplash”
associëren veel mensen met chronische, ernstig invaliderende klachten. Veel
mensen denken dat je met een whiplash voorzichtig moet zijn met bepaalde
bewegingen, of je nek vooral stil moet houden. Dat kan tot problemen leiden.
Als mensen verwachten dat ze ernstige klachten zullen houden, herstellen ze
minder snel.” Door gebruik van de term te vermijden, kunnen artsen
negatieve verwachtingen bij hun patiënten voorkomen, en zo mogelijk hun
herstel bespoedigen, aldus de promovendus. Hij pleit ervoor dat de
richtlijnen voor artsen op dit punt worden aangepast.
Onderzoek
Voor zijn onderzoek nam Buitenhuis vragenlijsten af bij
slachtoffers van verkeersongevallen die bij verzekeraar Univé een
letselschadeprocedure startten. In totaal werden 1971 personen geënquêteerd,
verdeeld over vier groepen, voor vijf deelonderzoeken. Alle deelnemers
vulden drie vragenlijsten in, respectievelijk 1, 6 en 12 maanden na het
ongeval. Buitenhuis tekent aan dat de deelnemers wellicht ernstiger klachten
hebben dan slachtoffers die geen letselschadeprocedure startten en dat de
claimsituatie van invloed kan zijn. Daarom kunnen de resultaten van dit
onderzoek niet zonder meer gegeneraliseerd worden.
Curriculum Vitae
Jan Buitenhuis (Meppel, 1964) studeerde geneeskunde te Groningen.
Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Gezondheidswetenschappen van
het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool
SHARE. Buitenhuis verrichtte zijn onderzoek als buitenpromovendus; in het
dagelijks leven is hij medisch adviseur bij Univé verzekeringen. De titel
van zijn proefschrift luidt: “The Course of Whiplash. Its psychological
Determinants and Consequenses for Work Disability”. Hij promoveert in de
Medische Wetenschappen bij prof.dr. J.W. Groothoff en prof.dr. P.J. de Jong.
Kinderen getroffen door erfelijke of chromosomale afwijkingen met een
belangrijke psychomotorische achterstand als gevolg, kunnen vanaf de geboorte
66% ongeschiktheid toegekend krijgen.
Het koninklijk besluit van 12 februari 2009¹ voert een belangrijke
wijziging in.
Kinderen geboren met bepaalde erfelijke of chromosomale afwijkingen met
een belangrijke psychomotorische achterstand als gevolg, kunnen onder bepaalde
voorwaarden vanaf de geboorte 66% toegekend krijgen.
De psychomotorische achterstand moet vastgesteld worden binnen de twee
eerste levensjaren van het kind aan de hand van een gestandaardiseerde test. De
ontwikkelingsleeftijd van het kind wordt vergeleken met de reële leeftijd van
het kind. Bij kinderen met een normale ontwikkeling komen die leeftijden
overeen. Als het ontwikkelingsquotiënt minder is dan 60 dan wordt dat als een
belangrijke psychomotorische achterstand beschouwd.
Die test wordt niet door onze artsen uitgevoerd. Het resultaat van die
test mag opgestuurd worden na het medisch onderzoek.
Afwijkingen die eventueel in aanmerking kunnen komen:
De maatregel treedt in werking vanaf 16/03/09, datum van publicatie van
het koninklijk besluit in het Belgisch staatsblad.
¹ koninklijk besluit van 12 februari 2009 tot
wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de
artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de
kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van
24 december 2002.

Ga door op bovenstaande afbeelding te klikken naar het gratis
internettijdschrift van Europe's Journal of Psychology.
BRUSSEL
- Nederland is bereid 500 gedetineerden uit België in de gevangenis van Tilburg
op te nemen. De directie van die gevangenis wordt Belgisch, de cipiers blijven
Nederlands.
Nederland
is bereid de gevangenis van Tilburg leeg te maken. Daar is plaats voor 681
gedetineerden. De gevangenen van Tilburg worden over andere strafinrichtingen in
Nederland verspreid en in de leeggemaakte gevangenis komen 500 veroordeelden uit
België terecht.
Deze afspraken zijn gisteren door de Belgische minister van Justitie, Stefaan De
Clerck (CD&V), aan het parlement meegedeeld. Ze maken deel uit van een
verdrag dat België en Nederland met elkaar willen sluiten.
Volgens De Clerck en zijn Nederlandse collega kan het akkoord al over een maand
beklonken zijn. Daarna moet het verdrag nog door het Nederlandse parlement en
door alle zeven Belgische parlementen een bekrachtiging krijgen. België hoopt
de gedetineerden vanaf 1 januari 2010 naar Tilburg over te brengen.
De gevangenis daar zou een afdeling vormen van de Belgische strafinrichting in
Wortel. De afstand tussen beide inrichtingen is amper vijftig kilometer. De
directie van de gevangenis in Tilburg zou volgens De Clerck Belgisch worden,
terwijl de cipiers Nederlands blijven.
Nederland heeft 14.000 cellen voor 12.000 gevangenen, een overcapaciteit van
2.000 cellen. Door het akkoord met België kan Nederland meer cipiers aan de
slag houden. Twaalfhonderd gevangenenbewakers in Nederland dreigen hun job
verliezen. Acht gevangenissen gaan er dicht.
België betaalt jaarlijks 30 miljoen euro voor de huisvesting van 500
gedetineerden. Dat is omgerekend 164 euro per dag per gedetineerde. In de
gevangenis van Tilburg zou de Belgische wet gelden, bijvoorbeeld voor de
bezoekregeling en voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het maakt nog
deel uit van de onderhandelingen of de gevangenis in Tilburg tot het Belgische
grondgebied zou behoren (extra-territorialiteit).
Er komen enkel langgestraften voor de transfer in aanmerking, geen mensen in
voorarrest of gedetineerden die dicht bij een vrijlating op proef staan.
In de eerste plaats komen gedetineerden in België met de Nederlandse
nationaliteit in aanmerking, een 190-tal. Maar er zouden ook Belgische
gevangenen naar Tilburg gaan. Het verdrag moet dit juridisch mogelijk maken.
In principe gaan er enkel Nederlandstalige gedetineerden naar Nederland. Toch
moeten ook de parlementen van de Franse en de Duitstalige Gemeenschap en van het
Waals Gewest met het verdrag instemmen. De Clerck hoopt dat al die procedures in
het najaar afgerond zijn.
De overbrenging zou gelden voor drie jaar, tot en met 2012. Vanaf dan komen de
eerste nieuw gebouwde gevangenissen in België erbij. De Clerck wil in de eerste
plaats gedetineerden overbrengen die hiermee instemmen, maar hij sluit niet uit
dat er ook gedwongen transfers plaatsvinden.
Kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen!) verzet zich tegen een gedwongen
overbrenging. 'Er moet ook meer werk gemaakt worden van alternatieve straffen
zoals taakstraffen en elektronisch toezicht, waar we nog altijd maar aan 625
zitten.'
Nederland heeft tot het laatst ook geprobeerd zijn gevangenisboten aan ons land
te verhuren, maar dat spoor is voorgoed verlaten.
Toch
nog enkele kritische vragen:
-
wie
zal daar het transport doen naar Vlaamse rechtbanken?
-
wie
zal daar instaan voor de psychosociale begeleiding?
-
wie
zal daar de verslagen voor de strafuitvoeringsrechtbank gaan maken?
De ziekenfondsen laten uitkeringsfraudeurs ongemoeid. Zelfs als de mutualiteiten
weet hebben van mensen die tegelijk een invaliditeitsuitkering krijgen én
werken, grijpen ze niet in. Dat besluit Carl Devlies, CD&V-staatssecretaris
voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, schrijft De Tijd.
Geen regularisaties
In 2008 koppelde het Riziv voor de eerste keer de gegevens over
invaliditeitsuitkeringen aan die over verbrekingsvergoedingen voor stopgezette
arbeidscontracten en die over werkhervattingen. "In 73 procent van de
vastgestelde cumuls met werkhervattingen gingen de ziekenfondsen niet over tot
de nodige regularisaties, hoewel ze over alle informatie beschikten", stelt
de staatssecretaris.
Controles herhalen
"Het onderzoek heeft duidelijk bewezen dat de controleprocedures bij de
ziekenfondsen om cumuls te detecteren onvoldoende werken", besluit Devlies.
"We gaan dit jaar de controles herhalen en uitbreiden." (belga/odbs)
20/05/09 06u57
07-07-2009: The 11th Eurpean Congress of Psychology
voor verdere informatie: www.ecp2009.no
Locatie: Noorwegen, Oslo
-
Tweedaagse
vorming "Dader? Slachtoffer? HELP!" 28 mei en 4 juni 2009
Het
Steunpunt Algemeen Welzijnswerk organiseert een tweedaagse vorming voor
hulpverleners over de strafrechtsprocedure en de positie die de verschillende
partijen daarin hebben in de Plantijn Hogeschool te Antwerpen. In deze
vorming worden de verschillende fasen van de strafprocedure belicht zowel vanuit
een slachtoffer- als vanuit een daderperspectief. Tijdens dag één belicht men
de gang van zaken vóór het vonnis. Tijdens dag twee worden procedure en
actoren na het vonnis toegelicht.
Verder
inlichtingen vind je door hier
te klikken.
-
Tot 10 miljoen voor slachtoffers gasramp Gellingen
De verzekeringen hebben 8 tot 10 miljoen euro uitgetrokken om de ruim 150
slachtoffers met lichamelijke schade van de ramp in Gellingen onmiddellijk te
vergoeden. Het gaat om een juridische primeur in ons land.
Bij de gasramp in Gellingen op 30 juli 2004 overleden 24 mensen en raakten 132
personen gewond, van wie 25 ernstig. 40% van de gewonden lijdt nu nog aan
psychische stress.
De verzekeringen betaalden tot nu toe al 28,5 miljoen euro uit, maar
uiteindelijk blijft het wachten op de beslissing van de rechtbank. De
strafzaak tegen de 22 beklaagden start einde deze maand en pas daarna wordt
beslist over de schadevergoedingen. Dat kan nog jaren duren.
Onmiddellijke regeling
Daarom komen alle verzekeringen samen nu met voorstel voor een
onmiddellijke regeling van de lichamelijke schade van 150 slachtoffers. Ze
stelden hun unieke regeling gisteren voor.
* Binnen de 8 dagen worden de 50 zwaarst getroffenen gecontacteerd: de
familie van overledenen en de mensen met minstens 20% blijvende
arbeidsongeschiktheid. De verzekeringen zullen hen een voorstel doen. Daarna
volgen de anderen.
* Als de arbeidsongevallenverzekering al was ingeschakeld en als die al een
medische expertise deed, dan moet geen nieuwe expertise meer worden
uitgevoerd. Behalve als er ook esthetische schade was.
* Als de arbeidsongevallenverzekering nog niet was ingeschakeld, dan komt
er nog we een medische expertise.
* Het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, dat terzake de meeste expertise
heeft, zal de schade vergoeden: medische kosten, loonverlies, kosten voor
verbouwen van de woning, derdenhulp, morele en esthetische schade.
* De slachtoffers die het voorstel aanvaarden worden binnen de 15 dagen
uitbetaald. De regeling is dan definitief, ongeacht wie later door de rechter
aansprakelijk wordt gesteld. De meeste betalingen zouden tegen september
gebeurd moeten zijn.
* Aanvaarden de slachtoffers niet, dan moeten ze de beslissing van de
rechtbank afwachten.
* De 450 overige slachtoffers, zonder lichamelijke schade, moeten sowieso
op de beslissing van de rechtbank wachten.
Juridische primeur
Assuralia beklemtoonde dat deze regeling een juridische primeur is. In deze
zaak zijn 9 verzekeraars betrokken met uiteenlopende polissen met een heel
verschillende schadedekking. Normaal gezien moet men de gerechtelijke
beslissingen afwachten, om te weten wie precies wat moet uitbetalen. Dat doet
men in dit geval dus niet.
Justitieminister De Clerck (CD&V) zegde nog dat hij een voorontwerp van
wet klaar heeft om dit soort massaschade in de toekomst makkelijker te
regelen.
JDW
DE VERVOLGING EN BEHANDELING VAN DADERS VAN
SEKSUELE MISDRIJVEN/LA POURSUITE ET LE TRAITEMENT DES AUTEURS D’INFRACTIONS A
CARACTERE SEXUEL
Seksuele misdrijven maken een belangrijk deel uit van alle strafrechterlijke
zaken. Reden genoeg dus om een stand van zaken op te maken.
De auteurs van deze uitgave bespreken dan ook de meest uiteenlopende onderwerpen
met betrekking tot dit misdrijf: het specifieke recht rond zedenmisdrijven wordt
bestudeerd in het algemeen en het bijzonder strafrecht; de
strafuitvoeringsprocedure komt in detail aan bod; een analyse van de
mensenhandel dringt zich eveneens op; deze juridische bijdragen worden ten
slotte aangevuld met een studie van klinisch psychologen die gewijd is aan de
behandeling van daders van gelijkaardige misdrijven.
Dit boek bevat de bijdragen van de studiedag georganiseerd op 26 september 2008
en is een perfect gedocumenteerd en gevarieerd werk over de meest actuele
onderwerpen inzake repressie en behandeling van daders van seksuele misdrijven.
BEKNOPTE INHOUDSTAFEL
LA SPECIFICITE DES INFRACTIONS A CARACTERE SEXUEL
LES INFRACTIONS D’ATTENTAT A LA PUDEUR ET DE VIOL.
ETAT DU DROIT POSITIF ET QUESTIONS METAPOSITIVES
PROBLEMES DE COHERENCE ET D’INADEQUATION LEGISLATIVE EN MATIERE DE MOEURS
SEKS VERANDERT ALLES? HET BIJZONDERE REGIME BIJ DE UITVOERING VAN
STRAFRECHTELIJKE SANCTIES
MENSENHANDEL MET HET OOG OP SEKSUELE EXPLOITATIE.
Analyse en evaluatie van de Wet van 10 augustus 2005 vanuit strafrechtelijk
beleids- en internationaalrechtelijk perspectief
LES INTERVENTIONS PSYCHOLOGIQUES DESTINEES AUX AUTEURS D’INFRACTIONS A
CARACTERE SEXUEL EN BELGIQUE (REGION WALLONNE): APPORT DE LA LITTERATURE ET DE
LA CLINIQUE
TECHNISCHE FICHE
Editor: A. Masset
Auteurs: G. Coco, S. Corneille, S. De Decker, F. Gazan, S. Louwette, G.
Vermeulen, I. Wattier
Volume: XI + 205 p.
ISBN: 978 2 87403 196 0
Bestelcode: 206 095 100
Prijs: € 62
Mr. Michel Smithuis, arts, beoogd directeur NRGD, leidde de workshop over de
Werking Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen. Allereerst werd
stilgestaan bij de knelpunten bij de werking van het register. Deze knelpunten
liggen op meerdere vlakken, zoals op het vlak van de wetgeving en op het vlak
van de objectiveerbaarheid van de kennis en ervaring van deskundigen..
Tijdens de workshop kwamen de vele initiatieven aan bod, die de laatste jaren
zijn genomen ter verbetering van de rol van de forensisch deskundige. Het
instellen van het NRGD past in deze bredere ontwikkelingen die de rechterlijke
macht en politie betreffen, maar ook (inter)nationale instituten. Het NRGD is
hierop een logisch vervolg.
De deelnemers stelden vragen over de werkwijze van het register en hoe het
register wordt opgebouwd. Het register zal zich als volgt ontwikkelen:
* Het register zal geleidelijk per deskundigheidsgebied worden uitgebreid.
* Per deskundigheidsgebied wordt met hulp van vakdeskundigen uit binnen- en
buitenland vastgesteld wat het werkveld is en aan welke globale eisen qua kennis
en ervaring men dient te beschikken. Een zorgvuldige methode die tijd kost, maar
waardoor het register wel een borging biedt van deskundigen die gegarandeerd
over een hoog kwaliteitsniveau beschikken.
* Het register zal duidelijk kenbaar maken als deskundigen van een dergelijk
gebied zich kunnen gaan aanmelden.
* Met de inwerkingtreding van de Wet deskundige in strafzaken zal de persoon
van de vaste gerechtelijke deskundige komen te vervallen.
* De wet stelt dat de officier van justitie, in die gevallen waar het
register geen deskundige vermeldt, benoeming moet verzoeken aan de
rechter-commissaris.
* Met de toekomstige gebruikers van het register wordt overlegd hoe gedurende
deze aanloopperiode de benoeming van deskundigen op praktische wijze
gerealiseerd kan worden.

Commentaar op de Wet
van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het
deskundigenonderzoek en tot herstel van art. 509quater van het
Strafwetboek
Marc Castermans,
advocaat Balie te Brugge
Deskundigenonderzoeken zijn vaak een
bron van ergernis voor de rechtzoekende.
De regeling vertoonde onmiskenbaar een aantal problemen, waaraan verholpen moest
worden.
De kritieken op de bestaande regeling waren veelvuldig.
De duurtijd en de kostprijs waren vaak
de aanleiding voor misnoegde reacties. De afwezigheid van lijsten van
deskundigen was zeker niet bevorderlijk voor de transparantie van het systeem en
hinderde een goede kwaliteitscontrole van de personen die als deskundige waren
aangesteld. De wet van 15 mei 2007 legt nieuwe verplichtingen op aan de
deskundige. O.a. moet hij voortaan aan de rechter verslag uitbrengen over de
voortgang van de werkzaamheden. Met dit boekje wordt duidelijk wat er is
gewijzigd en aan welke verplichtingen de deskundige zich voortaan zal moeten
onderwerpen.
ISBN 9789087640330
Bestelcode: SB 2036
Vol.: 96 blz
Prijs: € 35,00 BTW incl. (bestellen)
Twee procent van de leerlingen in een Vlaamse middelbare school vertoont sterke
psychopathische persoonlijkheidstrekken. Dat blijkt uit een onderzoek van de
vakgroep Psychoanalyse van de Universiteit Gent. Als we ervan uitgaan dat een
gemiddelde middelbare school duizend leerlingen telt, wil dat zeggen dat er op
elke school ongeveer 20 jonge psychopaten rondlopen.
Geen geweten
Psychopaten zijn extreem manipulatief, kennen geen angst, liefde of andere
emoties, kunnen liegen als de beste en hebben geen geweten. De onderzoekers
kunnen wel niet voorspellen of zij als volwassene helemaal zullen ontsporen.
"Het is niet omdat je als kind een psychopathische persoonlijkheid hebt,
dat je die ook als volwassene zult hebben", zegt onderzoeker Frédéric
Declercq.
Vragenlijst
Zijn team liet 536 leerlingen in twee ASO-scholen anoniem een vragenlijst
invullen die kan nagaan in hoeverre psychopathische trekjes voorkomen in een
groep. (belga/sam)
30/03/09 07u07
Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft op donderdag 12 maart 2009 het
startsein gegeven voor het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).
In dit register worden deskundigen met strafrechtelijke forensische expertise
geregistreerd. Dit onafhankelijke en openbare register vergroot de kwaliteit van
de inbreng van deskundigen tijdens de rechtspleging en draagt daardoor bij aan
de kwaliteit van de rechtsgang.
In plaats van de benoeming van deskundigen per ressort komt er met het NRGD een
landelijk register van vaste gerechtelijk deskundigen. Daarmee is de kwaliteit
van deskundigen beter gewaarborgd. Het is voor openbaar ministerie en
verdediging gemakkelijker kiezen als een deskundige als zodanig is erkend. Om
tot het register te worden toegelaten moeten de deskundigen voldoen aan
objectieve eisen van bekwaamheid en betrouwbaarheid. Om deze objectiviteit te
garanderen, wordt het register op onafhankelijke wijze beheerd. Zowel het
opstellen van kwaliteitsnormen als het toetsen wordt gedaan door vakdeskundigen
met aantoonbare kennis en ervaring.
Tijdens zijn toespraak op het startsymposium in sociëteit De Witte in Den Haag,
riep minister Hirsch Ballin deskundigen op zich aan te melden bij het nieuwe
register.

Toespraak | 12-03-2009 | Den Haag, Minister Hirsch Ballin
Goedemorgen dames en heren,
Het is buitengewoon plezierig om te zien dat u met zo velen hier aanwezig
bent. Het werk van de forensisch deskundige geniet de laatste jaren bijzonder
veel belangstelling en deze grote opkomst is daar - om het in toepasselijke
termen te zeggen - een overtuigend bewijs van.
Ik heb de uitnodiging om u op dit startsymposium toe te spreken graag
aanvaard. Niet alleen omdat ik die belangstelling met u deel, maar ook omdat
deze bijeenkomst me in staat stelt het belang en de waarde van het nieuwe
register nog eens te onderstrepen.
Onder juristen is het – sinds het begin van de zeventiger jaren – een
gevleugeld woord geworden: “het recht is geen rustig bezit meer”.
Dat geldt zeker voor het strafrecht, dat sterke invloed ondergaat van de
razendsnelle forensisch-technologische vooruitgang in de laatste decennia. Denkt
u maar aan het vaststellen van de identiteit middels DNA-onderzoek van minimale
hoeveelheden celmateriaal, aan de almaar toenemende mogelijkheden om digitale
informatiedragers te lezen of aan het gebruik van doorlichtingtechnieken als de
MRI-scan bij sectie op overledenen. De gevolgen van deze technologische evolutie
zijn aanzienlijk. Om professor Buruma te citeren: “deze ontwikkelingen leiden
tot nieuwe inzichten, waardoor we nieuwe feiten zullen kunnen vaststellen dan
wel feiten anders zullen interpreteren”.
Maar.. er is ook een keerzijde. De rol van de forensisch deskundige heeft de
laatste jaren ook in negatieve zin de aandacht getrokken. Zoals in de Puttense
en de Deventer moordzaak, de Schiedammer parkmoord en de zaak Lucia de B.
Kritiek hierop werd geventileerd via de publieke media waaronder internet, een
medium waarmee iemand snel veel aandacht kan genereren,l en chnologische
evolutie zijn immens. al dan niet met gebruik van eigen deskundigen – of
wat daarvoor door moet gaan. Maar ook in de wetenschappelijke literatuur werden
kritische kanttekeningen gemaakt.
De kritiek spitst zich onder meer toe op de kwaliteit van de forensisch
deskundige en op de gehanteerde werkwijze. Het gaat om vragen als: over welke
uitgangsinformatie beschikte de deskundige? Op basis van welke kennis en
ervaring heeft hij het onderzoek verricht? Zijn de juiste methodes gehanteerd?
Is de deskundige wel deskundig genoeg om een specifieke vraag te beantwoorden?
Heeft hij ook alternatieve hypotheses overwogen? Ook vallen er steeds meer
opmerkingen te beluisteren over de wijze van verslaglegging en dan vooral over
de volledigheid en de toegankelijkheid ervan.
De kwaliteit van een rapport is niet louter het resultaat van de inspanningen
van de deskundige. Ook de aanvrager en de ontvanger van het rapport hebben in de
kwaliteitsbepaling een aandeel. Dan gaat het onder meer om een correcte
vraagstelling, en een juiste interpretatie van een compleet, logisch en
begrijpelijk rapport, opgesteld door een gekwalificeerde deskundige.
De opmerkingen van advocaat-generaal Knigge in de zaak Lucia de B vormen een
treffende illustratie van deze problematiek. Hij concludeert dat de deskundige
die door de tijdelijke Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken is ingeschakeld,
slechts over ‘summiere’ informatie beschikte en dat de vraagstelling
‘weinig scherp’ was. Het ‘magere’ antwoord was per mail verzonden en
niet ondertekend. Ook stelt Knigge dat die deskundige al eerder over de zaak had
gecorrespondeerd met één van de partijen, waardoor hij niet meer
‘vrijstond’ tegenover de zaak. Verder bleek zijn deskundigheid
‘onvoldoende gemotiveerd’.
Het optreden als deskundige in rechte is een vak apart. Zo iemand moet
uiteraard het eigen vakgebied beheersen. Hij dient op zijn terrein, zoals de
Engelse schrijver John Ruskin[1] het formuleerde,
“schijn te vervangen door feiten en indrukken door bewijzen”. Maar er
is meer nodig. De forensisch deskundige dient ook te beschikken over aanvullende
- waaronder juridische - kennis om zijn eigen deskundigheid effectief over te
brengen aan de rechtspraak. Deze kwaliteitsborging – het onderwerp van vandaag
– is ook een van de doelen van het wetsvoorstel Deskundige in Strafzaken. Met
brede parlementaire steun is dit voorstel op 20 januari jl. door de Eerste Kamer
aangenomen en is daarmee de eerste in 2009 tot stand gekomen wet.
De wet Deskundige in Strafzaken beoogt meer dan kwaliteitsborging. De wet
heeft ook de verschillende belangen in het strafgeding opnieuw afgewogen, met
name het onderzoeksbelang en de materiële waarheidsvinding, het belang van een
eerlijke procesvoering, waaronder dat van de “equality of arms” en dat van
berechting binnen een redelijke termijn.
Laat ik dat illustreren met enkele voorbeelden:
-
In het kader van een contradictoire procesvoering geeft deze wet de
verdediging het uitdrukkelijk recht te vragen om aanvullend onderzoek of een
tegenonderzoek;
-
Verder versterkt de wet de positie van de rechter-commissaris. Dat heeft
onder meer tot gevolg dat onder diens leiding de officier van Justitie en de
verdediging rechtstreeks met elkaar kunnen discussiëren. Daarmee kunnen ook
kwesties die anders pas op de terechtzitting aan bod komen, al eerder
belicht worden.
Zoals gezegd zorgt de wet ook voor aanscherping van de betrouwbaarheids- en
bekwaamheidseisen van de deskundige. De wet voorziet – en daarmee zijn we bij
de bijeenkomst van vandaag – in het instellen van een openbaar landelijk
deskundigenregister: het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).
Doel daarvan is bij te dragen aan de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in
de rechtspleging. Zijn kwaliteit zal door een onafhankelijk door mij te benoemen
College worden genormeerd. Van het ministerie heeft hij daarbij geen enkele
invloed te duchten. Het College zal aansluiting zoeken bij de normen en waarden
die binnen de eigen beroepskring gelden.
Uiteraard behoudt de gerechtelijke deskundige zijn eigen verantwoordelijkheid
voor de wetenschappelijke inhoud van de rapportage.
Het registreren van deskundigen die voldoen aan de geformuleerde
kwaliteitseisen geeft de zittende magistratuur, het Openbaar Ministerie en de
verdediging de mogelijkheid een deskundige te kiezen, van wie de kwaliteit
vooraf is beoordeeld.
Overigens blijft het mogelijk om gebruik te maken van deskundigen, die niet
in het register staan vermeld. Wel geldt dan een motiveringsplicht, dat wil
zeggen, het moet duidelijk worden waarom deze persoon toch als deskundige wordt
benoemd.
Het strafrecht kent tientallen deskundigheidsgebieden: van toxicologie tot
handschriftvergelijking, van ballistiek tot gedragswetenschappen, van
informatiekunde tot forensische archeologie. Door deze grote aantallen en
vanwege de zorgvuldige registratieprocedure zal het nog even duren voordat het
register ‘gevuld’ is. De start van het NRGD wordt aardig weerspiegeld in
deze woorden van Churchill: “it is not even the end of the beginning’.
Met de inwerkingtreding van de wet zal de persoon van de vaste gerechtelijke
deskundige komen te vervallen. Met de toekomstige gebruikers van het register
zal ik daarom overleggen hoe gedurende deze aanloopperiode de benoeming van
deskundigen op praktische wijze te realiseren.
Het register zal zich in eerste instantie richten op het strafrecht. Op basis
van de opgedane ervaring zullen we vervolgens zo snel mogelijk besluiten over
een uitbreiding naar andere rechtsgebieden.
We streven daarbij naar een goede samenwerking met bestaande registers zoals
het Landelijk Register Gerechtelijk Deskundigen. Beide registers - LGRD en NRGD
- beogen hetzelfde, namelijk de totstandkoming van één openbaar register voor
gerechtelijk deskundigen die voor hun taak adequaat zijn toegerust. Zo zullen de
registers gezamenlijk een bruikbare gedragscode opstellen.
Ik ben ook blij met de steun van de Koninklijke Nederlandse Academie van
Wetenschappen voor de kwaliteitsontwikkeling van het NRGD. Zij doet dit niet
alleen in woord maar ook in daad met haar initiatief om contact te leggen tussen
juristen en andere wetenschappers.
Daarnaast is nodig dat de strafrechtspartners zich continu blijven
ontwikkelen, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Gelukkig gebeurt dat ook, er
zijn inmiddels tal van vernieuwingen bedacht en gerealiseerd. Zoals
-
het volgen van stukken van overtuiging door middel van elektronische
‘markers’; het zogenaamde ‘track and trace’;
-
een aantal specifieke forensische opleidingen;
-
de succesvolle landelijke deskundigheidsmakelaar van de politie en
-
het project motiveringsverbetering in strafvonnissen.
Ten slotte: de verbetering van de kwaliteit van forensische deskundigen
beperkt zich niet tot Nederland. Voor de strafrechtelijke samenwerking tussen de
lidstaten van de Europese Unie is kwaliteitsborging van forensisch onderzoek een
wezenlijke voorwaarde. We moeten op Europees niveau toe naar een uniforme en
adequate certificering van processen en deskundigen en op dat terrein zijn er al
verschillende initiatieven. Zo heeft het European Network of Forensic Science
Institutes (kortweg ENFSI) een concept ‘best practice’-richtlijn voor het
onderzoek op de ‘scene of crime’ in voorbereiding. Het NRGD wil in dit soort
projecten participeren. Zelf overweeg ik initiatieven die zich richten op
kwaliteitsbevordering van forensische deskundigheid op te nemen in het meerjaren
JBZ-programma 2010-2014.
Dames en heren
Als het NRGD op 1 juli as. operationeel wordt, is dat een forse stap
voorwaarts op weg naar adequate kwaliteitsnormering en het toezicht daarop. Ik
ben ervan overtuigd dat het NRGD zal bijdragen aan een groeiend vertrouwen in
forensische deskundigheid. Het is aan u allen om daaraan ndrvan overtuigd dat
het zalverder vaart en inhoud te geven. Om nogmaals John Ruskin te citeren:
”kwaliteit is nooit een toevalligheid; het is altijd het resultaat van
intelligente vasthoudendheid”.
Dank u wel.
[1] John Ruskin ( 1819 – 1900), Engels
schrijver en maatschappij criticus
Wilt u daar nog meer over lezen druk dan hier.
Bekijk hiernaast de vraag, die door Van Ermen in dit kader werd
gesteld. 
De nieuwe tarieven staan op 12 februari nog niet in het
staatsblad, maar we ontvingen ze uit officiële bron. Wil op het
onderstaande pdf-icoontje klikken.
Tarief in kinderbijslagen: 
-
Nieuwe erelonen voor deskundigen aangesteld in strafzaken (2009):
Klik hiernaast voor het ereloon van deskundigen in strafzaken: 
Klik hiernaast voor de reisonkosten in strafzaken: 
De nieuwe tarieven staan op 12 februari 2009 nog niet in het staatsblad, maar
we konden ze toch reeds uit officiële bron ontvangen.
Tarief
van de erelonen en de kosten voor de deskundigen aangewezen door de
arbeidsgerechten in het kader van medische deskundige onderzoeken inzake de
geschillen betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.
Indexatie
van de bedragen op 1 januari 2009
1° a)
persoonlijk ereloon van de deskundige 347,97 EUR;
b)
indien het onderzoek uitgevoerd wordt door een psychiater of door een
neuropsychiater : 412,73 EUR;
2°
administratieve kosten : 104,12 EUR;
3°
kosten voor de bijkomende onderzoeken :
a)
medische onderzoeken behalve degenen in b) bedoeld : zie nomenclatuur RIZIV;
b)
onderzoeken uitgevoerd door een psychiater of door een neuropsychiater : 203,99
EUR;
c)
onderzoeken uitgevoerd door een psycholoog, met volledige reeks testen of door
een ergoloog : 141,45 EUR;
d) elk
ander onderzoek of advies niet bedoeld in a), b) of c) : 70,72 EUR.
Deze
bedragen zijn van toepassing voor de expertises waarvan het definitieve verslag
neergelegd wordt vanaf 1 januari 2009
Tarif des
honoraires et frais dus aux experts désignés par les juridictions du travail
dans le cadre d'expertises médicales concernant les litiges relatifs aux
allocations aux personnes handicapées.
Indexation
des montants au 1er janvier 2009
1° a)
honoraires personnels de l'expert : 347,97 EUR;
b) si l'examen est exécuté par un psychiatre ou par un neuropsychiatre :
412,73 EUR;
2° frais
administratifs : 104,12 EUR;
3° frais pour
les examens complémentaires :
a) examens médicaux,
excepté ceux visés sous b) : voir nomenclature de l'Inami;
b) examens exécutés
par un psychiatre ou par un neuropsychiatre : 203,99 EUR;
c) examens réalisés
par un psychologue, avec batterie complète de tests ou par un ergologue :
141,45 EUR;
d) tout autre
examen ou avis non visé sous a), b) ou c) : 70,72 EUR.
Ces
montants sont applicables aux expertises dont le rapport définitif est déposé
à partir du 1er janvier 2009.
Dear colleagues, “The First European Symposium on Symptom Validity
Assessment” in Würzburg is now calling for posters. Dr. Thomas Merten is
awaiting your posters and ideas. See all details: http://pdf.koenigundmueller.de/call-for-posters.pdf
Full Program: http://pdf.koenigundmueller.de/kurs/FB090508A.pdf Please spread
this email among your colleagues, thank you! Best regards, Gerhard Müller Dipl.-Psych.
International Academy of Applied Neuropsychology Semmelstr. 36/38 D-97070
Würzburg Tel: +49 931 46079033 Fax: +49 931 46079034 http://www.koenigundmueller.de
Neuropsychologische behandeling van verstoorde emoties en gedrag bij
hersenletsel
Komend najaar bestaat de sectie Neuropsychologie van het NIP 10 jaar. Dit zal
worden gevierd met een feestelijk congres in Maastricht op vrijdag 26 september
(hele dag) en zaterdag 27 september (tot 13.00 uur). Verdere informatie over het
programma en het (elektronische) inschrijfformulier vindt u op: http://www-np.unimaas.nl/symposia/
Momenteel loopt in het CMLP een onderzoek naar normen van dieverse courante
testen op het vlak van klachtbeleving, persoonlijkheidsonderzoek,
symptoomvaliditeit, neuropsychologische testen, ... in de medico-legale context.
We stellen vast dat diverse testen, die courant gebruikt worden in de
medico-legale context geen of geen aangepaste Vlaamse normen hebben en dat het
gebruik van deze testen maar al te vaal aanleiding geeft tot controversen, die
weinig stichtend kunnen gnoemd worden en die zeker niet bidragen tot de
geloofwaardigheid van een vakgebied, dat nochthans als de moeder avn alle
psychologie wordt beschouwd.
maandag 7 april 2008
De Universiteit Maastricht en DSM Resolve, het analysecentrum van DSM,
beginnen samen een forensisch lab. Per 1 mei 2008 gaat The Maastricht Forensic
Institute (TMFI) openlijk de concurrentie aan met het Nederlands Forensisch
Instituut (NFI) in Den Haag dat tot nu toe in feite een monopoliepositie had.
Volgens de Limburgers is er alleen al behoefte aan twee forensische
instituten vanwege de toenemende vraag naar second opinions en contra-expertise.
Aan TMFI is ruim een jaar gewerkt. De Provincie Limburg steunt het initiatief
in het kader van de Versnellingsagenda Limburg. De toekenning van een subsidie
uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) maakte vorige week het
financiële plaatje rond.
TMFI denkt een paar jaar nodig te hebben om uit te groeien tot een breed
forensisch instituut van topkwaliteit, met expertise in de forensische
psychologie en psychiatrie, de rechtspsychologie, DNA-onderzoek, chemische en
materiaalkundige analyse, digitale technologie en spraakonderzoek. DSM Resolve
doet uiteraard het chemisch onderzoek, de faculteiten Rechtsgeleerdheid en
Psychologie van de universiteit doen de rest. De leiding is in handen van Ton
Broeders, hoogleraar criminalistiek, en Bert Kip, general manager DSM Resolve.
Het is tevens de bedoeling dat TMFI en de Maastrichtse masteropleiding
Forensica, Criminologie en Rechtspleging elkaar wederzijds gaan ondersteunen.
|